Waarom zien we zo weinig supernova’s?

supernova explosie
supernova explosie. Credit: NASA

Er vinden in ons sterrenstelsels verschillende supernova-explosies per eeuw plaats maar waarom is het dan al honderden jaren gelden dat we er eentje hebben kunnen waarnemen? Nieuw onderzoek biedt een verklaring: het is een combinatie van stof, afstand en stom geluk.

De laatste supernova die uit een betrouwbare bron werd opgetekend vond plaats in 1604. Deze supernova werd door veel astronomen ter wereld waargenomen waaronder de beroemde astronoom Johannes Kepler. In die tijd had niemand een idee waarom en hoe deze “nieuwe” sterren aan de sterrenhemel verschenen en daarna ook weer verdwenen. Tegenwoordig weten we dat antwoord: ze zijn het resultaat van of de dood van een zware ster of een uit de hand gelopen nucleaire reactie op een witte dwerg.

Astronomen zijn er in geslaagd om het aantal supernova-gebeurtenissen in sterrenstelsels zoals het onze te berekenen en volgens hen moeten er verschillende supernova’s per eeuw plaatsvinden. Maar in de vier eeuwen sinds de beroemde supernova van Kepler hebben we geen enkele betrouwbare supernova waarneming meer gehad. En dat ondanks de sterk toegenomen technologie die we tot onze beschikking hebben.

Het is niet dat ons sterrenstelsel geen supernova’s meer produceert, aldus nieuw onderzoek dat onlangs is verschenen. Zo is bijvoorbeeld de Cassiopeia A nevel een overblijfsel van een supernova die 325 jaar geleden af ging maar die door helemaal niemand werd opgemerkt.

Dus wat is er aan de hand? Waarom zien we niet meer supernova’s? Volgens het nieuwe onderzoek heeft het allemaal te maken met de plaats van die supernova’s. Er vinden meer supernova’s plaats in de dunne, met sterren gevulde schijf van ons sterrenstelsel. En daar bevindt zich ook het meeste stof, stof dat extreem goed licht kan tegenhouden. Ook in de kern van ons sterrenstelsels vinden veel meer supernova’s plaats dan gemiddeld maar in die kern bevindt zich ook veel meer stof.

Om een supernova met het blote oog waar te nemen moet die op de juiste plek in ons sterrenstelsel plaats vinden: dicht genoeg bij en met een goed uitzicht. Als deze twee effecten worden gecombineerd met het gemiddelde aantal supernova’s dan komt dit overeen met de door mensen waargenomen en opgetekende supernova’s.

En toch zit er nog een addertje onder het gras. Het model van de astronomen voorspelt dat de meeste supernova’s die met het blote oog zichtbaar zijn in de richting van het galactische centrum moeten plaatsvinden. Maar de meeste opgetekende supernova’s vinden daar helemaal niet plaats. Het kan zijn dat de invloed van de spiraalarmen, die hun sterformatie en supernova’s kunnen regelen, een rol spelen maar hiervoor is nog nader onderzoek nodig.

Wanneer krijgen we dan weer eens een fraaie lichtshow te zien? De onderzoekers schatten dat we ongeveer 33% kans hebben om in de komende 10 jaar de dood van een zware ster te kunnen aanschouwen en 50% kans of de vernietiging van een witte dwerg waar te nemen. Wanneer precies? Dat is een kwestie van puur geluk.

Artikel: Witnessing History: Rates and Detectability of Naked-Eye Milky-Way Supernovae

 

Eerste publicatie: 11 januari 2021
Bron: UniverseToday