Aristarchus (310 v. Chr – 230 v. Chr) plaatste de zon op de juiste plaats

Aristarchus van Samos
Aristarchus van Samos

In ongeveer 310 voor Christus werd de Griekse astronoom en wiskundige Aristarchus van Samos geboren. Hij was de eerste die een model opstelde met de Zon in het centrum van het heelal en de Aarde die er om heen draaide. Net zoals Anaxagoras voor hem vermoedde hij dat de sterren objecten waren zoals de Zon. Zijn astronomische ideeën werden heel vaak verworpen ten faveure van het geocentrische model van Aristoteles en later Ptolemeus.

Aristarchus van Samos was een student van de filosoof Strato van Lampsacus, hoofd van het lyceum van Aristoteles. Het is niet duidelijk of Aristarchus samen met Stro in Athene studeerde of dat dit in Alexandrië was. Aristarchus wordt het meeste door Vitruvius genoemd. Vitruvius was een beroemde Romeinse architect en ingenieur en de auteur van een belangrijk werk “De Architectura”. In dit werk noemde Vitruvius mannen die een belangrijke rol speelden in de diverse takken van de wetenschap.

Hij schreef: “Mannen van dit kaliber zijn zeldzaam, mannen zoals er in het verleden waren, Aristarchus van Samos, Philolaus en Archytas van Tarentum, Apollonius van Perga, Erathosthenes van Cyrene, Archimedes en Scopinas van Syracuse, zij die voor het nageslacht veel mechanische en gnomonische applicaties nalieten die ze hebben uitgevonden en hebben uitgelegd aan de hand van wiskundige principes.”

Vitruvius legde ook uit dat Aristarchus een zonnewijzer in de vorm van een bolvormige kom uitvond. De wijzer zorgde voor een schaduw in het midden van de kom. Er is echter geen duidelijk bewijs te vinden in de herkomst van het geloof van Aristarchus in een heliocentrisch heelal. De Grieken hadden deze hypothese niet geaccepteerd en dus werd dit model nooit populair. Historici hebben alleen via Archimedes bewijs gevonden voor het geloof van Aristarchus in het heliocentrische model.

Archimedes rapporteerde de denkbeelden van Aristarchus maar bekritiseerde ze ook als “wiskundig zinloos”. In de vierde eeuw voor Christus werd het geocentrische model door Plato en Aristoteles verdedigd maar ze deden dit met voornamelijk mystieke en mythische argumenten. De sterren en planeten werden door bollen rond de Aarde gedragen. Plato haalde er zelfs de Sirenen bij. Ook Plutarchus schreef over Aristarchus en schreef dat hij vermoedelijk Heraclides van Pontus zienswijze volgde. Heraclides geloofde dat de dagelijks rotatie van de gefixeerde sterren het resultaat was van de draaiing van de Aarde om zijn as.

Vermoedelijk heeft slechts een van de werken van Aristarchus het overleefd: “Over de grootte en de afstanden van de Zon en de Maan”. Deze publicatie is echter niet gebaseerd op het heliocentrische model. Het werk stelt dat de Zon zich ongeveer 20 maal verder weg van de Aarde bevindt en de grootte heeft van 20 maal de grootte van de Maan. Deze schattingen waren te klein en dat was vermoedelijk het resultaat van onnauwkeurige instrumenten. Men neemt aan dat dit werk werd gepubliceerd voordat Aristarchus het heliocentrische model ging aanhangen.

De krater Aristarchus op de Maan.
De krater Aristarchus op de Maan.

Het is niet duidelijk of Aristarchus het heliocentrische model bleef aanhangen nadat de meeste andere astronomen de theorie hadden verworpen. Hipparchus van Nicea was in die tijd een van de meest gerespecteerde astronomen en hij concludeerde dat het geocentrische heelal veel beter de waarnemingen bevestigde dan het model van Aristarchus. Men vond dat er maar een manier was waarin het model van Aristarchus stand zou houden en dat was als de Aarde een elliptische baan zou volgen. Een aanname die in die tijd totaal niet werd geaccepteerd in de wetenschappelijke gemeenschap.

Aristarchus nam ook de beweging van de Maan door de schaduw van de Aarde waar tijdens een maansverduistering. Hij berekende daaruit dat de diameter van de Aarde 2,85 maal groter was dan de diameter van de Maan. In werkelijkheid is dit een factor 3,67. Verder herkende Aristarchus dat de halve maan ontstaat doordat zonlicht precies haaks valt op de richting waarin wij de Maan zien. De driehoek Sun, Maan, Aarde maakt dus een rechte hoek bij Halve Maan.

Aristarchus - berekeningen
De berekeningen van Aristarchus over de relatieve grootte van de Zon, de Aarde en de Maan.

Ongeveer 1800 jaar later werd het heliocentrische model opnieuw opgepakt door Copernicus en nu werd het na enige tijd breed omarmd door de wetenschappelijke gemeenschap. Aristarchus wordt ook genoemd door Archimedes maar zijn werk verscheen pas een jaar na de dood van Copernicus in druk. Het is daarom niet aannemelijk dat Copernicus wist over de denkbeelden van Aristarchus.

 

Eerste publicatie: 15 maart 2020