Het sterrenbeeld Camelopardalis – Giraffe

Het sterrenbeeld Camelopardalis bevindt zich aan de noordelijke sterrenhemel. De naam is de Latijnse naam voor het Griekse woord voor Giraffe. Het is een samengesteld woord: kameel (Grieks: kamelos) en luipaard (pardalis). De giraffe werd kameel-luipaard genoemd omdat het dier een lange nek had als een kameel en de gevlekte huid zoals een luipaard. Het sterrenbeeld is gemaakt door de Nederlandse astronoom Petrus Plancius en werd voor het eerst in 1624 door de Duitse astronoom Jakob Bartsch gedocumenteerd. Het was Johannes Hevelius die het sterrenbeeld zijn officiële naam Camelopardus of Camelopardalis gaf.

Gegevens Sterrenbeeld

Nederlandse naamLatijnse naamAfkortingGenitief
GiraffeCamelopardalisCamCamelopardalis
ZichtbaarheidHet gehele jaar: het sterrenbeeld is circumpolair voor waarnemers in Nederland en België. Het sterrenbeeld is zichtbaar tussen de 90-ste en de -10-de breedtegraad
GrootteIn grootte is Camelopardalis het 18-de sterrenbeeld. Het sterrenbeeld beslaat een oppervlakte van 757 (°)2 aan de hemel.
OmgevingHet sterrenbeeld wordt omringd door de sterrenbeelden Draco, Ursa Minor, Cepheus, Cassiopeia, Perseus, Auriga, Lynx en Ursa Major
MeteorenzwermenDe oktober-Camelopardaliden en de mei-Camelopardaliden die afkomstig zijn van de komeet 209P/LINEAR.

Gegevens sterren

1) Deze namen zijn geautoriseerd door de Internationale Astronomische Unie. Alleen de sterren die een naam hebben zijn opgenomen in het overzicht.

Ster

Naam

Betekenis

Helderheid
(magnitude)

Afstand
(lichtjaar)

HD104985Tonatiuh 1)5,80316,7

Beschrijving

afbeelding Camelopardalis

Camelopardalis is een zwak sterrenbeeld. De Grieken herkenden niets in dit deel van de sterrenhemel. Voor hun was het leeg. Er zijn dus ook geen mythes verbonden aan het sterrenbeeld.

Camelopardalis heeft drie sterren waarbij planeten zijn gevonden. Het sterrenbeeld bevat geen Messier-objecten. Er is wel een meteorenzwerm die zijn radiant heeft in het sterrenbeeld; de oktober Camelopardaliden.

Camelopardalis behoort samen met Bootes, Canes Venatici, Coma Berenice, Corona Borealis, Draco, Leo Minor, Lynx, Ursa Major en Ursa Minor tot de Ursa Major-familie van sterrenbeelden.

Camelopardalis wordt samen met de sterrenbeelden Canes Venatici, Leo Minor, Lacerta, Lynx, Scutum en Vulpecula ook tot de sterrenbeelden van Hevelius gerekend.

Ofschoon er geen referentie is naar de mythologie is er wel een link naar het boek Genesis uit de Bijbel. Toen Jacob Bartsch in 1624 het sterrenbeeld opnam op zijn sterrenkaart beschreef hij het sterrenbeeld als een kameel waarop Rebekka, de vrouw van Isaak naar Kanaän reed maar omdat het sterrenbeeld een giraffe voorstelt en geen kameel is deze verklaring niet eenduidig.

De ruimtesonde Voyager-1 beweegt zich richting het sterrenbeeld Camelopardalis.

De sterren van Camelopardalis maken in de Chinese astronomie deel uit van een groep circumpolaire sterren die behoren tot de Verboden Paarse Omsloten Ruimte (紫微垣 Zǐ Wēi Yuán).

Camelopardalis (ook wel bekend als Camelopardus) is gelegen tussen Cassiopeia en Ursa Major (Grote Beer). Om het sterrenbeeld te vinden kunnen we uitgaan van α Auriga; de helderste ster van de Voerman. Als je niet weet welke van de heldere sterren in dit gebied Capella is dan kan je Camelopardalis ook vinden uitgaande van de Grote Beer: in plaats van naar de Poolster toe te gaan trek je nu een lijn via δ Ursae Majoris en α Ursae Majoris naar het zuiden. De heldere ster die je nu bereikt is Capella. Van uit Capella gaan we richting noordwesten naar Perseus. Halverwege Capella en Algenib (α Persei) en vijf graden ten noorden van deze ster vinden we de poten van de Giraffe. Als we van uit Capella drie graden naar het westen en zeven naar het noorden gaan dan komen we bij de ster 7 Cam, dit is een dubbelster die de voorpoten van de Giraffe markeert. Van uit 7 Cam gaan we naar de volgende heldere ster, 7 graden naar het noorden. Dit is β Cam.

Camelopardalis op oude sterrenkaarten

Camelopardalis – uit de Uranographia van Hevelius (± 1690)

Camelopardalis – uit Urania’s Mirror (± 1825) samen met de niet meer bestaande sterrenbeelden Tarandus (rendier) en Custos Messium

De sterren

β camelopardalis (Beta Camelopardalis)
β Cam is de helderste ster in Camelopardalis, de ster heeft een helderheid van magnitude 4,0. Het is een gele superreus die ongeveer 100 maal zo groot is als onze zon en op een afstand van 1000 lichtjaar staat. Als we nog zes graden naar het noorden bewegen komen we bij α Cam, de ster heeft een helderheid van magnitude 4,3. Het is een blauwe superreus op een afstand van 4000 lichtjaar. De ster is half zo groot als β Cam.

Ten noordwesten van α Cam vinden we γ Cam. De ster heeft een helderheid van magnitude 4,6. De ster is eens zo groot als onze zon en staat op een afstand van 180 lichtjaar.

CS Camelopardalis
CS Camelopardalis is de op één na helderste ster. Ook dit is een dubbelster bestaande uit de blauw-witte hoofdcomponent en een begeleider van magnitude 8,7 die op een afstand van 2,7 boogseconden staat. De ster bevindt zich in de reflectienevel vdB 14.

CS Camelopardalis is ook een veranderlijke ster van het Alpha Cygni-type. De helderheid varieert tussen magnitude 4,19 en 4,23. De ster bevindt zich op een afstand van ongeveer 3000 lichtjaar.

Z 1694 Camelopardalis (Struve 1694, Sigma 1694 Camelopardalis)
Struve 1694 is een dubbelster waarvan de hoofdcomponent een helderheid heeft van magnitude 5,3. De ster bevindt zich op een afstand van 300 lichtjaar. Spectroscopisch zijn er twee dubbelsterren zichtbaar. Struve 1694 representeert de kop van de giraffe.

YZ Camelopardalis
YZ Camelopardalis ie een rode reus op een afstand van ongeveer 470 lichtjaar. Het is een semi-regelmatige veranderlijke ster met een gemiddelde helderheid van magnitude 4,92. De helderheid varieert tussen magnitude 4,80 en 4,96 met een periode van 23,7 dagen.

Camelopardalis bevat verschillende leuke dubbelsterren

Struve 485 is een wijde en gemakkelijk te scheiden dubbelster. De ster wordt omringd door verschillende sterren van magnitude 10 en 11 die samen de open sterrenhoop NGC 1502 vormen. NGC 1502 ligt halverwege α en β Cam. In hetzelfde gebied vinden we ook nog de dubbelster Struve 484. Dit is echter een moeilijke dubbelster: de hoofdster is van magnitude 9,0 terwijl de begeleider 9,5 is. Struve 1051 is een meervoudig stersysteem bestaande uit drie gelijke sterren. De ster ligt in een afgelegen stukje van de hemel en is lastig te vinden.β Camelopardalis is ook dubbel: de hoofdster is van magnitude 4,0 terwijl de begeleider 9,0 haalt. De begeleider is eveneens weer dubbel: er draait een sterretje van magnitude 11 om.

R cam is een veranderlijke ster van het Mira-type. De periode bedraagt 270 dagen en de helderheid varieert tussen magnitude 7 en 14.

Deep Sky objecten in Camelopardalis

Camelopardalis heeft geen Messier objecten.

IC 342

IC 342 in het sterrenbeeld Camelopardalis

Andere benamingen: IC 342, Caldwell 5
Type object: spiraalvormig sterrenstelsel
Afstand: 10,700,000 lichtjaar
Visuele helderheid: 9.1
Schijnbare grootte: 21.4’* 20.9′

IC 342 is een spiraalvormig sterrenstelsel dat in 1895 voor het eerst is waargenomen door William Frederick Denning. Edwin Hubble dacht dat het deel uitmaakte van de Lokale Groep maar dat is niet zo. Het is één van de helderste leden van de IC342/Maffei-groep. De groep die zich het dichtste bij de Lokale Groep bevindt. Het sterrenstelsel bevindt zich dicht bij de galactische evenaar. Waarnemingen worden verstoord door de aanwezigheid van veel interstellair stof

NGC 2403

NGC 2403 in het sterrenbeeld Camelopardalis

NGC 2403 (Caldwell 7) is een spiraalvormig melkwegstelsel dat diverse stervormingsgebieden bevat en vele heldere blauwe O- en B-sterren. Het stelsel maakt deel uit van de Coma-Sculptor groep van sterrenstelsels waartoe ook onze eigen sterrenstelsel en de Lokale groep behoren. NGC 2403 bevindt zich op een afstand van 14 miljoen lichtjaar en bevat ongeveer 50 miljard zonsmassa’s aan materie. Dat is minder dan de helft van ons eigen melkwegstelsel. NGC 2403 heeft strak opgewonden spiraalarmen in de buurt van de kern en losse spiraalarmen in de buitengebieden. Edwin Hubble bestudeerde in de 50-tiger jaren van de vorige eeuw het stelsel met de 5 meter telescoop van Mount Palomar. Hij ontdekte in de buitenarmen vele heldere H-II gebieden waar nieuwe sterren worden gevormd. NGC 2403 werd in 1788 door William Herschel voor het eerst gecatalogiseerd. Om NGC 2403 te vinden begin je bij de ster Muscida van het sterrenbeeld Ursa Major. Deze ster is ook bekend als o Ursae Majoris en is van magnitude 3. De ster vormt de neus van de beer. NGC 2403 bevindt zich 7.5° noordwesten van Muscida. Dat is ongeveer een volledig beeldveld van een verrekijker of een telescoopzoeker. Het stelsel bevindt zich 1° ten westen van de ster 51 Cam. Deze ster is van magnitude 6 en dus net niet met het blote oog zichtbaar. Als je het stelsel hebt gevonden dan vallen meteen de heldere sterren in de spiraalarmen op. In eerste instantie denken veel amateurastronomen dan aan een supernova maar in dit geval zijn het voorgrond-sterren die tot ons eigen melkwegstelsel behoren. NGC 2403 observeren kost enige gewenning. Begin met een kleine vergroting en ga dan verder tot je het beste beeld krijgt. Het stelsel heeft een geringe oppervlakte helderheid dus een telescoop met een grote opening is noodzakelijk om sterk te kunnen vergroten. Met behulp van een 15 cm telescoop is het stelsel al heel goed te zien. Tijdens een heldere maanloze nacht en met behulp van perifeer waarnemen is er ook structuur in de spiraalarmen zichtbaar. Bij heldere hemel is het stelsel ook in een verrekijker zichtbaar maar dan moet die wel op een statief zijn bevestigd.

NGC 2403 is het eerste sterrenstelsel buiten onze Lokale Groep waarin Cepheide veranderlijke sterren werden ontdekt. Er zijn tot nu toe twee supernova’s waargenomen in dit sterrenstelsel: SN1954J en SN2004dj.

NGC 1501

NGC 1501 in het sterrenbeeld Camelopardalis
NGC 1501 is een planetaire nevel die door William Herschel in 1787 werd ontdekt. De afstand wordt geschat op 4890 lichtjaar.

NGC 1502

NGC 1502 in het sterrenbeeld Camelopardalis
NGC 1502 is een mooie open sterrenhoop bestaande uit ± 45 sterren. De dubbelsterren Struve 484 en Struve 485 maken er deel van uit. De open sterrenhoop heeft een helderheid van magnitude 5,7 en een grootte van 8′.

NGC 1569

NGC 1569 is een onregelmatig dwergsterrenstelsel dat een visuele helderheid van magnitude 11,9 heeft en zich op een afstand van ongeveer 11 miljoen lichtjaar van de Zon bevindt. Het sterrenstelsel is bekend om de twee grote sterrenhopen die het bevat. Eén van de sterrenhopen bevat voornamelijk jonge sterren die minder dan 5 miljoen jaar oud zijn maar er zijn ook enkele oudere rode sterren in gevonden. De andere sterrenhoop bevat voornamelijk oude sterren; rode reuzen en superreuzen.

NGC 2366

NGC 2366 is een onregelmatig sterrenstelsel met een visuele helderheid van magnitude 11,4. In het sterrenstelsel komt een stervormingsgebied voor dat als NGC 236 in de catalogi staat.

NGC 2523

NGC 2523 in het sterrenbeeld Camelopardalis
NGC 2523 is een zwak balkspiraalvormig melkwegstelsel. Het stelsel heeft een visuele helderheid van magnitude 13 en is daardoor alleen in grotere telescopen zichtbaar.

Kemble’s Cascade

Camelopardalis - zoekkaart voor Kemble's Cascadees_cascade_small
Zoekkaart voor Kemble’s Cascade in Camelopardalis

De Cascade van Kemble is een samenstand van sterren die pas 30 jaar geleden aan zijn naam is gekomen. Kemble’s Cascade is genoemd naar de Franciskaner monnik Lucien Kemble uit Canada. De groep sterren bevindt zich ten oosten van Cassiopeia en eindigt in de open sterrenhoop NGC 1502. Vooral op winternachten is het een object dat snel door amateurastronomen bekeken kan worden omdat het hoog aan de hemel staat en gemakkelijk is te vinden. De groep sterren werd voor het eerst door Lucien Kemble genoemd toen hij de sterrenhemel bestudeerde met behulp van een 7*35 verrekijker. Hij stuurde de beschrijving van deze groep sterren in naar Walter Scott Houston van het astronomische maandblad Sky & Telescope. In 1980 werd er in dit tijdschrift over gepubliceerd en men noemde de groep sterren Kemble’s Cascade. Kemble was deepsky waarnemer en lid van de Royal Astronomical Society of Canada (RASC). Bij bestudeerde meer dan 5500 objecten met zijn 11 inch telescoop vanuit zijn waarneemplaats in Saskatchewan in Cananda. Kemble noteerde zijn waarnemingen uiterst zorgvuldig. Hij leefde van 1922 tot 1999. Om Kemble’s Cascade te vinden begin je ten oosten van de W-vorm van Cassiopeia, bij de ster Caph. Je trekt de afstand ongeveer twee maal door om bij Kemble’s Cascade te komen. De groep sterren heeft een grootte van ongeveer 2.5° aan de hemel en omvat ongeveer 20 sterren op een bijna rechte lijn die zich van noordwest naar zuidoost beweegt. De sterren zijn van magnitude 7 tot 9 met een heldere ster van magnitude 5 ongeveer in het midden van de lijn. De groep sterren bevindt zich in het lastig te herkennen sterrenbeeld Camelopardalis aan de grens met Cassiopeia. Aan de zuidoostelijke punt van de groep sterren vinden we de open sterrenhoop NGC 1502. Deze open sterrenhoop bevat 25-30 sterren die met behulp van een kleine telescoop en een vergroting van ongeveer 60-70 maal zijn te zien. De sterren van Kemble’s Cascade hebben geen enkele relatie met elkaar. Het is een toevallige lijn aan de sterrenhemel die het beste met een verrekijker bekeken kan worden.

 

Camelopardalis - zoekkaart voor Kemble's Cascadees_cascade_small
Zoekkaart voor Kemble’s Cascade in Camelopardalis

Kaart sterrenbeeld Camelopardalis

IAU-kaart van het sterrenbeeld Camelopardalis
IAU-kaart van het sterrenbeeld Camelopardalis – Giraffe

Download de kaart van het sterrenbeeld Camelopardalis – Giraffe.

 

Eerste publicatie: 17 juli 2009
Laatste keer gewijzigd op: 11 december 2016