Waarnemen – verrekijkers

Verrekijkers deel I

Verrekijkers zijn een handig hulpmiddel bij het bestuderen van de sterrenhemel gedurende nachten dat je niet veel tijd hebt om je telescoop op te bouwen. Omdat je met beide ogen kijkt kan je “3d”zien. Bovendien kosten verrekijkers een fractie van wat een telescoop kost. Zelfs met een modale verrekijker kan je al een 100.000 sterren zien, honderden open sterrenhopen, bolhopen, nevels, supernova restanten en tientallen melkwegstelsels.

De basis:

  • Alle verrekijkers worden gekenmerkt met twee getallen; vergroting en opening. Een verrekijker met als kenmerk 7*50 levert een vergroting van 7x en heeft objectief lenzen met een doorsnede van 50 mm. Hoe groter de objectief lenzen des te zwakker de objecten die je er mee kan zien maar ook des te zwaarder en moeilijk de verrekijker is te hanteren.
  • Sommige verrekijkers hebben een beeldveld (field of view) dat wordt opgegeven in graden of meters op 1000 meter. Dit geeft je informatie over hoe groot het gebied is dat je in één keer kan bekijken. Een standaard verrekijker heeft een beeldveld tussen de 5 en 8 graden: de breedte van een golfbal op een armlengte afstand. Ter vergelijking: een telescoop heeft een beeldveld van 1 graad of minder. Alsof je de sterrenhemel bekijkt door een rietje.
  • Voor sterrenkunde is een grotere opening beter. Dus een 10*80 verrekijker laat je zwakkere objecten zien dan een 10*50 verrekijker. Het nadeel? Grotere lenzen maken de verrekijker zwaarder en dus wordt het lastiger om die lang stil te houden als je omhoog naar de stellen kijkt.
  • Een grotere vergroting betekent meer detail en een donkerdere achtergrond hemel. Echter ook hier geldt weer: een zwaardere verrekijker is veel lastiger om goed stil te houden. Omdat het bibberen van je armen wordt mee vergroot zie je veel minder detail.

Meer in detail:

  • Een ander belangrijk gegeven bij een verrekijker is de uittredepupil, de grootte van de heldere schijfjes licht die je ziet in de oculairen als je de verrekijker op een armlengte afstand houdt. Voor sterrenkunde geldt: je wilt niet dat de grootte van deze schijfjes groter is dan je aan het donker aangepaste pupillen want anders bereikt niet alle licht dat door de lenzen van de verrekijker is gevangen je oog.
  • De uittredepupil is de verhouding tussen doorsnede en vergroting. Een verrekijker van 7*50 heeft een uittredepupil van 50/7 = 7 mm and een 7*35 verrekijker heeft een uittredepupil van 35/7=5 mm.
  • Een waarnemer jonger dan 30 jaar heeft met aan het donker aangepaste ogen een uittredepupil van 7 mm. Echter, iedere 10 – 15 jaar dat e ouder worden verliezen we 1 mm. Dis voor een waarnemer van rond de 50 jaar heeft het waarschijnlijk geen zin om een verrekijker met een uittredepupil groter van 5 – 6 mm te gebruiken. Als je ouder bent maakt et dus niet meer uit of je een 7*35 of een 7*50 verrekijker gebruikt.

Goed om te weten:
Een goede verrekijker biedt de mogelijkheid om voor beide ogen apart scherp te stellen. Bovendien kunnen ze worden aangepast aan de afstand tussen de ogen van de waarnemer. Let hier op als je van iemand een verrekijker leent want anders heel je er bij lange na niet het maximale uit.

Verrekijkers – deel II

In deel II proberen we enkele tips te geven om een goede verrekijker voor sterrenkunde aan te schaffen.

De basis:

  • Goedkope verrekijkers van rond de 75 tot 100 euro kunnen leiden tot een teleurstelling. Van de andere kant is het onnodig om meer dan 350 euro uit te geven voor een goede verrekijker.
  • Kies voor een verrekijker die met een Porro-prisma is uitgerust. Dit is het klassieke model verrekijker waarbij objectief en oculair niet op één lijn met elkaar staan. Verrekijkers met een rechte bouw maken gebruik van zogenaamde dakkant-prisma’s. Een goede verrekijker van dit type is erg duur. Niet nodig voor sterrenkunde.
  • Koop geen verrekijker die met een zoomfunctie of een ingebouwde camera is uitgerust. Dit zijn opties die voor sterrenkunde overbodig zijn.

Meer in detail:

  • Bij het selecteren van je verrekijker kijk je naar het licht dat de objectief lenzen weerkaatsen. Als de lenzen een goede anti-reflectie coating hebben dan lijken ze donker met een beetje van het gereflecteerde licht. Als de lenzen helder lijken te zijn of robijnrood zijn, koop dan de verrekijker niet.
  • Kijk door de lenzen naar de prisma’s binnenin. Een goede anti-reflectie coating zorgt voor een gekleurd prisma-oppervlak. Een wit oppervlak betekent geen anti-reflectie coating en dat is niet goed.
  • Houdt nu de verrekijker met de oculairen naar je toe gericht. Kijk naar het heldere schijfje van de uittredepupil. Als er gebruik is gemaakt van hoogwaardige prisma’s dan is dit schijfje rond (prisma’s gemaakt van BAK-4 glas). Als het schijfje afgeronde hoeken lijkt te vertonen dan is er gebruik gemaakt van goedkoper BK-7 glas. Niet ernstig maar ook niet optimaal.
  • Als je brildragend bent (verziend of bijziend) dan hoef je je bril niet te dragen als je door een verrekijker kijkt maar als je een cilinder hebt dan kan je niet zonder bril. Let er op dat je met je bril op het hele beeldveld kan gebruiken.
  • Kijk door de verrekijker naar een helder object en stel het scherp in het midden van het beeldveld. Een fatsoenlijke verrekijker zal tot aan de rand van het beeldveld redelijk scherp zijn. Is dit niet het geval koop de verrekijker dan niet.

Goed om te weten:
Wat maakt het verschil tussen een verrekijker van 200 euro en een verrekijker van 2000 euro als ze beiden dezelfde vergroting en lensopening hebben? De complexiteit van de anti-reflectiecoatings, de kwaliteit van de lenzen en de prisma’s en de precisie van de vorm van de lens. Een dure verrekijker zal een helder beeld geven met een hoog contrast en zal perfect scherp zijn tot aan de rand van het beeldveld. Leuk om te hebben als je de verrekijker bij daglicht gebruikt maar voor astronomisch gebruik bepaald niet kritisch.

Verrekijkers – deel III

Ofschoon ze duur zijn geven verrekijkers met een ingebouwde beeldstabilisatie bij lagere vergrotingen veel mooiere beelden dan verrekijkers zonder beeldstabilisatie. In recensies wordt vaak hoog opgegeven over deze technische hoogstandjes voor gebruik bij sterrenkunde en overdag.

De basis:

  • Alle grote merken hebben wel één of meerdere modellen met beeldstabilisatie in hun assortiment. De modellen van Canon zijn wat verder ingeburgerd onder amateurastronomen.
  • Piezo-electrische bewegingssensors detecteren de bewegingen van de verrekijker. Deze bewegingssignalen worden doorgegeven aan een micro-processor die de bewegingsstabilisatie controleert door middel van een prisma met een variabele hoek – een paar glasplaten die flexibel met elkaar zijn verbonden. De ruimte tussen de platen is opgevuld met een op siliconen gebaseerde olie die er voor zorgt dat het beeld maximaal wordt gedeflecteerd.
  • De bewegingssensors werken in licht en in totale duisternis en bij elke richting waarin de verrekijker wordt gehouden.

Meer in detail:

  • Als je de beeldstabilisatie inschakelt betekent dit niet dat het beeld bevriest. Het beweegt alleen langzaam genoeg op en neer zodat je ogen het kunnen volgen. Ofschoon er sprake kan zijn van enige vertraging werkt de beeldstabilisatie werkt ook als je snel naar een ander gebied beweegt.
  • Beeldstabilisatie betekent dat je verrekijker batterijen zal vreten. Een paar alkaline batterijen kan in vijf minuten leeg zijn, een paar oplaadbare batterijen doen het misschien een paar uur.
  • Als je moeite hebt om de verrekijker goed stil te houden kan dit de lol in verrekijker-astronomie snel over doen gaan. Als je je het kan permitteren dan is een verrekijker met beeldstabilisatie zeer zeker aan te raden.

Eerste publicatie: 24 februari 2010
Laatste keer bijgewerkt op: 19 maart 2017