| Nederlandse naam | Latijnse naam |
Afkorting |
Genitief |
| Schorpioen |
Scorpius |
Sco |
Scorpii |
| Zichtbaarheid | Mei - Augustus (aangegeven zijn de maanden waarin het sterrenbeeld om 22 uur boven de horizon staat) voor waarnemers tussen de 40-ste en de -90-ste breedtegraad. Het sterrenbeeld komt in Nederland maar gedeeltelijk boven de horizon uit en is alleen waarneembaar bij een vrije horizon. | ||
| Grootte |
In grootte is Schorpioen het 33-ste sterrenbeeld. | ||
| Omgeving |
Het sterrenbeeld wordt omringd door Sagittarius, Ophiuchus, Libra, Lupus, Norma, Ara en Corona Australis. |
||
| Meteorenzwermen |
In Schorpioen zijn de volgende meteorenzwermen beschreven: α-Scorpiiden en de ω-Scorpiiden. |
||
Gegevens sterren
(alleen de sterren met een naam zijn opgenomen)
| Ster | Naam |
Betekenis |
Helderheid (magnitude) |
Afstand (lichtjaar) |
| α Sco |
Antares Hindi: Jyeshta Maori: Rehua Perzisch: Club Babylonische naam: Hurru |
Rivaal van Mars |
1.03 |
604.0 |
| β Sco |
Graffias of Acrab |
Klauwen van de Schorpioen |
2.53 |
530.3 |
| δ Sco |
Dschubba Hindi: Anuradha Perzisch: Akalee Babylonische naam: Qablu-Sha-Rishu-Aqrabi |
Voorhoofd |
2.28 |
402.7 |
| θ Sco |
Sargas |
1.84 |
272.9 |
|
| λ Sco |
Shaula Hindi: Mula Perzisch: Sola |
Opgeheven staart |
1.59 |
709.1 |
| ν Sco |
Jabbah |
Voorhoofd |
4.00 |
437.8 |
| σ Sco |
Al Niyat |
De aderen |
2.87 |
741.3 |
| υ Sco |
Lesath of Lesuth |
Steek of beet (van een giftig dier) |
2.68 |
521.9 |
| ω Sco |
Jabhat al Akrab |
Voorhoofd van de schorpioen |
4.28 |
423.6 |
| κ Sco |
Girtab |
2.37 |
466 |
|
| ε Sco |
Wei |
2.28 |
65.4 |
(Klik op de afbeelding voor een kaart met de namen van de sterren)
Mythologie
In het Maori wordt de staart van de schorpioen Tama-rereti genoemd. Het lichaam van de schorpioen wordt ook wel Mairerangi genoemd in het Maori.
De Chinezen zagen in het sterrenbeeld de Azuren Draak.
Gaia, Moeder Aarde, stuurde de Schorpioen achter Orion aan om hem te doden. Later werd het sterrenbeeld aan de sterrenhemel geplaatst op jacht naar Orion, maar hij krijgt hem nooit te pakken: als Orion in het westen verdwijnt verschijnt de Schorpioen pas in het oosten. Ze staan nooit tegelijkertijd aan de hemel. Een ander verhaal vertelt ons echter dat Apollo de schorpioen achter Orion aanstuurde omdat ze jaloers werd op de groeiende aandacht van Artemis voor hem. Later kreeg ze spijt van haar daad en hielp ze Artemis om Orion aan de hemel geplaatst te krijgen.
Scorpius kom ook voor over het verhaal van Phaethon. Phaethon ws een dwaze sterveling die toestemmng had gekregen om één dag in de zonnewagen van Apollo te mogen rijden. De paarden die de wagen trokken schrokken van de grote schorpioen die met zijn stekel omhoog klaar stond om aan te vallen. De onervaren Phaethon verloor zijn controle over de wagen,hierdoor schoot de zon van links naar rechts langs de hemel. Zeus was het beu en doodde de jongen met een bliksemschicht.
Scorpius is één van de oudere sterrenbeelden, waarschijnlijk één van de zes originele sterrenbeelden die de allereerste Dierenriem bevolkten. De zon reist nog steeds door Scorpius maar heeft er nu nog maar 9 dagen voor nodig. De rest van de tijd verblijft de zon in Ophiuchus, het enige sterrenbeeld waar de zon doorheen reist zonder dat het deel uitmaakt van de dierenriem.
De schorpioen vormt een gigantische S aan de sterrenhemel. Veel oude culturen herkenden er een schorpioen in. Vroeger was het sterrenbeeld veel groter maar een gedeelte vormt nu Lupus, de Wolf. Schorpioen is één van de helderste grote sterrenbeelden. Helaas voor ons waarnemers komt het in Nederland nauwelijks boven de horizon uit. Het sterrenbeeld Schorpioen was vroeger veel groter dan tegenwoordig. Herkennen we in de figuur met gemak het lijf van de Schorpioen en zijn giftige angel van zijn klauwen is niet veel te zien en dat terwijl dit in de natuur toch zijn machtige wapens zijn. Het is de Romeinse dictator Julius Ceasar (100 - 44 v. Chr.) geweest die de schorpioen van zijn scharen heeft ontdaan. De scharen werden omgevormd tot Libra - de Weegschaal.
Het heeft waarschijnlijk te maken met de dierenriem die in evenwicht werd gebracht met de Juliaanse kalender. Deze kalender had twaalf maanden en iedere maand moest zijn eigen dierenriem-teken hebben. Voordat de scharen van de schorpioen werden geamputeerd telde de dierenriem 11 sterrenbeelden. Met de toevoeging van Libra bestond de dierenriem over 12 sterrenbeelden verdeeld over het schijnbare pad van de zon langs de sterrenhemel. Tegenwoordig kennen we dit pad van de zon als de ecliptica.
In de astrologie wordt aan het sterrenbeeld het teken Schorpioen toegekend (23 oktober - 21 november) en het element water (samen met Cancer en Pisces). α Scorpii is ook bekend als Antares (Rivaal van Mars). Het is één van de vier koninklijke sterren uit de oudheid samen met Aldebaran, Regulus en Fomalhaut. De ster heeft een dieprode kleur. Antares is een rode reus die onder goede omstandigheden als een dubbelster te herkennen is. Men schat dat de ster dik 300 maal zo groot is als onze zon. Antares staat op een afstand van 600 lichtjaar.
Eén graad ten westen van Antares vinden we de bolhoop M4 terwijl 4 graden NNW de bolhoop M80 is te vinden.
Scorpius - uit de Uranometrica van Johann Bayer uit 1603.
Scorpius - uit Urania's Mirror (ca. 1825)
Dubbelsterren
α Scorpii is een visuele dubbelster die moeilijk is te onderscheiden door de heldere hoofdster. Antares heeft een helderheid van magnitude 1,1 terwijl de begeleider 5,4 is. De begeleider heeft een groenachtige kleur en draait in 900 jaar een rondje rond Antares.
β Scorpii is een meervoudige dubbelster: elk van de beide sterren is weer dubbel.
ξ Scorpii is ook meervoudig dubbel.
σ Scorpii is een dubbelster met een zwakke begeleider van magnitude 8,2. De hoofdster heeft een helderheid van magnitude 2,9.
Variabele sterren
RR Scorpii is de helderste lang-periodieke veranderlijke in het sterrenbeeld. De helderheid varieert tussen magnitude 5,0 en 12,4 met een periode van 281 dagen.
Deep Sky objecten
Scorpius heeft 4 Messier-objecten (soms vijf: M62 is een randgevalletje).
Messier 4Andere benamingen: NGC 6121
Type Object: Bolvormige sterrenhoop
Afstand: 7200 lichtjaar
Visuele helderheid: 5.6
Schijnbare grootte: 36.0 boogminuten
Messier 4 is één van de meest open bolhopen, de centrale kern heeft een doorsnede van ongeveer 8 lichtjaar maar de invloed van de zwaartekracht strekt zich uit tot 140 lichtjaar. In de bolhoop zijn inmiddels minimaal 43 veranderlijke sterren gevonden. Bovendien bevat M4 de eerste in een bolhoop aangetroffen milli-seconde pulsar. Deze neutronenster roteert (en pulseert) iedere 3 milliseconden, dat is dus meer dan 300 maal per seconde.
Messier 4 is heel gemakkelijk te vinden: de bolhoop staat pal ten westen van Arcturus. Onder donkere omstandigheden zal de bolhoop al in kleine instrumenten oplossen maar omdat de nevel erg diffuus is zal dit niet lukken onder een lichtvervuilde sterrenhemel. Onder donkere omstandigheden is een 75 mm telescoop al voldoende om de afzonderlijke sterren op te lossen. Als je een grote telescoop hebt aan te pakken dan is de centrale balk ook zichtbaar zoals die al in 1783 ook door Herschel werd genoteerd.
Messier 4 werd voor het eerst waargenomen in 1746 door de Franse astronoom Philippe Loys de Chéseaux. De bolhoop kreeg nummer 19 in zijn catalogus. Nicolas de Lacaille nam M4 als Lacaille I.9 op in zijn catalogus. Lacaille bekeek de bolhoop op 13 april 1752 voor het eerst.
Messier deed zijn waarneming op 8 mei 1764, hij was de eerste die de bolhoop oploste in afzonderlijke sterren. Hij noteerde: ik heb een nevel gevonden vlak naast Antares die moeilijk is te zien maar die in een goede telescoop verschillende zwakke sterren laat zien. In 1783 bekeek Herschel de bolhoop, ook hij meldt 8 - 10 zeer heldere sterren. Herschel was de eerste die opmerkte dat dergelijke sterrenhopen vermoedelijk ontstaan uit nevels zonder te weten hoe het proces van stervorming eigenlijk in zijn werk gaat.
Messier 6An
dere benamingen: NGC 6405, Lac III.12, Vlinder cluster
Type Object: Open sterrenhoop
Afstand: 1600 lichtjaar
Visuele helderheid: 4.2
Schijnbare grootte: 25.0 boogminuten
Messier 6 bestaat uit ongeveer 80 sterren die allemaal bij elkaar horen en allemaal in dezelfde richting door het heelal bewegen. De open sterrenhoop heeft een doorsnede van 12 to 25 lichtjaar en is ergens tussen de 51 en 96 miljoen jaar oud. De helderste ster van de groep, BM Scorpii is een veranderlijke ster waarvan de helderheid varieert tussen 5.5 en 7met een semi-regelmatige periode. De overige sterren zijn blauwe hoofdreekssterren van het type B4 of B5. De sterren van deze groep zijn allemaal gevormd uit een grote gaswolk.
Messier 6 is te vinden uitgaande van lambda Scorpii, dit is de ster die het uiterste puntje van de staart van de schorpioen vormt. Richt de verrekijker drie vingerbreedtes ten noordoosten van lambda Scorpii en je ziet de open sterrenhoop als een wazige vlek. Verwar M6 niet met M7 die ten zuiden staat en helderder is. In een verrekijker lijken alle sterren even helder en is de vlindervorm goed herkenbaar. Bij gebruik van een telescoop vertonen de sterren kleuren en is de vlindervorm lastiger te herkennen. Gebruik altijd een kleine vergroting omdat het een grote open sterrenhoop is.
Algemeen wordt aangenomen dat het Giovanni Battista Hodierna was die in 1654 de eerste was die de positie van de open sterrenhoop noteerde. Echter, Robert Burnham noemt in het Celestial Handbook Ptolemeus als ontdekker toen die de vlak erbij gelegen Ptolemeus Cluster ontdekte (nu M7 genoemd). Philippe Lyos de Chéseaux noteerde in 1745-46 de open sterrenhoop en Nicolas Louis de Lacaille nam in 1751-52 de open sterrenhoop als Lac III.12 op in zijn atlas. Messier nam de open sterrenhoop waar op 23 mei 1674. Met het blote oog zag Messier de open sterrenhoop als een nevel zonder sterren, echter bij het gebruik van de geringste vergroting zag hij dat de nevel niets meer was dan een cluster van kleine sterren.
Robert Burnham is de naamgever van de vlinder cluster: hij noemde het de meest attractieve open sterrenhoop voor kleine telescopen waarvan de vorm lijkt op een vlinder met gespreide vleugels.
Messier 7A
ndere benamingen: NGC 6475, Lac II.14, Ptolemeus Cluster, Staart van de Schorpioen
Type Object: Open sterrenhoop
Afstand: 800 lichtjaar
Visuele helderheid: 3.3
Schijnbare grootte: 80.0 boogminuten
De open sterrenhoop bestaat uit ongeveer 80 sterren die allemaal een andere helderheid hebben en die zich op ongeveer 800 lichtjaar van de aarde bevinden. De doorsnede bedraagt 18-25 lichtjaar, de ouderdom wordt geschat op 220 miljoen jaar. De helderste ster die we kunnen zien is van het type G8, deze ster nadert ons met een snelheid van 14 kilometer per seconde.
Messier 7 is te vinden uitgaande van lambda Scorpii, dit is de ster die het uiterste puntje van de staart van de schorpioen vormt. Richt de verrekijker drie vingerbreedtes ten oosten van lambda Scorpii en je ziet de open sterrenhoop als een wazige vlek. Verwar M7 niet met M6 die ten noorden staat maar zwakker is. In een verrekijker zal M7 ongeveer 1/3 van het beeldveld vullen. De sterren hebben allemaal een andere helderheid en er is geen patroon uit te halen. In een grote telescoop zijn alle leden van de sterrenhoop zichtbaar maar gebruik wel lage vergrotingen vanwege de grote schijnbare grootte van M7.
De open sterrenhoop werd al in 130 voor Ptolemeus genoemd in zijn beroemde werk de Almagest als object nummer 567, een nevelachtige cluster aan het uiteinde van de staart van de Schorpioen. Ook Uleg Begh noemde de open sterrenhoop in zijn catalogus van 564. In 1678 nam Halley de open sterrenhoop op als nummer 29 in zijn catalogus van zuidelijke sterren. Messier nam de open sterrenhoop waar op 23 mei 1764 en noteerde de sterrenhoop als nummer 7 in zijn catalogus. Messier schatte de grootte op 30 boogminuten Volgens Messier is de open sterrenhoop eenvoudig te zien met het blote oog als een nevelachtig object, echter bij gebruik van een telescoop wordt duidelijk dat het gaat om een cluster van sterren van er eentje duidelijk helderder is dan de rest.
Andere benamingen: M80, NGC 6093
Type object: bolvormige sterrenhoop
Afstand: 32.600 lichtjaar
Visuele helderheid: 7.3
Schijnbare grootte: 10.0 boogminuten
Messier 80 is een hele compacte bolhoop met een doorsnede van ongeveer 95 lichtjaar. In die bolhoop bevinden zich enkele honderdduizenden sterren waaronder oude nova's, supernova's, dubbelsterren, witte dwergen etc.
Charles Messier ontdekte M80 in de nacht van 4 januari 1781. Hij noteerde: nevel zonder sterren gevonden in Scorpius, tussen de sterren Rho Ophiuchi en Delta Ophiuchi die ik gebruikte om de positie te bepalen. De nevel is rond met een heldere kern, het lijkt op de kern van een kleine komeet. Pierre Mechain bekeek M80 op 27 januari 1781.
Drie jaar later zag Sir William Herschel helemaal geen nevel maar sterren. Hij noteerde: bolvormige sterrenhoop bestaande uit extreem kleine en zeer veel dicht op elkaar gepakte sterren die in het midden iets helderder lijkt te zijn.
M80 is een zeer gemakkelijk te vinden Messier-object. Richt je verrekijker of telescoopzoeker op het midden van de lijn tussen de sterren Alfa Scorpii (Antares) en Beta Scorpii (Graffias).
M80 is een topper onder de Messier-objecten. Niet heel erg groot maar wel helder. De bolhoop is gemakkelijk zichtbaar in een verrekijker of kleine telescoop als een harig balletje aan de sterrenhemel. Met een grote telescoop is het geen probleem om M80 op te lossen in afzonderlijke sterren. De bolhoop is zelfs zichtbaar als er enig storend maanlicht is en bij niet al te veel lichtvervuiling. Jammer voor ons Nederlandse waarnemers is dat de bolhoop niet heel erg hoog boven de horizon uitkomt.
Download de sterrenkaart als pdf-bestand.




