Naast ringen heeft Saturnus nu ook jonge katjes

Saturnus
Saturnus en zijn ringen, één van de laatste overzichtsfoto’s van de Cassini. Credit: NASA/ESA

Iedereen weet dat als we het over Saturnus hebben we het hebben over de planeet met de ringen. Maar wist je dat Saturnus ook omringd is door jonge katjes?

De Cassini-sonde van de NASA die op 15 september 2017 de atmosfeer van de planeet in dook heeft tenminste 60 katjes gevonden die zich in de F-ring van de planeet bevinden. Het gaat natuurlijk niet echt om jonge katten maar de Cassini wetenschappers hebben ze voor de lol vernoemd naar katjes.

De jonge katten van Saturnus zijn een kleine groep rotsblokken en baby manen die de F-ring bevolken. Net zoals de rest van de ringen van Saturnus is deze buitenste ring opgebouwd uit ontelbare deeltjes die variëren in grootte. Als er maar genoeg van die deeltjes tegen elkaar aanbotsen en aan elkaar blijven plakken ontstaan er vanzelf grote klonten en die komen in aanmerking voor een kattennaam.

Er komen verschillende klassieke namen voor in de lijst zoals Fluffy, Garfield, Socks en Whiskers. Het zijn onofficiële bijnamen voor meer gecompliceerde (en minder aantrekkelijke) officiële titels als “alpha Leonis Rev 9” (alias het katje Mittens).

De technische namen voor deze objecten zijn afkomstig van sterbedekkingen waarbij de Cassini in staat was deze kleine objecten waar te nemen. Als een ster, vanuit Saturnus gezien, achterlangs de ringen van Saturnus beweegt dan dooft dat sterlicht af en toe uit als er een object “in de weg” zit.

De camera’s van de Cassini zijn niet gevoelig genoeg om deze kleine klonten waar te nemen maar door het observeren van sterlicht dat door de ringen wordt verstrooid konden de kleine klonten worden opgemerkt. Alleen de wat grotere baby maantjes konden rechtstreeks door de Cassini gedetecteerd worden.

De onderzoekers hebben gedurende de 13 jaar durende missie meer dan 150 verschillende sterbedekkingen waargenomen. Ze gebruikten daarvoor de Ultraviolet Imaging Spectrograph (UVIS) van de Cassini.

Het onderzoeksteam stond onder leiding van Larry Esposito, een wetenschapper van het Cassini-team die niet alleen verantwoordelijk is voor de ontdekking en de naamgeving van de jonge katjes maar in 1979 als lid van het Pioneer 11 team van de NASA ook de gehele F-ring ontdekte. Esposito is nu verbonden aan het Department of Astrophysical and Planetary Sciences van de Universiteit van Colorado.

Tijdens een sterbedekking wordt het flikkeren van het licht gebruikt om de structuur van de ringen te bepalen. De ringen zijn niet helemaal ondoorzichtig. Je kan de hoeveelheid licht die er doorheen komt meten en daarmee bepalen hoeveel materie er zich op die plaats in de ringen bevindt. De katjes variëren in grootte van ongeveer 20 meter tot 3,7 kilometer. Esposito en zijn onderzoeksteam schatten dat de F-ring van Saturnus ongeveer 15.000 katjes met de grootte van het katje Mittens bevat. Mittens heeft een doorsnede van ongeveer 600 meter.

Saturnus heeft jonge katjes
Deze grafiek toont de normale optische diepte, de meting van de opaciteit (ondoorzichtigheid), van de R-ring van Saturnus. De piek wijst op een ondoorzichtige klomp. De Cassini-wetenschappers noemen deze objecten “katjes”. Deze klont is een maantje van Saturnus en wordt “Mittens” genoemd.
Credit: Morgan Rehnberg

Omdat de deeltjes in de ring constant met elkaar botsen, in stukken breken en weer aan elkaar blijven plakken is het mogelijk dat sommige katjes die nu een naam hebben gekregen in de toekomst weer uit elkaar vallen in kleinere katjes of aan elkaar blijven kleven en een stapel katjes vormen. Ze gedragen zich echt als katjes omdat ze volgens Esposito ook negen levens hebben.

De meeste klonten zijn vergankelijk. Ze komen en ze gaan, ze zijn klein maar sommige lukt het om groter te worden en uiteindelijk groeien ze mogelijk zo groot dat ze een opening maken in de hele ring en op dat punt kunnen ze als een echte maan geclassificeerd worden.

De jonge katjes in de tijd volgen is helaas onmogelijk want er is geen ruimtesonde meer bij Saturnus die gebruikt kan worden voor sterbedekkingen en als die er al zou zijn dan is het nog heel erg moeilijk omdat ieder katje zich maar eenmaal laat zien.

Zelfs als wetenschappers in de toekomst met een andere ruimtesonde de katjes van Esposito en zijn team willen bekijken dan kunnen ze onmogelijk de katjes identificeren want ze blijven steeds met elkaar botsen waardoor ze verdwijnen, groter worden of van positie kunnen veranderen.

En ofschoon het welhaast onmogelijk is om hetzelfde katje tweemaal te zien blijven Esposito en zijn team de katjes bestuderen en ze namen geven. Het zegt iets over de sociale natuur en de humor van het team, volgens Esposito. Het hele Cassini-team is dol op katten en de paar hondenliefhebbers in dit team accepteren dit rare kattengedrag.

 

Eerste publicatie: 25 september 2017
Bron: space.com en anderen