Het zonnestelsel – overzicht

In het hart van ons zonnestelsel bevindt zich onze Zon. De eerste vier planeten zijn rotsachtige aardachtige planeten – Mercurius, Venus, Aarde en Mars. Na Mars volgen vier grote gasachtige planeten: Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. Tussen de banen van Mars en Jupiter bevindt zich de asteroïdengordel die onder andere de dwergplaneet Ceres bevat. Voorbij de baan van Neptunus bevindt zich de schijfvormige Kuipergordel waarin zich de dwergplaneet Pluto bevindt. Ver voorbij de Kuipergordel bevindt zich de bolvormige Oort-wolk en nog verder de druppelvormige heliopauze.

Veel wetenschappers denken dat ons zonnestelsel is ontstaan uit een hele grote roterende wolk van gas en stof. Deze wolk is onder invloed van zijn eigen zwaartekracht in elkaar gestort. Tijdens dit ineenstorten is de rotatiesnelheid toegenomen en is alle materie in een schijf verzameld. De meeste materie werd naar het centrum getrokken om zo de Zon te vormen Andere delen in de schijf botsen mt elkaar en klitten samen om objecten te vormen ter grootte van een asteroïde. Dit worden planetesimalen genoemd. Deze planetesimalen klonterden verder samen om op die manier planeten, manen, asteroïden en kometen te vormen. De zonnewind van de jonge Zon was zó sterk dat de meeste lichtere elementen zoals helium en waterstof naar de buitendelen werden geblazen om daar de gasplaneten te vormen. Het zwaardere materiaal bleef in de binnenste delen van het zonnestelsel en hieruit vormden zich de aardse planeten. Echter nieuwere theorieën zeggen dat ook de gasplaneten veel dichter bij de Zo zijn gevormd dan waar ze zich nu bevinden.

Overzicht van het zonnestelsel

Ontdekking
Al eeuwen lang volgen astronomen lichtpunten aan de hemel die bewegen ten opzichte van de sterren. Door de oude Grieken werden ze planeten genoemd, zwervers. Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus waren al bekend in de oudheid en na de ontdekking van de telescoop konden we de asteroïdengordel, Uranus,Neptunus, Pluto en vele manen toevoegen aan ons zonnestelsel.

Nadat de mensheid begon met de ruimtevaart zijn tientallen ruimtesondes gelanceerd om ons zonnestelsel te verkennen. De ontdekking van Eris was het begin van de ontdekking van vele andere dwergplaneten, ondertussen zijn er meer dan 100 bekend.

De Zon
De Zon is veruit het grootste object in ons zonnestelsel. De Zon bevat 99.8% van alle massa in het zonnestelsel. De Zon is verantwoordelijk voor het meeste licht en de warmte en maakt het mogelijk dat er leven mogelijk is op Aarde en heel misschien wel op meer plaatsen in ons zonnestelsel. Planeten draaien in ellipsvormige banen om de Zon heen waarbij de Zon in het centrum staat van de korte ellips.

Binnenste delen van het zonnestelsel

  • De binnen planeten
    De binnenste vier planeten: Mercurius, Venus, Aarde en Mars bestaan voornamelijk uit ijzer en gesteente. Ze zijn bekend als de aardse planeten vanwege hun gelijkaardige samenstelling en grootte.
De binnenplaneten: Mercurius, Venus, Aarde en Mars

 

  • De asteroïdengordel
    Asteroïden zijn kleine hemellichamen die om de Zon draaien in een gebied dat bekend is als de asteroïdengordel. Deze gordel bevindt zich tussen de banen van Mars en Jupiter. Wetenschappers schatten dat er meer dan 750.000 asteroïden in deze gordel zijn met een doorsnede van meer dan 1 kilometer. Er zijn vermoedelijk miljoenen kleinere asteroïden. Een aantal beschrijft banen die ze naar de binnenste delen van het zonnestelsel voert waarbij de kans bestaat dat ze met de Aarde of een andere planeet in botsing komen.

Buitenste delen van het zonnestelsel

  • De buitenplaneten
    De buitenplaneten zijn allemaal gasreuzen die bijna allemaal voornamelijk uit waterstof en helium bestaan. Qua samenstelling lijken ze daardoor op de Zon. Onder de buitenste gaslagen bevindt zich geen vast oppervlak. De druk die door de dikke atmosfeer wordt veroorzaakt zorgt er voor dat het oppervlak bestaat uit vloeibaar gas. In de kern bevatten ze wel gesteente. De gasplaneten worden omringd door ringen van stof, ijs en gesteente. De ringen van Saturnus zijn het meest opvallend en bekend maar ook Jupiter, Uranus en Neptunus hebben ringen.
De buitenplaneten: Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus
  • Kometen
    Kometen worden vaak als vuile sneeuwballen voorgesteld omdat ze voornamelijk uit gesteente en ijs bestaan. Als een komeet in de buurt van de Zon komt begint het ijs van de kern in de naar de Zon toe gerichte zijde, te verdampen. Door de zonnewind wordt dit gas als een lange staart weggeblazen. We onderscheiden kort-periodieke kometen die in minder dan 200 jaar om de Zon draaien en die meestal afkomstig zijn uit de Kuipergordel en lang-periodieke kometen met omlooptijden van meer dan 200 jaar die meestal afkomstig zijn uit de veel verder weg gelegen Oort-wolk.
  • Het gebied voorbij Neptunus
    Astronomen vermoeden al heel lang dat er zich een schijfvormig gebied gevuld met ijsachtig materiaal bevindt voorbij Neptunus. Dit gebied staat bekend als de Kuipergordel naar de Nederlandse astronoom Gerard Kuiper die als eerste een model hier voor opstelde. De Kuipergordel strekt zich uit in een gebied op een afstand van 30 tot 55 maal de afstand Aarde Zon.

Vanaf eind jaren 90 van de vorige eeuw hebben astronomen in dit gebied inmiddels een duizendtal objecten gevonden. Wetenschappers denken dat er meer dan 100.000 objecten met een doorsnede van meer dan 1 kilometer, samen met ongeveer een triljoen kometen zijn te vinden in de Kuipergordel.

Ver voorbij de Kuipergordel bevindt zich de Oort-wolk die zich theoretisch uitstrekt tot een afstand van 5000 tot 100.000 maal de afstand Aarde – Zon en die tot twee triljoen ijsachtige objecten bevat. De wolk is genoemd naar de Nederlandse astronoom Jan-Hendrik Oort die als eerste een model voor de Oort-wolk opstelde. Ver voorbij de Oort-wolk tenslotte vinden we de heliopauze. Dit is een druppelvormig gebied waar zich elektrisch geladen deeltjes van de Zon bevinden. Men denkt dat de grens van de heliopauze zich op een afstand van ongeveer 15 miljard kilometer van de Zon bevindt. Daar buiten begint de interstellaire ruimte.

De bekendste Trans-Neptuniaanse Objecten (TNO’s) op een rijtje

Pluto, die tegenwoordig als dwergplaneet wordt geclassificeerd, maakt deel uit van de Kuipergordel samen met recent ontdekte dwergplaneten als Makemake, Haumea en Eris. Een ander object, Sedna genaamd met een grootte van ¾ van Pluto is wellicht de eerste dwergplaneet die in de Oort-wolk is ontdekt.

laatste bewerking: 2 maart 2014