Het sterrenbeeld Ursa Major – Grote Beer

Gegevens Sterrenbeeld

Nederlandse naam Latijnse naam Afkorting Genitief
Grote Beer Ursa Major UMa Ursae Majoris
Zichtbaarheid Het gehele jaar door. Voor waarnemers in Nederland en België is het sterrenbeeld circumpolair. Het sterrenbeeld is zichtbaar tussen de 90-ste en de -30-ste breedtegraad
Grootte In grootte is Ursa Major het 3-de sterrenbeeld
Omgeving Het sterrenbeeld wordt omringd door Draco, Camelopardalis, Lynx, Leo Minor, Leo, Coma Berenice, Canes Venatici en Boötes
Meteorenzwermen Er zijn geen meteorenzwermen beschreven

Gegevens sterren

1) Deze namen zijn geautoriseerd door de Internationale Astronomische Unie. Alleen de sterren die een naam hebben zijn opgenomen in het overzicht.

Ster

Naam


Betekenis

Helderheid
(magnitude)

Afstand
(lichtjaar)

α UMa Dubhe 1). In het Hindi: Krutu Beer

4,78

123,8

β UMa Merak 1) of Mirak. In het Hindi: Kratu Lendenen

2,31

29,46

γ UMa Phad, Phecda 1) In het Hindi: Pulayi Heup

2,40

83,74

δ UMa Megrez 1)
In het Hindi: Pulatsya
Beginpunt van de staart van de beer

3,31

81,44

ε UMa Alioth 1)
In het Hindi: Pulah of Angira
Geit

1,75

80,93

ζ UMa Mizar 1)
In het Hindi: Vasischta
Lendedoek

2,21

78,22

80 UMa Alcor 1)

3,96

81,2

η UMa Alkaid 1) of Benetmasch In het Hindi: Araghursh De leider (van de rouwende vrouwen)

1,84

100,8

θ UMa Al Haud De poel, vijver

3,15

43,99

ι UMa Talitha 1), Talitha Borealis of Dnoces Derde sprong van de gazelle, noord

3,09

47,8

κ UMa Talitha Australis Derde sprong van de gazelle, zuid

3,56

424

λ UMa Tania Borealis 1) Tweede sprong van de gazelle, zuid

3,43

135

μ UMa Tania Australis 1) Tweede sprong van de gazelle, noord

3,09

249

ν UMa Alula Borealis 1) Eerste sprong van de gazelle, noord

3,46

423,6

ξ UMa Alula Australis 1) Eerste sprong van de gazelle, zuid

3,78

onbekend

ο UMa Muscida 1) Muzzle

3,34

183,8

47 UMa Chalawan

5,03

45,9

41 UMa Intercrus

5,41

281,2

 

IAU-kaart van het sterrenbeeld Ursa Major

IAU-kaart van het sterrenbeeld Ursa Major – Grote Beer

Download de IAU-kaart van het sterrenbeeld Ursa Major – Grote Beer

Mythologie

Ursa Major – afbeelding

Ursa Major is één van de grotere sterrenbeelden en is het best bekend omdat het Steelpannetje er deel van uitmaakt. In Angelsaksische landen wordt de Steelpan ook wel gezien als een ploeg. Ursa Major bevat verscheidene interessante objecten.

De sterren van Ursa Major zijn relatief helder. De sterren van het steelpannetje vormen eigenlijk maar de helft van het sterrenbeeld. Het sterrenbeeld heeft zijn naam wellicht te danken aan zijn hoge noordelijke ligging aan de sterrenhemel. Alleen een beer kan op die grote (koude) hoogte overleven. Het sterrenbeeld heeft zijn naam reeds gekregen in de oudheid maar het is opvallend dat bijvoorbeeld ook een aantal Indiaanse stammen er een beer inzagen.

In de Griekse mythologie werd Callisto, dochter van koning Lycaon, als kind gekozen tot het gezelschap van Artemis. Artemis, zus van Apollo, was de patrones voor geboorte en beschermster van pasgeboren baby’s. Artemis stond bekend om haar kuisheid en ze verzocht Zeus zelfs om haar eeuwig maagd te laten zijn, iets wat hij toeliet.

Artemis omringde zich met een aantal nimfen waarvan ze dezelfde kuisheid verlangde als van haarzelf. Eén van deze nimfen was dus Callisto. Zeus had de gewoonte om jonge vrouwen te verleiden en kwam hij op een dag bij Callisto uit. Toen Artemis ontdekte dat Callisto zwanger was nam ze wraak. Artemis hield van jagen: daarom veranderde ze Callisto in een beer waar ze de jacht op opende. Zeus kreeg er spijt van dat hij Callisto had verleid en stak een stokje voor de jachtpartij van Artemis. Hij plaatste Callisto aan de hemel. De zoon van Callisto, Arcas vergezelde later zijn moeder aan de sterrenhemel als Ursa Minor, de Kleine Beer.

Door de uitgestrektheid van het sterrenbeeld is het moeilijk om er een beer in te herkennen. De meeste mensen blijven steken bij het steelpannetje. In oude culturen werd in de vorm van deze sterren ook wel een strijdwagen gezien. De zeven sterren van het steelpannetje bewegen niet allemaal in dezelfde richting dus over ongeveer 50000 jaar is er niet veel meer van de vorm over.

Het sterrenbeeld behoort tot de 48 klassieke sterrenbeelden van Ptolemeus.

α UMa (Dubhe, wat beer betekent) is een gele reuzenster die ongeveer 25 maal zo groot is als onze zon. De ster staat op een afstand van 86 lichtjaar en is een dubbelster.

β Uma = Merak, de lende van de beer.

γ UMa heet Phecda en delta Ursa Majoris heet Megrez. Dit betekent begin van de staart. Het zijn alledrie witte sterren op ongeveer 100 lichtjaar afstand. Als we naar de staartsterren gaan komen we als eerste bij ε UMa, een CV-veranderlijke ster. De Arabische naam van epsilon is Alioth. De middelste staartster is ζ UMa oftewel Mizar (wat gordel betekent). Deze ster vormt met Alcor een mooie dubbelster. Mizar is ongeveer 70 lichtjaar van ons verwijderd. De laatste ster is η UMa (Benetnasch of Alkaid = hoofd van de rouwenden), het is een blauwwitte ster op ongeveer 100 lichtjaar afstand. omicron UMa is bekend als Muscida (snuit), deze ster vormt de neus van de beer. Muscida heeft een erg zwakke begeleider (magnitude 15).

Het oor van de beer wordt gevormd door de sterren σ1, σ2 en ρ UMa. Helemaal in het zuiden vinden we tenslotte nog ξ UMa, de voet van de beer. Het is een mooie dubbelster waarvan in 1828 voor het eerst de omlooptijd van werd berekend.

Ursa Major op oude sterrenkaarten

Ursa Major – uit de Uranometrica van Johann Bayer uit 1603

Ursa Major – afbeelding uit de Atlas Celeste van John Bevis (ca. 1750)

Ursa Major – uit de Uranographia van Hevelius (ca. 1690)

Ursa Major – uit Urania’s Mirror (ca. 1825)

Dubbelsterren

α UMa is een bekende dubbelster met een begeleider van magnitude 4,8. De omlooptijd bedraagt 44,7 jaar.

φ UMa heeft een omlooptijd van 106 jaar. De sterren zijn van magnitude 5,3 en 5,4.

σ2 UMa is een gemakkelijk te scheiden dubbelster. De begeleider is zwak: magnitude 8,2 en de omlooptijd bedaagt 1070 jaar.

ξ UMa is een aantrekkelijke dubbelster (magnitude 4,3 en 4,8). De ster is tevens variabel en behoort tot de klasse van de CVn-variabelen.

ζ UMa is de meest bekende dubbelster in Ursa Major. Het is een meervoudige dubbelster. Mizar was de eerste dubbelster die werd ontdekt in 1650. De sterren A en B zijn spectroscopisch ook dubbel: de zwakke begeleider kan visueel niet worden waargenomen maar uit het spectrum van de sterren blijkt dat er een begeleider is. Alcor staat op een afstand van 1/4 lichtjaar van Mizar en ondanks de grote afstand zijn er aanwijzingen dat de beide sterren middels de zwaartekracht met elkaar zijn verbonden. Alcor kan gebruikt worden voor de zoektocht naar het spiraalvormige melkwegstelsel M101.

 Variabele sterren

Ursa Major bevat geen opvallende variabele sterren. ε UMa is een CV-veranderlijke ster met een periode van vijf dagen. De helderheid varieert slechts 0,02 magnitude.

R UMa is een Mira-veranderlijke ster met een periode van 302 dagen. De helderheid varieert tussen 6,5 en 13,7.In zijn minimum is de ster mooi helder rood. Tijdens een maximum valt deze rode kleur veel minder op. Medio maart 2000 wordt een maximum verwacht.

 

Deep sky objecten

Ursa Major heeft vijf Messier objecten.

Messier 40

Andere benamingen: M40, WNC 4
Type Object: dubbelster
Afstand: 510 lichtjaar
Visuele helderheid: 8.4
Schijnbare grootte: 0.8 boogminuten

M40 staat op iets meer dan 500 lichtjaar van ons vandaan. Het is niet zeker of het om een echte dubbelster gaat of dat het alleen optisch zo lijkt te zijn. De laatste waarnemingen uit 2002 duiden op twee sterren die met eenzelfde snelheid maar onafhankelijk van elkaar door onze melkweg reizen. De sterren zijn van magnitude 9.0 en 9.3 en ze staan 49.2 boogseconden van elkaar vandaan. Gemakkelijk te scheiden dus.

Om M40 te vinden zoek je de steelpan van de Grote Beer op. Richt je verrekijker op de ster Delta, dit is de ster die het handvat verbind met de pan. Er staat een zwakkere ster ten noorden hiervan, hop er naar toe. Met een kleine vergroting ga je voorzichtig richting noordoosten en M40 komt in beeld. Met een verrekijker is de dubbelster moeilijk te verkennen omdat er door het grote beeldveld van de verrekijker veel andere sterren zijn te zien. In een telescoop is het echter goed te doen.

Messier 40 werd in de nacht van 25 op 26 oktober 1764 door Messier opgenomen in zijn catalogus toen hij op zoek was naar een nevel die door Johann Hevelius in dit gebied was benoemd. Messier ontdekte op de aangegeven positie twee sterren van de negende magnitude die moeilijk van elkaar waren te onderscheiden. Messier nam aan dat Hevelius de twee sterren voor een nevel had aangezien. Het is een beetje vreemd dat Messier deze dubbelster opnam in zijn catalogus maar als astronoom zijnde deed hij zijn werk: hij trof op de door Hevelius aangegeven positie geen nevel aan maar een dubbelster. Hij beschreef wat hij zag.

M40 werd door Friedrich August Theodoor Winneke van het Pulkova Observatory in 1863 opgenomen in zijn catalogus van dubbelsterren als WNC 4.

Messier 81

M81 – Bode’s Nevel – in Ursa Major

Andere benamingen: M81, NGC 3031, Bode’s Nevel
Type object: spiraalvormig melkwegstelsel
Afstand: 12.000.000 lichtjaar
Visuele helderheid: 6.9
Schijnbare grootte: 21*10 boogminuten

Messier 81 was de eerste van vier objecten dat werd ontdekt door Johann Bode. Hij vond M81 op 31 december 1774. Hij ontdekte zowel M81 als M82 tegelijkertijd. Pierre Mechain ontdekte beide melkwegstelsels in augustus 1779 en gaf zij waarneming door aan Charles Messier. Messier voegde beide objecten op 9 februari 1781 toe aan zijn catalogus. Hij noteerde: nevel in de buurt van het oor van de grote Beer op dezelfde parallel als de ster Delta. De nevel is ovaalvormig met ene heldere kern. Gemakkelijk zichtbaar in een kleine telescoop.

Dit melkwegstelsel is de grande dame van de M81/M82 Lokale groep. Beide stelsels zijn miljarden jaren geleden met elkaar in contact gekomen en zelfs nu staan ze nog relatief dicht bij elkaar in de buurt: slechts 150.000 lichtjaar. De afstand tot M81 is bepaald door het nauwkeurig bestuderen van de helderheidsveranderingen van Cepheïden, een bepaalde soort veranderlijke ster.

Foto’s laten een compacte kern zien en twee goed ontwikkelde spiraalarmen. Deze spiraalarmen bevatten grote hoeveelheden donkere koude materie maar daarnaast zijn er oom grote gebieden waar massale stervorming plaatsvindt.

M81 is een helder stelsel en daarom gemakkelijk te vinden. Nou ja, gemakkelijk… je moet er wel een beetje moeite voor doen. Met een beetje sterhoppen is het stelsel goed te vinden. Begin bij de zuidelijkste ster van de pan van de beer die het dichtste bij het handvat is en trek een denkbeeldige lijn naar de ster Alfa Ursae Majoris, dit is de buitenste ster van de pan. Verleng deze lijn ongeveer 1/3 en je bent bij zowel M81 als M82. Beide stelsels zijn al zichtbaar bij een lage vergroting in een verrekijker of een kleine telescoop. Waarnemers omschrijven het wel eens als twee kattenogen die je vanuit het donker aanstaren. Omdat beide stelsels helder zijn is het ook mogelijk ze te vinden in een enigszins lichtvervuilde omgeving en bij maanlicht. Beide stelsels zijn leuke objecten voor degenen met kleine telescopen.

Op 28 maart 1993 ontdekte de Spaanse amateurastronoom Francisco Garcia Diaz een supernova in M81. Hij deed dit op de “ouderwetse” manier: visueel. Hij gebruikte daarvoor een 25 cm newton telescoop bij een vergroting van 11 maal.

Messier 82

M82 – het Sigaar-stelsel – in het sterrenbeeld Ursa Major

Andere benamingen: M82, NGC 3034, Sigaar-stelsel.
Type object: onregelmatig melkwegstelsel
Afstand: 12.000.000 lichtjaar
Visuele helderheid: 8.4
Schijnbare grootte: 9*4 boogminuten

M82 is een onregelmatig gevormd melkwegstelsel waar we van de zijkant tegenaan kijken. De verstoorde kern is goed zichtbaar en dus een dankbaar object voor de wetenschappers. In de kern vindt op er grote schaal stervorming plaats en dit is de reden dat het stelsel ook in een andere categorie wordt geplaatst: die van Seyfert-stelsels. Dat de kern van het stelsel in puin ligt en geen structuur meer laat zien is te wijten aan de ontmoeting met grote buur M81, enkele miljarden jaren geleden.

In 1953 is er een sterke bron van radiostraling ontdekt die Ursa major A is gedoopt en als 3C 231 in de derde Cambridge Catalogue of Radio Sources is opgenomen.

In het infrarood is M82 het helderste stelsel dat we kennen. Recent zijn er met behulp van de Hubble Space Telescope meet dan 100 jonge bolvormige sterrenhopen ontdekt die zeker het gevolg zijn van de ontmoeting met M81.

M82 is op dezelfde nacht ontdekt door Johan Bode. Niet verwonderlijk want de stelsels bevinden zich in elkaars nabijheid. Pierre Mechain zag het stelsel in augustus 1779, overigens zonder te weten dat Bode het stelsel al eerder had ontdekt en gaf de waarneming door aan Charles Messier. Deze nam M82 op 9 februari 1781 op in zijn catalogus. Messier meldt overigens wel in zijn aantekeningen dat dit stelsel al door Bode is waargenomen.

Messier 97 – de Uil-nevel

M97 – de Uilnevel – in het sterrenbeeld Ursa Major

Andere namen: NGC3587, Uilnevel
Type: planetaire nevel
Afstand: 2600 lichtjaar
Visuele helderheid: 9,9
Schijnbare grootte: 3,4*3,3 boogminuten

De Uilnevel lokaliseren is niet zo heel erg moeilijk: trek een denkbeeldige lijn tussen de sterren β Ursae Majoris en γ Ursae Majoris. Op ongeveer een derde van deze lijn ga je een beetje naar beneden en heb je de locatie van M97 gevonden. Je ziet er een zwakke ster. Precies, de Uilnevel lokaliseren is niet moeilijk maar de Uilnevel zien is een ander verhaal. De nevel heeft een geringe oppervlakte helderheid en dat vereist dus een zeer heldere en donkere nacht. Bovendien is een telescoop met een opening > 10 cm zeer wenselijk. In telescopen van15 cm en groter en een vergroting van 100-120x komt de nevel goed tot zijn recht. Een UHC-filter of een OIII-filter kan helpen om meer detail zichtbaar te krijgen.

De Uilnevel heeft een zeer complexe vorm. De nevel is vormt een cilindrische torus waarvan wij, fotografisch alleen maar het oog van kunnen zien. Dit gedeelte van de nevel is dan ook bekend als het oog van de uil. De nevel heeft een leeftijd van ongeveer 6000 jaar. In het midden van de nevel bevindt zich een stervende ster van magnitude 14. Deze ster heeft een massa minder dan de helft van onze ster. Deze ster is soms beter zichtbaar dan de nevel zelf. Om deze ster te kunnen zien is een telescoop met ene opening >25 cm nodig. Ede ster bevindt zich precies tussen de twee ogen van de uil in.

De nevel werd op 16 februari 1781 voor het eerst waargenomen door Pierre Mechain. Charles Messier nam de nevel op 24 maart 1781 op in zijn catalogus en noteerde erbij: nevel in de Grote Beer vlakbij de ster Beta. De nevel is moeilijk te zien, zeker als je de draden van de micrometer sterker verlicht. Het licht is zwak, er is geen ster zichtbaar.

M97 werd ook door William Herschel waargenomen. Hij omschreef de nevel als helder, een doorsnede van ongeveer 3′ met een bijna egale lichtverdeling.

M97 – de Uil-nevel – door Lord Rosse

De Uilnevel dankt zijn naam aan Lord Rosse die de nevel bekeek door zijn zelfgebouwde 72 inch telescoop. In de tekening van Lord Rosse zijn duidelijk de ogen van een uil herkenbaar.

 

 

 

 

 

 

 

Messier 101

M101 in het sterrenbeeld Ursa Major

Andere benamingen: M101, NGC NGC 5457, pinwheel stelsel
Type object: spiraalvormig melkwegstelsel
Afstand: 27,000,000 lichtjaar
Visuele helderheid: 7,9
Schijnbare grootte: 22,0

M101 is te vinden door te starten bij de ster Eta Ursae majoris in de steel van de steelpan. Gebruik Eta Ursae Majoris samen met Zeta Ursae Majoris (ook een ster van de steel van de steelpan) en vorm een denkbeeldige driehoek: M101 staat op eenzelfde afstand ten noorden van deze twee sterren.vanuit een donkere waarneemlocatie en een heldere lucht kan M101 zichtbaar zijn in een grote verrekijker als een wazig vlekje. Je hebt een middelgrote telescoop nodig om enige structuur te kunnen onderscheiden.

M101 bevindt zich op een afstand van ± 27 miljoen lichtjaar en heeft een doorsnede van ± 170.000 lichtjaar. Het is één van de grootste spiraalvormige sterrenstelsels die we kennen. Het stelsel heeft een lichtkracht van 30 miljard zonnen. M101 lis een beetje scheef. Net scheef genoeg om door Halton Arp als nummer 26 in zijn Catalogue of Peculiar Galaxies opgenomen te worden. Hij omschreef het als een stelsel met één zware arm. Waarom? Wellicht is er sprake van interactie met een ander stelsel. In röntgen bekeken zien we dat M101 een zeer actief stelsel is waar op grote schaal supernova-explosies plaatsvinden.

Messier 101 werd op 27 maart 1781 door Pierre Mechain ontdekt en toegevoegd aan de catalogus van Messier. Messier schreef: “nevel zonder ster, erg zwak en erg groot, 6 tot 7 boogminuten in diameter, tussen de linkerhand van Boötes en de staart van de Grote Beer. Het is moeilijk te onderscheiden als men de kruisdraden verlicht.”

Het was William Herschel die in 1783 enige structuur wist waar te nemen maar ook hij geeft in zijn aantekeningen aan dat het met zijn telescopen erg lastig is

Messier 108

M108 in het sterrenbeeld Ursa Major

Messier 108 bevindt zich op ongeveer 1/4 van de afstand tussen β Ursa Majoris en γ Ursa Majoris. Het stelsel is relatief gemakkelijk te lokaliseren maar niet echt eenvoudig te zien! We kijken van de zijkant tegen dit melkwegstelsel aan en dat betekent dat het smal is en lastig te zien in een kleine telescoop. Het vereist een donkere en heldere nacht om het stelsel echt te zien. In grote telescopen laat M108 enig detail zien.

Messier staat op een afstand van 45 miljoen lichtjaar van de Aarde en verwijderd zich van ons met een snelheid van 772 kilometer per seconde. Dit melkwegstelsel is rijk aan donkere stofwolken. Bovendien hebben waarnemingen met de Chandra röntgensatelliet aangetoond dat er in de kern van het stelsel één of meerdere zwarte gaten voorkomen.

Messier 108 werd op 19 februari 1781 door Pierre Mechain ontdekt, 3 dagen na de ontdekking van M97. We weten uit de aantekeningen van Messier dat hij M108 ook heeft gezien en dat hij de ontdekking van Mechain bevestigde. Echter hij verrichtte geen nauwkeurige positiebepalingen en nam het ook niet op in zijn definitieve catalogus.

William Herschel nam M108 waar in 1789.

Messier 109

M109 in het sterrenbeeld Ursa Major

Andere benamingen: M109, NGC 3992
Type object: spiraalvormig melkwegstelsel
Afstand: 55.000.000 lichtjaar
Visuele helderheid: 9,8
Schijnbare grootte: 7*7

Messier 109 is heel gemakkelijk te vinden: het melkwegstelsel bevindt zich minder dan één graad ten zuidoosten van de ster Gamma Ursae Majoris (Phecda). Omdat het gemakkelijk is te vinden wil het nog niet zeggen dat M109 ook gemakkelijk is te zien! Het is een groot melkwegstelsel echter de buitenste armen zijn zwak en alleen de heldere kern is zichtbaar met behulp van een kleine telescoop. Je hebt een donkere en heldere nacht nodig en een middelgrote telescoop om enige structuur in M109 te kunnen zien.

M109 werd in de nacht van 12 maart 1781 ontdekt door Pierre Mechain. Deze ontdekking werd op 24 maart 1781 door Charles Messier bevestigd samen met M108 terwijl hij bezig was om de positie van M92 nauwkeurig te bepalen. In eerste instantie nummerde Messier het melkwegstelsel als nummer 99 maar hij bepaalde er geen positie bij. Omdat Messier de nevel niet catalogiseerde ontdekte William Herschel op 12 april 1789 de nevel opnieuw en gaf hem zijn eigen catalogusnummer. Omdat M109 later is de aantekeningen van Messier is teruggevonden is het object achteraf aan de catalogus toegevoegd.

M109 is een zogenoemde balkspiraal. Het melkwegstelsel bevindt zich op een afstand van 55 miljoen lichtjaar van de Aarde en verwijderd zich van ons met een snelheid van 1142 kilometer per seconden. Het melkwegstelsel heeft diverse begeleiders. Deze begeleiders zijn wellicht de oorzaak van de heldere centrale balk in het stelsel. Er zijn drie begeleiders gevonden: UGC 6923, UGC 6940 en UGC 6969.

Messier 109 is een dankbaar object voor astronomen om stervorming te bestuderen.

 

Eerste publicatie: 28 juli 2009
Laatste keer bijgewerkt op: 7 januari 2017