Skylab – Amerika’s eerste ruimtestation

Het Amerikaanse ruimtestation Skylab

Het Amerikaanse ruimtestation Skylab gefotografeerd vanuit de SL-4 door de laatste vertrekkende bemanning (credit: NASA)

Skylab was het eerste ruimtestation van de Amerikanen. Het draaide zes jaar om de Aarde heen totdat de baan zo laag was geworden dat het verbrandde in de atmosfeer van de Aarde. De brokstukken kwamen overal in de Indische Oceaan terecht en zelfs in enkele afgelegen delen van Australië werden brokstukken van Skylab teruggevonden.

Drie keer is er een bemanning naar Skylab gelanceerd die daar langere tijd verbleef. De laatste bemanning bleef 84 dagen in Skylab, een record dat pas in het shuttle tijdperk werd verbroken.

Jaren voor de lancering van Skylab hadden verschillende onderzoekscentra van de NASA al plannen gelanceerd voor een ruimtestation. Echter, de NASA had zijn aandacht volledig gericht op de space race en de lanceringen naar de Maan. Er was geen geld beschikbaar voor andere uitdagingen.

Na het succes van de Apollo-missies startte NASA in de jaren 70 het Apollo Applications Programma. Dit programma maakte gebruik van ongebruikte onderdelen van het Maan-programma. Een van de ideeën was afkomstig van de beroemde Apollo raketgeleerde Werner von Braun die van een ongebruikte rakettrap een ruimtestation wilde maken. Het ontwerp kwam door geldgebrek maar langzaam van de grond.

Skylab werd uiteindelijk op 14 mei 1973 gelanceerd maar een schild dat meteorieten tegen moest houden opende al 63 seconden na de lancering. Toen dit gebeurde bevond Skylab zich nog steeds in een “dik” gedeelte van de atmosfeer en het meteorietenschild werd afgerukt waarbij Skylab serieus in de problemen kwam. Er ontstonden communicatieproblemen omdat er ook een antenne zwaar beschadigd werd. Maar dat was nog niet het enige dat zorgen baarde.

Toen het meteorietenschild werd afgerukt beschadigde dat ook één van de twee zonnepanelen waardoor dit gedeeltelijk uitvouwde. De uitlaat van de tweede trap blies dit gedeeltelijk uitgevouwen zonnepaneel de ruimte in.

De vluchtleiding van het Marschall Space Flight Center van de NASA deed zijn uiterste best om het ruimtestation te stabiliseren. Zo plaatsten ze het ruimtestation in een dusdanige positie om oververhitting tegen te gaan en kwamen ze met ideeën om het energieverbruik aan boord te minimaliseren.

Ondertussen moest de eerste bemanning, onder leiding van Pete Conrad, het ruimtestation bewoonbaar maken alvorens ze er aan het werk konden. De eerste uitdaging was om tijdens een ruimtewandeling het zonnepaneel uit te vouwen. De eerste pogingen mislukten omdat ze een metalen strip die het paneel vasthield niet konden verwijderen.

Dit was niet goed voor het humeur van de bemanning die dan ook vloekend en tierend hun frustraties uitten.

Conrad realiseerde zich dat de gereedschappen die ze bij zich hadden niet goed genoeg waren voor de klus en hij concentreerde zich op de koppeling van zijn capsule met het ruimtestation. Helaas werkte ook het koppelingsmechanisme niet goed en moest de bemanning handmatig hun capsule ontluchten en elektrische omleidingen aanbrengen om toch veilig te kunnen koppelen.

De dagen er op bracht de bemanning een zonnescherm aan, ontvouwden ze het zonnepaneel en begonnen ze met de normale werkzaamheden aan boord van Skylab. De reparaties leidden tot veel frustraties onder de astronauten maar ze toonden wel aan dat het mogelijk was om een zwaar beschadigd ruimtestation in de ruimte te repareren.

Nadat de ergste mechanische problemen waren verholpen konden de NASA en de drie Skylab bemanningen zich richten op de dingen die horen bij langdurige ruimtevluchten. Er werd onderzoek gedaan aan de oefeningen van de bemanningen in de bemanningen in de ruimte, voedsel, planning etc.

De tweede bemanning van Skylab werd geleid door de astronaut Alan Bean. Zijn bemanning was erg productief en was in staat om alle opgelegde taken ruim om tijd te voltooien. Hun indrukwekkende tempo leidde tot valse verwachtingen bij de NASA over wat een bemanning allemaal aan werk kon verzetten.

Echter het was niet altijd koek en ei tussen de vluchtleiding op de grond en de bemanning in de ruimte. De derde bemanning van Skylab klaagde herhaaldelijk dat ze waren overladen door taken en dat er bovenmenselijke prestaties van hen werd verwacht. De bemanning legde zelfs tijdelijk het werk neer om duidelijk te maken dat er te veel van hen werd verlangd.

De problemen tussen de vluchtleiding en de astronauten werden uitgepraat en daarna waren er geen problemen meer. Opvallend is wel dat geen van de bemanningsleden van deze derde missie daarna nog eens in de ruimte is geweest.

Jerry Carr, de commandant van de derde bemanning, zei later dat hij er spijt van had dat hij enkele weken had gewacht alvorens zijn twijfels te uitten. “We hebben een hoop geslikt en we wilden niet publiekelijk toegeven dat we dingen niet goed hadden gedaan”, zei hij, “Het is onnozel maar wel menselijk”.

Tijdens het wennen aan langere ruimtemissies hield de bemanning zich ook bezig met wetenschappelijk onderzoek. Zo werd er een zonnetelescoop geïnstalleerd om vanuit de ruimte zonnevlammen te bestuderen en werd komeet Kohoutek uitgebreid bestudeerd tijdens zijn dichtste nadering tot de Aarde.

De laatste bemanning verliet Skylab in februari 1974. De NASA had plannen om meer bemanningen in een baan om de Aarde te brengen maar er waren financiële problemen en het aankomende space shuttle programma slokte ook veel resources op.

De grote activiteit van de Zon zorgde voor een opwarming van de atmosfeer van de Aarde en dit leidde tot een sneller dan verwachte val van de baan van het ruimtestation. NASA werd geconfronteerd met het onvermijdelijke en probeerde het ruimtestation zo goed mogelijk te positioneren zodat het bij de terugkeer naar de Aarde op 11 juli 1979 niet in bewoonde gebieden terecht zou komen. Een berekeningsfout leidde er toe dat delen van het ruimtestation in Australië terechtkwamen maar gelukkig vielen er geen slachtoffers.

Het einde van Skylab betekende een tijdelijke stop bij de NASA op het lange verblijf van mensen in de ruimte. De lange vluchten werden vervat tijdens het Shuttle-Mir-programma en tegenwoordig worden er regelmatig mensen enkele maanden lang naar het International Space Station (ISS) gestuurd.

Eerste publicatie: 22 oktober 2016
Bron: space.com