Space shuttle Atlantis

Space shuttle Atlantis
Landing van de Atlantis na STS-122 in 2002. Credit: NASA/Chuck Luzier

Atlantis was de vierde shuttle die werd gebouwd en de laatste die naar de ruimte is gevlogen. Atlantis heeft 25 jaar dienst gedaan en in die periode werden er 33 vluchten uitgevoerd waaronder verschillende geheime vluchten voor de Amerikaanse defensie. Atlantis lanceerde verschillende ruimtesondes en bracht ook astronauten en materiaal naar de International Space Station.

De space shuttle Atlantis was het werkpaard van de shuttlevloot; de Atlantis bracht erg veel satellieten naar de ruimte. Het was ook de shuttle die in 2011 de allerlaatste vlucht van het programma uitvoerde.

Atlantis is vernoemd maar een schip dat tussen 1930 en 1966 voer voor het Massachusetts’ Woods Hole Oceanographic Institute. Het zeilschip was het eerste dat de bodem van de oceanen in kaart bracht met behulp van elektrische sonderingstechnieken.

Atlantis in een oogopslag

  • Eerste vlucht: STS-51J, 3 oktober – 7 oktober 1985
  • Laatste vlucht: STS-135, 8 juli – 21 juli 2011
  • Aantal missies: 33
  • Tijd in de ruimte: 306 dagen, 14 uur, 12 minuten en 43 seconden

Vroege missies

De bouw van de Atlantis begon op 3 maart 1980 in het Californische Palmdale. Ervaringen met de eerdere shuttles zorgde er voor dat de Atlantis sneller werd gebouwd en bovendien veel lichter werd dan de andere shuttles.

In plaats van hittebestendige tegeltjes gebruikte de NASA een ander type thermische bescherming voor de bovenkant van de shuttle. Dit spaarde veel geld en tijd tijdens de bouw en bovendien werd de shuttle hierdoor bijna 3,5 ton lichter dan de andere shuttles. De eerste vlucht van de Atlantis vond plaats op 3 oktober 1985.

Tot op heden is die allereerste vlucht van de Atlantis in nevelen gehuld. Het was een militaire missie, STS-51J, die vijf dagen duurde en die vijf mensen de ruimte in bracht. Wat ze daar deden is nog steeds geheim.

Een maand later werd de Atlantis opnieuw gelanceerd. Op 26 november 1985 ging STS-61B van start en tijdens die missie werden drie telecommunicatiesatellieten in een baan om de Aarde gebracht. Daarnaast werden er twee experimentele ruimtewandelingen uitgevoerd die bedoeld waren om constructiewerkzaamheden in de ruimte te oefenen.

De ramp met de Challenger in januari 1986 zorgde er voor dat er twee jaar lang geen shuttles werden gelanceerd. Het duurde tot december 1986 alvorens de Atlantis opnieuw werd gelanceerd. Het was, met STS-27, wederom een geheime missie.

Ruimtesondes naar andere planeten

STS-30 was de vierde vlucht voor de Atlantis en het was een mijlpaal voor de NASA. Aan boord van de Atlantis bevond zich de ruimtesonde Magelhan die naar Venus moest gaan reizen. Het was voor het eerst dat de NASA een interplanetaire ruimtesonde lanceerde vanuit het vrachtruim van een space shuttle.

Slechts 6 uur na de lancering werd de Magelhan al in de ruimte uitgezet en na het ontsteken van de raketmotoren van de Magelhan begon die aan zijn lange reis naar Venus. De radar van de Magelhan kon door het wikke wolkendek heen kijken en bracht op die manier ongeveer 98% van het oppervlak van de planeet in kaart.

STS-30 was het begin van vele satelliet- en geheime ladingen die door de Atlantis naar de ruimte werden gebracht. Onder die satellieten ook de Galileo die tijdens de STS-34 vlucht richting Jupiter werd gestuurd.

Hierna werden voor het ministerie van defensie van de Verenigde Staten weer twee geheime missies uitgevoerd waarna in 1991 tijdens de STS-31 missie het Compton Gamma-Ray Observatory naar de ruimte werd getransporteerd. Astronauten moesten na het uitzetten van de telescoop een extra ruimtewandeling uitvoeren omdat een antenne niet goed uitvouwde maar nadat dit was opgelost verrichtte de Compton gedurende negen jaar waarnemingen aan supernova’s en neutronensterren.

Tijdens STS-47 werd een TDRS-satelliet uitgezet (Tracking and Data Relay Satellite) en tijdens STS-42 was het de beurt aan een militaire satelliet en STS-46 zette een experimentele Europese satelliet uit.

Zeven keer op rij naar Mir

In het midden van de jaren ‘70 hadden de Amerikanen en de Russen een overeenkomst gesloten zodat Amerikaanse astronauten aan boord van het ruimtestation Mir konden werken. Hierbij kon wederzijds ervaring worden opgedaan om samen te werken in de ruimte als voorbereiding op het geplande International Space Station.

NASA voerde 11 missies uit naar de Mir en van die 11 kwamen er 7 voor rekening van de Atlantis.

Op 27 juni 1995 werd STS-71 gelanceerd. Het was de eerste missie naar de Mir en het was ook de eerste missie waarvan de bemanning in de ruimte wisselde. Daarnaast was het de 100-ste bemande ruimtevlucht die vanaf het Kennedy Space Center werd uitgevoerd.

Mir en Atlantis samengeklonken waren destijds het grootste ruimteschip dat om de Aarde cirkelde. Ruimtestation en shuttle wogen samen ongeveer 225 ton. De gezamenlijke crew voerde er vooral biomedische experimenten uit.

In november 1995 vloog STS-74 opnieuw naar de Mir toe. Aan boord was de Canadese astronaut Chris Hadfield die later ook lange tijd in het ISS zou verblijven. Tijdens STS-79 werd Shannon Lucid naar huis gebracht nadat ze 188 dagen in de ruimte verbleef. Destijds een record voor een Amerikaanse astronaut.

Ook de Amerikaanse astronaut Jerry Linenger werd door de Atlantis naar huis gebracht. Linenger was aan boord van de Mir in de periode dat er een hevige brand uitbrak en astronauten voornamelijk bezig waren met het verholpen van acute storingen in plaats van onderzoek.

NASA bleef tot 1998 shuttle missies uitvoeren naar de Mir maar de Atlantis werd in die periode uit de vaart genomen om gemoderniseerd te worden. Tot 2005 werden er twee upgrades gedaan van de Atlantis waarbij o.a. de elektriciteitsvoorziening werd verbeterd en er nieuwere instrumenten werden geplaatst die het mogelijk maakten om langer in de ruimte te blijven. Ook werd er een luchtsluis geplaatst zodat de Atlantis met het ISS kon koppelen.

Van het ene naar het andere ruimtestation

met STS-101 hervatte de Atlantis zijn reizen naar de ruimte. NASA was begonnen met de bouw van het International Space Station en op 19 mei 2000 vertrok de Atlantis naar het ruimtestation in aanbouw. Het was in totaal de derde missie naar het ISS en de astronauten van de Atlantis monteerden twee kranen aan de buitenzijde van het ISS en ze namen ook veel materiaal mee dat nodig was voor de constructie.

In de jaren erna was de Atlantis betrokken bij de installatie van de Amerikaanse Destiny module, de bevestiging van de Quest luchtsluis en het trekken van kabels tussen de Russische Zarya en Zvedva modules.

In 2003 verongelukte de Columbia tijdens de terugkeer naar de Aarde en werden de shuttle vluchten opnieuw onderbroken. STS-115 was de eerstvolgende vlucht van de Atlantis. Deze vlucht kende een unieke vertraging. Tijdens de nadering van de tropische storm Ernesto bracht de NASA de shuttle terug naar het Vehicle Assembly Building maar toen uit een update van de weersvoorspellingen bleek dat er geen gevaar was voor Cape Canaveral maakte de NASA met de shuttle rechtsomkeert en werd deze toch gewoon naar het lanceerplatform gereden.

De laatste missie

Tijdens de laatste missies naar het ISS bleef de Atlantis zware vrachten naar de ruimte brengen. Zo werden o.a. het wetenschappelijke laboratorium Columbus en verschillende verbindingssegmenten vervoerd. Ook de Raffaello module en veel reserveonderdelen werden door de Atlantis naar het ISS gebracht.

De Atlantis wordt momenteel tentoongesteld in het Kennedy Space Center.

Eerste publicatie:
Bron: space.com