Geschiedenis van de sterrenkunde in China

Suzhou - sterrenkaart
Sterrenkaart uit Suzhou die diende als lesmateriaal voor de jonge aankomende keizer Ningzong. De sterrenkaart is in steen gegraveerd en dateert uit 1193 (credit: Wikipedia)

Net zoals in vele andere culturen is er ook in China bewijs gevonden dat men geïnteresseerd as in hemelverschijnselen en men waarnemingen deed lang voordat die werden vastgelegd. Er zijn voorbeelden van aardewerk uit de Neolitische periode (meer dan 5000 jaar geleden) waarop afbeeldingen van de Zon zichtbaar zijn. Ook zijn er inkepingen gevonden op schelpen en botten die sterren voorstellen en er zijn supernova-explosies afgebeeld die terug gaan tot 1400 voor Christus.

Het is aannemelijk dat het bestuderen van de sterrenhemel plaatsvond in een eerste poging om de tijd te bepalen en om terugkerende gebeurtenissen vast te leggen om zo een kalender op te stellen. Een kalender markeert de seizoenen en helpt boeren bij het bepalen wanneer ze moeten planten en oogsten. Net zoals bij andere oude volkeren is de Chinese kalender gebaseerd op de fases van de Maan. De Chinezen hebben er wel extra maanden bij gemaakt. Dit werd gedaan omdat een zonnejaar niet is te delen door een gelijk aantal maan-maanden. Een zonnejaar telt 12,37 maan maanden dus zonder extra maanden zouden de seizoenen ieder jaar verschuiven. We noemen dit een Zon-Maan kalender. De Chinese kalender heeft iedere twee of drie jaar een extra maand. In mei 2005 werd het oudste astronomische observatorium van China ontdekt. Dit observatorium werd onder andere gebruikt voor het maken van de Chinese kalender. De overblijfselen van dit observatorium bevinden zich in de provincie Shaanxi en het dateert uit de Longshan cultuur (2300 – 1900 voor Christus). Het is een uitgestrekt platform met een diameter van 60 meter waarop lijnen zijn uitgehakt die werden gebruikt om de opkomst van de Zon gedurende het jaar te bepalen.

In het oude China dicteerde de traditie dat de heersers, eerst koningen en later keizers, hun politieke mandaat ontvingen uit de hemel. Het is dan ook niet verwonderlijk dat sterrenkunde in het oude China een dominante wetenschap was. De belangrijkste verantwoordelijkheid van de politieke macht was de Aarde in harmonie te laten zijn met de Hemel. Deze verplichting werd het Hemelse Mandaat genoemd en de keizer zelf werd Tian Zi 天子, de Zoon van de Hemel genoemd. De sterren kregen een mythologische betekenis die het mogelijk maakten om voorspellingen te doen die het dagelijks leven en belangrijke politieke beslissingen beïnvloedden. Hierdoor werd astronomie een belangrijk politiek instrument.

Eén van de positieve gevolgen van het Hemelse Mandaat in de Chinese geschiedenis was de vorming van een groep van keizerlijke officieren waaronder astronomen, astrologen en meteorologen. Deze officieren moesten in opdracht van de keizer de hemel bestuderen en zoeken naar astrologische voortekenen en astronomische fenomenen. China is het enige land waar gedurende meer dan 4000 jaar onafgebroken astronomische waarnemingen werden gedaan en deze waarnemingen leidden tot vele belangrijke astronomische ontdekkingen. In China werd er speciaal gelet op de verschijning van onverwachte gebeurtenissen aan de hemel zoals verduisteringen, kometen of supernova’s. Het oudst bekende document over kometen is bekend als de Zijden Atlas van Kometen. Deze atlas is in 1973 gevonden in een tombe van de Mawangdui in de buurt van Changsha in de provincie Hunan. De atlas dateert uit ongeveer 185 voor Christus en laat verschillende vormen van komeetstaarten zien waaruit is af te leiden dat men zeer nauwgezet de verschillende kometen vastlegde en op wetenschappelijke basis in categorieën probeerde in te delen.

Afbeeldng uit de Zijden Atlas van Kometen
Afbeeldng uit de Zijden Atlas van Kometen (foto: Huub Scheenen)

Regelmatige waarnemingen leidden ook tot de ontdekking van supernova-explosies. Deze exploderende sterren werden door Chinese astronomen als gast-sterren aangeduid. Door de eeuwen heen werden er verschillende van dergelijke explosies waargenomen en de waarnemingen werden zorgvuldig vastgelegd. De Chinese astronomen deden dat zó goed dat moderne astronomen de overblijfselen van deze supernova’s terug hebben kunnen vinden .

Om dergelijke gebeurtenissen goed te kunnen waarnemen maakten de Chinese astronomen hele gedetailleerde waarnemingen van de zichtbare sterren. De eerste stercatalogi werden vermoedelijk gemaakt gedurende de periode van de Strijdende Staten (475 – 221 voor Christus). Ze werden door de beroemde historicus Sima Qian 司马迁 uit de vroege Han dynastie aan ons doorgegeven. Vanaf deze tijd weten we dat de sterrenhemel werd opgedeeld in verschillende kleine sterrenbeelden die allemaal gerelateerd waren aan het Chinese keizerrijk. Er werden eenvoudige instrumenten zoals een armillarium, een combinatie van een waarneembuis met verdeelcirkels die het mogelijk maken om posities van sterren te meten, gebruikt om lijsten van sterren en hun positie aan de hemel op te stellen.

Armillarium - Observatorium Beijing
Armillarium op het dak van de sterrenwacht in het centrum van Beijing (foto: Huub Scheenen)

Later werden ook de eerste sterrenkaarten geproduceerd. Ze tonen de relatieve posities van de sterren zoals ze aan de hemel zichtbaar zijn. In historische teksten wordt verwezen naar een sterrenkaart uit de derde eeuw voor Christus die door de astronoom Chen Zhuo 陈桌 zou zijn gemaakt maar deze kaart is nooit gevonden. In het begin van de twintigste eeuw werd door een Engelse archeoloog een met de hand getekende sterrenkaart gevonden in een boeddhistisch grottencomplex in Dunhuang 敦煌. Deze kaart die nu bekend is als de Dunhuang Sterrenatlas dateert van voor 700 voor Christus. Het is de oudste sterrenkaart ter wereld.

China heeft een lange traditie in het maken van sterrenkaarten. In de stad Suzhou 苏州 wordt een in steen gegraveerde sterrenkaart bewaard die dateert uit 1193 en die diende als lesmiddel voor de jonge toekomstige keizer Ningzong 宁宗 (1168–1224).

Eerste publicatie: 4 mei 2015
Laatste keer bewerkt op: 4 maart 2017