Hoe is de Maan ontstaan?

Theia in botsing met de Aarde
Artist impression van de botsing van Theia en de Aarde

Nadat de Zon ontbrandde ontstonden ook de planeten in het zonnestelsel maar het duurde vervolgens nog honderd miljoen jaar voordat de Maan van de Aarde ontstond. Er zijn drie theorieën die beschrijven hoe onze satelliet ontstaan zou kunnen zijn: de “grote inslag”-theorie, de “co-formatie” theorie en de “ingevangen”-theorie.

De “grote inslag”-theorie

Deze theorie wordt door de wetenschappelijke gemeenschap als de meest waarschijnlijke geacht. Net zoals de andere planeten ontstond de Aarde uit de restanten van de gas- en stofwolk die de jonge Zon omringde. Het nog zeer jonge zonnestelsel was niet bepaald rustig en in balans, er ontstonden veel objecten die niet de planeetstatus wisten te bereiken. Volgens de grote inslag-theorie sloeg één van deze objecten op de Aarde in en dit zou kort na het ontstaan van de Aarde al moeten zijn gebeurd.

Het object dat in botsing kwam met de jonge Aarde moet de grootte van Mars hebben gehad. Dit object wordt Theia genoemd. Bij de botsing verdampten delen van de korst van de Aarde en kwamen in de ruimte terecht. De zwaartekracht plakte deze delen aan elkaar waarbij de Maan ontstond. Onze Maan is, in relatie tot zijn planeet, de grootste in het zonnestelsel. Dit zou verklaren waarom de Maan voornamelijk uit lichtere elementen is samengesteld waardoor de Maan een lagere soortelijke massa heeft dan de Aarde. Het materiaal waaruit de Maan ontstond was afkomstig uit de korst van de Aarde, de kern van de Aarde werd niet geraakt. Het materiaal dat in de ruimte rondzweefde klonterde samen rond de restanten van de kern van Theia en centreerde zich in de buurt van het eclipticavlak van de Aarde daar waar de Maan vandaag de dag om de Aarde draait.

De “co-formatie”-theorie

Manen kunnen ook tegelijk met hun planeet ontstaan. Bij deze verklaring zou de zwaartekracht die verantwoordelijk is voor het ontstaan van de Aarde ook andere delen bij elkaar hebben getrokken. Een dergelijke maan zou qua samenstelling sterk op de Aarde moeten lijken en zou ook de huidige positie van de Maan ten opzichte van de Aarde verklaren. Echter de ofschoon er grote overeenkomsten zijn tussen de samenstelling van de maan en de Aarde is de Maan veel lichter en dat zou niet het geval zijn als beide objecten dezelfde zware elementen in hun kern zouden hebben.

De “ingevangen”-theorie

Phobos
Phobos, een van de twee manen van Mars (credit: ESA)

Misschien heeft de zwaartekracht van de Aarde een passerend object ingevangen zoals dat ook met andere manen in ons zonnestelsel is gebeurd. Goed voorbeeld zijn Phobos en Deimos, de twee kleine manen van Mars. Deze theorie zegt dat een object elders in het zonnestelsel kan zijn ontstaan en van daaruit in een baan om de Aarde terecht is gekomen. Deze theorie zou de grote verschillen in samenstelling tussen de Aarde en de Maan verklaren echter dergelijke ingevangen objecten hebben meestal een veel onregelmatigere vorm dan de ronde Maan die we nu hebben. Bovendien draaien ze ook niet in het eclipticavlak van hun planeet rond.

De “co-formatie”-theorie en de “ingevangen”-theorie verklaren enkele zaken over het bestaan van de Maan maar ze laten ook heel veel vragen onbeantwoord. De “grote inslag”-theorie verklaart de meeste van deze vragen waardoor deze theorie momenteel het beste model is dat wetenschappers hebben om het ontstaan van de Maan te verklaren.

 

 

 

 

Eerste publicatie: 17 december 2017