Site pictogram Kuuke's Sterrenbeelden

De Mount Palomar sterrenwacht

In 2011 ontdekten astronomen met behulp van de 48 inch Samuel Oshin telescoop een nieuw type supernova. By Picture was scanned from the original by Michael Vergara and Transferred from en:wp to Commons. by Scott Roberts (Meade4m) – Originally uploaded to the english Wikipedia by w:User:Meade4m. From the log: 01:22, 11 January 2007 . . Meade4m (Talk |contribs| block) . . 4310×2932 (2,295,849 bytes), CC BY-SA 3.0, Link

 De Palomar sterrenwacht bevindt zich in het noorden van San Diego County in de Amerikaanse staat Californië. De sterrenwacht wordt bedreven door het California Institute of Technology maar de sterrenwacht is ook dagelijks geopend voor het publiek.

In recente jaren is de sterrenwacht bekend vanwege de vele ontdekkingen van kleine objecten aan de rand van ons zonnestelsel. Quaoar, Sedna en Eris zijn enkele van de objecten die vanaf deze sterrenwacht zijn gevonden. Deze objecten zijn er ook verantwoordelijk voor dat er opnieuw naar de status van Pluto werd gekeken. Met als gevolg dat er een nieuwe klasse van dwergplaneten werd benoemd waarvan Pluto nu dus de grootste is.

Grote visie, grote telescopen

Het bestaan van de Mount Palomar sterrenwacht hebben we te danken aan de denkbeelden van George Ellery Hale. Deze 19de en 20ste -eeuwse astronoom is niet alleen bekend voor zijn astronomische ontdekkingen. Hale ontdekte o.a. de relatie tussen magneetvelden van de Zon en zonnevlekken maar daarnaast had hij ook een goede zakelijke neus.

Hale is verantwoordelijk voor de bouw van vier sterrenwachten, waaronder Palomar. Hij is ook de oprichter van het tijdschrift The Astrophysical Journal. Dit tijdschrift is nog steeds een van de leidende publicaties in de astronomische wereld.

Hale begeleidde de bouw van twee grote telescopen op de Mount Wilson sterrenwacht in de buurt van Los Angeles. Eentje was de 60 inch telescoop die destijds de grootste telescoop ter wereld was en door Harlow Shapley werd gebruikt om de grootte van ons sterrenstelsel en de positie van ons zonnestelsel daarin in kaart te brengen. De andere telescoop was een 100 inch telescoop die in 1917 in bedrijf werd genomen.

In 1928 kreeg Palomar een gift van 6 miljoen dollar voor de bouw van een 200 inch (5 meter) telescoop. Om die klus te klaren waren 20 jaar nodig, in die tijd vonden de Grote Depressie en de tweede Wereldoorlog plaats.

In die tijd kwam men op het idee om de telescoop te bouwen op Mount Palomar want Mount Wilson bevond zich te dicht bij het lichtvervuilde gebied in de buurt van Los Angeles. De telescoop werd op Mount Palomar geplaatst, ongeveer 160 kilometer ten zuidoosten van Pasadena. De eerste telescoop die op Mount Palomar kwam te staan was een bescheiden 45 cm telescoop die nu niet meer wordt gebruikt. De 5 meter telescoop werd in 1949 in gebruik genomen.

In 1948 kwam de 48 inch (1,2) Samuel Oshin telescoop gereed en meteen werd er begonnen met de Palomar Sky Survey. Dit is de catalogus die als basis dient voor de Hubble Space Telescope. In de sterrenwacht bevindt zich ook o.a. ook een 60 inch (1,5 meter) telescoop waarmee de allereerste bruine dwerg is gevonden.

Opvallende ontdekkingen

De Samuel Oshin telescoop werd door de astronoom Mike Brown en zijn team gebruikt voor e zoektocht naar objecten aan de rand van ons zonnestelsel. In 2002 ontdekten ze Quaoar, in 2003 Sedna en in 2005 Eris.

Toen men zich realiseerde dat er andere werelden waren die qua grootte in de buurt van Pluto komen besloot de Internationale Astronomische Unie tot een nieuwe definitie van een planeet. De kleine objecten voldeden niet aan die definitie en ze werden samen met Pluto gedegradeerd tot dwergplaneet. Die beslissing is nog steeds controversieel onder astronomen.

Door de jaren heen zijn er veel ontdekkingen met de telescoop gedaan. Zo werd door het eerst de volledige noordelijke sterrenhemel gefotografeerd, werden er met enige regelmaat supernova’s en asteroïden gevonden en werd de telescoop ingezet voor het bestuderen van vreemde uitbarstingen van gammastraling die mogelijk afkomstig zou kunnen zijn van zwarte gaten.

Ook gebruikte de astronoom Maarten Schmidt de 200 inch Hale-telescoop bij het onderzoeken van de ware aard van quasars. Hij onderzocht deze heldere radiobronnen gebaseerd op informatie van de astronoom Allan Sandage, want astronomen wisten niet wat aan moesten vangen met de spectra van deze objecten.

Het bleek dat ze spectra er vreemd uitzagen omdat er een extreme roodverschuiving mee gemoeid was. Het licht was helemaal naar het rode deel van het spectrum verschoven en dat betekende dat ze heel erg ver van de Aarde waren verwijderd.

Omdat deze objecten te ver weg waren om sterren kunnen zijn concludeerde Schmidt dat ze wat anders moesten zij, iets wat nog nooit in de geschiedenis van de astronomie was gezien. Ze werden quasi-stellaire objecten genoemd en die term werd al snel afgekort tot quasar.

Tegenwoordig denken astronomen dat quasars in feite sterrenstelsels zijn met een enorm supermassief zwart gat in hun kern. Omdat ze de helderste objecten in het heelal zijn blijven ze van groot astronomisch belang.

De koepel van de 5 meter Hale telescoop op Mount Palomar. By Coneslayer at English Wikipedia, CC BY 3.0, Link

Recent onderzoek

Ooit bevond de 200 inch telescoop zich in een gebied dat behoorlijk goed tegen lichtvervuiling was beschermd maar nu, tientallen jaren later begint dit een steeds groter probleem te worden. De bevolking groeit en daarmee neemt de lichtvervuiling ook enorm snel toe. Het maakt het steeds lastiger om bepaalde astronomische waarnemingen uit te voeren.

In 2011 namen astronomen met de Samuel Oshin telescoop een nieuw type supernova waar. Nadat ze zelf vier supernova’s hadden gevonden en die vergeleken met twee eerder gevonden supernova’s realiseerden de astronomen zich dat de zes exploderende sterren tot dezelfde klasse behoorden. Ze kenmerken zich doordat hun licht ver in het blauwe deel van het spectrum wordt gedrukt en dat ze op ultraviolette golflengtes het helderst zijn.

In 2010 werden met behulp van de Hale telescoop drie exoplaneten gefotografeerd. Het maken van foto’s van planeten die zich buiten ons zonnestelsel bevinden is nogal lastig. Het zijn hele kleine lichtpuntjes die om een erg heldere ster draaien die hun planeten volledig kan overstralen.

Door het combineren van twee technieken, adaptieve optiek en een coronograaf, kon men de gloed van de ster elimineren en werd de zwakke gloed van de veel zwakkere planeten zichtbaar.

Een jaar eerder werd er met behulp van de Hale telescoop een rode dwergster ontdekt in het sterrenbeeld Grote Beer die rond de bekende ster Alcor draait. Alcor is met het blote oog zichtbaar. Net als bij sterren en planeten is het vinden van een zwakke begeleider bij een heldere ster heel erg lastig omdat de zwakkere ster verdwijnt in het licht van de heldere ster.

 

Eerste publicatie: 15 december 2019




Mobiele versie afsluiten