NASA toont 30 jaar na dato een nieuwe versie van Pale Blue Dot

De bewerkte opname van Pale Blue Dot
De opnieuw bewerkte foto van Pale Blue Dot die Voyager 1 maakte op 14 februari 1990. Credit: NASA/JPL-Caltech

Een nederig makende foto van de Aarde die Voyager 1 vanaf een afstand van ongeveer 6 miljard kilometer maakt is ter gelegenheid van zijn dertigste verjaardag door de NASA opnieuw bewerkt.

Op 14 februari 1990 draaide de camera van de Voyager 1 naar de Aarde en dat leidde tot een van de geweldigste foto’s ooit gemaakt.

Anders dan andere foto’s van de Aarde, waarop wolken en continenten zichtbaar zijn, laat deze foto onze planeet zien als een kleine sterachtige vlek van licht. Oftewel een “pale blue dot” in de woorden van de wijlen astronoom Carl Sagan. Voyager 1 toonde ons de Aarde zoals we die niet eerder hadden gezien.

Om de dertigste verjaardag van deze iconische foto te vieren besloten wetenschappers van het Jet Propulsion Laboratory van de NASA om de oude foto een nieuw uiterlijk te geven. Met behulp van de nieuwste beeldbewerkingstechnieken en met respect voor de intentie van degenen die destijds de opname planden. De foto lijkt schoner, duidelijker en helderder dan de originele versie.

De belangrijkste fase van het wetenschappelijke onderzoek van de Voyager 1 missie was bijna ten einde toen de foto werd gemaakt. De Voyager 1 werd in 1977 gelanceerd en heeft scheervluchten langs Jupiter en Saturnus gemaakt. Tijdens die scheervluchten maakte de ruimtesonde ongekend scherpe opnames.

Begin februari 1990 bevond Voyager 1 zich op een afstand van ongeveer 6 miljard kilometer van de Aarde (40,1 Astronomische Eenheden). De ruimtesonde was voorbij de baan van Neptunus en bevond zich ongeveer 32° boven het vlak van de ecliptica. De afstand tot de Aarde was zo groot dat toen de foto werd gemaakt het licht van de Aarde 5 uur en 36 minuten nodig had om de ruimtesonde te bereiken. We weten dat we in het verleden kijken als we dieper het heelal in kijken maar we realiseren ons zelden dat onze eigen techniek ook in de tijd terugkijkt naar ons.

Voyager 1 kon onze planeet met behulp van drie kleurenfilters bekijken: violet, blauw en groen. Gecombineerd leveren deze drie spectraalfilters een opname in valse kleuren op. Het resultaat is dat de Aarde zichtbaar is als een lichtblauwe spikkel, minder dan een pixel in doorsnede, zwevend in de ruimte en doorsneden door een straal verstrooid zonlicht, een artefact dat door de camera van de Voyager is veroorzaakt. Onze planeet is minder dan een pixel groot en dus niet volledig opgelost, aldus de NASA.

De originele Pale Blue Dot opname
De originele versie van Pale Blue Dot. Credit: NASA/JPL

De nieuw bewerkte opname van Pale Blue Dot is minder donker dan het origineel. Ook de verschillende artefacten die werden veroorzaakt door de extreme vergroting en de helderheid van de Zon werden geminimaliseerd.

Daarnaast werd de helderheid van de verschillende kanalen ten opzichte van elkaar gebalanceerd. Hierdoor lijkt de afbeelding helderder maar ook minder korrelig dan het origineel. Daarnaast werd de zonnestraal die over de Aarde heen schijnt dusdanig aangepast dat die wit lijkt, net zo wit als het witte licht van de Zon.

Familieportret van ons zonnestelsel gemaakt door Voyager 1
De 60 opnames die samen het familieportret van ons zonnestelsel vormen. Credit: NASA/JPL

In dezelfde periode in 1990 dat de Voyager de Pale Blue Dot opname maakte werden ook soortgelijke opnames gemaakt van Neptunus, Uranus, Saturnus, Jupiter, Aarde en Venus (opnames van Mars, Mercurius en Pluto waren destijds niet mogelijk). Deze foto’s zijn bekend als het familieportret van het zonnestelsel. Dit was een idee van de in 1996 gestorven astronoom Carl Sagan. Deze belangrijke opnames stonden niet in de planning van de missie. Sagan heeft verschillende malen moeten aandringen voordat ze werden gemaakt.

Pale Blue Dot was een soort afscheid voor de Voyager 1 missie. Het team sloot 34 minuten na het maken van de 60 foto’s die het familieportret van het zonnestelsel vormen, de camera af. Dit werd gedaan om energie te sparen.

Deze en andere energiebesparende acties hebben het mogelijk gemaakt dat Voyager 1 en Voyager 2 nog steeds wetenschappelijk onderzoek kunnen doen. De beide ruimtesondes hebben de heliosfeer van ons zonnestelsel inmiddels verlaten. Als alles goed gaat gaan de beide ruimtesondes nog enkele jaren mee voordat ze definitief door hun energievoorraad heen zijn.

 

Eerste publicatie: 14 februari 2020
Bron: NASA