| Nederlandse naam | Latijnse naam | Afkorting | Genitief |
| Cassiopeia | Cassiopeia | Cas | Cassiopeiae |
| Zichtbaarheid | Het gehele jaar. Voor waarnemers in Nederland en België is het sterrenbeeld circumpolair. Het sterrenbeeld is zichtbaar voor waarnemers tussen de 90-ste en de -20-ste breedtegraad | ||
| Grootte | In grootte is Cassiopeia het 25-ste sterrenbeeld | ||
| Omgeving | Het sterrenbeeld wordt omringd door Camelopardalis, Cepheus, Lacerta, Andromeda en Perseus | ||
| Meteorenzwermen | Er zijn geen meteorenzwermen beschreven | ||
Gegevens sterren
(alleen de sterren met een naam zijn opgenomen)
|
Ster |
Naam |
Betekenis |
Helderheid |
Afstand |
| α Cas | Shedar | van Al Sadr = de borst | 2.25 | 54.50 |
| β Cas | Caph | Arabische naam voor het sterrenbeeld | 2.21 | 228.9 |
| δ Cas | Ruchbah | van Al Rukbah = de knie | 2.65 | 99.4 |
| ε Cas | Segin | 3.34 | 443.8 | |
| η Cas | Achird | 3.43 | 19.4 | |
| θ Cas | Marfak | van Al Marfik = de elleboog | 2.25 | 54.50 |
Klik op de afbeelding voor een kaart met de namen van de sterren
Mythologie

Cassiopeia was de vrouw van Cepheus, de Ethiopische koning van Joppa (het tegenwoordige Jaffa in Israel) en de moeder van Andromeda. Het is één van de 48 klassieke sterrenbeelden van Ptolemeus.
Tycho Brahe nam in 1572 een supernova explosie waar in het sterrenbeeld. Ook bevat Cassiopeia de röntgenbron Cassiopeia A. Deze bron is het overblijfsel van een supernova-explosie die in 1667 plaatsvond maar waar geen waarnemingen van zijn teruggevonden in de geschiedenis.
Cassiopeia op oude sterrenkaarten
Cassiopeia - uit de Uranometrica van Johann Bayer uit 1603.
Cassiopeia - uit de Atlas Celeste van John Bevis (ca. 1750)
Cassiopeia - uit Urania's Mirror (± 1825)
Dubbelsterren
γ Cassiopeiae heeft een zwakke begeleider. Ten gevolge van het grote helderheidsverschil is de begeleider moeilijk waarneembaar. De hoofdster heeft een helderheid van magnitude 2,5 terwijl de begeleider van magnitude 11 is.
η Cas is een mooie dubbelster met een leuk kleurcontrast. De sterren zijn geel en rood. De omlooptijd van de begeleider bedraagt 480 jaar.
λ Cas bestaat uit twee sterren die beide ongeveer even helder zijn: 5,5 en 6.
ι Cas is een dubbelstersysteem bestaande uit drie sterren. De sterren A en B zijn een echte dubbelster met een omlooptijd van 840 jaar.
Ook π Cas is dubbel. De beide sterren staan relatief ver uit elkaar. De sterren staan aan de rand van NGC 457, wat het gemakkelijk maakt dit stelsel te vinden.
Als laatste σ Cas. Deze visuele dubbelster heeft een omlooptijd van 107 jaar. De sterren zijn van magnitude 6,4 en 7,5.
Variabele sterren
β Cas is een Sct-variabele. De helderheid varieert tussen 2,25 en 2,31 met een periode van 2 uur en 30 minuten.
γ Cas is het prototype van een klasse van veranderlijke sterren: de γ-Cas-variabelen. Dit zijn B-sterren. B-sterren zijn reuzensterren met een hoge rotatie-snelheid. De verandering in helderheid is relatief gering. γ Cas varieert tusen magnitude 1,5 en 3,0 met een periode van 0,7 dagen.
R Cas is een Mira-veranderlijke met een periode van 430,5 dagen. De helderheid varieert tussen magnitude 4,7 en 13,5. In de laatste week van augustus 2000 zal er weer een maximum zijn.
Deep Sky objecten
Messier 52
Andere benamingen: M52, NGC 7654
Type object: open sterrenhoop
Afstand: 5000 lichtjaar
Visuele helderheid: 7.3
Schijnbare grootte: 13 boogminuten
Messier 52 bevindt zich op een afstand van 5000 lichtjaar. Deze open sterrenhoop is ongeveer 35 miljoen jaar oud en bestaat uit ongeveer 200 sterren waarvan er eentje een beetje apart is. Volgens astronomen is M52 een interessante open sterrenhoop voor het bestuderen van de geschiedenis van stervorming. Uit de kleuren van de verschillende sterren volgt een grote spreiding in leeftijd. E zware sterren zijn allemaal in het begin ontstaan, de lichtere sterren in een latere fase.
Messier 52 is één van de originele ontdekkingen van Charles Messier. Hij vond de open sterrenhoop op 7 september 1774. Hij noteerde: ik zag een kleine cluster van sterren die nog enige neveligheid vertonen die alleen zichtbaar is in een goede telescoop. Hij bekeek M52 toen hij een komeet bestudeerde die zich in dit gebied bevond. Hij gebruikte de ster delta Cassiopeiae om zowel de komeet als de cluster te vinden.
William Herschel bestudeerde uiteraard ook M52. Hij noteerde op 23 augustus 1873: volledig opgelost in afzonderlijke sterren, geen spoor van neveligheid. Op 23 december 1805, gezien door een grotere en betere telescoop: het is een compacte cluster met sterren van verschillende grootte. Het bevindt zich in een dichtbevolkt gebied aan de hemel en het is lastig om het als een afzonderlijke cluster te identificeren.. Zijn zoon John Herschel voegde M52 toe aan de New General Catalog.
M52 bevindt zich in het met sterren bezaaide gebied van Cassiopeia en is niet heel erg moeilijk te vinden. Zoek de W-vorm op en focus op de twee helderste sterren: Alfa en Bèta. Trek een denkbeeldige lijn van Alfa naar Bèta en trek deze lijn daarna met dezelfde afstand door en je hebt M52 in beeld. In een verrekijker is er onder goede omstandigheden al iets te zien van de afzonderlijke sterren. In een kleine telescoop is de sterrenhoop al relatief gemakkelijk in afzonderlijke sterren op te lossen. Ook bij een lichtvervuilde hemel en onder minder goede weersomstandigheden is M52 een goed te vinden object.
Andere benamingen: M103, NGC 581
Type object: open sterrenhoop
Afstand: 8500 lichtjaar
Visuele helderheid: 7,4
Schijnbare grootte: 6,0
Messier 103 is relatief gemakkelijker te vinden. Zoek de ster Delta Cassiopeiae (Ruchbah). Dit is een heldere blauw-witte ster die één van de lagere punten van de W vormt. Centreer de ster in het beeldveld van de telescoopzoeker en kijk ongeveer 0,5 graad ten noorden en 1 graad oostwaarts richting Epsilon Cassiopeiae. In verrekijkers en zoekers is M103 zichbaar als een diamantvormig vlekje dat net niet in afzonderlijke sterren is op te lossen. In een kleine telescoop zijn de afzonderlijke sterren al zichtbaar. Dit lukt oo al onder een enigszins lichtvervuilde sterrenhemel of minder goede waarneemcondities.
M103 bevindt zich op een afstand van ± 8500 lichtjaar en heeft een doorsnede van 15 lichtjaar. De groep sterren heeft een leeftijd van omstreeks 25 miljoen jaar. Op basis van de beweging van de sterren zijn inmiddels 73 leden geïdentificeerd.
De sterrenhoop werd in maart of april 1781 ontdekt door Pierre Mechain en door Messier toegevoegd aan zijn catalogus voordat hij hem kon waarnemen. Uit de notities van Merchain citeren we: "groep sterren tussen Epsilon en Delta van het been van Cassiopeia".
M106 werd op 8 augustus 1783 door William Herschel waargenomen. Volgens Herschel bestond de groep uit ongeveer 20 sterren.
Download de sterrenkaart als pdf-bestand



