Nieuwe “dwergplaneet” in ons zonnestelsel gevonden.

Kuipergordel object
Artist impression van een Kuipergordel object. Het nieuw ontdekte object 2014 UZ224 is misschien groot genoeg om een dwergplaneet te zijn. (credit: NASA/JPL-Caltech)

Astronomen hebben weer een nieuw lid van ons zonnestelsel gevonden. Het is een dwergplaneet die ver voorbij Pluto om de Zon draait.

De dwergplaneet, die 2014 UZ224 wordt genoemd, heeft een doorsnede van ongeveer 530 kilometer en bevindt zich op een afstand van 13,7 miljard kilometer van de Zon. Ter vergelijking: Charon, de grootste maan van Pluto heeft een doorsnede van 1200 kilometer en bereikt een maximale afstand van 7,3 miljard kilometer van de Zon.

Een jaar op 2014 UZ224 (de tijd die de dwergplaneet nodig heeft voor een omwenteling om de Zon) duurt ongeveer 1100 Aardse jaren. Een jaar op Pluto duurt ongeveer 248 jaar. Het nieuwe object is inmiddels ook bevestigd door het Minor Planet Center.

De nieuwe dwergplaneet is ontdekt met behulp van de Dark Energy Camera (DECam). Het heelal dijt niet alleen uit maar versnelt ook tijdens het uitdijen. Het mechanisme dat de kracht levert voor deze uitdijen wordt door astronomen “donkere energie” genoemd. De DECam werd gebouwd om de beweging van sterrenstelsels en supernova’s (ontploffende sterren) te bestuderen als ze zich van de Aarde af bewegen. Het doel is om meer aanwijzingen te krijgen die helpen te begrijpen wat donkere energie precies is en waar het vandaan komt.

Een project dat de “Dark Energy Survey” wordt genoemd maakt gebruik van de DECam om een kaart van het heelal te maken die informatie geeft die relevant is voor de studie van donkere energie. De kaarten van de DECam zijn al gebruikt om donkere materie te bestuderen (ongeveer 80% van alle massa van het heelal is donkere materie maar wat donkere materie precies is, is nog steeds niet bekend) en om voorheen onbekende objecten te identificeren.

Een deel van het DES-onderzoek bestaat uit het maken van opnames van kleine delen van de hemel. Dit wordt ongeveer eenmaal per week gedaan. Sterren en sterrenstelsels verplaatsen zich niet in die week maar een object dat zich relatief dicht bij de Aarde bevindt en om de Zon draait zal zich over een periode van een of meerdere weken een heel klein beetje verplaatsen.

Omdat de repeterende opnames niet steeds met dezelfde tijdsintervallen werden gemaakt werd er speciale software ontwikkeld die hiervoor kon compenseren en daardoor bewegende objecten kon onderscheiden.

Het duurde 2 jaar alvorens de detectie van 2014 UZ224 kon worden bevestigd. De baan van het object is nog steeds niet helemaal duidelijk maar wetenschappers denken dat 2014 UZ224 het op twee na verste object in het zonnestelsel is.

De kleinste officiële dwergplaneet is Ceres die zich tussen de banen van Mars en Jupiter bevindt. Ceres heeft een doorsnede van 950 kilometer. De kans is best groot dat 2014 UZ224 te klein is om een officiële dwergplaneet te zijn. Het is aan de Internationale Astronomische Unie om hier een beslissing over te nemen.

Er zijn vier andere dwergplaneten officieel erkend maar astronomen denken dat er enkele tientallen tot misschien wel meer dan 100 dwergplaneten zijn die nog ontdekt moeten worden.

De negende planeet?

Het gebied voorbij Neptunus noemen we de Kuipergordel. Het is een schijf waar zich duizenden ijsachtige en rotsachtige objecten bevinden. Voorbij de Kuipergordel bevindt zich de Oortwolk. Dit is een bol bestaande uit ijs- en rotsachtige objecten die de rest van het zonnestelsel omhuld. De meeste kometen bevinden zich in de Kuipergordel en de Oortwolk maar hun wijde banen kunnen hen zich bij de Zon brengen.

De buitenste delen bevatten voornamelijk objecten die veel kleiner zijn dan Pluto maar er bevindt zich mogelijk ook een planeet ongeveer zo groot als Neptunus. Recent onderzoek heeft aangetoond dat de bewegingen van bekende objecten duidt op de aanwezigheid van een dergelijk groot object dat de bijnaam “Planeet Negen” heeft gekregen. Er wordt momenteel met behulp van telescopen druk gezocht naar deze planeet.

 

Bron: diverse persberichten, 12 oktober 2016