Vandaag in de geschiedenis: Voyager 2 ontmoet Uranus

Het magneetveld van Uranus maakt een hoek van bijna 60° t.o.v. de geografische polen.

Op 24 januari 1986 maakte de Voyager 2 de dichtst nadering tot de planeet Uranus. De ruimtesonde passeerde de planeet op een kortste afstand van 81.500 kilometer. Tijdens de passage maakte de Voyager 2 duizenden foto’s van de planeet en zijn manen en werden er vele wetenschappelijke gegevens verzameld. Astronomen hebben met behulp van de gegevens van de Voyager heel veel geleerd over de planeet en zijn manen. Tot op heden is de Voyager 2 de enige verkenner die de planeet heeft bezocht.

Voyager 2 werd op 20 augustus 1977 gelanceerd. In 1979 maakte de ruimtesonde een scheervlucht langs de planeet Jupiter en in 1981 volgde een bezoek aan de planeet Saturnus. Voyager 2 had negen jaar nodig om Uranus te bereiken. De verkenner ontdekte 10 nieuwe manen op en totaal van 15 die destijds al bekend waren. Op dit moment weten we dat er tenminste 27 manen om de planeet draaien.

Puck

De kleine Uranusmaan Puck

De grootste van de 10 nieuw ontdekte manen was Puck die een diameter heeft van bijna 150 kilometer. Het is de grootste van de kleine manen van Uranus.

Voyager 2 maakte ook foto’s van de al bekende manen en dankzij die foto’s ontdekten we verrassende geologische kenmerken. De laatste maan die voor het bezoek van Voyager 2 aan Uranus werd ontdekt was de maan Miranda. Miranda werd in 1948 ontdekt door de Nederlandse astronoom Gerard Kuiper.

Dankzij Voyager 2 kregen we een veel gedetailleerder beeld van Miranda. Die mooie foto’s zorgden tevens voor de bijnaam die de maan nu heeft: Frankenstein-maan.

Miranda - maan van Uranus

De merkwaardig uitziende maan Miranda die in 1948 door de Nederlandse astronoom Gerard Kuiper is ontdekt.

Vanaf de Aarde hadden we al ontdekt dat Uranus, net als Saturnus, ringen heeft. Die ringen zijn door Voyager 2 onderzocht en de ruimtesonde ontdekte ook nog eens 2 nieuwe ringen waardoor het totaal op 11 kwam. Op dit moment zijn er zelfs 13 ringen bekend bij Uranus

Voyager 2 ontdekte ook een magneetveld rond de planeet. Deze ontdekking leidde er toe dat wetenschappers denken dat de vreemde seizoenen van de planeet niet alleen het gevolg zijn van de enorme ashelling van Uranus. Als gevolg van de grote ashelling is het magneetveld 59° gekanteld ten opzichte van de rotatie-as van de planeet. De polen van de planeet en de polen van het magneetveld liggen zo er uit elkaar dat het gebruik van een kompas op Uranus totaal geen zin heeft. De situatie zorgt er ook voor dat er geen uniform magneetveld is maar een magneetveld dat met een factor 10 kan variëren.

Voyager 2 ontdekte ook dat Uranus stralingsgordels heeft die in sterkte vergelijkbaar zijn met die van de Zon. Ook de Aarde heeft stralingsgordels, de twee sterkte daarvan zijn bekend als de Van Allengordels.

Voyager 2 onderzocht ook de samenstelling van de atmosfeer van Uranus. De verkenner ontdekte dat de atmosfeer grote overeenkomsten vertoont met die van de andere gasplaneten en voornamelijk uit waterstof en helium bestaat. Het binnenste van de planeet bestaat uit vluchtige gassen als methaan, ammoniak en water. Methaan is overigens verantwoordelijk voor de groenblauwe kleur van de atmosfeer omdat het licht met langere golflengtes (zoals rood) absorbeert.

Dankzij Voyager 2 nam onze kennis over Uranus enorm toe.

Overigens werd Uranus in 1781 min of meer per ongeluk ontdekt door de Engelse astronoom William Herschel. De gemiddelde afstand van Uranus tot de Zon bedraagt 19,8 Astronomische Eenheden. Uranus ligt op zijn kant, de ashelling bedraagt maar liefst 98° en dat betekent dat de evenaar haaks op de baan van de planeet staat en omdat de ashelling verantwoordelijk is voor de seizoenen heeft de planeet vermoedelijk de meest interessante seizoenen in het zonnestelsel.

Eerste publicatie: 24 januari 2017
Bron: EartSky.org/NASA