Het sterrenbeeld Ursa Major – Grote Beer

Het sterrenbeeld Ursa Major bevindt zich aan de noordelijke sterrenhemel. Het betekent “de grote beer” of de grotere beer” in het Latijn. Het sterrenbeeld Ursa Minor stelt de kleine beer voor.

Ursa Major is een van de bekendste sterrenbeelden aan de sterrenhemel. De heldere sterren vormen het Grote Steelpan-asterisme dat in Angelsaksische landen ook bekend is als “de ploeg”. Ursa Major is in veel culturen bekend en wordt met verschillende mythes geassocieerd. Ursa Major maakt deel uit van de 48 klassieke sterrenbeelden van Ptolemeus.

Ursa Major maakt samen met Boötes, Camelopardalis, Canes Venatici, Coma Berenices, Corona Borealis, Draco, Leo Minor, Lynx en Ursa Minor deel uit van de familie van Ursa Major-sterrenbeelden.

Ursa Major bevat 7 Messierobjecten en verschillende sterren met bevestigde planeten.

Gegevens Sterrenbeeld

Nederlandse naamLatijnse naamAfkortingGenitief
Grote BeerUrsa MajorUMaUrsae Majoris
ZichtbaarheidHet gehele jaar door. Voor waarnemers in Nederland en België is het sterrenbeeld circumpolair. Het sterrenbeeld is zichtbaar tussen de 90-ste en de -30-ste breedtegraad
GrootteIn grootte is Ursa Major het 3-de sterrenbeeld. Het beslaat een oppervlakte van 1280 (°)2 aan de sterrenhemel.
OmgevingHet sterrenbeeld wordt omringd door Draco, Camelopardalis, Lynx, Leo Minor, Leo, Coma Berenices, Canes Venatici en Boötes
Meteorenzwermen Alpha Ursa Majoriden en de Leoniden-Ursiden

Gegevens sterren

1) Deze namen zijn geautoriseerd door de Internationale Astronomische Unie. Alleen de sterren die een naam hebben zijn opgenomen in het overzicht.

Ster

Naam


Betekenis

Helderheid
(magnitude)

Afstand
(lichtjaar)

α UMaDubhe 1). In het Hindi: KrutuBeer

4,78

123,8

β UMaMerak 1) of Mirak. In het Hindi: KratuLendenen

2,31

29,46

γ UMaPhad, Phecda 1) In het Hindi: PulayiHeup

2,40

83,74

δ UMaMegrez 1)
In het Hindi: Pulatsya
Beginpunt van de staart van de beer

3,31

81,44

ε UMaAlioth 1)
In het Hindi: Pulah of Angira
Geit

1,75

80,93

ζ UMaMizar 1)
In het Hindi: Vasischta
Lendedoek

2,21

78,22

80 UMaAlcor 1)

3,96

81,2

η UMaAlkaid 1) of Benetmasch In het Hindi: AraghurshDe leider (van de rouwende vrouwen)

1,84

100,8

θ UMaAl HaudDe poel, vijver

3,15

43,99

ι UMaTalitha 1), Talitha Borealis of DnocesDerde sprong van de gazelle, noord

3,09

47,8

κ UMaTalitha AustralisDerde sprong van de gazelle, zuid

3,56

424

λ UMaTania Borealis 1)Tweede sprong van de gazelle, zuid

3,43

135

μ UMaTania Australis 1)Tweede sprong van de gazelle, noord

3,09

249

ν UMaAlula Borealis 1)Eerste sprong van de gazelle, noord

3,46

423,6

ξ UMaAlula Australis 1)Eerste sprong van de gazelle, zuid

3,78

onbekend

ο UMaMuscida 1)Muzzle

3,34

183,8

47 UMaChalawan

5,03

45,9

41 UMaIntercrus

5,41

281,2

 

IAU-kaart van het sterrenbeeld Ursa Major
IAU-kaart van het sterrenbeeld Ursa Major – Grote Beer

Download de IAU-kaart van het sterrenbeeld Ursa Major – Grote Beer

Mythologie

Ursa Major – afbeelding

Ursa Major is één van de grotere sterrenbeelden en is het best bekend omdat het Steelpannetje er deel van uitmaakt. In Angelsaksische landen wordt de Steelpan ook wel gezien als een ploeg. Ursa Major bevat verscheidene interessante objecten.

De sterren van Ursa Major zijn relatief helder. De sterren van het steelpannetje vormen eigenlijk maar de helft van het sterrenbeeld. Het sterrenbeeld heeft zijn naam wellicht te danken aan zijn hoge noordelijke ligging aan de sterrenhemel. Alleen een beer kan op die grote (koude) hoogte overleven. Het sterrenbeeld heeft zijn naam reeds gekregen in de oudheid maar het is opvallend dat bijvoorbeeld ook een aantal Indiaanse stammen er een beer inzagen.

Ursa Major is in vele culturen een bekend en belangrijk sterrenbeeld. Het is één van de oudere sterrenbeelden waarvan de geschiedenis vele duizenden jaren terug gaat. Het sterrenbeeld wordt genoemd in de Bijbel en door Homerus en over de hele wereld zijn er mythes en legendes die Ursa Major associëren met een beer.

De oude Grieken associeerden het sterrenbeeld met de mythe over Callisto, de knappe nimf die een gelofte van kuisheid had afgelegd aan de godin Artemis. Op een dag zag Zeus de nimf en werd er verliefd op. De twee kregen een zoon die ze Arcas noemden.

Toen Artemis hoorde van de gebroken gelofte en de zwangerschap had ze Callisto al verbannen maar de jaloerse echtgenote van Zeus, Hera, was niet gediend van de uitstapjes van haar man en richtte daarom nog meer schade aan door Callisto in een beer te veranderen.

Callisto leefde 15 jaar als beer waarbij ze zich steeds voor jagers moest zien te verbergen. Op een dag kwam ze haar zoon Arcas tegen die door de bossen zwierf. Arcas, niet wetende oog in oog te staan met zijn moeder, werd bang en wierp zijn speer. Zeus zag dit alles vanaf de berg Olympus gebeuren en om erger te voorkomen stuurde hij een wervelwind die zowel Callisto als Arcas aan de sterrenhemel plaatste. Aarcas werd het sterrenbeeld Boötes – Ossenhoeder en Callisto werd Ursa Major (in een iets andere versie van het verhaal werd Arcas het sterrenbeeld Ursa Minor).

Zeus’ actie leidde tot nog meer woede bij Hera en ze overtuigde de pleegouders Oceanus en Tethys er van dat de beer nooit in de noordelijke wateren zou mogen baden. Volgens de legende verdwijnt de beer op onze breedtegraden daarom nooit onder de horizon.

In een andere versie van het verhaal is het niet Hera maar Artemis die Callisto in een beer veranderd. Artemis deed dit om de nimf te straffen voor het breken van haar gelofte. Vele jaren later werden Callisto en Arcas gevangen in de bossen en als cadeau aan koning Lycaon gegeven. Moeder en zoon kregen onderdak in de tempel van Zeus en de god plaatste ze van daaruit aan de sterrenhemel.

Er is nog een compleet andere Griekse mythe die wordt geassocieerd met Ursa Major en die gaat over Adrasteia. Adrasteia was een van de nimfen die voor Zeus zorgde toen die nog erg jong was. Chronus, de vader van Zeus, had van een orakel te horen gekregen dat door een van zijn kinderen van de troon gestoten zou worden en bang dat die voorspelling uit zou komen at hij al zijn kinderen op, totdat Zeus werd geboren. Rhea, de moeder van Zeus, smokkelde haar jongste kind naar het eiland Kreta toe waar de nimfen Adrasteia en Ida de jonge Zeus een jaar lang verzorgden. In deze versie van de mythe wordt Ida geassocieerd met het sterrenbeeld Ursa Minor.

Amalthea die als geit Zeus verzorgde werd als de heldere ster Capella in het sterrenbeeld Auriga – Voerman aan de sterrenhemel geplaatst. De voorspelling kwam uiteindelijk uit: Zeus onttroonde Chronus en hij bevrijdde zijn broers Hades en Poseidon en zijn zussen Demeter, Hera en Hestia.

De Romeinen kenden het sterrenbeeld als Septentrio of de “zeven ploegossen” ofschoon er maar twee sterren de ossen zijn en de andere sterren de wagen vormen.

Ursa Major wordt door verschillende culturen met verschillende vormen geassocieerd, van een kameel, haai, stinkdier tot een sikkel, kano en korenmaat. De Chinezen kenden de 7 sterren als Tseih Sing, de Regering of als Pih Tow, de Noordelijke Maatregel.

In een Hindoe legende zijn de zeven helderste sterren van Ursa Major de Zeven Geleerden en is het sterrenbeeld bekend als Saptarshi. De geleerden zijn Bhrigu, Atri, Angirasa, Vasishta, Pulastya, Puhalaha en Kratu.

In sommige verhalen van de oorspronkelijke bewoners van De Verenigde Staten is de kom van Ursa Major een grote beer en zijn de sterren van de stel de jagers die achter de beer aan zitten. Omdat het sterrenbeeld in de herfst zicht bij de horizon staat zegt de legende dat het het bloed van de gewonde beer is die de bladeren rood laat kleuren.

Door de uitgestrektheid van het sterrenbeeld is het moeilijk om er een beer in te herkennen. De meeste mensen blijven steken bij het steelpannetje. In oude culturen werd in de vorm van deze sterren ook wel een strijdwagen gezien. De zeven sterren van het steelpannetje bewegen niet allemaal in dezelfde richting dus over ongeveer 50000 jaar is er niet veel meer van de vorm over.

Het sterrenbeeld behoort tot de 48 klassieke sterrenbeelden van Ptolemeus.

De sterren van Ursa Major

Asterisme – de Steelpan – de Ploeg

De grote Steelpan is een van de best herkenbare asterismes aan de sterrenhemel. Het komt voor in verhalen van heel veel culturen over de wereld.

De steelpan kan ook heel gemakkelijk gebruikt worden om de Poolster (Alpha Ursae Minoris) in het sterrenbeeld Ursa Minor op te zoeken. Als je de lijn van Merak naar Dubhe vijfmaal verlengd dan kom je bij de Poolster uit.

Als je de gekromde lijn van de steel doortrekt kom je op die manier uit het de heldere ster Arcturus in het sterrenbeeld Boötes – Ossenhoeder en als je de lijn nog verder doortrekt dan arriveer je bij de ster Spica in het sterrenbeeld Virgo – Maagd.

De zeven sterren die de steelpan vormen heten Dubhe, Merak, Phecda, Megrez, Alioth, Mizar en Alkaid.

Alioth – Epsilon Ursae Majoris – ε Ursae Majoris
Alioth is de helderste ster van het sterrenbeeld en de 31-ste aan de sterrenhemel. De ster heeft een visuele helderheid van magnitude 1,8 en de ster bevindt zich op een afstand van ongeveer 81 lichtjaar van de Zon.

Alioth behoort tot spectraalklasse A0. Het is een Alpha-2 Canum Venaticorum-veranderlijke ster. De periode bedraagt 5,1 dagen.

De traditionele naam van de ster, Alioth, komt van het Arabische “alyat” en dat betekent “de dikke staart van een schaap”. Alioth is de ster in de staart van de beer die het dichtste bij het lichaam is.

Alioth maakt deel uit van de Ursa Major Groep van bewegende sterren (Collinder 285), dit is een groep sterren waaronder de helderste sterren van het sterrenbeeld Ursa Major. Deze sterren behoren tot een groep die allemaal met dezelfde snelheid en in dezelfde richting door de ruimte bewegen en waarvan men denkt dat ze een gezamenlijke oorsprong hebben.

De Ursa Major Groep van bewegende sterren is in 1869 ontdekt door de Engelse astronoom Richard Prictor die zich realiseerde dat alle sterren van de steelpan, met uitzondering van Alkaid en Dubhe, met dezelfde snelheid naar een gezamenlijk punt in het sterrenbeeld Sagittarius bewegen. De sterren Alpha Ursae Majoris, Beta Aurigae, Delta Aquarii, Gamma Leporis en Beta Serpentis zijn leden van deze groep.

Dubhe – Alpha Ursae Majoris – α Ursae Majoris
Dubhe heeft een visuele helderheid van magnitude 1,8 en bevindt zich op een afstand van ongeveer 123 lichtjaar van de Zon. De ster behoort tot spectraalklasse K1 en het is een spectroscopische dubbelster. De begeleider is een hoofdreeksster van spectraalklasse F0 die iedere 44,4 jaar om de hoofdster heen draait. De beide sterren staan 23 Astronomische Eenheden van elkaar vandaan.

Op een afstand van 90.000 Astronomische Eenheden bevindt zich nog een dubbelstersysteem waarmee het totaal in het Alpha Ursae Majoris-systeem op vier komt.

De traditionele naam van de ster, Dubhe, komt van het Arabische “dubb” en dat betekent “beer”, uit de Arabische frase “zahr ad-dubb al-akbar” en dat betekent “het achterste van de Grote Beer”. Dubhe maakt geen deel uit van de Ursa Major Groep van bewegende sterren.

Merak – Beta Ursae Majoris – β Ursae Majoris
Merak bevindt zich op een afstand van ongeveer 79,7 lichtjaar, de ster behoort tot spectraalklasse A1 en heeft een visuele helderheid van magnitude 2,4. Rond de ster bevindt zich een stofschijf met een massa van 0,27 * de Aarde. De ster heeft een massa van 2,7 zonsmassa en een straal van 2,84 * de Zon en een lichtkracht die 68 * groter is dan onze Zon. De ster maakt deel uit van de Ursa Major Groep van bewegende sterren en men vermoedt dat het ook een dubbelster is.

De traditionele naam van de ster, Merak, komt van het Arabische “al-maraqq” en dat betekent “de lendenen”.

Alkaid – Benetnasch – Eta Ursae Majoris – η Ursae Majoris
Alkaid heeft een visuele helderheid van magnitude 1,9 en het is daarmee in helderheid de 35-ste ster aan de sterrenhemel. De ster bevindt zich op een afstand van ongeveer 101 lichtjaar van de Zon. De ster heeft een massa van 6 zonsmassa en een lichtkracht van 700 * de Zon. De ster heeft een oppervlaktetemperatuur van 20.000 Kelvin.

Alkaid is de meest oostelijke ster van de steelpan en is ook bekend als Benetnasch en Elkeid. Alkaid maakt, net als Dubhe geen deel uit van de Ursa Major Groep van bewegende sterren.

De traditionele namen van de ster, Alkaid en Benetnasch, komen van het Arabische “qa’id binãt na’sh” en dat betekent “de leider van de “dochters van de baar”. De drie sterren van de steel van de steelpan representeren drie rouwende meiden en de sterren die de kom vormen stellen de baar voor. De naam Alkaid zelf betekent “leider”.

Ondanks dat het in helderheid de derde ster is draagt Alkaid de aanduiding Eta en dat is de schuld van Johann Bayer want die noemde de sterren van de Grote Beer van west naar oost waardoor eigenlijk de verkeerde sterren de aanduiding alpha en beta kregen.

Phecda – Gamma Ursae Majoris – γ Ursae Majoris
Gamma Ursae Majoris is de linker onderste ster van de pan. Phecda maakt deel uit van de Ursa Major Bewegende Groep. Het is een ster van spectraalklasse A0 die een visuele helderheid heeft van magnitude 2,4 en ongeveer 83,2 lichtjaar van ons is verwijderd. De ster is omringd door een huls van gas. De leeftijd van de ster wordt geschat op ongeveer 300 miljoen jaar. Phecda bevindt zich slechts 8,55 lichtjaar van het Mizar-Alcor stersysteem.

De traditionele naam, Phecda, komt van het Arabische “faka ad-dubb” en dat betekent “de heup van de beer”.

Megrez – Delta Ursae Majoris – δ Ursae Majoris
Megrez is een ster van spectraalklasse A3 die een visuele helderheid heeft van magnitude 3,3 en die ongeveer 58,4 lichtjaar van ons is verwijderd. De ster heeft een lichtkracht van 14 * de Zon en een massa van 0,63 * de Zon. De ster zendt op infrarode golflengtes heel veel straling uit en dat wijst op de aanwezigheid van een stofschijf rond de ster. Megrez is de zwakste van de zeven sterren van de steelpan.

De traditionele naam van de ster, Megrez, komt van het Arabische “al-maghriz” en dat betekent “de basis” (in dit geval de basis van de staart van de beer).

Mizar – Zeta Ursae Majoris – ζ Ursae Majoris
Mizar bestaat uit twee dubbelsterren en kan gevonden worden in de steel van de steelpan waar het de middelste ster is. Mizar heeft een visuele helderheid van magnitude 2,2 en bevindt zich op een afstand van ongeveer 82,8 lichtjaar. Het was de eerste dubbelster die werd gefotografeerd. In 1857 gebruikten de Amerikaanse fotograaf en uitvinder John Whipple en de Amerikaanse astronoom George Bond een fotografische plaat in combinatie met de 15 inch reflector van het Harvard College Observatorium. Bond had al eerder, in 1850, de ster Wega in het sterrenbeeld Lyra – Lier gefotografeerd.

Alcor – 80 Ursae Majoris
Alcor is de visuele begeleider van Mizar. Het is een ster van spectraalklasse A5 met een visuele helderheid van magnitude 4,0 die op een afstand van 81,7 lichtjaar van de Zon staat. Alcor en Mizar worden ook wel aangeduid als paard en ruiter.

Alcor is ook bekend als Saidak (de test), Suha (genegeerd of vergeten) en Arundhati in Indiase culturen. In 2009 ontdekte men dat Alcor een dubbelster is.

Zowel Alcor als Mizar behoren tot de Ursa Major Bewegende Groep. De afstand tussen de twee sterren bedraagt ongeveer 1,1 lichtjaar.

W Ursae Majoris
W Ursae Majoris is het prototype van een klasse van veranderlijke sterren. Het is een dubbelstersysteem bestaande uit twee sterren die met een periode van 0,33 dagen om elkaar heen draaien. De sterren bevinden zich zo dicht bij elkaar dat hun buitenlagen elkaar aanraken. De omwenteling om elkaar heen zorgt voor een afname van de lichtintensiteit. De visuele helderheid van het systeem varieert tussen magnitude 7,75 en 8,48. beide sterren zijn overigens van spectraalklasse F8

Messier 40 – M40 – Winnecke 4 – WNC 4

Winnecke 4 is ook een dubbelster. Het object was oorspronkelijk door Messier in 1764 opgenomen in zijn catalogus. Hij was op zoek naar een nevel die zich in dit gebied moest bevinden en die door Johannes Hevelius was gerapporteerd. Messier vond die nevel echter niet maar nam deze ster dan maar op in zijn catalogus.

In 1863 werd de ster door de Duitse astronoom Friedrich Winnecke herontdekt en sinds die tijd draagt de ster dan ook zijn naam. Winnecke 4 heeft een visuele helderheid die varieert tussen magnitude 9,65 en 10,10. de ster is ongeveer 510 lichtjaar van ons verwijderd.

47 Ursae Majoris
47 Ursae Majoris is een ster van spectraalklasse G1. De ster bevindt zich op een afstand van 45,9 lichtjaar. De ster lijkt sterk op onze Zon qua massa en grootte. 47 Ursae Majoris heeft een visuele helderheid van magnitude 5,0.

In 1996 werd een planeet in een baan om de ster ontdekt. Deze planeet heeft een massa 2,53 * Jupiter. In 2002 en in 2010 werden er nog eens twee planeten ontdekt.

Alula Borealis en Alula Australis – Nu en Xi Urease Majoris – ν en ξ Ursae Majoris
Nu Ursae Majoris is een dubbelster die met het blote oog zichtbaar is. De ster heeft een visuele helderheid van magnitude 3,5 en bevindt zich op een afstand van ongeveer 399 lichtjaar van de Zon. Het is een ster van spectraalklasse K3 die een straal heeft van 57 * de Zon en een lichtkracht van 775 * de Zon.

De traditionele naam van de ster, Alula Borealis, komt van het Arabische “al-Ulã” en dat betekent “de eerste sprong” en het Latijnse voor voor noordelijk, “Borealis”.

Xi Ursae Majoris, Alula Australis, is de zuidelijke ster van “de eerste sprong”. Dit stersysteem is in 1780 ontdekt door William Herschel. Xi Ursae Majoris bestaat uit twee hoofdreekssterren van spectraalklasse G0 en bevindt zich op een afstand van slechts 29 lichtjaar van de Zon. De hoofdcomponent heet ft een helderheid van magnitude 4,3 en de zwakkere component van 4,8. De gezamenlijke visuele helderheid van de dubbelster bedraagt magnitude 3,8.

Xi Urase Majoris is ook geclassificeerd als een RS Canum Venaticorum-veranderlijke ster. Dit zijn nauwe dubbelsterren die grote zonnevlekken vertonen die worden veroorzaakt dooe de actieve chromosfeer van de ster. De grote zonnevlekken zolgen voor variaties in de helderheid van ongeveer 0,2 magnitude. In enkele gevallen worden de helderheidsverschillen ook veroorzaakt doordat het eclipserende dubbelsterren zijn.

Elk van de twee sterren is ook weer een spectroscopische dubbelster. Xi Ursae Majoris was de eerste dubbelster waar van, in 1828, de omlooptijd werd berekend.

Ni en Xi Ursae Majoris zijn de eerste van de drie paren sterren die bij de oude Arabieren bekend waren als “de sprongen van de gazelle”.

Tania Borealis en Tania Australis – Lambda en Mu Ursae Majoris – λ en μ Ursae Majoris
Lambda Ursae Majoris heeft een visuele helderheid van magnitude 3,45 en bevindt zich op een afstand van ongeveer 138 lichtjaar van de Zon. De ster is van spectraalklasse A2.

De traditionele naam van de ster, Tania Borealis, betekent “de noordelijke (ster) van de tweede (sprong)”.

Mu Ursae Majoris is de zuidelijke ster van het paar. Het is een ster van spectraalklasse M die ongeveer 230 lichtjaar van ons is verwijderd. De ster heeft een visuele helderheid van magnitude 3,06 en is geclassificeerd als een semi-regelmatige veranderlijke ster waarvan de helderheid varieert tussen magnitude 2,99 en 3,33. Mu Ursae Majoris heeft een begeleider op een afstand van 1,5 Astronomische Eenheden.

Talitha Borealis en Talitha Australis – Iota Ursae Majoris en Kappa Ursae Majoris – ι Ursae Majoris en κ Ursae Majoris
Iota en Kappa Urase Majoris vormen “de derde sprong van de gazelle”.

Iota Ursae Majoris is een dubbelster bestaande uit een ster van spectraalklasse A7 die in feite een spectroscopische dubbelster vormt en een ander paar sterren van de negende en tiende magnitude. De B component werd in 1841 ontdekt, deze twee sterren staan 10,7 boogseconden van elkaar vandaan. Sinds die tijd is de afstand tussen de sterren echter flink afgenomen en nu staan beide sterren nog maar 4,5 boogseconden uit elkaar. De twee componenten draaien in een periode van 818 jaar om elkaar heen. Iota Ursae Majoris is ongeveer 447,3 lichtjaar van ons verwijderd.

Kappa Ursae Majoris is ook een dubbelster. Het systeem bestaat uit twee sterren van spectraalklasse A die een visuele helderheid hebben van magnitude 4,2 en 4,4. De gezamenlijke visuele helderheid van het systeem bedraagt magnitude 3,6 en de ster is ongeveer 358 lichtjaar van ons verwijderd.

Muscida – omicron Ursae Majoris – ο Ursae Majoris
Omicron Ursae Majoris bevindt zich op een afstand van ongeveer 179 lichtjaar. Het is een meervoudig stersysteem net een visuele helderheid van magnitude 3,4. De traditionele naam van de ster, Muscida, betekent “de snuit”.

Groombridge 1830
Groombridge 1830 bevindt zich op een afstand van slechts 29,7 lichtjaar van de Zon, de ster behoort tot spectraalklasse G8. De ster werd in het begin van de negentiende eeuw door de Engelse astronoom Stephen Groombridge opgenomen in zijn Catalogue of Circumpolar Stars die na zijn dood in 1838 werd gepubliceerd.

Ten tijde van de ontdekking was dit de ster met de grootste eigenbeweging maar na de ontdekking van de ster van Kapteijn en de ster van Barnard zakte Groombridge 1830 naar de derde plek.

Net zoals de ster van Kapteijn is Groombridge 1830 een zogenoemde halo-ster, eentje die in tegenovergestelde richting aan de rotatie van ons sterrenstelsel ronddraait. Halo-sterren zijn ontstaan toen ons sterrenstelsel nog heel jong was, ze zijn daarom metaalarm. De meeste halo-sterren bevinden zich ver boven of ver onder het galactische vlak en ze zijn allemaal minimaal 10 miljard jaar oud. Ze volgen een sterk excentrische baan en bewegen met een grote snelheid door de ruimte.

Lalande 21185
Lalande 21185 is een rode dwerg op een afstand van 8,31 lichtjaar van de Zon. De ster heeft een visuele helderheid van magnitude 7,5. Na alpha Centauri, de ster van Barnard en Wolf 359 is het de meest nabije ster. Over ongeveer 20.000 jaar zal Lalande 21185 onze Zon op een afstand van 4,65 lichtjaar passeren. Lalande 21185 is een BY Draconis-veranderlijke ster en een bekende röntgenbron.

Psi Ursae Majoris – ψ Ursae Majoris
Psi Ursae Majoris heeft een visuele helderheid van magnitude 3,0 en bevindt zich op een afstand van ongeveer 145 lichtjaar. De Chinezen kennen de ster als “Tien Tsan” of “Ta Tsun” en dat betekent “uiterst eervol”.

R Ursae Majoris
R UMa is een Mira-veranderlijke ster met een periode van 302 dagen. De helderheid varieert tussen 6,5 en 13,7.In zijn minimum is de ster mooi helder rood. Tijdens een maximum valt deze rode kleur veel minder op.

 

Ursa Major op oude sterrenkaarten

Ursa Major – uit de Uranometrica van Johann Bayer uit 1603

Ursa Major – afbeelding uit de Atlas Celeste van John Bevis (ca. 1750)

Ursa Major – uit de Uranographia van Hevelius (ca. 1690)

Ursa Major – uit Urania’s Mirror (ca. 1825)

 

De Deep Sky objecten in Ursa Major

 

Messier 40

Andere benamingen: M40, WNC 4
Type Object: dubbelster
Afstand: 510 lichtjaar
Visuele helderheid: 8.4
Schijnbare grootte: 0.8 boogminuten

M40 staat op iets meer dan 500 lichtjaar van ons vandaan. Het is niet zeker of het om een echte dubbelster gaat of dat het alleen optisch zo lijkt te zijn. De laatste waarnemingen uit 2002 duiden op twee sterren die met eenzelfde snelheid maar onafhankelijk van elkaar door onze melkweg reizen. De sterren zijn van magnitude 9.0 en 9.3 en ze staan 49.2 boogseconden van elkaar vandaan. Gemakkelijk te scheiden dus.

Om M40 te vinden zoek je de steelpan van de Grote Beer op. Richt je verrekijker op de ster Delta, dit is de ster die het handvat verbind met de pan. Er staat een zwakkere ster ten noorden hiervan, hop er naar toe. Met een kleine vergroting ga je voorzichtig richting noordoosten en M40 komt in beeld. Met een verrekijker is de dubbelster moeilijk te verkennen omdat er door het grote beeldveld van de verrekijker veel andere sterren zijn te zien. In een telescoop is het echter goed te doen.

Messier 40 werd in de nacht van 25 op 26 oktober 1764 door Messier opgenomen in zijn catalogus toen hij op zoek was naar een nevel die door Johann Hevelius in dit gebied was benoemd. Messier ontdekte op de aangegeven positie twee sterren van de negende magnitude die moeilijk van elkaar waren te onderscheiden. Messier nam aan dat Hevelius de twee sterren voor een nevel had aangezien. Het is een beetje vreemd dat Messier deze dubbelster opnam in zijn catalogus maar als astronoom zijnde deed hij zijn werk: hij trof op de door Hevelius aangegeven positie geen nevel aan maar een dubbelster. Hij beschreef wat hij zag.

M40 werd door Friedrich August Theodoor Winneke van het Pulkova Observatory in 1863 opgenomen in zijn catalogus van dubbelsterren als WNC 4.

Messier 81

M81 – Bode’s Nevel – in Ursa Major

Andere benamingen: M81, NGC 3031, Bode’s Nevel
Type object: spiraalvormig melkwegstelsel
Afstand: 12.000.000 lichtjaar
Visuele helderheid: 6.9
Schijnbare grootte: 21*10 boogminuten

Messier 81 was de eerste van vier objecten dat werd ontdekt door Johann Bode. Hij vond M81 op 31 december 1774. Hij ontdekte zowel M81 als M82 tegelijkertijd. Pierre Mechain ontdekte beide melkwegstelsels in augustus 1779 en gaf zij waarneming door aan Charles Messier. Messier voegde beide objecten op 9 februari 1781 toe aan zijn catalogus. Hij noteerde: nevel in de buurt van het oor van de grote Beer op dezelfde parallel als de ster Delta. De nevel is ovaalvormig met ene heldere kern. Gemakkelijk zichtbaar in een kleine telescoop.

Dit melkwegstelsel is de grande dame van de M81/M82 Lokale groep. Beide stelsels zijn miljarden jaren geleden met elkaar in contact gekomen en zelfs nu staan ze nog relatief dicht bij elkaar in de buurt: slechts 150.000 lichtjaar. De afstand tot M81 is bepaald door het nauwkeurig bestuderen van de helderheidsveranderingen van Cepheïden, een bepaalde soort veranderlijke ster.

Foto’s laten een compacte kern zien en twee goed ontwikkelde spiraalarmen. Deze spiraalarmen bevatten grote hoeveelheden donkere koude materie maar daarnaast zijn er oom grote gebieden waar massale stervorming plaatsvindt.

M81 is een helder stelsel en daarom gemakkelijk te vinden. Nou ja, gemakkelijk… je moet er wel een beetje moeite voor doen. Met een beetje sterhoppen is het stelsel goed te vinden. Begin bij de zuidelijkste ster van de pan van de beer die het dichtste bij het handvat is en trek een denkbeeldige lijn naar de ster Alfa Ursae Majoris, dit is de buitenste ster van de pan. Verleng deze lijn ongeveer 1/3 en je bent bij zowel M81 als M82. Beide stelsels zijn al zichtbaar bij een lage vergroting in een verrekijker of een kleine telescoop. Waarnemers omschrijven het wel eens als twee kattenogen die je vanuit het donker aanstaren. Omdat beide stelsels helder zijn is het ook mogelijk ze te vinden in een enigszins lichtvervuilde omgeving en bij maanlicht. Beide stelsels zijn leuke objecten voor degenen met kleine telescopen.

Op 28 maart 1993 ontdekte de Spaanse amateurastronoom Francisco Garcia Diaz een supernova in M81. Hij deed dit op de “ouderwetse” manier: visueel. Hij gebruikte daarvoor een 25 cm newton telescoop bij een vergroting van 11 maal.

Messier 82

M82 – het Sigaar-stelsel – in het sterrenbeeld Ursa Major

Andere benamingen: M82, NGC 3034, Sigaar-stelsel.
Type object: onregelmatig melkwegstelsel
Afstand: 12.000.000 lichtjaar
Visuele helderheid: 8.4
Schijnbare grootte: 9*4 boogminuten

M82 is een onregelmatig gevormd melkwegstelsel waar we van de zijkant tegenaan kijken. De verstoorde kern is goed zichtbaar en dus een dankbaar object voor de wetenschappers. In de kern vindt op er grote schaal stervorming plaats en dit is de reden dat het stelsel ook in een andere categorie wordt geplaatst: die van Seyfert-stelsels. Dat de kern van het stelsel in puin ligt en geen structuur meer laat zien is te wijten aan de ontmoeting met grote buur M81, enkele miljarden jaren geleden.

In 1953 is er een sterke bron van radiostraling ontdekt die Ursa major A is gedoopt en als 3C 231 in de derde Cambridge Catalogue of Radio Sources is opgenomen.

In het infrarood is M82 het helderste stelsel dat we kennen. Recent zijn er met behulp van de Hubble Space Telescope meet dan 100 jonge bolvormige sterrenhopen ontdekt die zeker het gevolg zijn van de ontmoeting met M81.

M82 is op dezelfde nacht ontdekt door Johan Bode. Niet verwonderlijk want de stelsels bevinden zich in elkaars nabijheid. Pierre Mechain zag het stelsel in augustus 1779, overigens zonder te weten dat Bode het stelsel al eerder had ontdekt en gaf de waarneming door aan Charles Messier. Deze nam M82 op 9 februari 1781 op in zijn catalogus. Messier meldt overigens wel in zijn aantekeningen dat dit stelsel al door Bode is waargenomen.

Messier 97 – de Uil-nevel

M97 – de Uilnevel – in het sterrenbeeld Ursa Major

Andere namen: NGC3587, Uilnevel
Type: planetaire nevel
Afstand: 2600 lichtjaar
Visuele helderheid: 9,9
Schijnbare grootte: 3,4*3,3 boogminuten

De Uilnevel lokaliseren is niet zo heel erg moeilijk: trek een denkbeeldige lijn tussen de sterren β Ursae Majoris en γ Ursae Majoris. Op ongeveer een derde van deze lijn ga je een beetje naar beneden en heb je de locatie van M97 gevonden. Je ziet er een zwakke ster. Precies, de Uilnevel lokaliseren is niet moeilijk maar de Uilnevel zien is een ander verhaal. De nevel heeft een geringe oppervlakte helderheid en dat vereist dus een zeer heldere en donkere nacht. Bovendien is een telescoop met een opening > 10 cm zeer wenselijk. In telescopen van15 cm en groter en een vergroting van 100-120x komt de nevel goed tot zijn recht. Een UHC-filter of een OIII-filter kan helpen om meer detail zichtbaar te krijgen.

De Uilnevel heeft een zeer complexe vorm. De nevel is vormt een cilindrische torus waarvan wij, fotografisch alleen maar het oog van kunnen zien. Dit gedeelte van de nevel is dan ook bekend als het oog van de uil. De nevel heeft een leeftijd van ongeveer 6000 jaar. In het midden van de nevel bevindt zich een stervende ster van magnitude 14. Deze ster heeft een massa minder dan de helft van onze ster. Deze ster is soms beter zichtbaar dan de nevel zelf. Om deze ster te kunnen zien is een telescoop met ene opening >25 cm nodig. Ede ster bevindt zich precies tussen de twee ogen van de uil in.

De nevel werd op 16 februari 1781 voor het eerst waargenomen door Pierre Mechain. Charles Messier nam de nevel op 24 maart 1781 op in zijn catalogus en noteerde erbij: nevel in de Grote Beer vlakbij de ster Beta. De nevel is moeilijk te zien, zeker als je de draden van de micrometer sterker verlicht. Het licht is zwak, er is geen ster zichtbaar.

M97 werd ook door William Herschel waargenomen. Hij omschreef de nevel als helder, een doorsnede van ongeveer 3′ met een bijna egale lichtverdeling.

M97 – de Uil-nevel – door Lord Rosse

De Uilnevel dankt zijn naam aan Lord Rosse die de nevel bekeek door zijn zelfgebouwde 72 inch telescoop. In de tekening van Lord Rosse zijn duidelijk de ogen van een uil herkenbaar.

Messier 101

M101 in het sterrenbeeld Ursa Major

Andere benamingen: M101, NGC NGC 5457, pinwheel stelsel
Type object: spiraalvormig melkwegstelsel
Afstand: 27,000,000 lichtjaar
Visuele helderheid: 7,9
Schijnbare grootte: 22,0

M101 is te vinden door te starten bij de ster Eta Ursae majoris in de steel van de steelpan. Gebruik Eta Ursae Majoris samen met Zeta Ursae Majoris (ook een ster van de steel van de steelpan) en vorm een denkbeeldige driehoek: M101 staat op eenzelfde afstand ten noorden van deze twee sterren.vanuit een donkere waarneemlocatie en een heldere lucht kan M101 zichtbaar zijn in een grote verrekijker als een wazig vlekje. Je hebt een middelgrote telescoop nodig om enige structuur te kunnen onderscheiden.

M101 bevindt zich op een afstand van ± 27 miljoen lichtjaar en heeft een doorsnede van ± 170.000 lichtjaar. Het is één van de grootste spiraalvormige sterrenstelsels die we kennen. Het stelsel heeft een lichtkracht van 30 miljard zonnen. M101 lis een beetje scheef. Net scheef genoeg om door Halton Arp als nummer 26 in zijn Catalogue of Peculiar Galaxies opgenomen te worden. Hij omschreef het als een stelsel met één zware arm. Waarom? Wellicht is er sprake van interactie met een ander stelsel. In röntgen bekeken zien we dat M101 een zeer actief stelsel is waar op grote schaal supernova-explosies plaatsvinden.

Messier 101 werd op 27 maart 1781 door Pierre Mechain ontdekt en toegevoegd aan de catalogus van Messier. Messier schreef: “nevel zonder ster, erg zwak en erg groot, 6 tot 7 boogminuten in diameter, tussen de linkerhand van Boötes en de staart van de Grote Beer. Het is moeilijk te onderscheiden als men de kruisdraden verlicht.”

Het was William Herschel die in 1783 enige structuur wist waar te nemen maar ook hij geeft in zijn aantekeningen aan dat het met zijn telescopen erg lastig is

Messier 108

M108 in het sterrenbeeld Ursa Major

Messier 108 bevindt zich op ongeveer 1/4 van de afstand tussen β Ursa Majoris en γ Ursa Majoris. Het stelsel is relatief gemakkelijk te lokaliseren maar niet echt eenvoudig te zien! We kijken van de zijkant tegen dit melkwegstelsel aan en dat betekent dat het smal is en lastig te zien in een kleine telescoop. Het vereist een donkere en heldere nacht om het stelsel echt te zien. In grote telescopen laat M108 enig detail zien.

Messier staat op een afstand van 45 miljoen lichtjaar van de Aarde en verwijderd zich van ons met een snelheid van 772 kilometer per seconde. Dit melkwegstelsel is rijk aan donkere stofwolken. Bovendien hebben waarnemingen met de Chandra röntgensatelliet aangetoond dat er in de kern van het stelsel één of meerdere zwarte gaten voorkomen.

Messier 108 werd op 19 februari 1781 door Pierre Mechain ontdekt, 3 dagen na de ontdekking van M97. We weten uit de aantekeningen van Messier dat hij M108 ook heeft gezien en dat hij de ontdekking van Mechain bevestigde. Echter hij verrichtte geen nauwkeurige positiebepalingen en nam het ook niet op in zijn definitieve catalogus.

William Herschel nam M108 waar in 1789.

 

Messier 109

M109 in het sterrenbeeld Ursa Major

Andere benamingen: M109, NGC 3992
Type object: spiraalvormig melkwegstelsel
Afstand: 55.000.000 lichtjaar
Visuele helderheid: 9,8
Schijnbare grootte: 7*7

Messier 109 is heel gemakkelijk te vinden: het melkwegstelsel bevindt zich minder dan één graad ten zuidoosten van de ster Gamma Ursae Majoris (Phecda). Omdat het gemakkelijk is te vinden wil het nog niet zeggen dat M109 ook gemakkelijk is te zien! Het is een groot melkwegstelsel echter de buitenste armen zijn zwak en alleen de heldere kern is zichtbaar met behulp van een kleine telescoop. Je hebt een donkere en heldere nacht nodig en een middelgrote telescoop om enige structuur in M109 te kunnen zien.

M109 werd in de nacht van 12 maart 1781 ontdekt door Pierre Mechain. Deze ontdekking werd op 24 maart 1781 door Charles Messier bevestigd samen met M108 terwijl hij bezig was om de positie van M92 nauwkeurig te bepalen. In eerste instantie nummerde Messier het melkwegstelsel als nummer 99 maar hij bepaalde er geen positie bij. Omdat Messier de nevel niet catalogiseerde ontdekte William Herschel op 12 april 1789 de nevel opnieuw en gaf hem zijn eigen catalogusnummer. Omdat M109 later is de aantekeningen van Messier is teruggevonden is het object achteraf aan de catalogus toegevoegd.

M109 is een zogenoemde balkspiraal. Het melkwegstelsel bevindt zich op een afstand van 55 miljoen lichtjaar van de Aarde en verwijderd zich van ons met een snelheid van 1142 kilometer per seconden. Het melkwegstelsel heeft diverse begeleiders. Deze begeleiders zijn wellicht de oorzaak van de heldere centrale balk in het stelsel. Er zijn drie begeleiders gevonden: UGC 6923, UGC 6940 en UGC 6969.

Messier 109 is een dankbaar object voor astronomen om stervorming te bestuderen.

NGC 5474
NGC 5474 is een dwergsterrenstelsel in de buurt van Messier 101 waarmee het dan ook in interactie is. Het stelsel wordt vaak als een dwergspiraalstelsel geclassificeerd omdat er tekenen van spiraalarmen zichtbaar zijn.

NGC 5474 wordt door Messier 101 vervormd. Het is het meest nabije stelsel tot Messier 101. NGC 5474 heeft een visuele helderheid van magnitude 11,3 en bevindt zich op een afstand van ongeveer 22 miljoen lichtjaar ons vandaan.

Eerste publicatie: 28 juli 2009
Laatste keer bijgewerkt op: 25 november 2017