De Juliaanse kalender

Kalender

Kalender

De Juliaanse kalender werd in 45 voor Christus door Julius Caesar geïntroduceerd. De kalender werd tot aan het eind van 1500, toen landen begonnen over te schakelen op de Gregoriaanse kalender, veel gebruikt. Er waren enkele landen (zoals Griekenland en Rusland) die de kalender tot vroeg in 1900 gebruikten. De Orthodoxe kerk van Rusland en enkele andere orthodoxe kerken gebruiken de Juliaanse kalander nog steeds.

In de Juliaanse kalander wordt het tropische jaar gemiddeld op 365,25 dagen. Dit levert op ongeveer 128 dagen een fout op van één dag. De benadering van 365,25 dagen wordt bereikt door iedere vier jaar een schrikkeljaar in te voegen.

Welke jaren zijn schrikkeljaren?

De Juliaanse kalender heeft iedere vier jaar een schrikkeljaar. Ieder jaar dat deelbaar is door vier is een schrikkeljaar.

Deze vierjaarlijkse regel werd in de eerste jaren na de introductie van de Juliaanse kalender in 45 voor Christus niet gevolgd. Als gevolg van een telfout was er in de eerste jaren van het bestaan van de kalender iedere drie jaar een schrikkeljaar. Deze schrikkeljaren waren de jaren: 45 v. Chr., 42 v. Chr., 39 v. Chr., 36 v. Chr., 33 v. Chr., 30 v. Chr., 27 v. Chr., 24 v. Chr,. 21 v. Chr., 18 v. Chr., 15 v. Chr., 12 v. Chr.,9 v. Chr., 8 na Chr., 12 na Chr., en daarna iedere vier jaar. Niet iedereen is er van overtuigd dat 45 v. Chr. ook een schrikkeljaar was.

Tussen 9 v. Chr. en 8 na Chr. waren er geen schrikkeljaren (sommige deskundigen zeggen dat er geen schrikkeljaren waren tussen 12 v. Chr. En 4 na Chr.). Deze periode zonder schrikkeljaren was per decreet afgeroepen door keizer Augustus omdat hij wilde corrigeren voor de overmaat aan schrikkeljaren voorheen en omdat hij er een plaats mee verdiende op de kalender omdat de achtste maand naar hem werd vernoemd.

Welke gevolgen had het gebruik van de Juliaanse kalender?

De Juliaanse kalender introduceert een fout van 1 dag per 128 jaar. Dus iedere 128 jaar schuift het tropische jaar één dag naar achteren ten opzichte van de kalender. Daarnaast was de methode om de Paasdatum te berekenen onnauwkeurig, ook die moest verfijnd worden.

Om bovenstaande op te lossen waren er twee stappen noodzakelijk:

1. De Juliaanse kalender moest vervangen worden voor iets nauwkeurigers.

2. De extra dagen die de Juliaanse kalender had toegevoegd moesten vervallen.

De oplossing voor probleem 1 was de invoering van de Gregoriaanse kalender.

De oplossing voor probleem was afhankelijk van het feit dat men van mening was dat 21 maart de juiste dag was voor de lente equinox (Tijdens het Concilie van Nicaea in 325 na Christus was 21 maart de datum van de lente equinox). De Gregoriaanse kalender werd daarom aangepast zodat 21 maart de dag werd van de lente equinox.

In 1582 had de lente equinox zich ongeveer 10 dagen naar achteren verplaatst (1582-325)/128 = 9,82. Men moest dus 10 dagen laten vervallen.

Eerste publicatie:
© 2016, Claus Tøndering. Dit artikel is vertaald en gepubliceerd volgens de richtlijnen van de copyright houder.