Het sterrenbeeld Perseus

Het sterrenbeeld Perseus is vernoemd naar de held Perseus uit de Griekse mythologie. Het sterrenbeeld bevindt zich aan de noordelijke sterrenhemel. Perseus behoort tot de 48 klassieke sterrenbeelden van Ptolemeus.

Het sterrenbeeld is bekend om de jaarlijkse meteorenzwerm de Perseïden maar ook voor de beroemde veranderlijke ster Algol – Beta Persei.

Perseus bevat verschillende interessante deep sky objecten waaronder Messier 34, de Dubbele sterrenhoop, de Californiënevel en de Kleine Halternevel.

Twee meteorenzwermen hebben hun radiant in het sterrenbeeld liggen: de Perseïden en de September Perseïden.

Perseus hoort samen met Andromeda, Auriga, Cassiopeia, Cepheus, Cetus, Lacerta, Pegasus en Triangulum tot de Perseusfamilie van sterrenbeelden.

Gegevens Sterrenbeeld

Nederlandse naamLatijnse naamAfkortingGenitief
PerseusPerseusPerPersei
ZichtbaarheidAugustus – April (aangegeven zijn de maanden waarin het sterrenbeeld om 22 uur boven de horizon staat) voor waarnemers tussen de 90-ste en de -35-ste breedtegraad
GrootteIn grootte is Perseus het 42-ste sterrenbeeld. Het sterrenbeeld beslaat een oppervlakte van 615 (°)2 aan de sterrenhemel.
OmgevingHet sterrenbeeld wordt omringd door Cassiopeia, Andromeda, Triangulum, Aries, Taurus, Auriga en Camelopardalis
Meteorenzwermende Perseïden

Gegevens sterren

1) Deze namen zijn geautoriseerd door de Internationale Astronomische Unie. Alleen de sterren die een naam hebben zijn opgenomen in het overzicht.

Ster

Naam

Betekenis

Helderheid
(magnitude)

Afstand
(lichtjaar)

α PerMirfak 1) of Marfak
Hindi: Yayati
Elleboog1,78593
β PerAlgol 1)lijken verslindend monster2,0692,92
ξ PerMenkib 1)Schouder3,961812,0
ο PerAtik 1)Schouder (van de Pleiaden)3,811482,6
het sterrenbeeld Perseus met de namen van de sterren
De namen van de sterren in het sterrenbeeld Perseus. Credit: Kuuke’s Sterrenbeelden

 

Mythologie

Perseus – afbeelding

Perseus was een zoon van Zeus (daar komt ook zijn naam vandaan: per Zeus). Zeus werd verliefd op Danae, de knappe dochter van Acrisius, de koning van Argos. Een orakel voorspelde dat Danae ooit een zoon zou baren die de koning zou doden. Arcitius hield zijn dochter daarom gevangen in een ivoren toren. Zeus wist van de knappe dochter en veranderde zichzelf in een regen van gouden stof en bezocht zo de cel van Danae.

Toen Perseus werd geboren stopte Acritius zijn dochter met haar zoon in een kist en wierp deze in zee. De kist spoelde aan op het eiland Seriphos en werd door de visser Dictys gevonden. Hij bracht beiden naar zijn broer Poludeuces, toevalligerwijs de koning van het eiland. Poludeuces voedde Perseus op als zijn zoon.

Perseus stichtte de stad Myconos op de Peloponnesus en werd de eerste koning van de stad. Tot zover het verhaal. In werkelijkheid werd de stad omstreeks 3000 v. Chr. gesticht, de grootste bloeiperiode kende de stad van 1650 tot 1400 V.Chr.

Perseus is vooral bekend doordat hij de Gorgon Medusa doodde en de redding van Andromeda. De Gorgonen waren drie zusters: Euryale, Stheino en Medusa. Oorspronkelijk waren ze alledrie even knap maar Medusa pleegde overspel met Poseidon, uitgerekend in de tempel van Athene. Deze was daarover zo boos dat ze Medusa veranderde in een afschrikwekkend lelijk monster. Onnodig om te zeggen dat Medusa niet populair was. Haar lelijke hoofd werd de ultieme jachttrofee. Wie het lukte haar hoofd af te hakken zou meteen een held zijn. Echter niemand durfde totdat Perseus een belofte deed aan Polydeuces.

Polydeuces wilde trouwen met Danae, de moeder van Perseus. Hij hield dit echter geheim en deed net alsof hij wilde trouwen met Hippodamaeia. Perseus vermoedde echter dat hij met Danae wilde trouwen daarom zij hij tegen Polydeuces dat hij alles voor hem zou doen indien hij met Hippodamaeia zou trouwen. Hij zou hem zelfs het hoofd van Medusa geven.

Athene had dit gesprek gevolgd en zij zag haar kans schoon: eindelijk iemand die haar ergste vijand wilde doden. Zij bracht Perseus naar het eiland Samos, alwaar de Gorgonen woonden. Ze liet Perseus een afbeelding zien van de drie zodat hij wist wie hij moest doden. Ze waarschuwde hem voor de blik van Medusa: als zij hem zou aankijken zou hij onmiddellijk verstenen. Ze gaf hem als bescherming een helder reflecterend schild.

Gelukkig kreeg Perseus meer hulp: Hermes gaf hem een sikkel. Veder stal hij bij de nimfen in de Styx gevleugelde sandalen, een helm die hem onzichtbaar zou maken en een speciale tas waar hij het hoofd van Medusa in zou bewaren.

Hij verraste de Gorgonen in hun slaap en sneed met behulp van de sikkel het hoofd van Medusa af, op dat moment vloog het gevleugelde paard Pegasus uit de mond van Medusa weg. Met hulp van de gevleugelde sandalen wist Perseus te ontkomen. Op zijn vlucht kwam hij langs Andromeda die naakt was vastgebonden aan een rots in de zee, geofferd aan een zeemonster. Perseus gooide het op een akkoordje met Cepheus en Cassiopeia (de ouders van Andromeda): als hij haar zou redden mocht hij met haar trouwen.

Nadat hij het zeemonster had verslagen en Andromeda had gered veranderde Cassiopeia van gedachte. In het gevecht dat hierop volgde nam Perseus drastische maatregelen: hij haalde het hoofd van Medusa uit de tas en onmiddellijk versteenden Cepheus, Cassiopeia.

Perseus nam zijn kersverse bruid mee naar Seriphos alwaar hem een nieuwe bedreiging wachtte. Zijn moeder Danae was naar een tempel gevlucht om te voorkomen dat ze met Polydeuces moest trouwen. Terwijl Polydeuces een groot feest gaf ging Perseus naar zijn paleis en gaf hem zoals beloofd zijn huwelijkscadeau. Hij liet het hoofd van Medusa aan de gasten zien die daarna allemaal versteenden.

Enige tijd later doodde een discus geworpen door Perseus op een feest zijn grootvader Acrisius en zo kwam de voorspelling door het orakel nog uit.

Perseus op oude sterrenkaarten

Perseus – uit de Uranometrica van Johann Bayer uit 1603

Perseus – uit de Atlas Celeste van John Bevis (ca. 1750)

Perseus – uit de Uranographia van Hevelius (ca. 1690)

Perseus – uit Urania’s Mirror (ca. 1825). In zijn heeft heeft Perseus het hoofd van de gorgon Medusa die hij versloeg. Dit sterrenbeeldje – Caput Medusa – is tegenwoordig niet meer in gebruik.

Ondanks dat de sterren redelijk helder zijn valt het sterrenbeeld Perseus niet echt op aan de sterrenhemel. Perseus bevat verschillende leuke dubbelsterren en enkele mooie deep sky objecten.

De sterren van Perseus

Dubbelsterren

ε Persei is een moeilijke dubbelster omdat de begeleider redelijk zwak is: magnitude 2,9 en 8,1. Ze staan 8,8” van elkaar vandaan.

ζ Persei is een meervoudige dubbelster met zwakke begeleiders. De sterren A en B zijn van magnitude 2,9 en 9,5. Ster C is van magnitude 11,3 en ster D is van magnitude 9,5.

η Persei is een drievoudige dubbelster. De sterren A en B zijn van magnitude 3,8 en 8,5. Ster C van magnitude 9,5.

Variabele sterren

Perseus bevat veel verschillende veranderlijke sterren maar de meeste zijn niet de moeite waard om te nomen.

β Persei (Algol) is een hele mooie eclips veranderlijke ster die met een periode van 2,9 dagen varieert. De amplitude ligt tussen magnitude 2,12 en 3,4. De naam Algol betekent ”Het hoofd van de Duivel”. In Nederland wordt de ster ook wel de Duivelsster genoemd. Algol is een heldere witte ster waarvan al in 1669 bekend was dat het een bedekkingsveranderlijke was. Pas in 1783 werd een sluitende theorie over de begeleider opgesteld en het duurde tot 1889 totdat kon worden bewezen dat deze theorie correct was. In feite gaat het om twee begeleiders: de derde begeleider draait om Algol met een periode van 1,86 jaar. Men vermoedt dat er nog meer begeleiders zijn maar gevonden zijn ze nog niet.

R Persei is een langperiodieke veranderlijke. De periode bedraagt 210 dagen en de helderheid wisselt dan van 8,1 tot 14,8. Oktober 2000 wordt een maximum verwacht.

S Persei is een veranderlijke met een periode van 822 dagen. De helderheid varieert tussen 7,9 en 12.

 

IAU-kaart van het sterrenbeeld Perseus
IAU-kaart van het sterrenbeeld Perseus

Download de kaart van het sterrenbeeld Perseus.

De deep sky objecten in Perseus

Messier 34

M34 in het sterrenbeeld Perseus

Andere benamingen: M34, NGC 1039
Type Object: open sterrenhoop
Afstand: 1400 lichtjaar
Visuele helderheid: 5.5
Schijnbare grootte: 35 boogminuten

De sterren die deel uitmaken van deze groep begonnen 180 miljoen jaar geleden aan hun gezamenlijke reis door ons melkwegstelsel. Ze zijn een deel geweest van de Lokale Associatie: groepen sterren zoals de Pleiaden, de Alpha Perseï sterrenhoop, de delta Lyrae sterrenhoop, die allemaal dezelfde oorsprong hebben maar die in de loop der tijd uit elkaar zijn gedrift. Van de 354 sterren in dit gebied behoren er 89 daadwerkelijk tot de sterrenhoop. Ongeveer de helft van de sterren lijkt optisch dubbel te zijn. In het gebied zijn 44 potentiële witte dwergsterren gevonden, 19 zijn er inmiddels bevestigd.

Met behulp van een verrekijker is M34 relatief eenvoudig te vinden: ongeveer 2 beeldvelden te noordwesten van Beta Perseï (Algol). In een verrekijker lijkt de open sterrenhoop een beetje op een X. Onder hele goede omstandigheden is de sterrenhoop met het blote oog te zien. Zelfs in lichtvervuilde gebieden of in de aanwezigheid van storend maanlicht is het mogelijk de sterrenhoop te vinden.

Messier 34 is waarschijnlijk in 1764 voor het eerst waargenomen door Giovanni Batista Hodierna en onafhankelijk door Messier op 25 augustus 1764 herontdekt. Messier schreef: ik heb de positie bepaald van een kleine groep sterren tussen het hoofd van Medusa en de linkervoet van Andromeda, bijna parallel aan de ster Gamma Andromedae. De sterren zijn al zichtbaar in een kleine refractor en de groep heeft een doorsnede van 15 boogminuten. William Herschel telde 120 sterren en merkte op dat de meeste sterren in paren voorkomen. Hij vermoedde dat er nog meer sterren aanwezig zijn die buiten het bereik van zijn telescoop liggen. De opvallendste optische dubbelster, gelegen in het centrum van de sterrenhoop, werd op 23 december 1831 als H 1123 door John Herschel gecatalogiseerd.

Messier 76

M76 in het sterrenbeeld Perseus

Andere benamingen: M76, NGC 650/651, Kleine Halter-nevel, Kurk-nevel, Vlinder-nevel
Type object: planetaire nevel
Afstand: 3400 lichtjaar
Visuele helderheid: 10.1
Schijnbare grootte: 2.7 * 1.8 boogminuten

M76 is een kleine en zwakke planetaire nevel en daarom geen geschikt object voor verrekijkers. Zelfs als je een telescoop hebt is een donkere nacht onontbeerlijk. De gemakkelijkste manier om M76 te vinden is te starten bij de ster 51 Andromedae, deze ster is van magnitude 3.5. Vanaf deze ster reis je een vingerbreedte (2 graden) noord-noordoost om bij de ster Phi Persei te komen (magnitude 4). Messier 76 bevindt zich minder dan één graad ten noordwesten van deze ster. In een kleine telescoop is er het begin van een nevel zichtbaar. Met het groter worden van de telescoop zul je ook meer structuur kunnen waarnemen. Heb je een fikse telescoop dan is ook de dubbele gelobde structuur zichtbaar en een additionele halo maar dan moeten de omstandigheden wel goed zijn: geen storend maanlicht en geen lichtvervuiling in de buurt.

M76 is het restant van een stervende ster, een nova-explosie. De centrale ster die dit alles heeft veroorzaakt heeft een helderheid van magnitude 16.6 en een temperatuur van 60.000 Kelvin. Deze temperatuur zal langzaamaan afnemen en de ster zal haar leven eindigen als een witte dwerg. De nevel is uitgebreid bestudeerd door de Spitzer telescoop.

De planetaire nevel werd in de nacht van 5 september 1780 door Pierre Mechain ontdekt. Hij overhandigde zijn aantekeningen aan Charles Messier die de nevel ook waarnam en een uitgebreide positiebepaling uitvoerde. Messier werd op 21 oktober 1780 als het 76-ste object aan zijn catalogus toegevoegd. Messier omschreef M76 als: bevattende sterren met een spoor van neveligheid. Moeilijk zichtbaar, het minste spoortje van verlichting van de micrometer doet de nevel verdwijnen.

In 1787 observeerde ook William Herschel M76 en hij was de eerste die de dubbel vorm opmerkte: twee nevels dicht bij elkaar, beiden erg helder. Eentje wijst zuidwaarts, de andere wijst noordwaarts. Eén van de twee moet het 76-ste object van Charles Messier zijn. Vanaf die tijd zagen veel waarnemers twee verschillende gebieden ondanks dat we te maken hebben met één object. M76 heeft dan ook twee NGC-nummers toegekend gekregen. Eigenlijk niet helemaal terecht.

De Dubbele Sterrenhoop: NGC869 & NGC 884

NGC 869 & NGC 884 – de Dubbele Sterrenhoop – in het sterrenbeeld Perseus

De Dubbele Sterrenhoop (Caldwell 14) in Perseus is één van de mooiste objecten aan de nachtelijke sterrenhemel. Deze twee open sterrenhopen behoren tot de jongste in ons melkwegstelsel die we kennen. Ze bestaan uit heldere reuzensterren met mooie contrasterende kleuren.

De open sterrenhopen zijn onder hele goede weersomstandigheden met het blote oog zichtbaar als een wazige vlek 4 graden ten noordoosten van η Persei.

De open sterrenhopen waren al in de antieke oudheid bekend als een zwakke wolk in het noordelijke deel van de Melkweg. William Herschel ontdekte met zijn grote telescopen als eerste de ware aard van deze objecten. De open sterrenhopen staan nu in de catalogus als NGC 884 en NGC 869.

Iedere sterrenhoop bevat ongeveer 300 sterren waarvan er diverse meer dan 50.000 maal zo helder zijn als onze Zon. Vermoedelijk zijn beide sterrenhopen ontstaan uit dezelfde moleculaire gaswolk in de Perseus-arm van onze Melkweg. De ouderdom wordt geschat op 3-5 miljoen jaar en daarmee behoren ze tot de jongste sterrenhopen die we kennen. De Pleiaden bijvoorbeeld zijn meer dan 100 miljoen jaar oud.

De sterrenhopen bevinden zich op een afstand van ± 7000 lichtjaar en ze hebben aan de hemel een doorsnede van 1.5 – 2.0 graden. Om ze volledig te zien in een telescoop gebruik je dus een hele kleine vergroting. Door een telescoop bekeken komend e verschillende kleuren van de sterren ook goed tot hun recht: saffierblauw, topaas, wit en rood. Het zijn jonge sterrenhopen maar ze bevatten al rode reuzensterren die het einde van hun leven naderen en als een supernova zullen gaan exploderen.

Zouden de twee open sterrenhopen op dezelfde afstand van ons vandaan staan als de Pleiaden dan zouden ze meer dan een kwart van de noordelijke sterrenhemel beslaan en veel van de 600 sterren zouden net zo helder zijn als de ster Wega van het sterrenbeeld Lier (Lyra).

NGC 1499 – de Califonië-nevel

NGC 1499 in het sterrenbeeld Perseus

NGC 1499, ook wel bekend als de Californië nevel is een gasnevel 1° ten noorden van ζ Persei. De nevel is erg lichtzwak en moeilijk te vinden.

De Perseus Cluster

De Perseus Cluster in het sterrenbeeld Perseus

De Perseus Cluster van sterrenstelsels. Links op de foto NGC 1275 (Caldwell 24) met zijn vreemde uiterlijk. Dit stelsel herbergt in zijn kern vermoedelijk enkele zeer zware gaten: astronomen kunnen zien dat NGC1275 andere melkwegstelsels aantrekt. Rechts in het midden NGC 1268, een spiraalvormig melkwegstelsel waar we boven op kijken.De Perseus Cluster bevindt zich op een geschatte afstand van 250 miljoen lichtjaar.De cluster is alleen zichtbaar op lang belichte opnames gemaakt met grotere telescopen.

De meteorenzwerm der Perseïden

In een poging het volk aan zich te laten gehoorzamen gaf keizer Valerius in 258 na Christus opdracht om tientallen leiders van de Katholieke kerk te laten vermoorden. Onder hen was één van de zeven decanen van Rome, de toen pas 33 jarige Laurentius. Hij werd levend geroosterd op een ijzeren plaat. Laurentius riep daar bij uit: “Ik ben al aan één zijde geroosterd. Als je me goed doorbakken wil hebben wordt het tijd om me om te draaien.”

Met dit dappere commentaar werd hij tot heilige benoemd en werd St. Laurentius de patroon van de komedianten en toneelspelers. Hij stierf op 10 augustus, de nacht dat er ook veel vallende sterren te zien zijn. In het oude Europa werd deze meteorenzwerm dan ook de “tranen van Laurentius” genoemd. Wij noemen de mooiste meteorenzwerm van het jaar “de Perseïden”. Ze zijn zichtbaar van eind juli tot midden augustus.

Net zoals alle andere meteorenzwermen zijn de Perseïden stofdeeltjes die door een komeet zijn achter gelaten. In dit geval de komeet Swift-Tuttle. Als de Aarde zich door de stofbanen beweegt die deze komeet heeft achtergelaten dan zijn er deeltjes die verbranden in onze atmosfeer. Het lichtende spoor dat ze achterlaten noemen we een meteoor. De kleine deeltjes verbranden allemaal in de atmosfeer. Het is maar zelden dat een deeltje het aardoppervlak raakt. Er zijn ook stofdeeltjes die de Maan raken maar dit is nagenoeg niet te zien.

Voor de waarnemer op Aarde lijkt het erop alsof alle meteoren afkomstig zijn uit één punt aan de hemel. Dit vluchtpunt noemen we radiant. Je kan het effect vergelijken met sneeuwvlokken die op je afkomen als je door een sneeuwbui heenrijdt. De radiant van de Perseïden ligt in het sterrenbeeld Perseus, vandaar hun naam. Zie je een meteoor waarvan je de richting niet kan herleiden naar dit vluchtpunt dan is het geen Perseïde.

De Perseïden komen langzaam op gang. Vanaf eind juli kan je er gemiddeld een 3 – 4 per uur zien. De piek ligt in de nacht van 11 op 12 augustus als de Aarde zich door het dichtste deel van het komeetstof beweegt. Tijdens het maximum, kan je op een donkere plek en als er geen storend maanlicht is, wel een 60 per uur zien.

Meteoren waarnemen is redelijk eenvoudig. Vermijdt omgevingslicht. Leg een deken op de grond of kies voor een gemakkelijke ligstoel. Je hebt geen telescoop of verrekijker nodig. Je hoeft niet richting Perseus te kijken omdat de meteoren van alle kanten kunnen komen (zolang hun vluchtpunt maar herleidbaar is naar Perseus is het een Perseïde)

 

Eerste publicatie: 25 juli 2009
Laatste keer gewijzigd op: 2 januari 2017