Het sterrenbeeld Canis Major – Grote Hond

Het sterrenbeeld Canis Major is een sterrenbeeld aan de zuidelijke sterrenhemel. De naam is Latijn voor “grote hond” en het stelt de grotere hond voor die de jager Orion volgt.

Het sterrenbeeld is de thuisbasis van Sirius, de helderste ster aan de sterrenhemel. Daarnaast zijn er verschillende mooie deep sky objecten te vinden in het sterrenbeeld. Het sterrenbeeld heeft minimaal één ster met een bekende planeet. Er zijn geen meteorenzwermen bekend die hun radiant in het sterrenbeeld hebben.

Canis Major behoort samen met Canis Minor, Lepus, Monoceros en Orion tot de Orion-familie van sterrenbeelden.

De kleinere hond van Orion wordt gerepresenteerd door het sterrenbeeld Canis Minor.

Gegevens Sterrenbeeld

Nederlandse naam Latijnse naam Afkorting Genitief
Grote Hond Canis Major
Maori: Pukawanui
CMa Canis Majoris
Zichtbaarheid December – Maart (aangegeven zijn de maanden waarin het sterrenbeeld om 22 uur boven de horizon staat)
Grootte In grootte is Canis Major het 43-ste sterrenbeeld. Het sterrenbeeld beslaat een oppervlakte van 380 (°)2 aan de sterrenhemel.
Omgeving Het sterrenbeeld wordt omringd door Monoceros, Lepus, Columba en Puppis.
Meteorenzwermen Er zijn geen meteorenzwermen bekend.

Gegevens sterren

1) Deze namen zijn geautoriseerd door de Internationale Astronomische Unie. Alleen de sterren die een naam hebben zijn opgenomen in het overzicht.

Ster

Naam

Betekenis

Helderheid
(magnitude)

Afstand
(lichtjaar)

α CMa Sirius 1). Hindi: Vyagh. Maori: Takurua De hondsster -1,47 8,601
β CMa Mirzam 1) /Murzim De boodschapper 1,96 402,7
γ CMa Muliphein 1) 4,09 402,7
δ CMa Wezen 1) afgeleid van Al Wazn: gewicht 1,81 1812,0
ε CMa Adhara 1) De maagden 1,50 402,7
η CMa Aludra 1) Eén van de maagden 2,43 3261,6
ζ CMa Furud 1) (Phurud) De eenzamen 3,00 336,3
Canis major - namen van de sterrenall

Canis Major – klik op de afbeelding voor een kaart met de namen van de sterren

 

Beschrijving

Afbeelding Canis Major

Canis Major is de grootste van de twee jachthonden die Orion begeleiden. Misschien zit hij achter Lepus, de Haas aan die net voor hem aan de sterrenhemel staat. Of wellicht helpt hij Orion in zijn strijd tegen Taurus, de Stier.

De Grieken hadden veel belangstelling voor de ster Sirius, de helderste ster van Canis Major.

In de oude stadstaat Athene begon het nieuwe jaar met de verschijning van Sirius aan de avondhemel. Sirius werd beschouwd als tweekoppig: één kant keek terug naar het oude jaar terwijl de andere kop naar het nieuwe jaar keek. Sirius werd in de oudheid wel eens verward met het tweekoppige beest Orthus. Dat was de waakhond van Geryus.

In de oudheid, toen Homerus en Hesiodus hun verhalen optekenden werd de Hondsster zoals (Sirius ook bekend is) al geassocieerd met de zon. De zon komt in dit gedeelte van de hemel in de hete zomermaanden. Ondanks dat Sirius de helderste ster aan de hemel is, heeft ze geen goede reputatie; in de oudheid werd Sirius geassocieerd met ziekte en dood. Waarschijnlijk komt dit door de hete zomermaanden juli en augustus die zorgen voor een periode van droogte en ziektes.

Heden ten dage wordt Sirius meer geassocieerd met het wintersterrenbeeld Orion dan met de verblijfplaats van de zon in de zomer.

Mythologie

Canis Major wordt meestal afgebeeld als de grootste hond die de jager Orion volgt. Het sterrenbeeld wordt afgebeeld als een hond die op zijn achterpoten staat terwijl hij een haas achtervolgt. Deze haas is het sterrenbeeld Lepus.

Canis Major werd door Manilus beschreven als de hond met het brandende gezicht dit omdat de hond helderste ster aan de sterrenhemel, Sirius, zich op de plaats van de kaken van de hond bevindt.

In de mythologie wordt Canis Major geassocieerd met Laelaps, de snelste hond op Aarde, een hond die alles kon vangen wat hij achtervolgde. Zeus gaf Laelaps als cadeau aan Europa, samen met een speer die altijd zijn doel zou vinden. Het cadeau was echter ongelukkig gekozen want Europa werd per ongeluk door haar man Cephalus gedood toen hij aan het jagen was met de speer.

Cephalus nam de hond mee naar Thebe in Boeotïe, een provincie ten noorden van Athene, waar een vos voor problemen aan het zorgen was. Net zoals Laelaps was de vos ontzettend snel en kon hij nooit gevangen worden. Toen de hond de vos eenmaal had gevonden en de achtervolging had ingezet werd al snel duidelijk dat er geen overwinnaar zou zijn. Zeus greep uiteindelijk in en versteende beide dieren. Hij plaatste de hond als het sterrenbeeld Canis Major aan de sterrenhemel.

Canis Major op oude sterrenkaarten

Canis Major – uit de Uranometrica van Johann Bayer uit 1603.

Canis Major – uit de Atlas Celeste van John Bevis (± 1750)

Canis Major – uit de Uranographia van Johannes Hevelius (± 1690)

Canis Major – uit Urania’s Mirror (± 1825) samen met de sterrenbeelden Lepus, Columba Caelum (Cela Sculptoris) en het niet meer erkende sterrenbeeld Noachi.

De sterren van Canis Major

Sirius – Alpha Canis Majoris – α Canis Majoris

Sirius is de helderste ster van het sterrenbeeld. Sirius is in afstand de vijfde ster tot de Zon. De ster heeft een visuele helderheid van magnitude -1,42 en bevindt zich op een afstand van 8,6 lichtjaar tot de Zon.

Sirius is een dubbelster, de begeleider, Sirius B, draait met een periode van 50 jaar om Sirius A heen. De afstand tussen beide sterren varieert van 8, tot 31,5 Astronomische Eenheden. De begeleider is niet zichtbaar met het blote oog.

Sirius A heeft een massa van 2 zonsmassa en een lichtsterkte van 25 maal de lichtsterkte van de Zon. Sirius B is ongeveer even zwaar als de Zon. De visuele helderheid van Sirius A bedraagt magnitude -1,42 en de visuele helderheid van Sirius B is 11,2. De leeftijd van het stersysteem wordt geschat op 200 – 300 miljoen jaar.

De naam Sirius komt van het Griekse “Seiros” en dat betekent “de gloeiende”, “de brandende” of “de verschroeiende”. In oude tijden kam de ster net voor zonsopkomst op in de heetste periode van de zomer. Deze periode wordt de Hondsdagen genoemd en Sirius wordt dan ook wel de Hondsster genoemd. Grieken en Romeinen dachten dat de ster op de een of andere manier verantwoordelijk was voor de hitte in de zomer.

In Egypte markeerde Sirius het overstromen van de Nijl. Het opkomen van de ster net voor de zon in de periode dat de jaarlijkse overstromingen plaatsvonden en het zomer solstice zorgden er voor dat de ster een belangrijke rol speelde in de oude Egyptische kalenders.

Sirius vormt samen met de sterren Rigel, Aldebaran, Capella, Castor/Pollux en Procyon het Winterhexagon. Dit asterisme is tussen de maanden december en maart prominent zichtbaar aan de noordelijke sterrenhemel.

Sirius vormt samen met Procyon en Betelgeuze ook de Winterdriehoek.

Murzim – Beta Canis Majoris – β Canis Majoris

Murzim bevindt zich op een afstand van ongeveer 500 lichtjaar van de Zon. Het is een Beta Cephei-veranderlijke ster waarvan de helderheid varieert tussen magnitude 1,95 en 2,00.

De traditionele naam Murzim komt van het Arabische woord voor “de heraut” of de “boodschapper”. De naam verwijst vermoedelijk naar de positie van Murzim aan de sterrenhemel. De ster komt namelijk voor Sirius op en kondigt de ster als het ware aan.

Adhara – Epsilon Canis Majoris – ε Canis Majoris
Adhara heeft een schijnbare helderheid van magnitude 1.5. De ster is feitelijk een dubbelster maar het licht van de hoofdster is zo fel dat het de begeleider overstraalt. Deze begeleider is alleen in grote telescopen zichtbaar. In helderheid is Adhara de 19-de ster die we aan de sterrenhemel kunnen zien. In ultraviolet licht is het echter de allerhelderste ster aan de hemel.

Adhara is een heldere reuzenster van spectraalklasse B2. De ster heeft een oppervlaktetemperatuur van ± 21.900 Kelvin. Deze hoge temperatuur heeft de ster een helder blauwachtig licht.

Adhara is ook bekend als ε Canis Majoris. De ster bevindt zich op een afstand van 403,7 lichtjaar van de Aarde.

Adhara komt van het Arabische Al Adhara, de Maagden. Het is niet bekend waarom de ster deze naam draagt.

Adhara is een dubbelster waarvan de hoofdcomponent zo helder is dat als die op dezelfde afstand van de Aarde zou staan als de helderste ster Sirius (8 lichtjaar), de ster 15 keer zo helder zou zijn als de planeet Venus. De begeleider bevindt zich redelijk ver van de hoofdster maar is ongeveer 250 maal lichtzwakker en dat zorgt er voor dat de begeleider alleen in een grote telescoop zichtbaar is, dit ondanks een schijnbare helderheid van magnitude 7.5. De afstand tussen de twee sterren bedraagt ongeveer 900 AE oftewel 900 maal de afstand Aarde-Zon. Ze draaien in ongeveer 7500 jaar om elkaar heen.

Als wij mensen ultraviolet licht zouden kunnen zien dan zou Adhara veruit de helderste ster aan de hemel zijn. In het ultraviolette licht is de lichtkracht van Adhara 22.300 keer zo groot als die van onze eigen Zon. dat de ster in het ultraviolet zo helder is, is ontdekt door de Extreme Ultraviolet Explorer (EUVE). Deze verkenner werd door de NASA in 1992 gelanceerd. De EUVE heeft gedurende meer dan 10 jaar in diverse ultraviolette golflengtes waarnemingen verricht.

Adhara werd ook in 1998 gedurende space shuttle missie STS-95 bestudeerd met behulp van de UltraViolet Spectrograph Telescope for Astronomical Research (UVSTAR). Met behulp van de telescoop ontdekte men dat de ster in twee ultraviolette golflengtes zeer snel varieert in helderheid. De variaties vonden plaats binnen één minuut. Een verklaring had men destijds niet maar later werd ontdekt dat oudere O-sterren en jonge B-sterren soms een beetje instabiel zijn.

De waarnemingen in het ultraviolet hebben er ook voor gezorgd dat astronomen meer over de sterrenwind en de atmosfeer van Adhara hebben geleerd.

Eta Canis Majoris – η Canis Majoris – Aludra
Aludra heeft een helderheid die varieert tussen magnitude 2,38 en 2,48. Het is een Alpha Cygni-veranderlijke ster die ongeveer 3000 lichtjaar van ons is verwijderd en die in de eindfase van zijn leven zit. Men verwacht dat de ster binnen enkele miljoenen jaren als een supernova zal exploderen.

De naam Aludra kom van het Arabische “al-adra”, de “maagd”. Samen met Adhara, Wezen en Omicron-2 Canis Majoris was Aludra een van de sterren die als de Maagden bekend waren.

Tau Canis Majoris – τ Canis Majoris
Tau Canis Majoris bevindt zich op een afstand van ongeveer 3200 lichtjaar van de Zon. Het is een eclipserende spectroscopische dubbelster. Het is tevens de helderste ster van de open sterrenhoop NGC 2362 – Caldwell 64. Deze open sterrenhoop wordt daarom ook wel de Tau Canis Majoris sterrenhoop genoemd.

De ster is ook een Beta Lyrae-veranderlijke ster waarvan de helderheid varieert tussen magnitude 4,32 e 4,37 met een periode van 1,28 dagen.

Zeta Canis Majoris – ζ Canis Majoris – Phurud
Phurud bevindt zich op een afstand van ongeveer 336 lichtjaar. De ster heeft een visuele helderheid van magnitude 3,0. Het is een spectroscopische dubbelster. De begeleider is niet zichtbaar. Beide sterren draaien met een periode van 675 dagen om een gezamenlijk zwaartepunt.

Gamma Canis Majoris – γ Canis Majoris – Muliphein
Muliphein bevindt zich op een afstand van 402 lichtjaar. De ster heeft een visuele helderheid van magnitude 4,1.

VY Canis Majoris
VY Canis Majoris is de grootste ster die we kennen. Deze enorme ster is maar liefst 1540 maal zo groot als onze Zon. We hebben een aparte pagina gewijd aan VY Canis Majoris.

De deep sky objecten in Canis Major

Messier 41

M41 in het sterrenbeeld Canis Major

Andere benamingen: M41, NGC 2287
Type Object: open sterrenhoop
Afstand: 2300 lichtjaar
Visuele helderheid: 4.5
Schijnbare grootte: 38 boogminuten

Deze open sterrenhoop bestaat uit ongeveer 100 sterren die zich op een afstand van 2300 lichtjaar van de Aarde bevinden. De sterrenhoop is 25 lichtjaar in doorsnede en beweegt zich met een snelheid van 34 kilometer per seconde van ons vandaan. Astronomen schatten de leeftijd van de sterrenhoop op 240 miljoen jaar. Met behulp van grote telescopen zijn vele rode reuzensterren zichtbaar. Daarnaast zijn er al zeker twee witte dwergen aangetroffen. Onderzoek heeft aangetoond dat de meeste open sterrenhopen in de omgeving van de zon na 600 miljoen jaar uit elkaar zijn gedrift. Wat betreft M41 hebben we dus nog een slordige 360 miljoen jaar te gaan.

M41 is gemakkelijk te vinden want de open sterrenhoop staat pal ten zuiden van de ster Sirius. De sterrenhoop staat ongeveer 4 graden ten zuiden van Sirius, in de gemiddelde verrekijker is dit één beeldveld. Omdat M41 een grote sterrenhoop is gebruik je het beste een kleine vergroting. Ook bij nachten dat de maan stoort of in lichtvervuilde omgevingen is M41 nog goed te zien.

Het is niet helemaal zeker maar het is heel wel mogelijk dat M41 in 32 v. Chr. al door Aristoteles is waargenomen. Giovanni Batista Hodierna was in 1654 de eerste die M41 catalogiseerde. John Flamsteed vond de open sterrenhoop op 16 februari 1702. Charles Messier nam de open sterrenhoop waar in de nacht van 16 op 17 januari 1765. Uit zijn aantekeningen: ik heb een open sterrenhoop waargenomen onder Sirius vlak bij de ster Rho van dat sterrenbeeld. Door een kleine telescoop bekeken leek het nevelig te zijn maar het lost op in sterren bekeken door een grote telescoop.

De Herschel’s namen M41 op in hun catalogus en kenden er een NGC-nummer aan toe maar maakten er geen speciale aantekeningen bij.

NGC 2327 – Zeemeeuw-nevel

NGC 2327 in het sterrenbeeld Canis Major

De opname is gemaakt door de opnames van een digitale camera en een astrocamera over elkaar heen te plakken. De zogenaamde Zeemeeuw-nevel bestaat uit NGC 2327, een donkere emissie-nevel die oplicht door een zware ster in het centrum die de kop van de meeuw vormt en IC 2177 die de vleugels van de meeuw vormt. Het complex is 250 lichtjaar in doorsnee en staat op ongeveer 3800 lichtjaar afstand.

NGC 2359 – Thor’s Helm

NGC 2359 in het sterrenbeeld Canis Major

Thor’s Helm wordt opgelicht door de zware instabiele ster WR7, dit is een zogenoemde Wolf-Rayet ster die met een snelheid van 2000 km/uur zijn buitenlagen de ruimte in slingert. Het door de ster weggeslingerde materiaal mengt zich met het langzaam bewegende gas tussen de sterren. Bij deze botsing exciteert het gas en begint het licht uit te zenden.

Wolf-Rayet sterren zijn zware sterren die snel door hun brandstof heen raken en maar een kort leven beschoren zijn, ze exploderen als een supernova. Deze fase in hun leven duurt maar kort en dat betekent dat Wolf-Rayet sterren erg zeldzaam zijn. Tot dusver zijn er slechts ongeveer 150 ontdekt in ons melkwegstelsel.

Het interstellaire gas in en rond de nevel wordt chemisch verrijkt met producten van de Wolf-Rayet ster. De heldere blauw-groene kleur van de nevel is afkomstig van geïoniseerd zuurstof dat door de ster wordt uitgestoten. De rozerode kleur is afkomstig van geëxciteerd waterstof gas dat afkomstig is van de ster.

De ingewikkelde details en de structuur van Thor’s Helm zinspelen op de geschiedenis en de structuur van deze kortstondige nevel. Het ballon-achtige gedeelte is wellicht weggeblazen in de tijd dat de ster nog rustig aan deed op de hoofdreeks. De overige delen van de nevel bestaan uit andere moleculaire wolken zie zijn verstrengeld met de ballon.

Thor’s Helm is officieel gecatalogiseerd als NGC 2359. De nevel bevindt zich op een afstand van ongeveer 12.000 lichtjaar. NGC 2359 heeft een doorsnede van ongeveer 30 lichtjaar.

Zoekkaart voor Thor's Helm

Zoekkaart voor Thor’s Helm – NGC2359 in het sterrenbeeld Canis Major – de Grote Hond

Thor’s Helm is zichtbaar in een kleine telescoop maar het is een zeer lastig object dat alleen te zien is bij een donkere en heldere sterrenhemel. Mensen met goede ogen kunnen door een 5 of 6 inch telescoop die is voorzien vaan een nevel-filter de helderste delen van de nevel waarnemen. NGC 2359 bevindt zich ongeveer 10° ten noordwesten van de heldere ster Sirius. Trek een lijn vanuit ι Canis Majoris naar γ Canis Majoris en verleng de afstand tussen de twee sterren ongeveer tweemaal om bij de locatie van Thor’s Helm te komen.

NGC 2360 – Caroline’s Sterrenhoop – Melotte 64 – Caldwell 58

NGC2360 in Canis Major

NGC2360 – Caroline’s Sterrenhoop in het sterrenbeeld Grote Hond – Canis Major. Credit: Wikipedia

NGC 2360 bevindt zich in een gedeelte van ons sterrenstelsel dat rijk is aan sterren. De open sterrenhoop werd voor het eerst waargenomen door Caroline Herschel. Ze ontdekte de sterrenhoop op 23 februari 1783 met behulp van een kleine, 4 inch refractor. Haar beroemde broer William Herschel nam de sterrenhoop op in zijn latere catalogus van 1000 deep sky objecten die door zijn zus en hem waren ontdekt. De open sterrenhoop wordt soms ook wel Caroline’s Sterrenhoop genoemd.

NGC 2360 is relatief gemakkelijk te vinden. De open sterrenhoop bevindt zich 3,5° ten oosten van de blauw-witte ster γ Canis Majoris (Muliphein), één van de drie sterren in de kop van de Grote Hond. De sterrenhoop heeft een helderheid van magnitude 7,2 en is daarmee helder genoeg om tijdens een goed donkere nacht te kunnen zien met behulp van een verrekijker. Het is een compacte sterrenhoop die een relatief hoge oppervlakte helderheid heeft.

NGC 2360 is in een verrekijker zichtbaar maar kan dan niet in afzonderlijke sterren worden opgelost. De sterrenhoop bevindt zich in een gebied dat rijk is aan sterren en is gelegen in de buurt van het galactische vlak van ons sterrenstelsel. In een telescoop zijn enkele tientallen sterren zichtbaar die een helderheid hebben tussen magnitude 9 en magnitude 12. De sterren liggen gecentreerd rond een elliptische kern. Ongeveer een halve graad richting westen bevindt zich een ster van magnitude 5 die echter geen deel uit maakt van de sterrenhoop.

Zoekkaart voor Caroline's Sterrenhoop

Zoekkaart voor NGC2360 – Caroline’s Sterrenhoop in het sterrenbeeld Canis Major – Grote Hond

De sterrenhoop is met een geschatte leeftijd van 2,2 miljard jaar oud voor een open sterrenhoop. Er zijn maar een paar heldere blauw-witte sterren zichtbaar. Dergelijke sterren verbranden in rap tempo hun brandstof en sterven dus jong. Deze sterren zijn dus al lang verdwenen uit de open sterrenhoop. NGC 2360 bevindt zich op een afstand van ongeveer 3700 lichtjaar.

NGC 2362

NGC 2362 in het sterrenbeeld Canis Major

 

NGC 2362 is een open sterrenhoop die enkele van de jongste sterren bevat die we kennen. Sommige sterren zijn nog steeds bezig met samentrekken en zijn nog niet helemaal op de hoofdreeks aangekomen. Deze sterrenhoop bevat veel zwakke sterren die gecentreerd liggen om de heldere blauwe ster τ Canis Majoris. De open sterrenhoop lijkt op een grote diamant tussen vele kleinere blauw-witte edelstenen in.

NGC 2362 heeft een diameter van 8 lichtjaar en is daarmee ongeveer even groot als de Pleiaden. De open sterrenhoop bevindt zich op een afstand van 4500 lichtjaar en dat is tienmaal zo ver als de Pleiaden. De open sterrenhoop is daarmee veel minder helder dan de Pleiaden.

Uitgaande van de heldere ster Sirius van het sterrenbeeld Canis Major, is de open sterrenhoop redelijk gemakkelijk te vinden. Zoek naar een driehoek van sterren juist beneden Sirius. De open sterrenhoop bevindt zich 3 graden ten noordoosten van de ster Wezen, de bovenste van deze drie sterren.

In een verrekijker lijkt NGC 2362 net een pluizig aanhangsel van de ster tau CMa. Een kleine telescoop met een vergroting van 50-60 maal is voldoende om de sterrenhoop op te lossen in afzonderlijke sterren.
De meeste sterren die je dan ziet zijn zware O- en B-sterren die 1000 tot 1500 maal zo helder zijn dan onze zon. Omdat dit zware sterren zijn evolueren ze heel snel tot rode superreuzen. Echter we zien slechts een paar van deze sterren in NGC 2362 en dat betekent dat we te maken hebben met een jonge open sterrenhoop; ongeveer 5 miljoen jaar oud.

Met behulp van de Chandra röntgentelescoop die zich in en baan om de Aarde bevindt hebben astronomen aangetoond dat er nog schillen van gas en stof om de sterren draaien. De sterren van deze mooie open sterrenhoop zullen langer bij elkaar blijven dan de Pleiaden en net zoals zo vele sterren zullen verschillende leden van NGC 2362 in de toekomst als supernova aan hun einde komen.

Ongeveer 2 graden ten noorden van NGC 2362 bevindt zich overigens een hele mooie dubbelster die bekend staat als de Winter Albireo. De ster draagt de naam Herschel 3945. Het is een binair systeem bestaande uit een rode en een goudgele ster hetgeen in een telescoop een mooi plaatje oplevert. Deze dubbelster is veel zwakker dan Albireo maar de nabijheid van NGC 2362 maakt hem gemakkelijk te vinden.

IAU-kaart van het sterrenbeeld Canis Major

IAU-kaart van het sterrenbeeld Canis Major – Grote Hond

Download de kaart van het sterrenbeeld Canis Major – Grote Hond

Het Canis Majoris Dwergsterrenstelsel

Het Canis Majoris Dwergsterrenstelsel is een onregelmatig sterrenstelsel dat enigszins elliptisch van vorm is. Het is een van de meest nabije sterrenstelsels. Het sterrenstelsel bevindt zich op een afstand van ongeveer 25.000 lichtjaar van de Zon en op 42.000 lichtjaar van het galactische centrum.

Het sterrenstelsel bevat ongeveer een miljard sterren waaronder significant veel rode reuzen. Het sterrenstelsel werd pas in 2003 ontdekt door een internationaal team van astronomen. Het sterrenstelsel is lastig te bestuderen omdat het zich achter het vlak van ons eigen sterrenstelsel bevindt verstopt door sterren, gas en stof. De vreemde vorm is vermoedelijk veroorzaakt onder invloed van de aantrekkingskracht van ons eigen sterrenstelsel.

Verschillende bolhopen horen vermoedelijk bij het sterrenstelsel. O.a. de bolhopen NGC 1851, NGC 1904 en NGC 2808.

NGC 2207 en IC 2163

NGC 2207 en IC 2163 zijn twee spiraalvormige sterrenstelsels die met elkaar in botsing zijn. De stelsels bevinden zich op een afstand van ongeveer 80 miljoen lichtjaar. Ze hebben een visuele helderheid van magnitude 12,2 respectievelijk 11,6.

In NGC 2207 zijn drie supernovae waargenomen: SN 1975A in 197, SN 1999ec in 1999 en SN 2003H in 2003.

NGC 2207 en IC2163 werden in 1835 ontdekt door de Engelse astronoom John Herschel.

Eerste publicatie: 17 juli 2009
Laatste keer bewerkt op: 11 december 2016