Hubble ziet de Pijlstaartrognevel verdwijnen

de Pijlstaartrognevel in het sterrenbeeld Ara
Deze opnames van de Pijlstaartrognevel worden in 1996 (links) en 2016 (rechts gemaakt door de Hubble Space Telescope. Credit: NASA / ESA / B. Balick, University of Washington / M. Guerrero, Instituto de Astrofísica de Andalucía / G. Ramos-Larios, Universidad de Guadalajara.

Volgens een analyse van archiefbeelden van de Hubble Space Telescope is de Pijlstaartrognevel, een planetaire nevel, de afgelopen 20 jaar sterk vervaagd.

De Pijlstaartrognevel is de jongste planetaire nevel die we kennen. Het object bevindt zich in het sterrenbeeld Ara op een afstand van ongeveer 2700 lichtjaar van de Aarde. De nevel is ook bekend als Hen 3-1357 en heeft een doorsnede van ongeveer 130 * ons zonnestelsel.

In 1967 is de centrale ster van de nevel, SAO 244567, geclassificeerd als een ster van spectraalklasse A of B. In 1990 werden er onverwachts typische emissielijnen van een planetaire nevel gevonden bij SAO 244567 en op Hubble-opnames uit 1990 en 1996 was voor het eerst een compacte planetaire nevel zichtbaar.

In 2016 merkten astronome Nicole Reindl en haar collega’s van de universiteit van Leicester op dat SAO 244567 al een geval apart is. Waarnemingen gedaan tussen 1971 en 2002 toonden aan dat de temperatuur van de ster omhoog schoot tot bijna 10 keer heter dan de temperatuur aan het oppervlak van onze Zon.

De astronomen speculeerden dat de temperatuursprong werd veroorzaakt door een korte flits van heliumfusie die plaatsvond buiten de kern van de centrale ster. Daarna begon de ster weer af te koelen en keerde terug naar zijn vorige fase van de stellaire evolutie.

In de meeste onderzoeken wordt de nevel meestal groter, aldus Bruce Balick, de hoofdauteur van het artikel. Nu ziet men dat de nevel fundamenteel van vorm verandert en zwakker wordt en dat die processen zich op een ongekend korte tijdschaal plaatsvinden.

Dr. Balick en zijn collega’s bestudeerden archiefbeelden van de Pijlstaartrognevel die de Hubble in 1996, 2000 en 2016 maakte en ze zagen dat de nevel drastisch in helderheid was afgenomen en ook dat de vorm sterk was veranderd.

De helderblauwe gasschillen nabij het midden zijn zo goed als verdwenen en de golvende randen die de nemen de naam gaven zijn ook vrijwel weg. De jonge nevel duikt niet langer op tegen de zwartfluwelen achtergrond van het verre heelal.

De astronomen ontdekten ook grote veranderingen in het licht dat wordt uitgestraald door gloeiend gas (stikstof, waterstof en zuurstof) dat door SAO 244567 wordt weggeblazen. Vooral de zuurstofemissie daalde met bijna een factor 1000 in helderheid.

Vanwege de optische stabiliteit van de Hubble zijn de astronomen er sterk van overtuigd dat de nevel aan grote veranderingen onderhevig is. Dat is ook gemakkelijk te zien omdat, in tegenstelling tot de nevel, alle andere sterren op de Hubble opnames, inclusief een verre begeleidende ster, constant zijn gebleven qua helderheid.

De bevindingen van het team zullen worden gepubliceerd in het tijdschrift Astrophysical Journal.

Artikel: Bruce Balick et al. 2020. The Fall of the Youngest Planetary Nebula, Hen3-1357. ApJ, in press

Eerste publicatie: 7 december 2020
Bron: ESA/NASA/Sci-News