Uranus

Uranus – Inleiding

Uranus en de Aarde

Uranus vergeleken met de Aarde

Gezien vanaf de Zon is Uranus de zevende planeet en de eerste planeet die door wetenschappers is ontdekt. Ofschoon Uranus met het blote oog is te zien werd de planeet lange tijd voor een ster gezien. De planeet is erg lichtzwak en beweegt zich langzaam om de Zon heen. De planeet valt op door zijn grote ashelling. De pool wijst bijna recht naar de Zon.

Uranus werd op 13 maart 1781 toevallig ontdekt door de Britse astronoom William Herschel die bezig was met een studie van zwakke sterren. Hij merkte een vreemde ster op en weldra waren wetenschappers er achter dat dit geen ster was maar een planeet.

Uranus is vernoemd naar de Griekse god Ouranos, één van de oudste Griekse goden. Het is de enige planeet die is vernoemd naar een Griekse god in plaats van een Romeinse god. Voordat de nieuwe naam gemeengoed werd waren er al verschillende andere namen de revue gepasseerd. Zo werd de planeet eerst Hypercronius (boven Saturnus) genoemd maar ook Minerva (de Romeinse godin van de wijsheid) en Herschel (naar zijn ontdekker) werden voorgesteld. Om koning George II van Engeland te plezieren stelde Herschel zelf de naam Georgium Sidus voor (De Georgiaanse Planeet) maar deze naam werd buiten Engeland niet op prijs gesteld. De Duitse astronoom Johann Bode berekende gedetailleerd de baan van Uranus en hij stelde ook de uiteindelijke naam voor.

Fysische kenmerken

Uranus heeft een blauwgroene kleur die wordt veroorzaakt door het methaan dat voorkomt in de atmosfeer die overwegend waterstof en helium bevat.. Omdat meer dan 80% van de massa van Uranus bestaat uit een vloeibare mix van waterijs, methaanijs en ammoniakijs wordt de planeet ook wel als ijsreus gezien.

De rotatie-as van de planeet is sterk gekanteld ten opzicht van zijn baanvlak. In feite draait Uranus liggend zijn rondjes om de Zon. Wetenschappers vermoeden dat dit het gevolg is van een botsing met een ander hemellichaam dat de grootte van een planeet gehad moet hebben. Deze botsing moet vlak na het ontstaan van de planeet hebben plaatsgevonden.

Deze ongebruikelijke ashelling zorgt voor extreem lange seizoenen van ongeveer 20 jaar lang. Dit betekent dat gedurende bijna een kwart van een Uranus-jaar, dat gelijk is aan 84 Aardse jaren, de Zon direct schijnt op een van de polen waarbij de andere helft van de planeet een zeer lange, donkere en koude winter beleefd.

De magnetische polen van de meeste planeten bevinden zich in lijn met de polen van de draaiingsas echter bij Uranus ligt dat anders. Hier maken de magnetische polen een hoek van bijna 60° met de draaiingsas. Dit leidt tot een vreemd gevormd magneetveld.

Baan kenmerken

Gemiddelde afstand tot de Zon: 2.870.972.200 kilometers. Ter vergelijking: 19,191 keer die van de Aarde.

Perihelium (kortste afstand tot de Zon): 2.735.560.000 km. Ter vergelijking: 18,60 keer die van de Aarde.

Aphelium (grootste afstand tot de Zon); 3.006.390.000 km. Ter vergelijking: 19,76 keer die van de Aarde.

Samenstelling en structuur

Samenstelling atmosfeer (in volume-%): 82,5% waterstof, 15,2% helium en 2,3% methaan.

Magneetveld: De magnetische pool maakt een hoek van 58,6° ten opzichte van de rotatie-as.

Samenstelling Uranus (in massa-%): 25% gesteente, 60-70% ijs en 5-15% waterstof en helium.

Interne opbouw: mantel van waterijs, methaanijs en ammoniakijs, een kern van ijzer en magnesiumsilicaat.

Baan en rotatie

Ashelling: 97,77°, ter vergelijking: Aarde 23,5°.

Lengte seizoenen: ± 21 jaar per seizoen

Omlooptijd: ± 84 Aardse jaren

Klimaat

De grote ashelling van Uranus zorgt ook voor extreem weer op de planeet. Als zonlicht gebieden op de planeet gaat opwarmen die tientallen jaren in de donkerte hebben gelegen dan leidt dit tot gigantische stormen die de grootte van Noord-Amerika kunnen bereiken.

Toen de Voyager-2 in 1986 voor het eerst de planeet fotografeerde was het zomer op Uranus en zag de verkenner een strakke planeet met slechts een stuk of tien wolken. De planeet wed toen tot meest saaie planeet uitgeroepen. Tientallen jaren later, toen de planeet met krachtige telescopen werd bestudeerd drong pas het besef door dat bij het veranderen van de seizoenen er extreme weersomstandigheden kunnen optreden met windsnelheden van meer dan 900 kilometer per uur.

De ringen van Uranus

De ringen van Uranus zijn de eerste ringen die zijn ontdekt na die van Saturnus. Het was een belangrijke ontdekking omdat dit er toe leidde dat astronomen begrepen dat ringen bij planeten een algemeen verschijnsel zijn en niet een eigenaardig verschijnsel bij Saturnus.

Uranus heeft twee sets ringen. Het binnenste ringensysteem bestaat voornamelijk uit smalle, donkere ringen. De buitenste ringen, ontdekt door de Hubble Space Telescope, hebben heldere kleuren. Eentje is rood, de andere is blauw. Er zijn momenteel 13 ringen bekend om Uranus.

De manen van Uranus

Momenteel zijn er 27 manen bekend bij Uranus. Anders dan bij andere planeten dragen de manen geen namen uit de Griekse of Romeinse mythologie maar zijn ze vernoemd naar personages uit de toneelstukken van William Shakespeare en Alexander Pope.

Oberon en Titania zijn de grootste manen van Uranus. Ze werden in 1787 door William Herschel ontdekt. William Lassell ontdekte de volgende twee; Ariël en Umbriël. Daarna duurde het bijna een eeuw voordat in 1948 de maan Miranda werd ontdekt door de Nederlandse astronoom Gerard Kuiper.

In 1986 bracht de ruimtesonde Voyager-2 een bezoek aan Uranus. Voyager-2 ontdekte tien manen: Juliet, Puck, Cordelia, Ophelia, Bianca, Desdemona, Portia, Rosalind, Cressida en Belinda. Deze manen variëren in grootte tussen de 26 en 154 kilometer en ze bestaan allemaal voor ongeveer half uit waterijs en half uit gesteente. Met behulp van de Hubble Space Telescope en grote telescopen vanaf de Aarde is het totaal aantal manen op 27 gebracht. De kleinste manen hebben een doorsnede van 12 tot 16 kilometer. Ze zijn donkerder dan asfalt en ze bevinden zich op een afstand van meer dan 4.8 miljard kilometer.

Tussen Cordelia, Ophelia en Miranda bevindt zich een zwerm van acht kleine manen die zo dicht bij elkaar komen dat astronomen niet goed begrijpen waarom deze manen nog nooit met elkaar in botsing zijn gekomen. Wetenschappers vermoeden dat er zich dichtbij Uranus nog meer van deze kleine manen bevinden.

Uranus heeft ook een aantal Trojaanse asteroïden. Dit zijn asteroïden die zich in de baan van de planeet bevinden maar er dus niet om heen draaien. Ze bevinden zich in een zogenoemd Lagrange punt alhoewel er astronomen zijn die zeggen dat de Lagrangepunten van Uranus niet stabiel genoeg zijn voor een asteroïde. De eerste werd in 2013 ontdekt.

Onderzoek en verkenning

De ruimtesonde Voyager-2 van de NASA was de eerste en tot nu toe enige verkenner die een bezoek heeft gebracht aan Uranus. Voyager-2 ontdekte tien manen en onderzocht het ongewone magneetveld van de planeet.

eerste publicatie: 1 december 2012