28 april – geboortedag van Jan Hendrik Oort

Jan Hendrik Oort werd op 28 april 1900 geboren in het Friese Franeker. Hij is vooral bekend geworden van de Oort wolk, het bestaan van een theoretische wolk van kometen die ons zonnestelsel omringd. Daarnaast was hij in 1932 de eerste wetenschapper die de term “donkere materie” gebruikte. Oort was in de 20-ste eeuw een van de astronomen die het meeste wisten over ons sterrenstelsel.

de Kuipergordel en de Oortwolk
De schijfvormige Kuipergordel en de Oortwolk omringen het zonnestelsel

Vroege leven en werk

Jan Oort groeide op in een gezin dat vijf kinderen had. Zijn vader, Abraham Hendrikus Oort was psychiater. Zijn ouders stimuleerden hem om zijn dromen te volgen en dus startte hij in 1917 met een studie natuurkunde aan de Universiteit van Groningen. Hij volgde er college bij professor Kapteyn en hij raakte onder de indruk van Kapteyn’s onderzoek. Oort besloot om sterrenkunde te gaan studeren.

In 1924 ging Oort aan de slag bij de Leidse Sterrewacht waar hij snelbewegende sterren bestudeerde. Twee jaar later verdedigde hij zijn proefschrift over dit onderwerp. Dit was vier jaar na de dood van zijn mentor en vriend professor Kapteyn.

Jan Oort en de Oortwolk

Jan Hendrik Oort
De Nederlandse astronoom Jan Hendrik Oort: 28 april 1900 – 5 november 1992.

In 1926 verklaarde de astronoom Bertil Lindblad dat de bewegingen van de sterren die door Kapteyn waren bestudeerd, worden veroorzaakt door de draaiing van ons sterrenstelsel. Hij verklaarde dit door aan te nemen dat sterren die zich dichter bij het centrum bevinden sneller rond draaien dan sterren die zich verder weg bevinden. Jan Oort bewees deze veronderstelling en in 1927 paste hij, na het waarnemen van de snelheden van heel veel sterren, de theorie aan.

Tijdens zijn studie van bewegingen van sterren in 1932 viel het Oort op dat veel sterren sneller bewegen dan op grond van hun locatie in ons sterrenstelsel werd verwacht. Hij gebruikte de term “donkere materie” voor sterren die te lichtzwak of te donker zijn of zijn verborgen voor ons door gaswolken en andere sterren om dit te verklaren.

Oort beef de theorie van Lindblad verder ontwikkelen. Uiteindelijk werd de theorie bekend als de Lindblad-Oort-theorie vanwege zijn vele aanvullingen en verbeteringen.

In 1935 werd Oort tot professor benoemd aan de Universiteit van Leiden. In deze periode bepaalde hij dat de Zon ongeveer 30.000 lichtjaar is verwijderd van het centrum van ons sterrenstelsel. Een getal dat nog steeds klopt. Ook berekende hij dat de Zon 225 miljoen jaar nodig heeft om eenmaal rond het centrum van ons sterrenstelsel te draaien.

In 1945 werd Oort als aangesteld als directeur van de Leidse Sterrewacht. Dat bleef hij tot 1970.

Jan Oort en de Oort Wolk. 1950 was een erg belangrijk jaar voor Oort. In dat jaar stelde hij de theorie voor waarvoor hij tegenwoordig nog steeds bekend is: de theorie over de Oort wolk. De Oort wolk is ook bekend als de Öpik-Oort wolk, dit ter ere van Ernst Öpik, een Estse astronoom in onafhankelijk van Oort het bestaan er van al in 1932 voorspelde.

De theorie was het resultaat van waarnemingen door Oort, die zag dat er twee soorten kometen door het zonnestelsel reizen: sommige kometen hebben een relatief korte periode van ongeveer 200 jaar of minder terwijl andere kometen een veel langere periode hebben van soms wel enkele duizenden jaren.

In 1950 suggereerde Jan Oort dat er een reservoir aan kometen moest zijn voorbij de grenzen van ons zonnestelsel en dat de lang-periodieke kometen soms uit hun verre banen worden geduwd (mogelijk door passerende sterren) naar banen die ze veel dichter bij de Zon brengen. Als deze wolk van kometen bestaat – de Oort wolk – dan is deze gemaakt van materiaal dat over is gebleven bij het ontstaan van het zonnestelsel, ongeveer 4,5 miljard jaar geleden. De kometen in deze wolk bevinden zich op een afstand van 5.000 tot 100.000 Astronomische Eenheden oftewel tot ongeveer 150 triljoen kilometer ver weg.

Deze Oort wolk van kometen is overigens nooit waargenomen. Het is een theorie. Maar wel een theorie die algemeen geaccepteerd wordt door astronomen en die al verschillende testen heeft overleefd. De theorie verklaard ook de herkomst van lang-periodieke kometen zoals komeet Hale-Bopp.

Voor het werk van Oort hebben astronomen zich honderden zo niet duizenden jaren afgevraagd waar de kometen die ze zagen vandaan kwamen. Astronomen in de 20-ste eeuw wisten dat kometen kunnen botsen met andere hemellichamen. Ze wisten dat kometen kunnen verdampen als ze te dicht bij de Zon komen en dat kometen soms uit het zonnestelsel worden weggeslingerd maar toch komen er nog steeds nieuwe kometen naar ons deel van het zonnestelsel toe.

De Oort wolk gaf het antwoord op deze kometen paradox die ogenschijnlijk uit het niks leken te komen. Jan Oort heeft dus een grote bijdrage geleverd aan de astronomie en de Oort wolk is tegenwoordig bij heel veel mensen bekend.

Jan Oort stierf op 5 november 1992 in Leiden. Hij was toen 92 jaar oud.

Eerste publicatie: 28 april 2017
Bron: Earthsky