Afdrukken
Gemaakt op woensdag 24 februari 2010 Laatst bijgewerkt op maandag 01 maart 2010

Verrekijkers deel I

Verrekijkers zijn een handig hulpmiddel bij het bestuderen van de sterrenhemel gedurende nachten dat je niet veel tijd hebt om je telescoop op te bouwen. Omdat je met beide ogen kijkt kan je "3d"zien. Bovendien kosten verrekijkers een fractie van wat een telescoop kost. Zelfs met een modale verrekijker kan je al een 100.000 sterren zien, honderden open sterrenhopen, bolhopen, nevels, supernova restanten en tientallen melkwegstelsels.

De basis:

  • Alle verrekijkers worden gekenmerkt met twee getallen; vergroting en opening. Een verrekijker met als kenmerk 7*50 levert een vergroting van 7x en heeft objectief lenzen met een doorsnede van 50 mm. Hoe groter de objectief lenzen des te zwakker de objecten die je er mee kan zien maar ook des te zwaarder en moeilijk de verrekijker is te hanteren.
  • Sommige verrekijkers hebben een beeldveld (field of view) dat wordt opgegeven in graden of meters op 1000 meter. Dit geeft je informatie over hoe groot het gebied is dat je in één keer kan bekijken. Een standaard verrekijker heeft een beeldveld tussen de 5 en 8 graden: de breedte van een golfbal op een armlengte afstand. Ter vergelijking: een telescoop heeft een beeldveld van 1 graad of minder. Alsof je de sterrenhemel bekijkt door een rietje.
  • Voor sterrenkunde is een grotere opening beter. Dus een 10*80 verrekijker laat je zwakkere objecten zien dan een 10*50 verrekijker. Het nadeel? Grotere lenzen maken de verrekijker zwaarder en dus wordt het lastiger om die lang stil te houden als je omhoog naar de stellen kijkt.
  • Een grotere vergroting betekent meer detail en een donkerdere achtergrond hemel. Echter ook hier geldt weer: een zwaardere verrekijker is veel lastiger om goed stil te houden. Omdat het bibberen van je armen wordt mee vergroot zie je veel minder detail.

Meer in detail:

  • Een ander belangrijk gegeven bij een verrekijker is de uittredepupil, de grootte van de heldere schijfjes licht die je ziet in de oculairen als je de verrekijker op een armlengte afstand houdt. Voor sterrenkunde geldt: je wilt niet dat de grootte van deze schijfjes groter is dan je aan het donker aangepaste pupillen want anders bereikt niet alle licht dat door de lenzen van de verrekijker is gevangen je oog.
  • De uittredepupil is de verhouding tussen doorsnede en vergroting. Een verrekijker van 7*50 heeft een uittredepupil van 50/7 = 7 mm and een 7*35 verrekijker heeft een uittredepupil van 35/7=5 mm.
  • Een waarnemer jonger dan 30 jaar heeft met aan het donker aangepaste ogen een uittredepupil van 7 mm. Echter, iedere 10 - 15 jaar dat e ouder worden verliezen we 1 mm. Dis voor een waarnemer van rond de 50 jaar heeft het waarschijnlijk geen zin om een verrekijker met een uittredepupil groter van 5 - 6 mm te gebruiken. Als je ouder bent maakt et dus niet meer uit of je een 7*35 of een 7*50 verrekijker gebruikt.

Goed om te weten:
Een goede verrekijker biedt de mogelijkheid om voor beide ogen apart scherp te stellen. Bovendien kunnen ze worden aangepast aan de afstand tussen de ogen van de waarnemer. Let hier op als je van iemand een verrekijker leent want anders heel je er bij lange na niet het maximale uit.

 

Joomla Business Templates by template joomla