| Nederlandse naam | Latijnse naam | Afkorting | Genitief |
| Slang | Serpens |
Ser |
Serpentis |
| Zichtbaarheid | April - September (aangegeven zijn de maanden waarin het sterrenbeeld om 22 uur boven de horizon staat) voor waarnemers tussen de 80-ste en de -80-ste breedtegraad |
||
| Grootte | In grootte is Serpens het 23-ste sterrenbeeld |
||
| Omgeving | Het sterrenbeeld wordt omringd door Corona Borealis, Boötes, Virgo, Libra, Ophiuchus, Hercules, Aquila, Sagittarius en Scutum |
||
| Meteorenzwermen | Er zijn geen meteorenzwermen beschreven in Serpens |
||
Gegevens sterren
(Alleen de sterren met een naam zijn opgenomen)
|
Ster |
Naam |
Betekenis |
Helderheid |
Afstand |
| α Ser |
Unukelhai |
Nek van de slang |
2.62 |
73.30 |
(klik op de afbeelding voor een kaart met de namen van de sterren)
Beschrijving
De Slang vormt het tweede deel van de Ophiuchus-Serpensgroep. De slang wordt vastgehouden in de handen van Ophiuchus, de slangendrager. De slang slingert zich rond Ophiuchus en wordt soms wel in twee delen gesplitst: Serpens Caput (de kop van de slang) en Serpens Cauda ( de staart van de slang). Serpens maakt deel uit van de 48 klassieke sterrenbeelden van Ptolemeus.
Serpens bevat twee Messier-objecten en enkele mooie dubbelsterren. Het sterrenbeeld is moeilijk te herkennen. Het is lastig om onderscheid te maken tussen de sterren die tot Serpens behoren en die tot Ophiuchus behoren.
De helderste ster, α Serpentis heet ook wel Unukelhai. Deze naam betekent "nek van de slang". De ster staat op 67 lichtjaar van ons verwijderd en is 10x groter dan onze zon.
Serpens - uit de Uranometrica van Johann Bayer uit 1603.
Serpens - uit de Atlas Celeste van John Bevis (ca. 1750)
Serpens - uit Urania's Mirror (ca. 1825) samen met de sterrenbeelden Ophiuchus (Serpentarius), Scutum en het niet meer erkende sterrenbeeld Taurus Poniatosvki.
Dubbelsterren
Serpens heeft drie dubbelsterren. Twee daarvan zijn gemakkelijk te scheiden. Nummer drie is er meer eentje voor de geoefende waarnemer.
β Serpentis is een wijde visuele dubbelster die desondanks moeilijk is te scheiden. Dit komt omdat de begeleider van magnitude 9,2 is. De hoofdster heeft een helderheid van 3,0.
θ Serpentis is een mooie dubbelster bestaande uit twee witte sterren van magnitude 4,0 en 4,2. Ze staan 30,8' van elkaar.
Struve 2375 bestaat uit twee sterren. Ze staan 2,4' van elkaar en zijn van magnitude 6,2 en 6,6.
Variabele sterren
R Serpentis is een langperiodieke veranderlijke met een amplitude tussen magnitude 5,2 en 14,4. De periode bedraagt 356 dagen. Begin februari 2000 wordt een maximum verwacht. De ster ligt 1,2° O.Z.O. van β Serpentis.
Deep Sky objecten
Serpens heeft twee mooie deep sky objecten. M5, gelegen in de kop van de slang en M16 in de staart van de slang.
Messier 5Andere benamin
gen: NGC 5904
Type Object: Bolvormige sterrenhoop
Afstand: 24500 lichtjaar
Visuele helderheid: 5.6
Schijnbare grootte: 23.0 boogminuten
Messier 5 is een oude bolvormige sterrenhoop met een geschatte leeftijd van 13 miljard jaar. De bolhoop bevat 105 bekende veranderlijke sterren en een dwerg supernova. De helderste veranderlijke ster varieert met een periode van 26.5 dagen tussen magnitude 10. en 12.1. Dit is met een amateur telescoop waar te nemen. In de bolhoop zijn door een team van astronomen onder leiding van S.B. Anderson in 1997 twee milliseconde pulsars ontdekt. M5 heeft een doorsnede van 165 lichtjaar.
M5 is te vinden door te starten bij Antares en van hieruit naar Arcturus te gaan. M5 bevindt zich op ongeveer 1/3 van de afstand tussen Antares en Arcturus. De bolhoop is in een verrekijker goed te herkennen. In een kleine telescoop is de bolhoop door zijn compactheid nauwelijks in sterren op te lossen. Met grote telescopen lukt dit wel, dan wordt ook zichtbaar dat de bolhoop niet helemaal rond lijkt te zijn. Let eens op de ster 5 Serpentis die dicht in de buurt staat: dit is een leuke dubbelster.
De oudste waarneming van M5 dateert van 5 mei 1702 en is gedaan door Gottfried Kirch terwijl hij samen met zijn vrouw op zoek was naar een komeet. 42 jaar later, op 24 mei 1764, herontdekte Messier de nevelachtige ster en nam hem als M5 op in zijn catalogus. Messier noteerde: vannacht heb ik een schitterende nevel in het sterrenbeeld Serpens ontdekt vlakbij de ster van de zesde magnitude, volgens Flamsteed de vijfde magnitude. De nevel bevat geen sterren, is rond van vorm en heeft een diameter van 3 boogminuten. Messier gebruikte een vergrotiing van 104 maal op zijn kleine telescoop.
William Herschel telde 27 jaar later maar liefst 200 sterren in de bolhoop, verder merkte Herschel op dat de kern zo compact was dat hij die niet in afzonderlijke sterren kon oplossen. Zijn telescoop was wel flink groter dan die van Messier en hij kon ook sterkere vergrotingen gebruiken.
Messier 16
Andere benamingen: M16, NGC 6611, Arend-nevel (IC 4703)
Type Object: open sterrenhoop en emissie nevel
Afstand: 7000 lichtjaar
Visuele helderheid: 6.4
Schijnbare grootte: 7 boogminuten
Messier 16 is een gigantische wolk van interstellair gas en stof. M16 heeft een doorsnede van ongeveer 50 bij 70 lichtjaar en in het centrum er van bevindt zich een open sterrenhoop. M16 is ongeveer 15 miljoen jaar oud, in M16 het gebied dat wereldberoemd werd door een foto gemaakt met de Hubble Space Telescope: The Pillars of Creation.
In dit gebied vindt nog steeds stervorming plaats. De donkere stofwolken worden verlicht door geëmitteerd licht van zware jonge sterren. In de pilaren komen globules voor van verdampend gas, de kraamkamers van nieuwe sterren. Het interstellaire gas is compact genoeg om onder zijn eigen zwaartekracht in elkaar te storten en nieuwe sterren te vormen In dergelijke gebieden in de melkweg bestuderen astronomen processen van stervorming en proberen ze die te linken aan hun theorieën. Alle stadia van stervorming komen in dergelijke gebieden voor. Soms is het meer archeologie dan astronomie.
De gemakkelijkste manier om M16 te vinden is door het opzoeken van het sterrenbeeld Aquila en de sterren vanuit de rug te volgen tot aan de ster Lambda. Verleng de lijn van hieruit naar Alpha Scuti en dan naar het zuiden naar Gamma Scuti. Richt je verrekijker of zoeker op Gamma Scuti en kijk dan op 7 uur. In een zoeker zal M16 als een zwak neveltje zichtbaar zijn. De open sterrenhoop is dan bijna niet te missen en bij een donkere hemel zonder storend maanlicht is ook de emissie nevel IC4703 te zien. In grote telescopen is de nevel goed te zien maar de weersomstandigheden zijn dan wel heel belangrijk: de open sterrenhoop M16 is altijd te zien, de emissie nevel IC 4703 is een uitdaging van een andere orde.
D
e sterrenhoop die wij nu associëren met M16 is voor het eerst in 1745-1746 gezien door Philippe Loys de Chéseaux maar het was Charles Messier die er voor het eerst is van een neveltje bij zag. Hij observeerde M16 in de nacht van 3 op 4 juni 1764 en uit zijn aantekeningen maken we op: Ik heb een kleine cluster van sterren ontdekt die ook een zwakke neveligheid in zich heeft. Ik zag de sterrenhoop in de staart van Serpens op een kleine afstand parallel van de ster Zeta. De open sterrenhoop heeft een doorsnede van ongeveer 8 boogminuten. Bekeken met een goede telescoop zie je de sterren van de sterrenhoop en een beetje van de nevel. Vreemd genoeg schreef William Herschel met geen woord over de emissie nevel.
Als je gaat waarnemen denk er dan aan dat de emissie nevel een gemakkelijk object is en dat het vele waarneemnachten kan duren voor je hem goed kan zien. De weersomstandigheden zijn hier zeer belangrijk. Historisch bewijs hiervoor is al geleverd: slechts één van de twee grote meesters heeft 'm kunnen zien.
Bovenste foto is een amateuropname gemaakt door Paul Smeets. De tweede opname is een foto gemaakt door David Malin van het Anglo-Astralian Observatory.
Download de sterrenkaart van Serpens Caput als pdf-bestand.
Download de sterrenkaart van Serpens Cauda als pdf-bestand.


