Veranderlijke sterren

Bij het stukje over dubbelsterren heb je al kunnen lezen over de bedekkingsveranderlijken. Dit zijn sterren die visueel niet zijn te scheiden en waarbij de variatie in helderheid het gevolg is van onderlinge bedekkingen van de rond elkaar draaiende componenten.

Er bestaan echter ook sterren waarbij de helderheidsvariatie het gevolg is van innerlijke activiteit. In dit geval spreken we van intrinsieke veranderlijken. Bij deze klasse van veranderlijke sterren onderscheiden we ruwweg die hoofdgroepen: Cepheiden, RR-Lyrae-sterren en Mira-sterren. Deze veranderlijke sterren vertonen helderheidsschommelingen van enkele tienden van magnitudes tot verschillende magnitudes. Ze vertonen een min of meer regelmatige periode van enkele uren tot enkele dagen. De klasse is steeds vernoemt naar de belangrijkste of de eerst ontdekte ster van dit type.

Intrinsiek veranderlijke sterren zijn veelal sterren die aan het eind van hun leven in een instabiele fase terechtkomen. Naast min of meer regelmatige helderheidsvariaties vertonen ze vaak ook plotselinge uitbarstingen waarbij een deel van de buitenste laag van de ster wordt weggeblazen.

Men onderscheidt kortperiodieke veranderlijke sterren (o.a. klassieke cepheïden, W Virginis-sterren en RR Lyrae-sterren), langperiodieke veranderlijke sterren (Mira-sterren), onregelmatig veranderlijke sterren en eruptieve veranderlijke sterren (vlamsterren, novae en supernovae).

Cepheïden

Langperiodieke veranderlijke ster, genoemd naar het prototype, Delta Cephei. Cepheïden hebben een lichtwisselingsperiode die uiteenloopt van ca. 1 dag tot enkele maanden. Het zijn heldere superreuzen die een paar keer zo zwaar zijn als de zon; hun lichtkracht is enkele duizenden malen zo groot als die van de zon. In 1912 ontdekte de Amerikaanse astronome Henrietta Swan Leavitt (1868-1921) dat er een verband bestaat tussen de lichtwisselingsperiode van cepheïden en hun gemiddelde absolute helderheid. Hierdoor kunnen cepheïden als afstandsindicatoren gebruikt worden: bepaling van hun periode levert de absolute helderheid, en vergelijking daarvan met de waargenomen schijnbare helderheid levert de afstand op. Dankzij waarnemingen met de Hubble Space Telescope aan individuele cepheïden in ver verwijderde sterrenstelsels is de afstandsschaal van het heelal momenteel veel nauwkeuriger bekend dan ca. tien jaar geleden.

Delta Cephei

Veranderlijke ster in het sterrenbeeld Cepheus; prototype van de cepheïden. De lichtwisseling van deze sterren wordt veroorzaakt door het periodiek opzwellen en weer inkrimpen van de buitenste lagen van de sterren. Delta Cephei heeft een periode van 5,366 dagen; in die periode schommelt de schijnbare helderheid tussen magnitude 3,6 en 4,3; het spectraaltype van de ster varieert daarbij ook tussen F5 en G2. De veranderlijkheid van Delta Cephei werd in 1784 ontdekt door de Britse astronoom John Goodricke.

Mira-sterren

Mira (Omicron Ceti) Langperiodieke veranderlijke ster in het sterrenbeeld Cetus (Walvis), in 1596 ontdekt door de Nederlandse amateursterrenkundige David Fabricius. Mira heeft een periode van ca. 332 dagen, en is alleen tijdens het maximum zichtbaar met het blote oog: de helderheid varieert tussen magnitude 2 en 10, als gevolg van pulsaties en veranderingen in de steratmosfeer. De afstand tot de aarde bedraagt ca. 200 lichtjaar.

 

Eerste publicatie: 16 juli 2009
Laatste keer bewerkt op: 4 maart 2017

Bron:
Govert Schilling, Sterrenkunde van A – Z, Uitgever Het Spectrum, 1999

Volkssterrenwacht Urania