| Nederlandse naam | Latijnse naam | Afkorting | Genitief |
| Leeuw | Leo |
Leo |
Leonis |
| Zichtbaarheid | Januari - Juni (aangegeven zijn de maanden waarin het sterrenbeeld om 22 uur boven de horizon staat) voor waarnemers tussen de 90-ste en de -65-ste breedtegraad |
||
| Grootte | In grootte is Leo het 12-de sterrenbeeld |
||
| Omgeving | Het sterrenbeeld wordt omringd door Ursa Major, Leo Minor, Cancer, Hydra, Sextans, Crater, Virgo en Coma Berenice |
||
| Meteorenzwermen | de Leoniden | ||
Gegevens sterren
(Alleen de sterren met een naam zijn opgenomen)
|
Ster |
Naam |
Betekenis |
Helderheid |
Afstand |
| α Leo |
Regulus, Cor Leonis of Kalb Babylonische naam: Sharru |
Prins, hart van de Leeuw |
1.34 |
77.57 |
| β Leo |
Denebola. Hindi: Purva Phalguni. Perzisch: Safa Babylonische naam: Zibbat-A |
Staart van de Leeuw |
2.12 |
36.18 |
| γ Leo |
Al Gieba |
Voorhoofd |
2.00 |
125.7 |
| δ Leo |
Zozma. Hindi: Purva Phalguni. Perzisch: Jhahera |
Lendendoek |
2.53 |
57.73 |
| ε Leo |
Ras Elased Babylonische naam: Rishu-A |
Hoofd van de Leeuw |
2.96 |
250.9 |
| ζ Leo |
Adhafera |
Krul (haarkrul) |
3.40 |
259.9 |
| θ Leo |
Coxa of Chort of Chertan |
Heup of smalle rib of twee smalle ribben |
3.31 |
177.7 |
| ι Leo |
Tsze Tseang |
Chinees: de tweede generaal |
4.00 |
79.07 |
| λ Leo |
Alterf |
Schijn, glans |
4.31 |
338.0 |
| μ Leo |
Rasalas |
Hoofd van de Leeuw |
3.87 |
133.1 |
| ρ Leo |
Hindi: Magha. Perzisch: Jahava |
Hoofd van de Leeuw |
3.81 |
5930.2 |
(klik op de afbeelding voor een kaart met de namen van de sterren)
Mythologie
De eerste taak van Heracles was het doden van de Nemeaanse Leeuw, een gigantisch beest dat de heuvels en de straten van de dorpen in de Peloponesus onveilig maakte.
De huid van het dier was bestand tegen ijzer, brons en steen. De pijlen van Heracles ketsten af op de huid, zijn zwaard boog in tweeën en zijn houten stok brak in stukken. Daarom worstelde Heracles met het beest totdat het beest stikte. Heracles sloeg de huid van de dode leeuw om zich heen als bescherming in zijn gevecht met de giftige Hydra.
Zoals het verhaal vertelt is de Leeuw aan de hemel gezet ter nagedachtenis aan de heldhaftige strijd van Heracles tegen het beest. Echter dit is niet het hele verhaal. Al lang voor de Griekse beschaving tot bloei kwam was de leeuw al het symbool van kracht en macht.
Meer dan drieduizend jaar v.Chr. zijn er al tekeningen en sculpturen gemaakt die koningen laat zien geflankeerd door leeuwen. Voor die tijd werd de stier gezien als het goddelijke symbool van macht.
Men vermoedt dat de overgang van een gehoornd dier naar een leeuw als symbool van macht samengaat met de overgang van een op de Maan gebaseerde religie naar een op de Zon gerichte religie. Om deze wijziging in religie/politieke structuur kracht bij te zetten moest de leeuw de stier doden: dit zien we terug aan de plaatsing aan de hemel. Leo, de vernietiger van Taurus, de Stier domineert de zomerhemel, de tijd dat de zon door dit gedeelte van de hemel beweegt. Tengevolge van de precessie trekt de Zon door Leo aan het eind van de zomer, van midden augustus tot half september.
In de astrologie wordt aan het sterrenbeeld het teken Leeuw (23 juli - 22 augustus) en het element vuur (samen met Aries en Sagittarius) toegekend.
Leo is een compact en gemakkelijk te herkennen sterrenbeeld. α Leonis is ook bekend onder de naam Regulus, de Wachter van de Hemel. Het was Copernicus die de ster de naam Regulus gaf. In de oudheid was de ster bekend onder de naam Cor Leonis wat betekent "Hart van de Leeuw".
Regulus is een meervoudige dubbelster. Regulus ligt dicht bij de ecliptica. Er zijn daarom vaak samenstanden met de Maan te zien. Ook wordt de ster soms door de Maan bedekt. β Leonis heet ook "Denebola": de staart van de Leeuw.
γ Leonis heet ook "Algeiba": Arabisch voor voorhoofd. Een betere naam is "Juba" dat "manen van de Leeuw" betekent. η Leonis en μ Leonis zijn bekend als "Al Ashfar": de wenkbrauwen.
δ Leonis heet in het Arabisch "Alterf" wat vrij vertaalt "extremiteit" betekent. De ster ligt aan de rand van de muil van de Leeuw.
Leo - uit de Uranometrica van Johann Bayer uit 1603.
Leo - uit de Atlas Celeste van John Bevis (ca. 1750)
Leo - uit de Uranographia van Hevelius (ca. 1690)
Leo (als Leo Major) samen met Leo Minor- uit Urania's Mirror (ca. 1825)
Dubbelsterren
α Leonis is een meervoudige dubbelster. Ster B staat op 177' en heeft een helderheid van magnitude 8,1. Deze ster heeft een eigen begeleider, ster C. C is een zeer zwakke ster van magnitude 13 die in 200 jaar rond B draait. De vierde begeleider, ster D is optisch. Dit betekent dat D niet door middel van zwaartekracht is gebonden aan de anderen.
γ Leonis is een dubbelster met een trage omlooptijd. De omlooptijd is niet precies bekend, laatste schattingen gaan uit van 620 jaar. De sterren staan 4,4' van elkaar vandaan.
ι Leonis is een snellere dubbelster. De omlooptijd bedraagt 192 jaar. De begeleider is van magnitude 6,7 en staat 1,62' van de hoofdster vandaan.
In Leeuw bevindt zich ook de ster Wolf359 die met een afstand van 7.7 lichtjaar een van de meest nabije sterren is.
Variabele sterren
R Leonis is een Mira-veranderlijke. De ster is normaal gesproken van magnitude 11,3 en dus erg moeilijk waarneembaar. Met een periode van 313 dagen wordt de maximale helderheid van 4,4 bereikt. In het maximum heeft de ster een spectraaltype M6, in het minium is dit spectraaltype M8III. Dit betekent dat de ster in het maximum 575 maal zo helder is dan in het minimum. De ster bevindt zich op een afstand van ± 600 lichtjaar van de zon en verwijderd zich met een snelheid van 13 km/u van ons vandaan. De absokute helderheid van de ster ligt varieert tussen magnitude -1.9 en +5 en dit betekent dat de helderheid varieert tussen 440 keer tot 0.7 keer die van de zon.
Dat de ster variabel is werd in 1782 ontdekt door de astronoom J.A. Koch uit Danzig. In september 2009 had de ster haar laatste maximum. De ster heeft een dieprode kleur die tijdens het maximum verandert naar purper. De ster wordt omringd door enkele witte sterren die er voor zorgen dat de rode/purperen kleur van R Leonis extra opvalt.
Deep Sky Objecten
Leo telt vijf Messier-objecten: M65, M66, M95, M96 en M105.
Messier 65
Andere benamingen: M65, NGC 3623
Type object: spiraalvormig melkwegstelsel
Afstand: 35.000.000 lichtjaar
Visuele helderheid: 9,3
Schijnbare grootte: 8*1.5 boogminuten
M65 en M66 werden in dezelfde nacht ontdekt. Het was Charles Messier die op 1 maart 1780 zijn telescoop op dit gebied rechtte en beide stelsels ontdekte. Zoals zo vaak zag Messier een nevel die uit geen enkele ster leek te bestaan.
William Herschel zag een heldere kern omringd door een dunnere zwakkere band. Het was echter Lord Rosse die als eerste de nevel wist op te lossen tot een melkwegstelsel. Hij zag er structuren in. Hij noteerde op 31 maart 1848: een merkwaardige nevel met een heldere kern, oplosbaar in sterren, een spiraalvorm. Hij bekeek M65 ook op 1 april en 3 april 1848 en hij bemerkte geen verandering.
Ofschoon de schijnbare visuele helderheid anders doet vermoeden is M65 toch onder goede omstandigheden zichtbaar in een verrekijker. Het is groot en het heeft een heldere kern en daardoor valt het snel op. M65 bevindt zich tussen de sterren Iota en Theta Leonis. Onder zeer goede omstandigheden is M65 zelfs zichtbaar in een 6*30 verrekijker maar dan moet je dan wel niet in Nederland zijn maar ergens in een, bijvoorbeeld, Zuid-Europees land waar het echt donker wordt.
Andere benamingen: M66, NGC 3627Type object: spiraalvormig melkwegstelsel
Afstand: 35 miljoen lichtjaar
Visuele helderheid: 8.9
Schijnbare grootte: 8 * 2.5 boogminuten
De visuele helderheid doet vermoeden dat M66 niet zichtbaar is in een kleine verrekijker maar dit is niet waar. Dankzij de grootte en de hoge oppervlakte helderheid is het melkwegstelsel in een kleine verrekijker herkenbaar. M66 bevindt zich tussen ι Leonis en θ Leonis. Onder donkere omstandigheden is M66 zelfs zichtbaar in een kleine 6 * 30 verrekijker.
M66 bevindt zich op een afstand van ongeveer 35 miljoen lichtjaar in een groep melkwegstelsels die ook bekend zijn als het Leo Drietal. M66 is, voor ons als waarnemer het meest oostelijke stelsel. In een telescoop is de balkspiraal zichtbaar. Er is interactie tussen M66 en de twee andere Messier-objecten. In M66 komen grote gebieden voor waar stervorming plaatsvindt. Daarnaast wordt M66 intensief bestudeerd op het gebied van de vorming van grote sterrenclusters. Astronomen nemen aan dat dergelijke sterrenclusters de voorlopers zijn van bolvormige sterrenhopen. Deze sterrenclusters worden vooral waargenomen in sterrenstelsels waar zeer actieve stervorming plaatsvindt en nabij kernen van melkwegstelsels die juist minder actief zijn.
Zowel M65 als M66 werden op 1 maart 1780 door Charles Messier ontdekt. Hij omschreef M66 als een nevel in Leo, erg zwak. De komeet van 1773 en 1774 passeerde M65 en M66 in de nacht van 1 op 2 november 1773 maar dat werd niet opgemerkt door Messier. De komeet was zo helder dat hij de beide melkwegstelsels niet kon zien.
Uiteraard keken ook de Herschels naar beide objecten en namen ze ze op in hun catalogi. M66 staat als No. 875 in de catalogus van John Herschel. Hun telescopen waren groot genoeg om de spiraalstructuren van de beide stelsels waar te nemen.
Messier 105
We starten onze zoektocht naar dit melkwegstelsel bij de ster α Leonis (Regulus). Van hieruit ga je naar de ster θ Leonis. Tussen deze twee sterren in staat een zwakke ster die met het blote oog niet zichtbaar is M105 staat ongeveer 2 graden (een vingerbreedte) ten zuidoosten van deze ster. Als je de ster niet kan zien dan kan je heel waarschijnlijk het melkwegstelsel ook niet zien. Onder hele goede waarneemomstandigheden is het melkwegstelsel in een grote verrekijker zichtbaar. In het kleine telescoop is het dus ook goed te doen. Er is nauwelijks detail te zien in M105, ook niet met grote telescopen.
M105 maakt deel uit van de Leo-1 groep van melkwegstelsels. Het is een oud melkwegstelsel waarvan de kern 50 miljoen keer zo veel massa bevat dan onze zon. De kans is groot dat er zich daar een groot massief zwart gta bevindt. M105 is een interessant object voor astronomen vanwege het tekort aan gas. Mogelijk komen er in de kern meerdere zwarte gaten voor. Waarnemingen gedaan met de röntgentelescoop Chandra laten zien dat M105 zich anders gedraagt dan een doorsnee elliptisch melkwegstelsel.
M105 werd op 24 maart 1781 ontdekt door Pierre Mechain, drie dagen nadat hij ook M101 had ontdekt. Waarom Messier het niet heeft opgenomen in zijn catalogus is onduidelijk. We weten dat hij het stelsel heeft gezien en de waarneming heeft bevestigd. Mogelijk heeft het te maken met het feit dat Messier in deze tijd zijn vrouw en pasgeboren zoon had verloren en hij er niet helemaal bij was met zijn aandacht.
Download de sterrenkaart als pdf-bestand



