VLT bepaalt de grootte van Euphrosyne en zijn maan

Euphrosyne en maantje
Deze afbeelding is gemaakt met het ZIMPOL-instrument aan de Very Large Telescope van de ESO in Chili. De afbeelding toont de asteroïde Euphrosyne en zijn maan S/2019 (31) 1. Credit: : Yang et al, arXiv: 2007.08059.

Astronomen hebben met behulp van de Very Large Telescope van de ESO in Chili de vorm, diameter en dichtheid van de asteroïde 31 Euphrosyne en de diameter van zijn maantje bepaald.

Euphrosyne is een van de grootste objecten in de hoofdgordel van asteroïden die zich tussen mars en Jupiter bevindt. De asteroïde is op 1 september 1854 ontdekt door James Ferguson. Het was de eerste asteroïde die vanuit Noord-Amerika werd ontdekt.

De asteroïde is de naamgever van een familie van asteroïden die in een baan met een grote inclinatie in de buitenste gebieden van de asteroïden ronddraait. Het is een opmerkelijk grote familie.

Euphrosyne draait met een periode van 5,61 jaar om de Zon heen. De asteroïde heeft een kleine begeleider, S/2019 (31) a. Dit maantje werd in 2019 ontdekt.

Het is een asteroïde van het C-type met een oud oppervlak dat mogelijk is bedekt met een deken van materiaal dat vrijkwam bij dezelfde botsing als waaruit Euphrosyne en zijn maan zijn ontstaan.

De hoofdgordel van asteroïden is een dynamisch levend overblijfsel waarbij de vormen, afmetingen en oppervlakken van de meeste asteroïden worden veranderd door aanhoudende fragmentatie door middel van botsingen en inslagen waarbij kraters ontstaan.

Ruimtesondes en waarnemingen vanaf de Aarde hebben een fascinerende variëteit aan vormen onthuld waarbij grote asteroïden bijna bolvormig zijn en kleine asteroïden onregelmatige vormen hebben.

Van de meeste asteroïden met een diameter van meer dan 100 kilometer is sinds het ontstaan de interne structuur vermoedelijk niet meer veranderd. De leeftijd van die asteroïden is naar schatting vergelijkbaar met de leeftijd van het zonnestelsel.

De onderzoekers hebben het SPHERE-instrument (Spectro-Polarimetic High-contrast Exoplanet Research) en het ZIMPOL (Zurich Imaging Polarimeter) instrument aan de Very Large Telescope gebruikt om Euphrosyne en zijn kleine maan te bestuderen.

Hun waarnemingen toonden aan dat de asteroïde met een index van 0,9888 nagenoeg bolvormig is (een index van 1 betekent een perfecte bol) en dat er aan het oppervlak geen grote inslagkraters zichtbaar zijn.

In de hoofdgordel is Euphrosyne onder de hoofdgordelasteroïden met een bekende vorm het op twee na meest bolvormige object. Alleen Ceres en Hygiea zijn ronder.

Volgens de astronomen heeft Euphrosyne een diameter van 268 kilometer. Het is daarmee een van de tien grootste asteroïden in de hoofdgordel. De dichtheid bedraagt 1,665 kg/m3. Het is de eerste zeer nauwkeurige dichtheidsmeting via waarnemingen vanaf de Aarde van dit type asteroïde.

Een dergelijke dichtheid impliceert dat er in de asteroïde een grote hoeveelheid water (minstens 50% in volume) aanwezig moet zijn.

Er zijn geen grote structuren zichtbaar aan het oppervlak en er zijn geen grote kraters gedetecteerd. Dit wijst op een jonge leeftijd en een ijsrijke samenstelling.

De diameter van het maantje S/2019 (31) 1 wordt geschat op ongeveer 4 kilometer. Dit maantje volgt een prograde baan rond de evenaar van Euphrosyne.

Het onderzoek zal gepubliceerd worden in het tijdschrift Astronomy & Astrophysics

Artikel: B. Yang et al. 2020. Binary asteroid (31) Euphrosyne: Ice-rich and nearly spherical. A&A, in press; arXiv: 2007.08059

 

Eerste publicatie: 6 augustus 2020
Bron: Sci-News