Wie was David Fabricius?

 

Mira in het sterrenbeeld Cetus
Opname in ultraviolet licht van de staart en de boeggolf van Mira. De opname is gemaakt door de Galaxy Evolution Explorer van de NASA. credit: NASA, public domain

Op 13 augustus 1596 ontdekte de Duitse astronoom en theoloog David Fabricius de eerst bekende periodiek veranderlijke ster. Hij noemde die ster Mira Ceti (het “wonder” in het sterrenbeeld Cetus – Walvis).

David Fabricius werd in Esens in Nedersaksen geboren. Hij kreeg een behoorlijk goede opleiding en leerde voornamelijk Latijn. In Braunschweig deed hij zijn eerste astronomische ervaringen op. Zijn docent introduceerde hem in zowel de wiskunde als de astronomie alvorens hij aan de universiteit van Helmstedt ging studeren. Hij werd uiteindelijk een protestants priester. In de daaropvolgende jaren spendeerde hij veel tijd aan het bestuderen van de sterrenhemel. Hij begon met gevestigde wetenschappers uit die tijd te corresponderen over de beweging van de sterren, het noorderlicht en kometen. Onder deze wetenschappers Tycho Brahe en Johannes Kepler. Tussen 1601 en 1609 wisselde hij meer dan 40 brieven met Kepler uit. Deze brieven gingen voornamelijk over Mars. Toen Tycho Brahe tussen 1597 en 1599 in Wandsbek was, was Fabricius een van zijn bezoekers.

Op 13 augustus 1596 noteerde Fabricius het veranderen van de ster Omicron Ceti in het sterrenbeeld Cetus. De ster veranderde met een periode van ongeveer 331 dagen in helderheid. Door dit vreemde gedrag noemde Fabricius de ster “res mira”(vreemd ding) maar sinds Johannes Hevelius wordt de ster eenvoudigweg “Mira” genoemd. Cetus is een groot en lastig te herkennen sterrenbeeld dat zich tussen Pisces – Vissen en Eridanus de rivier bevindt. Naast Mira komt er nog een veranderlijke ster in voor: Tau Ceti. Mira werd de naamgever voor een complete klasse van langperiodieke veranderlijke sterren. De ontdekking van Fabricius was belangrijk voor andere gevestigde geleerden want in die tijd werd algemeen aangenomen dat de sterrenbeelden van de dierenriem onveranderlijk en eeuwigdurend waren. Fabricius bewees dat dit niet zo is.

Na dit succes richtte Fabricius zijn aandacht op meteorologie en onderzocht hij de invloed van hemellichamen op de luchtcirculatie op Aarde. Zijn manuscripten over dit onderwerp zijn allemaal bewaard gebleven. In zijn laatste periode werkt David Fabricius samen met zijn zoon Johann. In 1611 kwam zoon Johann (de oudste van zeven zoons) terug van zijn studie in leiden. Hij bracht een telescoop mee. In 1611 observeerden ze daarmee de Zon en ze zagen donkere vlekken. Vader en zoon deden samen verschillende waarnemingen en ze waren in staat om het bestaan van die donkere vlekken zonder enige twijfel vast te leggen. Met behulp van die donkere vlekken bepaalde David Fabricius de draaiing van de Zon. Ofschoon ook Galileo Galilei vanuit Pisa en Thomas Harriot vanuit Londen al in 1610 zonnevlekken hadden waargenomen waren Johann Fabricius en Christoph Scheiner in Ingolstadt de eersten die er in wetenschappelijke zin over schreven.

Naast astronomie onderzocht Fabricius ook een mogelijke invloed van de sterren op de bewegingen van de aardse atmosfeer. In 1589 produceerde hij onder de titel “Never and warhafftige Beschriinge des Ostfreslandes” de eerste in Oost-Friesland (Dld0 gedrukte kaart.

Fabricius is op een beetje vreemde manier aan het eind van zijn leven gekomen. Hij zou kort voor zijn dood een preek hebben gehouden waarin hij zei een kippen- en ganzendief te kennen. Hij noemde echter geen naam. Een zelfgemaakte horoscoop voor 7 mei 1617 voorspelde een ramp en Fabricius bleef die dag dan ook binnen. In de avond dacht hij dat het gevaar was geweken en ging hij voor een wandeling naar buiten. Tijdens die wandeling werd hij door Frerik Hoyer, een boer, met een turfschop doodgeslagen. Hoyer schaamde zich blijkbaar als dief en was er boos over. Hoyer werd ter dood veroordeeld voor de moord op Fabricius.

Fabricius werd op 9 maart 1564 geboren te Esens en stierf op 7 mei 1617 te Osteel, Duitsland.

 

Eerste publicatie: 13 augustus 2020