De atmosfeer van Uranus

Uranus is vanaf de Zon gezien de zevende planeet en de kleinste van de gasreuzen. De atmosfeer van de planeet lijkt meer op die van Neptunus dan op die van Jupiter en Saturnus. Uranus en Neptunus worden ook wel de ijsreuzen genoemd omdat door hun grote afstand tot de Zon hun atmosfeer voornamelijk bestaat uit bevroren gassen. Uranus heeft een afwijkende ashelling, de planeet ligt helemaal op zijn kant met een pool naar de Zon gericht. De kern van de planeet heeft een grote invloed op de weerpatronen, groter dan de invloed van de Zon.

De ashelling van Uranus
De ashelling van Uranus

Atmosferische samenstelling

De atmosfeer van Uranus bestaat voornamelijk uit waterstof en helium. Deze lichte gassen komen alleen in de buitenste lagen voor. Ze leveren geen significante bijdrage aan het rotsachtige binnenste.

De doffe blauwe kleur van Uranus wordt veroorzaakt door methaan. Dit gas absorbeert namelijk het rode licht. Verder zijn er sporen van koolwaterstoffen gevonden. Ook komt er bevroren water, ammoniak en methaan voor.

ComponentHoeveelheid (%v/v)
moleculair waterstof82,5
helium15,2
methaan2,3

Lagen in de atmosfeer

Net zoals op Aarde kunnen we de atmosfeer van Uranus in verschillende lagen verdelen die onderling verschillen in druk en temperatuur. Net zoals de andere gasreuzen is er geen vast oppervlak aanwezig. Wetenschappers definiëren daarom het oppervlak als het gebied waar de atmosferische druk 1 bar is. Dat is de druk op Aarde op zeeniveau.

Net boven het oppervlak van Uranus bevindt zich de troposfeer. Het gedeelte van de atmosfeer is het meest compact. De temperatuur varieert van -153° Celsius tot -218° Celsius waarbij de buitenste gebieden het koudste zijn. Met deze temperaturen is de atmosfeer van Uranus de koudste in het zonnestelsel.

In de troposfeer bevinden zich lagen met wolken – wolken bestaande uit water en wolken bestaande uit ammonium waterstofsulfide. Daarboven bevinden zich wolken die uit ammoniak en waterstofsulfide bestaan maar daarboven weer wolken van ammonium waterstofsulfide. Daarboven dan weer een laag van wolken die uit ammoniak en waterstofsulfide bestaan en tenslotte een dunne laag met wolken die uit methaan bestaan. De troposfeer is ongeveer 50 kilometer dik.

De stratosfeer van Uranus wordt opgewarmd door kosmische straling en door de zonnewind. Hier heersen temperaturen tussen -218° Celsius en -153° Celsius. De stratosfeer bevat een mist van ethaan die bijdraagt aan de doffe blauwe kleur. Ook komt er acetyleen en methaan voor. Verder komen er koolwaterstoffen voor in de stratosfeer maar veel minder dan bij de andere gasplaneten. De stratosfeer reikt tot een hoogte van 4000 km boven het oppervlak.

De thermosfeer en de corona van Uranus bereiken een temperatuur van 577° Celsius. Wetenschappers weten nog niet goed hoe dit kan. Door de grote afstand van Uranus tot de Zon is de hitte van de Zon volstrekt onvoldoende om een dergelijke hoge temperatuur te veroorzaken.

Wolkenpatronen op Uranus

Ofschoon de planeet er redelijk egaal blauw gekleurd uitziet komen er banden voor net zoals Jupiter en Saturnus die hebben. Deze banden zijn zwak en alleen zichtbaar bij fotografische bewerkingen. Toen de Voyager-2 in 1986 een bezoek bracht aan de planeet nam deze 10 verschillende wolkenpatronen waar. Deze wolken, die voornamelijk in de troposfeer voorkomen worden voortbewogen door winden die snelheden tot 900 kilometer per uur kunnen bereiken.

Uranus ligt helemaal gekanteld op zijn as met één pool gericht naar de Zon. Dit zorgt voor een heel ander klimaat dan op de andere gasplaneten. Door de grote afstand wordt het klimaat en het weer voornamelijk bepaald door de warmte die uit het inwendige van de planeet komt.

Meer artikelen over Uranus:

Eerste publicatie: 31 maart 2013
Laatste keer bewerkt op: 26 maart 2017