Astronomie – tijdslijn

30.000 v. Chr.Botten worden gebruikt om de fases van de Maan in te kerven.
4000 v. Chr.Ziggoeratten in Mesopotamië worden gebruikt als observatorium. Ziggeratten zijn tempeltorens die lijken op een piramide.
2.800 v. Chr.De opbouw van Stonehenge begint. Het werd vermoedelijk gebruikt als zon- en maanobservatorium.
2.000 v. Chr.In Egypte en Mesopotamië worden de eerste zon- en maankalenders in gebruik genomen.
2000 v. Chr.De tempel van Amen-Ra in Kranak, Egypte wordt zo gebouwd dat de hoofdas wijst naar het punt waar de zon ondergaat tijdens de zomersolstice.
2000 v. Chr.In Ur in Mesopotamië wordt een maansverduistering waargenomen. Het is de oudst bekende registratie van een maansverduistering.
1300 v. Chr.De Chinezen beginnen met het gestructureerd waarnemen van verduisteringen. In een periode van 2600 jaar registreren Chinese astronomen 900 zonsverduisteringen en 600 maansverduisteringen.
700 v. Chr.De Babyloniërs voorspellen maansverduisteringen. Door een eeuwenlange registratie van maansverduisteringen herkennen ze patronen die hen helpen bij het voorspellen van maansverduisteringen.
700 v. Chr.Hesiodus beschrijft het praktische nut van astronomie. In zijn werk “Werken en Dagen” geeft hij praktische astronomische adviezen voor navigatie en landbouw.
585 v. Chr.Anaximander bedrijft een model voor de Zon, de Aarde, de Maan en de sterren. Het is de voorloper voor latere Griekse pogingen om de sterrenhemel te beschrijven in niet-mythologische termen.
560 v. Chr.Anaximenes beschrijft een model voor de kosmos. In dit model zijn de sterren bevestigd aan een massieve sfeer die de Aarde omringt.
550 v. Chr.Pythagoras en zijn studenten ontwikkelen een model voor het zonnestelsel waarin de hemellichamen cirkelvormige banen beschrijven en dat aanneemt dat de meeste hemellichamen bollen zijn.
400 v. Chr.Eudoxus verklaart de retrograde beweging. Zijn uitleg gaat uit van bollen die in tegengestelde richting ten opzichte van elkaar bewegen. Het is een geocentrisch model met de Aarde als middelpunt.
280 v. Chr.De Griekse astronoom Aristarchus van Samos toont aan dat de aarde om de Zon draait.
250 v. Chr.De Griekse wiskundige Erasthostenes berekent de omtrek van de Aarde. Zijn berekening was op een paar procent nauwkeurig.
134 v. Chr.De Griekse astronoom Hipparchus maakt de eerste nauwkeurige sterrenkaart en stercatalogus en hij introduceert een betrouwbare manier om zonsverduisteringen te voorspellen. Daarnaast ontdekt Hipparchus de precessie, dit is het langzaam veranderen van de richting van de Aardse poolas.
46 v. Chr.Julius Ceasar introduceert, na raadplegen van de astronoom Sosigenes van Alexandrië, de Juliaanse kalander die bestaat uit een jaar van 365 dagen dat is verdeeld in 12 gelijke maanden en een schrikkeldag die iedere vier jaar aan de maand februari wordt toegevoegd.
140De Griekse astronoom Ptolemeus ontwikkelt het geocentrische model van het heelal waarin de Aarde in het centrum van alles staat.
400 – 1200Bewoners van de eilanden in de Stille Oceaan gebruiken sterrenbeelden om te navigeren op zee.
1050De pyramide van Kukulkan in Chichén Itzá die door de Maya’s is gebouwd wordt als kalender gebruikt.
1054Chinese astronomen bestuderen de supernova in het sterrenbeeld Stier – Taurus. Wij kennen de restanten van deze supernova-explosie als de Krabnevel.
1066De verschijning van de komeet van Halley wort door Koning Harold van Engeland als een slecht voorteken gezien. Later in dat jaar wordt koning Harold gedood bij een invasie van de Noormannen.
1120In Cairo, in Egypte verrijst een sterrenwacht.
1200In Europa worden de eerste universiteiten gesticht. De ontwikkeling van de astronomie krijgt een duwtje in de rug door deze universiteiten. De eerste universiteiten worden o.a. opgericht in Bologne, Oxford en Parijs.
1259De Perzische astronoom Nasir al-Din al-Tusi bouwt in het tegenwoordige Iran de eerste sterrenwacht.
1265Roger Bacon bepleit experimenten als de manier om wetenschappelijke kennis op te bouwen.
1420De astronoom Ulugh Beg bouwt in Samarkand in Centraal-Azië een sterrenwacht.
1465Regiomontanus gebruikt de net uitgevonden boekdrukkunst om boeken, almanakken en tabellen met voorspellingen van de posities van de Zon, de Maan en de planeten te verspreiden.
1504Columbus gebruikt zijn almanak om aan de hand van een maansverduistering de Arawaks te imponeren.
1543De Poolse astronoom Nicolas Copernicus publiceert zijn heliocentrische theorie van het universum. In deze theorie draaien alle planeten en het hele heelal om de Zon heen. Het boek, de “Revolutionibus” verschijnt twee maanden voor zijn dood.
1572De Deense astronoom Tycho Brahe ontdekt een supernova in het sterrenbeeld Cassiopeia.
1582Paus Gregorius de Dertiende introduceert de Gregoriaanse kalander.
1600Galileo begint experimenten met vallende en rollende voorwerpen. Hij trekt de conclusie dat als eenmaal iets in beweging is gezet het zal blijven bewegen tot het wordt gestopt. Dit is in tegenspraak tot het tot dan toe gangbare idee dat rust de enige natuurlijke grondstaat is.
1600Giordano Bruno wordt door de Inquisitie ter dood veroordeeld. Hij eindigd zijn leven op de brandstapel omdat hij van ketterij wordt beschuldigd. Eén van zijn ketterijen is de beweren dat er Aardachtige bewoonde planeten zijn in een baan om de ontelbare sterren aan de hemel.
1600William Gilbert stelt voor dat de Aarde een bipolair magneetveld heeft. e Aarde reageert net als een grote magneet waarvan het magneetveld een kleine magneet zoals een kompasnaald beïnvloed.
1603De Duitse astronoom Johann Bayer publiceert zijn steratlas Uranometrica en introduceert een model om de helderheid van sterren aan te duiden. Deze classificatie volgens Bayer wordt tegenwoordig nog steeds door amateurastronomen toegepast.
1608De Nederlandse lenzenmaker Hans Lippershey bouwt de eerste bruikbare telescoop.
1609de Italiaanse astronoom Galileo Galileo gebruikt de telescoop om de vier grootste manen van Jupiter te ontdekken, kraters op de Maan te zien en de Melkweg waar te nemen.
1609 – 1619De Duitse wiskundige en astronoom Johannes Kepler introduceert zijn drie wetten die over de beweging van de planeten gaan.
1610Galileo Galilei bestudeert de fases van Venus. Hij ontdekte dat Venus alle fases van nieuw tot vol doorloopt. Deze waarneming strookte niet met het Ptolemeïsche model van het zonnestelsel.
1632Galileo Galilei publiceert “De Dialoog”. oppervlakkig was dit boek een vergelijking tussen het geocentrische en het heliocentrische model van het zonnestelsel. In de kern was het boek echter een grote pleidooi voor de ideeën van Copernicus. Het leidde ertoe dat Copernicus bij de Inquisitie moest komen en de laatste negen jaar van zijn leven onder huisarrest werd gesteld.
1640 – 1700Het Maunder-ninimum. In deze periode waren er nauwelijks tot geen zonnevlekken zichtbaar. In West-Europa en Noord-Amerika was het ook gedurende deze tijd meetbaar kouder. De periode wordt ook wel de Kleine IJstijd genoemd.
1654Bisschop Ussher gebruikt gebeurtenissen in de Bijbel om de leeftijd van de Aarde te berekenen. Hij concludeert dat de aarde in 4004 v. Chr. is ontstaan.
1656De Nederlander Christiaan Huygens ontdekt wat de ringen van Saturnus precies zijn en hij ontdekt de maan Titan.
1668De Engelse wiskundige Isaac Newton bouwt de eerste bruikbare spiegeltelescoop.
1675De Deense astronoom Ole Romer meet de snelheid van het licht.
1678Christiaan Huygens stelt dat licht bestaat uit golven. Dit wordt weersproken voor Isaac Newton die van mening is dat licht uit deeltjes bestaat.
1686Newton publiceert zijn boek “Principia”. In dit boek beschrijft hij zijn ontdekkingen over zwaartekracht, beweging en de banen van de planeten.
1687De Engelse wiskundige Isaac Newton publiceert zijn Principia Methematica.
1705De Engelse astronoom Edmund Halley voorspelt de terugkeer van een komeet die later zijn naam zal dragen.
1758De Duitse astronoom Johann Palitzsch bevestigt de voorspelling van Halley uit 1705.
1781De Engelse astronoom en componist William Herschel ontdekt de planeet Uranus.
1783John Goodriche ontdekt en verklaart de helderheidsveranderingen van de ster Algol.
1790De astronoom Laplace stelt dat ver zwarte gaten kunnen bestaan: als een ster zo compact is dat de ontsnappingssnelheid groter is dan de lichtsnelheid dan kan die ster dus geen licht uitzenden.
1801De Italiaanse wiskundige en astronoom Guiseppe Piazzi ontdekt de eerste asteroïde, Cerers. Tegenwoordig valt Ceres in de klasse van de dwergplaneten.
1803Gedurende een meteorenregen raken astronomen er van overtuigd dat meteoren een buitenaardse oorsprong hebben.
1833De astronoom Olmstead ontdekt dat meteoren een gezamenlijk punt aan de hemel lijkent te komen: de radiant. Hij realiseert zich dat dit zo lijkt omdat meteoren zich in parallelle banen bewegen door de ruimte.
1838Bessel, Struve en Henderson meten voor het eerst de afstand tot de sterren gebruikmakende van de parallal-methode.
1842De Oostenrijkse wiskundige en natuurkundige Christian Doppler publiceert zijn werk over het Doppler Effect: frequentie en golflengte van een golf verandert als de bron van die golf zich van ons af beweegt of naar ons toe komt.
1843De Duitse astronoom Samuel Heinrich Schwabe beschrijft de zonnevlekkencyclus.
1846De Duitse astronoom Johann Galle ontdekt, na berekeningen door Adams en Le Verrier, de planeet Neptunus.
1851Jean Foucault gebruikt een grote slinger om de rotatie van de Aarde te demonstreren.
1860 – 1863William Huggins ontwikkelt de spectraalanalyse van sterren. Hij ontdekte dat donkere lijnen in sterspectra overeenkomsten met de golflengtes van elementen gemeten in Aardse laboratoria.
1872De Amerikaanse astronoom Henry Draper fotografeert als eerste het spectrum van een ster. Hij gebruikte daarvoor de ster Wega van het sterrenbeeld Lyra – Lier.
1875Kelvin en Von Helmholtz schatten de leeftijd van de Zon. Onafhankelijk van elkaar berekenden ze de tijd die de Zon nodig gehad zou hebben om tot zin huidige grootte te krimpen: 20 miljoen jaar. Deze tijd wordt de Kelvin-Helmholtz-tijd genoemd.
1877De Amerikaanse astronoom Asaph Hall ontdekt de Marsmanen Phobos en Deimos.
1905De Mount Wilson sterrenwacht in Arizona word gebouwd.
1905De Duitse natuurkundige Albert Einstein publiceert zijn Speciale Relativiteitstheorie.
1905De Nederlandse astronoom Jacobus Kapteijn maakte een kaart van de Melkweg door sterren te tellen. Hij bepaalde hiermee dat de Zon zich op een afstand van 2000 parsec van het centrum van een afgeplatte schijf bevindt.
1908De Deense astronoom Ejnar Hertzsprung beschrijft de levensloop van sterren.
1908De Amerikaanse astronome Henrietta Swan Leavitt ontdekte de Cepheïde veranderlijke sterren.
1916De Duitse natuurkundige Albert Einstein publiceert de Algemene Relativiteitstheorie.
1916Karl Scharzschild berekent de geometrie van een zwart gat. Hij ontdekt dat als een zwaar object wordt samengeperst tot een hele kleine grootte het een kromming in de ruimte om zich heen veroorzaakt en zo een zwart gat vormt.
1917Slipher berekent de radiale snelheid van 25 sterrenstelsels en ontdekt dat er 21 een rood verschuiving vertonen hetgeen aangeeft dat ze van ons af bewegen.
1918Shapley berekent de grootte en de vorm van ons melkwegstelsel. Hij neemt aan dat bolvormige sterrenhopen uniform zijn verdeeld om de kern van de Melkweg. Hij berekent dat de Aarde zich op 15.000 parsec van het centrum bevindt.
1920Eddington beschrijft dat de Zon wordt aangedreven door kernfusie. De stelt dat de fusie van waterstof tot helium leidt tot een enorme energieproductie.
1923De Amerikaanse astronoom Edwin Hubble bewijst dat andere sterrenstelsels zich buiten ons eigen Melkwegstelsel bevinden.
1927De Nederlandse astronoom Jan Oort berekent het centrum van ons Melkwegstelsel.
1929Hubble ontdekt dat het heelal uitdijt. Hubble ontdekte dat de snelheid toeneemt bij toenemende afstand van sterrenstelsels.
1930Chandrasekhar toont aan dat witte dwergen zijn opgebouwd uit gedegenereerde elektronen. Hij toonde ook aan dat hoe zwaarder een witte dwerg hoe kleiner die ster is maar dat er een maximum is aan de massa van een witte dwerg. We noemen dit de Chandrasekhar-limiet.
1930De Amerikaanse astronoom Clyde Tombaugh ontdekt Pluto
1931De Amerikaanse natuurkundige Karl Jansky ontdekt de kosmische radiostraling.
1933De astrofysicus Fritz Zwicky leidt af dat er donkere materie moet bestaan.
1944De Nederlander H.C. van der Hulst berekent het bestaan van de 21 cm lijn van interstellair waterstof. Hij suggereerde dat deze straling waarneembaar moet zijn met radiotelescopen.
1948De 5 meter Hale telescoop op Mount Palomar wordt in gebruik genomen
1950Jan Hendrik Oort voorspelt het bestaan van de Oort-wolk van kometen Oort analyseerde de baan van kometen en nam aan dat ze allemaal een gezamenlijke oorsprong hadden.
1937De Amerikaanse ingenieur Grote Reber bouwt de eerste radiotelescoop.
1951De door van der Hulst voorspelde 21 cm waterstoflijn wordt door Ewen en Purcell inderdaad ontdekt.
1951Gerard Kuiper voorspelt het bestaan van de Kuiper-gordel van kometen Hij geeft dat dat kometen met een periode van minder dan 200 jaar afkomstig zijn uit een afgeplatte gordel waarvan de binnenste baan net voorbij de baan van Neptunus ligt.
1957De Sovjet Unie lanceert de eerste door mensen gemaakte satelliet: de Sputnik.
1958De Verenigde Staten van Amerika lanceren hun eerste satelliet: de Explorer-1. De satelliet heeft een Geiger-teller aan boord waarmee de astronoom van Allen de zogenaamde van Allen-gordels ontdekt die de Aarde beschermen tegen schadelijke kosmische straling.
1960Frank Drake gebruikt een radiotelescoop om op de 21 cm lijn van waterstof te zoeken naar signalen van buitenaards leven. Er wordt niks gevonden.
1963De eerste neutrino telescoop wordt gebouwd. Er werd een grote tank ultraschoon water gebruikt die diep in een goudmijn was geplaatst om neutrino’s die door de Zon worden geproduceerd op te vangen.
1963De eerste quasars worden waargenomen. Maarten Schmidt laat ziend at ze een geweldige roodverschuiving hebben en dat ze dus op enorme afstanden van ons zijn verwijderd.
1973Astronomen maken de eerste voorspellingen voor de Grote Aantrekker.
1975Vera Rubin kondigt het bestaan van donkere materie aan.
1986De locatie van de Grote Aantrekker is gevonden.
1990De Hubble Space Telescope wordt in een baan om de Aarde gebracht.
1994Komeet Shoemaker-Levy slaat te pletter op Jupiter.
1999De Chandra röntgensatelliet wordt in een baan om de Aarde gebracht.
2006Voor het eerst wordt donkere materie waargenomen los van gewone materie.

Deze astronomische tijdslijn beoogt slechts een beeld te geven van de ontwikkelingen in de astronomie door de eeuwen heen.