Afdrukken
Laatst bijgewerkt op vrijdag 24 december 2010
Nederlandse naam Latijnse naam Afkorting Genitief
Eenhoorn Monoceros
Mon
Monocerotis
Zichtbaarheid December - April (aangegeven zijn de maanden waarin het sterrenbeeld om 22 ur boven de horizon staat) voor waarnemers tussen de 75-ste en de -85-ste breedtegraad
Grootte In grootte is Monoceros het 35-ste sterrenbeeld
Omgeving Het sterrenbeeld wordt omringd door Canis Major, Canis Minor, Gemini, Hydra, Lepus, Orion en Puppis
Meteorenzwermen de december-Monoceriden en de α-Monoceriden


kaart sterrenbeeld Monoceros - Eenhoorn

Download de sterrenkaart als pdf-bestand.

Beschrijving

MonocerosGeflankeerd door Orion en de Kleine Hond (Canis Minor) met Tweelingen (Gemini) boven zich en de Grote Hond (Canis Major) onder zich wordt het zwakke sterrenbeeld Monoceros vaak over het hoofd gezien. Het sterrenbeeld wordt voor het eerst in 161 beschreven door de Nederlandse astronoom en theoloog Peter Plancius en wordt voor het eerst in 1624 op de sterrenkaarten van Jakob Bartsch (schoonzoon van de beroemde astronoom Johannes Kepler) ingetekend maar vermoedelijk is het sterrenbeeld al veel ouder. Heinrich Olbers en Ludwig Ideler geven aan dat het sterrenbeeld al op kaarten uit 156 is te vinden en Jospech Salinger heeft het sterrenbeeld al op oude Perzische kaarten gezien. Er is heel wat fantasie voor nodig om in de groep sterren een eenhoorn te zien.



De sterren zijn echter niet belangrijk. Monoceros heeft een aantal mooie deepsky objecten en een gigantisch dubbelstersysteem. De sterren van Monoceros zijn zwak: alpha Monocerotis haalt net magnitude 3,9. De rest is zwakker. β Monocerotis is een mooie drievoudige dubbelster.

 

Monoceros - UranographiaMonoceros - uit de Uranographia van Hevelius (ca. 1690)

 

 

 

 

 

 

 

Monoceros - Urania's MirrorMonoceros - uit Urania's Mirror (ca. 1825) samen met Canis Minor en het niet meer erkende sterrenbeeld Atelier Typographique.

 

 

 

 

 

 

Dubbelsterren

β Monocerotis is een erg mooie drievoudige dubbelster die ook goed in kleine telescopen is te zien. De dubbelster werd voor het eerst beschreven door William Herschel in 1781. De sterren vormen een mooie driehoek die niet verandert: het is een gefixeerde dubbelster. De helderheden bedragen magnitude 4,7; 5,2 en 6,1.

ε Monocerotis is een gefixeerde dubbelster van magnitude 4,5 resp. 6,5.

15 Monocerotis, ook bekend als S Monocerotis is een meervoudige dubbelster bestaande uit zes (!) sterren. Een grote telescoop is nodig om ze alle zes te kunnen zien.

 

Variabele sterren

R Monocerotis is een onregelmatig veranderlijke ster die de kern vormt van Hubble's Veranderlijke nevel. Het is een RW Auriga veranderlijke. De helderheid varieert tussen magnitude 10 en 12.

S Monocerotis is ook een onregelmatig veranderlijke. Het is de centrale ster van NGC2264. De ster heeft een helderheid van magnitude 4,5 maar soms valt de helderheid terug tot magnitude 5.

 

Deepsky objecten

Messier 50

M50 in   MonocerosAndere benamingen: M50, NGC 2323
Type Object: open sterrenhoop
Afstand: 3200 lichtjaar
Visuele helderheid: 5.9
Schijnbare grootte: 16 boogminuten

Messier 50 bevindt zich op 3200 lichtjaar van de Aarde en heeft een doorsnede van ongeveer 20 lichtjaar. De kern wordt geschat op 10 lichtjaar groot. M50 bestaat uit ongeveer 200 sterren die echter deels met fotometrie zijn bepaald. De open sterrenhoop is 100 tot 120 miljoen jaar oud.

M50 is helder en relatief groot en daarom gemakkelijk te herkennen. Echter, M50 is niet gemakkelijk te vinden omdat het sterrenbeeld Monoceros bestaat uit lichtzwakke sterren. Zoek de ster Sirius op (Alpha Canis Majoris). Ongeveer een handbreedte richting noordoosten staat de ster Procyon (Alpha Canis Minoris). Monoceros bevindt zich tussen deze twee sterren in. Gebruik het zoekkaartje om M50 te kunnen vinden. M50 is zichtbaar in verrekijkers of de zoeker van je telescoop. In een telescoop zelf komt M50 pas goed tot zijn recht en zijn de afzonderlijke kleuren van de sterren goed te zien. Vanwege de helderheid en de hoge concentratie aan sterren is M50 ook bij lichtvervuilde omstandigheden of bij storend maanlicht nog goed te vinden.

M50 is vermoedelijk in 1711 ontdekt door Cassini en onafhankelijk van hem herontdekt door Charles Messier in de nacht van 5 april 1772. Messier noteerde: een groep van kleine sterren, boven de rechterheup van de Eenhoorn, boven de ster Theta van het oor van Canis Major. Messier ontdekte de open sterrenhoop toen hij de komeet van 1772 bestudeerde. Hij tekende de positie van de sterrenhoop in op de kaart van de komeet.

Later bestudeerde William Herschel ook nog M50. Het was zoon John die de kleuren van de sterren noemde toen hij het object opnam in de NGC-catalogus.

NGC2264

NGC2264 in Monoceros

NGC 2264 wordt ook wel de Kerstboom-sterrenhoop genoemd. Deze open sterrenhoop heeft een conisch vorm en bestaat uit blauw-witte sterren die gebed liggen in een zwakke wolk van gas en stof waarin zich nog steeds nieuwe sterren vormen. Bezitters van een telescoop met een doorsnede van 25 cm of meer kunnen onder hele goede omstandigheden wellicht een glimp opvangen van de donkere Konus-nevel aan het uiteinde van de sterrenhoop. Visueel is de Konus-nevel erg zwak maar fotografisch toont de nevel zijn ware gedaante. Sommigen hebben de vorm van de nevel omschreven als het silhouet van Jezus die een klein kind vast houdt...

De open sterrenhoop heeft een helderheid van magnitude 4.5 en is net met het blote oog zichtbaar als de hemel donker is en er geen storend maanlicht is. In een verrekijker is de open sterrenhoop goed zichtbaar. Het is verrassend dat Messier de open sterrenhoop niet heeft opgenomen in zijn catalogus. Het was William Herschel die de nevel in 1784 opnam in zijn catalogus. In eerste instantie zag hij alleen maar de sterren maar bij een tweede onderzoek op tweede kerstdag 1785 zag hij ook de nevel rond de helderste ster van de open sterrenhoop. NGC 2264 is de aanduiding voor zowel de nevel als de sterrenhoop.

Zoek de open sterrenhoop op aan de hand van het sterrenbeeld Gemini (Tweelingen). De sterrenhoop bevindt zich in de buurt van de voeten van de Tweelingen. Zoek naar de lijn die getrokken kan worden tussen de sterren Tejat (μ Gem), Alhena (γ Gem) en ξ Gem. De open sterrenhoop bevindt zich ongeveer 3 graden ten zuiden van Xi Gem, gemarkeerd door de ster 15 Mon. Deze ster heeft een helderheid van magnitude 5 en maakt deel uit van de open sterrenhoop. In een verrekijker zie je richting zuiden een tweede open sterrenhoop. Dit is NGC 2244.

De vorm van de kerstboom is nauwelijks zichtbaar in een verrekijker. Je hebt er een kleine telescoop en een geringe vergroting voor nodig. De heldere ster 15 Mon vormt de basis van de boom, de Konus-nevel vormt de top van de boom. De Konus-nevel is alleen zichtbaar met behulp van een grote telescoop.

De open sterrenhoop vormt de kern van de Monoceros OB1-associatie, een groep jonge sterren die zich langzaam aan verspreiden in het galactische vlak. NGC 2264 s het kleine zichtbare deel van een veel groter stervormingscomplex dat zich op een afstand van ongeveer 2500 lichtjaar bevindt.

De Konus-nevel maakt ook deel uit van dit stervormingscomplex. Visueel is er van de Konus-nevel nauwelijks iets zichtbaar maar fotografisch biedt deze gaswolk met een doorsnede van 7 lichtjaar ons een blik op gebieden met stervorming.

 

NGC2244 in Monoceros NGC2237 is een grote diffuse nevel die beter bekend is als de Rosette-nevel. Hij omringt de open sterrenhoop NGC2244. De nevel draagt vier verschillende NGC-nummers (NGC2237, 2238, 2239 en 2246) maar wordt meestal alleen maar aangeduid als NGC2237. Om de ringvorm te kunnen zien is een grote telescoop nodig. Meestal is een nevelachtige waas zichtbaar rondom de sterhoop. De nevel is heel intensief bestudeerd; men weet dat er ongeveer 10 000 zonsmassa's aan materie in moet zitten. Men neemt aan dat in de verre toekomt het gas samen gaat trekken en een nieuwe ster zal vormen.
NGC2244 is een open sterrenhoop in het centrum van de Rosette-nevel en waarschijnlijk zijn de sterren uit de gaswolk ontstaan.
NGC2264 is een grote heldere sterrenhoop met een begeleidende nevel (De Konusnevel, genoemd naar zijn vorm). De helderste ster is S Monocerotis. NGC2264 wordt door gasachtig materiaal omringd dat in kleine telescopen niet zichtbaar is. De donkere Konusnevel ligt in het zuiden van de sterrenhoop en net als de Paardekopnevel in Orion is hij alleen goed zichtbaar op langbelichte foto's.
Hubble's Variable Nevel in Monoceros Hubble's Variabele Nevel en de mysterieuze ster R Monocerotis. De nevel heeft een merkwaardige vorm die wat lijkt op de staart van een komeet. Aan de kop van de komeet vinden we (met een beetje mazzel) de ster R Monocerotis. De reflectienevel heeft een gemiddelde visuele helderheid van magnitude 10 maar kan af en toe fluctueren. Dit fluctueren werd vroeger toegeschreven aan de helderheidsveranderingen van R Monocerotis. Nauwkeurigere metingen laten echter zien dat de veranderingen niet door de ster worden veroorzaakt. In veel steratlassen is R Monocerotis helemaal niet terug te vinden. Ze beschrijven alleen een enorm compacte gasnevel. Observaties met grote telescopen laten zien dat R Monocerotis eigenlijk een protoplanetair systeem is: dat wil zeggen dat het wellicht een zonnestelsel in wording is. De nevel is redelijk gemakkelijk te zien in kleinere telescopen maar het vereist wel wat zoekwerk.
De Ster van Plaskett
Dit gigantische dubbelstersysteem is het zwaarste dubbelstersysteem dat we kennen. De ster is ontdekt in 1922 door de Canadese astronoom Plaskett. De ster is vermoedelijk een lid van NGC2244. Het systeem bestaat uit twee gigantische sterren van het O-type die in 14,4 dagen om een gemeenschappelijk zwaartepunt draaien. Plaskett berekende de massa op 90 zonsmassa's per ster. Huidige metingen wijzen meer op 100 zonsmassa's voor het totale systeem.


Joomla Business Templates by template joomla