Het sterrenbeeld Monoceros – Eenhoorn

Het sterrenbeeld Monoceros is een sterrenbeeld aan de noordelijke horizon. Monoceros is Latijn voor “eenhoorn”. Monoceros werd in de 17-de eeuw geïntroduceerd door de Nederlandse cartograaf Petrus Plancius op aangeven van waarnemingen van Nederlandse zeilers.

Monoceros is een zwak sterrenbeeld, de helderste sterren zijn van de vierde magnitude maar desondanks bevat het wel verschillende bekende sterren zoals de ster van Plaskett, V838 Monocerotis en de veranderlijke sterren S Monocerotis en R Monocerotis. Ook bevat het sterrenbeeld verschillende mooie deep sky objecten.

Twee meteorenzwermen hebben hun radiant in het sterrenbeeld liggen: de december-Monoceriden en de Alpha-Monoceriden.

Monoceros behoort samen met Canis Major, Canis Minor en Lepus tot de Orion-familie van sterrenbeelden.

Gegevens Sterrenbeeld

Nederlandse naamLatijnse naamAfkortingGenitief
EenhoornMonocerosMonMonocerotis
ZichtbaarheidDecember – April (aangegeven zijn de maanden waarin het sterrenbeeld om 22 uur boven de horizon staat) voor waarnemers tussen de 75-ste en de -85-ste breedtegraad
GrootteIn grootte is Monoceros het 35-ste sterrenbeeld. Het sterrenbeeld beslaat een oppervlakte van 482 (°)2 aan de sterrenhemel.
OmgevingHet sterrenbeeld wordt omringd door Canis Major, Canis Minor, Gemini, Hydra, Lepus, Orion en Puppis
Meteorenzwermende december-Monoceriden en de α-Monoceriden
IAU-kaart van het sterrenbeeld Monoceros – Eenhoorn
IAU-kaart van het sterrenbeeld Monoceros – Eenhoorn

Download de IAU-kaart van het sterrenbeeld Monoceros – Eenhoorn

Beschrijving

Monoceros – afbeelding

Monoceros verscheen in 1612 als Monoceros Unicornis op een sterrenglobe van Petrus Plancius. Het sterrenbeeld moest de leegte tussen de sterrenbeelden Orion en Hydra opvullen Plancius introduceerde de Eenhoorn omdat het mythologische beest ook voorkomt in het Oude Testament van de Bijbel. Omdat het sterrenbeeld in de klassieke oudheid nog niet bestond zijn er geen mythes geassocieerd met het sterrenbeeld. In 1624 nam de Duitse astronoom Jakob Bartsch het sterrenbeeld als “Unicornus” op in zijn steratlas.

Monoceros op oude sterrenkaarten

Monoceros – uit de Uranographia van Hevelius (ca. 1690)

Monoceros – uit Urania’s Mirror (ca. 1825) samen met Canis Minor en het niet meer erkende sterrenbeeld Atelier Typographique.

De sterren van Monoceros

Alpha Monocerotis – α Monocerotis
Alpha Monocerotis heeft een helderheid van magnitude 4,0 en bevindt zich op een afstand van ongeveer 144 lichtjaar van de Zon. De ster heeft een massa van 2,0 en een straal van 10,1 * de straal van de Zon.

Gamma Monocerotis – γ Monocerotis
Gamma Monocerotis heeft een helderheid van magnitude 4,0 en bevindt zich op een afstand van 645 lichtjaar van de Zon. Het is een meervoudig stersysteem.

Delta Monocerotis – delta Monocerotis
Delta Monocerotis heeft een visuele helderheid van magnitude 4,2 en bevindt zich op een afstand van ongeveer 375 lichtjaar van de Zon.

Zeta Monocerotis – ζ Monocerotis
Zeta Monocerotis heeft een visuele helderheid van magnitude 4,4 en bevindt zich op een afstand van 1852 lichtjaar. Het is een gele superreus met een straal van 62 * de straal van de Zon en een helderheid van 2535 * de helderheid van de Zon.

Epsilon Monocerotis – ε Monocerotis
Epsilon Monocerotis bevindt zich op een afstand van ongeveer 128 lichtjaar van de Zon. Het is een dubbelster met een helderheid van magnitude 4,3. De hoofdcomponent heeft een helderheid van magnitude 4,4 en de begeleider heeft een visuele helderheid van magnitude 6,7. de twee sterren zijn 12,1 boogseconden van elkaar gescheiden. De hebben helderheden van 20 en 2,5 * de helderheid van de Zon, en straal van 2,2 respectievelijk 1,2 * de straal van de Zon en een massa van 1,9 respectievelijk 1,3 zonsmassa.

De hoofdcomponent draait met een snelheid van 137 kilometer per seconde zeer snel om zijn as. De twee sterren draaien met een periode van 6000 jaar om elkaar heen en ze staan ongeveer 5000 Astronomische Eenheden van elkaar vandaan. Epsilon Monocerotis bevindt zich net ten westen van de beroemde Rosetta nevel.

13 Monocerotis
13 Monocerotis heeft een visuele helderheid van magnitude 4,5 en bevindt zich op een afstand van ongeveer 1509 lichtjaar van de Zon. De ster heeft een straal van 37 * de straal van de Zon en een massa van 9 zonsmassa. De ster heeft een helderheid van 10.800 * de helderheid van de Zon. Ook 13 Monocerotis kan gebruikt worden als wegwijzer naar de Rosetta nevel.

13 Monocerotis is afkomstig uit de open sterrenhoop NGC 2264 die zich 3,5° ten noordoosten van de ster bevindt. De ster is omringd door een zwakke reflectienevel die een doornsnede heeft van ongeveer 10 lichtjaar.

Beta Monocerotis – β Monocerotis
Beta Monocerotis is een drievoudige ster. Het systeem heeft een gezamenlijke visuele helderheid van magnitude 3,7 en bevindt zich op een afstand van ongeveer 700 lichtjaar van de Zon. Alle drie de componenten zijn zogenoemde Be-sterren. Dit zijn sterren met een circumstellaire schijf. In het beeldveld bevindt zich ook nog een ster van de 12-de magnitude maar deze behoort niet tot het Beta Monocerotis systeem.

De drie sterren lijken heel erg veel op elkaar. Ze behoren alle drie tot spectraalklasse B en hebben een oppervlaktetemperatuur van ± 18.500 Kelvin. Ze hebben massa’s van 7, 7,2 en 6 zonsmassa en helderheden van magnitude 4,6, 5,4 en 5,. Beta Monocerotis A is 3200 * zo helder als de Zon, Beta Monocerotis B en C zijn 1600 respectievelijk 1300 * de helderheid van de Zon. Alle drie de sterren draaien ook hele snel om hun as: 346, 123 respectievelijk 331 kilometer per seconde en alle drie de sterren hebben een circumstellaire schijf om hun evenaar.

S Monocerotis
S Monocerotis is een zware, veranderlijke spectroscopische dubbelster. De beide sterren draaien met een periode van 25 jaar om elkaar heen. De ster bevindt zich op een afstand van ongeveer 1000 lichtjaar van de Zon. De ster heeft een helderheid die varieert tussen magnitude 4,2 en 4,6.

S Monocerotis bevindt zich in de open sterrenhoop met de naam De Kerstboom in NGC 2264 en wordt omhuld door de nevel Sharpless 273 en dit geheel bevindt zich net ten noorden van de Konus nevel.

De ster van Plaskett – HR 2422

De ster van Plaskett in Monoceros
Zoekkaartje voor de ster van Plaskett in Monoceros

De ster van Plaskett is een spectroscopische dubbelster die is vernoemd naar de Canadese astronoom John Plaskett die de ster in 1922 ontdekte. De dubbelster heeft een gezamenlijk visuele helderheid van magnitude 6,1 en bevindt zich op een afstand van ongeveer 5245 lichtjaar van de Zon. Het systeem bestaat uit twee sterren van spectraalklasse O. Het is een van de zwaarste dubbelstersystemen die we kennen met een totale massa van 100 zonsmassa. De beide sterren draaien met een periode van 14,4 dagen om elkaar heen. De zwakste ster draait met een snelheid van 300 kilometer per seconde om zijn as. Door die hoge snelheid stulpt de ster aan de evenaar behoorlijk uit.

R Monocerotis
R Monocerotis is een T Tauri-veranderlijke ster. T Tauri-sterren zijn jonge sterren die nog niet op de hoofdreeks zij aangekomen. Ze worden voornamelijk in de buurt van moleculaire wolken gevonden. De helderheid van de ster varieert tussen magnitude 10 en 12; de ster bevindt zich op een afstand van ongeveer 2500 lichtjaar en heeft een gemiddelde helerheid van magnitude 10,4.

R Monocerotis bevindt zich in Hubble Veranderlijke Nevel. Dit is een diffuse reflectie nevel die door de ster is gemaakt. R Monocerotis heeft een kleinere zwakke begeleider. De ster heeft een massa van ongeveer 10 zonsmassa en is 43.000 * zo helder als de Zon.

V577 Monocerotis – Ross 614
Ross 614 is een rode dwerg die als een UV Ceti-veranderlijke is geclassificeerd. Het is tevens een dubbelster met een visuele helderheid en een helderheid van magnitude 11,2. het stersysteem bestaat uit twee rode dwergen die in een nauwe baan om elkaar heen draaien. De begeleider heeft een visuele helderheid van magnitude 14,2.

De helderste ster werd in 1927 ontdekt door de Amerikaanse astronoom Elmore Ross met behulp van een 40 inch refractor. In 1936 ontdekte de Nederlands-Amerikaanse natuurkundige en astronoom Dirk Reuyl met behulp van een 26 inch refractor de begeleider.

Corot-7
Corot-7 heeft een visuele helderheid van 11,7. De ster bevindt zich op een afstand van 489 lichtjaar van de Zon. De ster heeft een massa van 0,91 zonsmassa en een straal van 0,82 * de straal van de Zon. In 2009 werden er met behulp van de Franse COROT-satelliet twee exo-planeten ontdekt. De binnenste planeet, OROT-7b, heeft een massa tussen 2,3 en 8,5 * de massa van de Aarde. Deze planeet draait in 0,85 dagen om de ster heen. COROT-7c heeft een massa tussen 8,4 en 13,5 * de massa van de Aarde en draait met en periode van 3,7 dagen om de planeet heen. Mogelijk is er ook nog een derde planeet aanwezig maar die is nog niet bevestigd.

COROT-1
COROT-1 heeft een visuele helderheid van magnitude 13,6, de ster bevind zich op een afstand van 15460 lichtjaar van de Aarde. De ster is al in een middelgrote telescoop zichtbaar. In 2007 werd er een zogenoemde hete Jupiter ontdekt in een baan om de ster. De planeet draait in een gebonden rotatie om de ster heen. Deze planeet heeft een massa van 1,03 * de massa van Jupiter en draait met een periode van 1,5 dagen om de planeet heen.

V838 Monocerotis
V838 Monocerotis is een rode superreus en een bekende veranderlijke ster. De ster heeft een visuele helderheid van magnitude 15,7 en bevindt zich op een afstand van 20.000 lichtjaar.

De ster werd in 2002 ontdekt tijdens een uitbarsting. De ster werd toen gedurende enkele weken flink helderder. De oorzaak van deze explosie is onbekend. De ster nam fors in omvang toe maar blies niet zijn buitenste lagen weg zoals normaal is bij een supernova explosie. De temperatuur en de helderheid van de ster namen toe maar de omvang van de ster nam af. Op dit moment heeft de ster een helderheid van 15.000 * de helderheid van de Zon en een straal van 380 * de straal van de Zon.

De Deep Sky objecten in Monoceros

Messier 50

Messier 50 in het sterrenbeeld Monoceros

Andere benamingen: M50, NGC 2323
Type Object: open sterrenhoop
Afstand: 3200 lichtjaar
Visuele helderheid: 5.9
Schijnbare grootte: 16 boogminuten

Messier 50 bevindt zich op 3200 lichtjaar van de Aarde en heeft een doorsnede van ongeveer 20 lichtjaar. De kern wordt geschat op 10 lichtjaar groot. M50 bestaat uit ongeveer 200 sterren die echter deels met fotometrie zijn bepaald. De open sterrenhoop is 100 tot 120 miljoen jaar oud.

M50 is helder en relatief groot en daarom gemakkelijk te herkennen. Echter, M50 is niet gemakkelijk te vinden omdat het sterrenbeeld Monoceros bestaat uit lichtzwakke sterren. Zoek de ster Sirius op (Alpha Canis Majoris). Ongeveer een handbreedte richting noordoosten staat de ster Procyon (Alpha Canis Minoris). Monoceros bevindt zich tussen deze twee sterren in. Gebruik het zoekkaartje om M50 te kunnen vinden. M50 is zichtbaar in verrekijkers of de zoeker van je telescoop. In een telescoop zelf komt M50 pas goed tot zijn recht en zijn de afzonderlijke kleuren van de sterren goed te zien. Vanwege de helderheid en de hoge concentratie aan sterren is M50 ook bij lichtvervuilde omstandigheden of bij storend maanlicht nog goed te vinden.

M50 is vermoedelijk in 1711 ontdekt door Cassini en onafhankelijk van hem herontdekt door Charles Messier in de nacht van 5 april 1772. Messier noteerde: een groep van kleine sterren, boven de rechterheup van de Eenhoorn, boven de ster Theta van het oor van Canis Major. Messier ontdekte de open sterrenhoop toen hij de komeet van 1772 bestudeerde. Hij tekende de positie van de sterrenhoop in op de kaart van de komeet.

Later bestudeerde William Herschel ook nog M50. Het was zoon John die de kleuren van de sterren noemde toen hij het object opnam in de NGC-catalogus.

NGC 2264

NGC 2264 in het sterrenbeeld Monoceros

NGC 2264 wordt ook wel de Kerstboom-sterrenhoop genoemd. Deze open sterrenhoop heeft een conisch vorm en bestaat uit blauw-witte sterren die gebed liggen in een zwakke wolk van gas en stof waarin zich nog steeds nieuwe sterren vormen. Bezitters van een telescoop met een doorsnede van 25 cm of meer kunnen onder hele goede omstandigheden wellicht een glimp opvangen van de donkere Konus-nevel aan het uiteinde van de sterrenhoop. Visueel is de Konus-nevel erg zwak maar fotografisch toont de nevel zijn ware gedaante. Sommigen hebben de vorm van de nevel omschreven als het silhouet van Jezus die een klein kind vast houdt…

De open sterrenhoop heeft een helderheid van magnitude 4.5 en is net met het blote oog zichtbaar als de hemel donker is en er geen storend maanlicht is. In een verrekijker is de open sterrenhoop goed zichtbaar. Het is verrassend dat Messier de open sterrenhoop niet heeft opgenomen in zijn catalogus. Het was William Herschel die de nevel in 1784 opnam in zijn catalogus. In eerste instantie zag hij alleen maar de sterren maar bij een tweede onderzoek op tweede kerstdag 1785 zag hij ook de nevel rond de helderste ster van de open sterrenhoop. NGC 2264 is de aanduiding voor zowel de nevel als de sterrenhoop.

Zoek de open sterrenhoop op aan de hand van het sterrenbeeld Gemini (Tweelingen). De sterrenhoop bevindt zich in de buurt van de voeten van de Tweelingen. Zoek naar de lijn die getrokken kan worden tussen de sterren Tejat (μ Gem), Alhena (γ Gem) en ξ Gem. De open sterrenhoop bevindt zich ongeveer 3 graden ten zuiden van Xi Gem, gemarkeerd door de ster 15 Mon. Deze ster heeft een helderheid van magnitude 5 en maakt deel uit van de open sterrenhoop. In een verrekijker zie je richting zuiden een tweede open sterrenhoop. Dit is NGC 2244.

De vorm van de kerstboom is nauwelijks zichtbaar in een verrekijker. Je hebt er een kleine telescoop en een geringe vergroting voor nodig. De heldere ster 15 Mon vormt de basis van de boom, de Konus-nevel vormt de top van de boom. De Konus-nevel is alleen zichtbaar met behulp van een grote telescoop.

De open sterrenhoop vormt de kern van de Monoceros OB1-associatie, een groep jonge sterren die zich langzaam aan verspreiden in het galactische vlak. NGC 2264 s het kleine zichtbare deel van een veel groter stervormingscomplex dat zich op een afstand van ongeveer 2500 lichtjaar bevindt.

De Konus-nevel maakt ook deel uit van dit stervormingscomplex. Visueel is er van de Konus-nevel nauwelijks iets zichtbaar maar fotografisch biedt deze gaswolk met een doorsnede van 7 lichtjaar ons een blik op gebieden met stervorming.

NGC 2237

NGC 2244 in het sterrenbeeld Monoceros

NGC2237 (Caldwell 49) is een grote diffuse nevel die beter bekend is als de Rosette-nevel. Hij omringt de open sterrenhoop NGC2244. De nevel draagt vier verschillende NGC-nummers (NGC2237, 2238, 2239 en 2246) maar wordt meestal alleen maar aangeduid als NGC2237. Om de ringvorm te kunnen zien is een grote telescoop nodig. Meestal is een nevelachtige waas zichtbaar rondom de sterhoop. De nevel is heel intensief bestudeerd; men weet dat er ongeveer 10 000 zonsmassa’s aan materie in moet zitten. Men neemt aan dat in de verre toekomt het gas samen gaat trekken en een nieuwe ster zal vormen.

NGC 2237 is in 1871 voor het eerst waargenomen door de Amerikaanse astronoom Lewis Swift. De nevel bevindt zich op een afstand van ± 5200 lichtjaar van de Aarde en heeft een doorsnede van 130 lichtjaar.

NGC 2244

NGC2244 (Caldwell 50) is een open sterrenhoop in het centrum van de Rosette-nevel en waarschijnlijk zijn de sterren uit de gaswolk ontstaan. NGC 2244 is voor het eerst waargenomen op 17 februari 1690 door de astronoom John Flamsteed. Hij zag de omliggende Rosettenevel niet. De open sterrenhoop besaat uit hete O-sterren die veel straling en sterrenwind veroorzaken. Men schat dat de open sterrenhoop ongeveer 5 miljoen jaar oud is. De twee helderste sterren in NGC 2244 zijn meer dan 400.000 keer zo helder dan onze Zon en vermoedelijk 50 keer zwaarder dan onze Zon. NGC 2244 heeft een visuele helderheid van magnitude 4.8 en een schijnbare grootte van 24′.

NGC 2261 – Hubble’s Variabele Nevel

Hubble’s Variabele Nevel in het sterrenbeeld Monoceros

Hubble’s Variabele Nevel (Caldwell 46) en de mysterieuze ster R Monocerotis. De nevel heeft een merkwaardige vorm die wat lijkt op de staart van een komeet. Aan de kop van de komeet vinden we (met een beetje mazzel) de ster R Monocerotis. De reflectienevel heeft een gemiddelde visuele helderheid van magnitude 10 maar kan af en toe fluctueren. Dit fluctueren werd vroeger toegeschreven aan de helderheidsveranderingen van R Monocerotis. Nauwkeurigere metingen laten echter zien dat de veranderingen niet door de ster worden veroorzaakt. In veel steratlassen is R Monocerotis helemaal niet terug te vinden. Ze beschrijven alleen een enorm compacte gasnevel. Observaties met grote telescopen laten zien dat R Monocerotis eigenlijk een protoplanetair systeem is: dat wil zeggen dat het wellicht een zonnestelsel in wording is. De nevel is redelijk gemakkelijk te zien in kleinere telescopen maar het vereist wel wat zoekwerk.

NGC 2261 is op 26 december 1783 voor het eerst waargenomen door William Herschel. Edwin Hubble fotografeerde de nevel op 26 januari 1949 bij de opening van de 5 meter telescoop van Mount Palomar. Hij had de nevel eerder al bestudeerd vanaf de sterrenwachten in Yerkes en Mount Wilson.

NGC 2261 bevindt zich op een afstand van 2500 lichtjaar van de Aarde.

NGC 2506

NGC 2506 in Monoceros - Eenhoorn
De open sterrenhoop NGC 2506 in het sterrenbeeld Monoceros – Eenhoorn

NGC 2506 (Caldwell 54, Melotte 80) is een open sterrenhoop die op 23 februari 1791 is ontdekt door William Herschel. NGC 2506 bevindt zich op een afstand van 11.300 lichtjaar van de Aarde en heeft een visuele helderheid van magnitude 7.6 terwijl de schijnbare grootte aan de hemel 7′ bedraagt.

NGC 2254
NGC 2254 is een open sterrenhoop die ongeveer 50 sterren bevat. De sterrenhoop heeft een helderheid van magnitude 9,7 en bevindt zich op een afstand van 7100 lichtjaar.

HD 44179 – de Rode Rechthoek-nevel
De Rode Rechthoek-nevel is een protoplanetaire nevel die pas in 1973 is ontdekt. De dubbelster in het centrum van de nevel werd al in 1915 waargenomen. De nevel heeft een helderheid van magnitude 9,0 en bevindt zich op een afstand van ongeveer 2300 lichtjaar. Het is een compacte bipolaire nevel die de dubbelster volledig omhuld. Binnen een paar duizend jaar zal de koele ster in ht centrum evolueren tot een hete dwerg en dan zal HD 44179 een planetaire nevel worden.

NGC 2349
NGC 2349 is een open sterrenhoop die op 4 maart 1783 werd ontdekt door Caroline Herschel.

NGC 2346 – de Vlinder nevel
NGC 2346 is een planetaire nevel met een visuele helderheid van magnitude 11,6. De nevel bevindt zich op een afstand van ongeveer 2000 lichtjaar. De centrale ster is een spectroscopische dubbelster met een periode van ongeveer 16 dagen. Het is een veranderlijke ster en die variabiliteit wordt vermoedelijk veroorzaakt door het omringende stof.

NGC 2170
NGC 2170 is een reflectienevel die op 16 oktober 1784 werd ontdekt door William Herschel.

NGC 2232
NGC 2232 is een open sterrenhoop die ongeveer 20 sterren bevat. Het is een relatief heldere sterrenhoop die een visuele helderheid heeft van magnitude 3,9. NGC 2232 bevindt zich op een afstand van ongeveer 1305 lichtjaar.

NGC 2506
NGC 2506 is een open sterrenhoop die in 1791 werd ontdekt door William Herschel. De sterrenhoop heeft een visuele helderheid van magnitude 7,6 en bevindt zich op een afstand van ongeveer 11.300 lichtjaar.

 

Eerste publicatie: 25 juli 2009
Laatste keer gewijzigd op: 29 april 2017