Het sterrenbeeld Sagittarius – Boogschutter

Het sterrenbeeld Sagittarius bevindt zich aan de zuidelijke sterrenhemel. Het is één van de sterrenbeelden van de Dierenriem. Het sterrenbeeld stelt de Boogschutter voor uit de Griekse mythologie. Deze boogschutter wordt meestal afgebeeld als een centaur met pijl en boog. Sagittarius werd door Ptolemeus in zijn stercatalogus opgenomen.

Het sterrenbeeld herbergt verschillende interessante deep sky objecten en 22 sterren met bevestigde planeten. Er zijn geen meteorenzwermen die hun radiant hebben liggen in het sterrenbeeld

Sagittarius behoort samen met Aries, Taurus, Gemini, Cancer, Leo, Virgo, Libra, Scorpius, Capicornus, Aquarius en Pisces tot de Dierenriem-familie van sterrenbeelden.

Gegevens Sterrenbeeld

Nederlandse naam Latijnse naam
Afkorting
Genitief
BoogschutterSagittarius
In het Hindi: Dhanu
SgrSagittarii
ZichtbaarheidJuli-September (aangegeven zijn de maanden waarin het sterrenbeeld om 22 uur boven de horizon staat)
GrootteIn grootte is Sagittarius het 15-de sterrenbeeld. Het sterrenbeeld beslaat een oppervlaktevan 867 (°)2 aan de sterrenhemel.
Omgeving Het sterrenbeeld wordt omringd door Aquila, Capricornus, CoronaAustralis, Scutum, Scorpius, Serpens Cauda en Telescopium.
Meteorenzwermen Er geen geen meteorenzwermen bekend in Sagittarius

Gegevens sterren

1) Deze namen zijn geautoriseerd door de Internationale Astronomische Unie. Alleen de sterren die een naam hebben zijn opgenomen in het overzicht.

Ster
Naam
Betekenis
Helderheid
(magnitude)
Afstand
(Lichtjaar)
α SgrRukbat 1)Knie3.93169.9
β1 SgrArkab Prior 1)Kniepees3.93379
β1 SgrArkab Posterior 1)4.27134.2
γ SgrAlnasl 1)Pijlpunt2.9696.21
δ SgrKaus Media 1).
In het Hindi: Purva Ashada.
In het Perzisch: Na’aa
Boog (midden)2.71306.3
ε SgrKaus Australis 1)Boog (zuid)1.78144.6
ζ SgrAscella 1)Oksel2.5989.12
λ SgrKaus Borealis 1)Boog (noord)2.8177.29
σ SgrNunki 1).
In het Hindi: Uttara Ashada.
In het Perzisch: Balada
afkomstig van Enki, de Sumerische god van het water2.03224.9
π SgrAlbaldah2.87441
Klik op de afbeelding voor een kaart met de namen van de sterren.

 

Mythologie & Beschrijving

Sagittarius – afbeelding

Het ontstaan van het sterrenbeeld Boogschutter is vrij onduidelijk. In vroegere tijden zag men in de vorm van een paar sterren een boog. Dit leidde ertoe dat Griekse maar ook Romeinse schrijvers het sterrenbeeld verwarden met Centaurus. Sagittarius wordt daarom, net als Centaurus, voorgesteld als een wezen half mens half paard. Sommige bronnen zeggen dat Sagittarius aan de hemel is geplaatst om de Argonauten te vergezellen op hun reizen.

Andere bronnen zeggen dat het sterrenbeeld als eerste door de Sumeriërs is benoemd. Zij verbonden het sterrenbeeld met Nergal, hun god van de oorlog.

Hoe dan ook, toen ongeveer drieduizend jaar v. Chr. de eerste 12 sterrenbeelden werden benoemd was de Boogschutter één van hen.

Het waren de Romeinen die het sterrenbeeld de naam Sagittarius gaven. Sagitta is Latijn voor pijl. De verschillende Arabische namen van de sterren geven aan hoe het sterrenbeeld gezien kan worden.

In de Griekse mythologie wordt Sagittarius voorgesteld als een centaur, een wezen half paard en half mens. De centaur wordt afgebeeld met zijn pijl en boog gericht op de ster Antares van het sterrenbeeld Schorpioen. Sagittarius wordt soms wel verwisseld met het sterrenbeeld Centaurus dat ook een Centaur voorstelt.

Sagittarius is al een heel oud sterrenbeeld dat zijn herkomst heeft in de Sumerische mythologie. In de Babylonische mythologie werd het sterrenbeeld geassocieerd met de centaurachtige god Nergal en afgebeeld met twee hoofden: een menselijk hoofd en de kop van een panter en ook twee vleugels en de stekel van de schorpioen net boven de staart van het paard.

Eratosthenes associeerde het sterrenbeeld met Crotus. Dit was een mythisch wezen met twee voeten en de staart van een sater. Crotus was de opvoedster van de negen Muses, de dochters van Zeus. Volgens hem stelde het sterrenbeeld een sater voor en geen centaur. De Romeinse Hyginus zei dat Crotus de zoon van Pan was en dat het sterrenbeeld naar hem was vernoemd. Crotus leefde op de berg Helicon en vond daar het boogschieten uit. Omdat hij goede contacten had met de Muses waren het ook zij die aan Zeus vroegen om Crotus aan de sterrenhemel te plaatsen.

α Sagittarii wordt in het Arabisch Rukbat genoemd. Dit betekent: de knie van de schutter. β Sgr heet in het Arabisch Arkab wat pees (van de boog) betekent.

De boog wordt gevormd door de volgende sterren:
λ Sgr: Kaus Borealis oftewel het noordelijke deel van de boog.
δ Sgr: Kaus Meridionalis oftewel het midden van de boog.
ε Sgr: Kaus Australis oftewel het zuidelijke deel van de boog.
De pijlpunt wordt aangegeven door γ Sgr (Al Nasl, de punt). De boog is aan de sterrenhemel duidelijk zichtbaar maar het vereist wel wat voorstellingsvermogen om uit het gehele sterrenbeeld een geknielde boogschutter, half mens en half beest, te herkennen. Een hulpmiddel kan zijn ζ Sgr ( Ascella), deze ster moet de elleboog van de schutter voorstellen terwijl υ Sgr ( Ain al Rami) het oog van de schutter is.

De sterren van de Boogschutter zijn voornamelijk van magnitude drie en vier. Het sterrenbeeld heeft enkele aardige dubbelsterren en omdat het gelegen is in de melkweg ook nog eens een heel scala aan Messier-objecten. Het is zelfs zo dat als we naar de Melkweg in de Boogschutter kijken, we in feite richting centrum van onze Melkweg kijken.

Sagittarius op oude sterrenkaarten

Sagittarius – uit de Uranometrica van Johann Bayer uit 1603

Sagittarius – uit Urania’s Mirror (ca. 1825) samen met de sterrenbeelden Corona Australis, Microscopium en Telescopium

De sterren van Sagittarius

Epsilon Sagittarii – ε Sagittarii – Kaus Australis
Epsilon Sagittarii bevindt zich op een afstand van ongeveer 143 lichtjaar. De ster heeft een visuele helderheid van magnitude 1,8 en een lichtsterkte van 375 * de lichtsterkte van de Zon. Het is een dubbelster met een begeleider van de 14-de magnitude op een afstand van 32 boogseconden.

De naam Kaus Australis komt van het Arabische woord voor “boog” (qaws) en het Latijnse woord voor “zuidelijk” (Australis). De ster markeert het begin van de boog van de schutter en samen met de sterren Delta (Kaus Media) en Lambda (Kaus Borealis) stelt het de hele boog voor.

Sigma Sagittarii – σ Sagittaii – Nunki
Sigma Sagitarii heeft een visuele helderheid van magnitude 2,1. De ster bevindt zich op een afstand van ongeveer 228 lichtjaar. De ster heeft een lichtsterkte van 3300 * de lichtsterkte van de Zon en een massa van 7 zonsmassa. Het is een zeer snel roterende ster die met een snelheid van meer dan 200 kilometer per seconde om zijn as draait. Ongeveer honderd maal sneller dan onze Zon.

Nunki heeft een begeleider van magnitude 9,5 op een afstand van 5,2 boogminuten.

De naam Nunki komt uit het Babylonisch of het Assyrisch. De betekenis van de naam is onduidelijk, vermoedelijk is het een eigennaam. Sommige bronnen schrijven dat de naam afkomstig is van Enki, de Sumerische god van het water.

Delta Sagittarii – δ Sagittarii – Kaus Media
Delta Sagittarii bevindt zich op een afstand van 306 lichtjaar van de Zon. Het is een ster met een visuele helderheid van magnitude 2,7. Delta Sagittarii heeft een straal van 62 * de straal van de Zon en een massa van ongeveer 5 zonsmassa. De lichtsterkte is 1180 * de lichtsterkte van de Zon.

Delta Sagittarii is een meervoudige ster. De hoofdster heeft drie zwakke begeleiders: Delta Sagittarii B van de veertiende magnitude en op een afstand van 26 boogseconden, Delta Sagittarii C van de vijftiende magnitude en op een afstand van 40 boogseconden en Delta Sagittarii D van de dertiende magnitude en op een afstand van 58 boogseconden.

Het Delta Sagittarii-systeem komt voor in het boek “Into the Sea of Stars” uit 1969 van William Forstchen. In dit boek reist het ruimteschip Colonial Unit 122 met een uitsluitend vrouwelijke bemanning naar dit stelsel toe. Ze hebben aan lading sperma aan boord die is ontdaan van het Y-chromosoom.

De naam Kaus Media betekent het middelste van de boog.

Lambda Sagittarii – λ Sagittarii – Kaus Borealis
Lambda Sagittarii heeft een visuele helderheid van magnitude 2,8 en bevindt zich op een afstand van 77,3 lichtjaar van de Zon. De ster heeft een straal van 11 * de straal van de Zon en een lichtsterkte van 52 * de lichtsterkte van de Zon.

Lambda Sagittarii bevindt zich in de laatste fase van zijn bestaan. De ster is bezig om door middel van kernfusie helium om te zetten in koolstof en zuurstof.

De traditionele naam Kaus Borealis betekent de noordelijke boog. De ster markeert het noordelijkste puntje van de boog. Lambda Sagittari markeert ook het handvat van de Theepot, een opvallend asterisme in Sagittarius. Bovendien wijst Lambda Sagittarii ons ook de weg naar de beroemde Lagune-nevel.

Alpha Sagittarii – α Sagittarii – Rukbat
Alpha Sagittarii heet een visuele helderheid van magnitude 4,0 en bevindt zich op een afstand van ongeveer 170 lichtjaar van de Zon. De ster is vermoedelijk omgeven door een stofschijf. Rukbat zendt ongewoon veel röntgenstraling uit; dit wordt mogelijk veroorzaakt doordat de begeleider van Rukbat nog niet de hoofdreeks heeft bereikt.

De naam Rukbat moet de ster delen met Delta Cassiopeiae. Rukbat komt van het Arabische woord “rukbah”; knie.

Rukbat komt voor in de serie boeken “Dragonriders of Pern” van de schrijfster Anne McCaffrey waar de planeet Pern om Rukbat draait.

Beta Sagittarii – β Sagittarii – Arkab
Beta Sagittarii bestaat uit twee stersystemen: Beta-1 Sagittarii en Beta-2 Sagittarii die 0,36° van elkaar aan de sterrenhemel staan. Het systeem is ook bekend onder de naam Arkab. Deze naam komt van het Arabische “carqub”, de kniepees.

Beta-1 Sagittarii, Arkab Prior is een dubbelster op een afstand van 378 lichtjaar. De hoofdster heeft een helderheid van magnitude 4,0 en de begeleider is van magnitude 7,4. De sterren bevinden zich op een afstand van 28 boogseconden van elkaar.

Beta-2 Sagittarii, Arkab Posterior bevindt zich op een afstand van 137 lichtjaar en heeft een helderheid van magnitude 4,3.

Zeta Sagittarii – ζ Sagittarii – Ascella
Ascella is een dubbelster met een gecombineerde visuele helderheid van magnitude 2,6. De ster bevindt zich op een afstand van 89,1 lichtjaar. De hoofdster heeft een helderheid van magnitude 3,2 en de begeleider is van magnitude 3,4. De twee sterren zijn 13,4 Astronomische Eenheden van elkaar gescheiden. Op 75 boogseconden afstand staat overigens nog een zwakke begeleider van de tiende magnitude.

De naam “Ascella” betekent “oksel”.

Phi Sagittarii – φ Sagittarii
Phi Sagittarii heeft een helderheid van magnitude 3,2 en bevindt zich op een afstand van 231 lichtjaar van de Zon. De ster maakt deel uit van de Theepot en markeert de verbinding tussen het handvat en de deksel van de Theepot.

Pi Sagittarii – π Sagittarii – Albaldah
Pi Sagittarii is een drievoudige ster met een visuele helderheid van magnitude 2,9. De ster bevindt zich op een afstand van 440 lichtjaar. De hoofdster heeft twee begeleiders: Pi Sagittarii B op een afstand van 0,1 boogseconde en Pi Sagittarii C op een afstand van 0,4 boogseconden.
De naam Albaldah komt van het Arabische “baldá”, de stad. In zijn stercatalogus “Calendarium” uit de zeventiende eeuw noemde de Egyptische astronoom Al Achsasi al Mouakket de ster “Nir al Beldat”. Deze naam werd later naar het Latijn vertaald als Lucida Oppidi, de helderste van de stad.

Gamma Sagittarii – γ Sagittarii – Alnasl – Nushaba
Gamma Sagittarii bevindt zich op een afstand van 96,1 lichtjaar. De ster heeft een visuele helderheid van magnitude 3,0. De aanduiding Gamma geldt voor twee sterren: Gamma-1 en Gamma-2 die 0,86° van elkaar aan de sterrenhemel staan.

Gamma Sagittarii heeft twee traditionele namen: Alnasl en Nushaba. Alnasl komt van het Arabische woord “al-nasl”, de pijlpunt. Nushaba komt van het Arabische “Zujj al-Nashshaba” dat ook pijlpunt betekent.

Tau Sagittarii – τ Sagittarii
Tau Sagittarii bevindt zich op een afstand van 120 lichtjaar en heeft een visuele helderheid van magnitude 3,3. De ster vormt één van de sterren van het handvat van de Theepot. Men vermoedt dat het een dubbelster is maar een begeleider is tot op heden nooit aangetoond.

Op 15 augustus 1977 ontving de SETI-onderzoeker Dr. Ehman van de Ohio University een signaal dat 72 seconden duurde en dat duidde op een mogelijke buitenaardse intelligentie. Het is het enige signaal dat we ooit hebben gevonden maar het is na die 72 seconden nooit meer gehoord. Of het is uitgezonden door een buitenaardse intelligentie of dat het signaal een andere oorsprong heeft is onduidelijk. Tau Sagittarii is de meest nabije zichtbare ster die in de richting van dit signaal ligt. Omdat Ehman het signaal becommentarieerde met “Wow!” is het signaal ook bekend als het Wow!-signaal.

Eta Sagittarii – η Sagittarii – Sephdar – Ira Furoris
Eta Sagittarii bevindt zich op een afstand van 149 lichtjaar. Het is een onregelmatige veranderlijke ster waarvan de helderheid varieert tussen magnitude 3,08 en 3.12. Het is een dubbelster met een begeleider op een afstand van 3,6 boogseconden. Deze begeleider heeft een visuele helderheid van magnitude 7,8. Er is een tweede begeleider op een afstand van 33 boogseconden, deze begeleider heeft een helderheid van magnitude 13. De derde begeleider bevindt zich op een afstand van 93 boogseconden en heeft een helderheid van magnitude 10.

De herkomst van de naam Sephdar is onbekend. Voordat de ster deel uitmaakte van Sagittarius was de ster bekend als Beta Telescopii. De ster heeft een grote eigenbeweging en zal omstreeks 6300 in het sterrenbeeld Corona Australis zijn te vinden.

De Pistool Ster
De Pistool ster is één van de helderste sterren die we kennen. Het is een veranderlijke ster met een lichtsterkte van ongeveer 4 miljoen * de lichtsterkte van de Zon en een massa van 120 – 200 zonsmassa. De ster straalt in ongeveer 20 seconden evenveel energie uit als onze Zon in een jaar tijd.

De ster bevindt zich in de buurt van het galactische centrum; de afstand tot de Zon bedraagt ongeveer 25.000 lichtjaar maar desondanks is de ster van de vierde magnitude en dus met het blote oog zichtbaar.

De ster is vernoemd naar de vorm van de nevel die de ster omringd: de Pistool-nevel.

KW Sagittarii
KW Sagittarii bevindt zich op een afstand van 10.000 lichtjaar van de Zon. De ster heeft een visuele helderheid van magnitude 8,5 tot 11. De diameter van de ster bedraagt 1460 * de diameter van de Zon. KW Sagittarii is één van de grootste sterren die we kennen.

Mu Sagittarii – μ Sagittarii – Polis
Mu Sagittarii bevindt zich op een afstand van 3912 lichtjaar van de Zon. Het is een meervoudige ster bestaande uit vijf componenten. De hoofdster, Polis A, is een eclipserende dubbelster met een massa van 23 zonsmassa en een lichtsterkte van 180.000 * de lichtsterkte van de Zon. De helderheid van Polis A varieert tussen magnitude 3,8 en 3,96.

De naam Polis komt van het Koptisch Egyptische woord voor “veulen”.

Rho Sagittarii – ρ Sagittarii
Rho Sagittarii bevindt zich op een afstand van 122 lichtjaar van de Zon en heeft een visuele helderheid van magnitude 3,9. Het is een dubbelster met een begeleider van magnitude 5,8. Beide sterren zijn 0,46° gescheiden aan de sterrenhemel.

Upsilon Sagittarii – υ Sagittarii
Upsilon Sagittarii is een spectroscopische dubbelster die als onregelmatig veranderlijke ster is geclassificeerd. De helderheid varieert tussen magnitude 4,51 en 4,65 met een periode van ongeveer 20 dagen.

De begeleider is zwaarder dan de hoofdster maar niet detecteerbaar met optische telescopen. Upsilon Sagittarii bevindt zich op een afstand van 1672 lichtjaar. De omwentelingsperiode van de dubbelster bedraagt 137,9 dagen.

V1216 Sagittarii – Ross 154
Ross 154 is een rode dwerg op een afstand van slechts 9,68 lichtjaar van de Zon. Het is één van de meest nabij sterren en de meest nabije ster in Sagittarius. De ster bevindt zich op slechts 5,41 lichtjaar afstand van de Ster van Barnard die zich momenteel in het sterrenbeeld Ophiuchus bevindt.

Het is een relatief jonge ster, vermoedelijk jonger dan 1 miljard jaar. Over ongeveer 150.000 jaar zal de ster onze Zon op een afstand van 6,13 lichtjaar passeren.

Ross 154 werd in 1925 gecatalogiseerd door de Amerikaanse astronoom en natuurkundige Frank Ross. Het is een UV Ceti-type flare ster die gedurende enkele minuten grote verschillen in helderheid kunnen vertonen. Dergelijke sterren zijn meestal zwakke rode dwergen of de minder zware bruine dwergen.

Asterismen

Het Theepotje
Enkele heldere sterren van Sagittarius vormen een bekend asterisme dat het theepotje wordt genoemd naar zijn opvallende vorm. Sigma en Tau Sagittarii vormen het handvat, Delta, Epsilon, Zeta en Phi Sagittarii vormen de pot. Lambda Sagittari markeert de deksel en Gamma-2 Sagittarii het puntje van het tuitje.

Terebellum
Het Terebellum is een vierhoek die wordt gevormd door de sterren Omega Sagittarii, 59 Sagittarii, 60 Sagittarii en 62 Sagittarii.
Omega Sagittarii markeert de noordoostelijke hoek, 59 Sagittarii de zuidoostelijke hoek, 60 Sagittarii de noordwestelijke hoek en 62 Sagittarii de zuidwestelijke hoek.

De sterren van het Terebellum bevinden zich allemaal op verschillende afstanden van de Zon en hebben dus geen relatie tot elkaar.

R Sagittarii
R Sagittarii is een lang-periodieke veranderlijke. De periode bedraagt 270 dagen en de helderheid varieert tussen 6,7 en 12,8.

De deep sky objecten in Sagittarius

Sagittarius heeft het record van 15 Messier-objecten. De kwaliteit is echter wisselend. Drie objecten zijn voor amateurs spectaculair, enkele zijn helder en mooi maar de rest stelt niet veel voor.

Sagittarius ligt in het hart van de melkweg en daarom zijn er veel interessante objecten te vinden: sterrenhopen, planetaire nevels, stofnevels, etc. Gebruik een gespecialiseerde atlas om op zoek te gaan naar die objecten.

Sagittarius A
Sagittarius A is een röntgenbron die zich in het centrum van ons sterrenstelsel bevindt, in de richting van het sterrenbeeld Sagittarius. De bron wordt door dichte wolken kosmisch stof aan het zicht onttrokken.

Sagittarius A bestaat uit de supernovarestant Sagittarius A Oost en de spiraalstructuur Sagittarius A West. In het centrum van de spiraal bevindt zich de heldere radiobron Sagittarius A*.

Het supernova restant Sagittarius A Oost heeft een doorsnede van ongeveer 25 lichtjaar en is vermoedelijk 35.000 – 100.000 jaar geleden ontstaan. Uitgaande van de grootte en de gemeten energie denkt men dat de explosie is ontstaan doordat een ster te dicht in de buurt van het centrale zwarte gat van ons sterrenstelsel kwam.

De spiraalstructuur Sagittarius West A lijkt drie spiraalarmen te hebben en wordt soms ook wel de Minispiraal genoemd. Het is geen echte spiraalstructuur maar het is samengesteld uit wolken van gas en stof die om Sagittarius A* draaien en die er met hele grote snelheden op vallen. Er zijn snelheden van 1000 kilometer per seconde gemeten. De wolken hebben een geïoniseerd oppervlak.

Sagittarius A* is de belangrijkste kandidaat voor de locatie van het supermassieve zwarte gat in het centrum van ons sterrenstelsel.

Sagittarius B2
Sagittarius B2 is een grote moleculaire wolk van stof en gas die zich op een afstand van ongeveer 390 lichtjaar van het centrum van ons sterrenstelsel bevindt. De wolk heeft een doorsnede van ongeveer 150 lichtjaar en het is daarmee een van de grootste moleculaire wolken in ons sterrenstelsel en de grootste in de buurt van de kern. Sagittarius B2 heeft een massa van ongeveer 3 miljoen zonsmassa.

Messier 8

M8 in het sterrenbeeld Sagittarius

Andere benamingen: NGC 6523, Sharpless 25, RCW 146, Gum 72, Lagune nevel
Type Object: emissie nevel
Afstand: 5200 lichtjaar
Visuele helderheid: 6.0
Schijnbare grootte: 90*40 boogminuten

Messier 8 is een enorme interstellaire wolk. Een emissie-nevel is een gebied van geïoniseerd gas dat licht uitzendt in verschillende kleuren en golflengtes die niet altijd zichtbaar zijn voor het menselijke oog. De energiebron is ionisatie van hoog-energetische protonen die vanuit een naburige hete ster worden uitgezonden. Dit zorgt voor het opgloeien van de nevel. De kleuren die fotografisch zichtbaar worden zijn afhankelijk van de chemische samenstelling en hoeveel er wordt geïoniseerd. Veel nevels lichten rood op, dit komt door de aanwezigheid van waterstof dat niet veel energie vergt om te ioniseren. Als er meer energie beschikbaar is van heldere sterren dan zullen ook andere elementen geïoniseerd worden en zullen kleuren als groen, en blauw zichtbaar worden. Voor het menselijk oog zullen nevels als M8 een grijze tot grijs/groene kleur hebben: dubbel geïoniseerd zuurstof. Veel emissienevels als M8 hebben donkere gebieden waar geen sterren of licht vandaan lijkt te komen. Ze worden donkere nevels genoemd maar in feite zijn het stofwolken die licht blokkeren.

Messier 8 bevindt zich op een afstand van ongeveer 520 lichtjaar en heeft een doorsnede van 140 bij 60 lichtjaar. Het helderste deel wordt ook wel de zandloper-nevel genoemd, dit is het gebied waar stervorming plaatsvindt. In M8 bevindt zich ook een jonge open sterrenhoop, NGC 6530. Uit waarnemingen blijkt dat de open sterrenhoop zich tussen ons en M8 in bevindt maar men heeft aangetoond dat de nevel en de open sterrenhoop met elkaar verbonden zijn. Messier 8 is bekend om zijn Bok-globules. Bok-globules zijn donkere in elkaar stortende wolken van proto-stellair materiaal. Ze werden voor het eerst waargenomen door de astronoom E. Barnard en ze zijn gecatalogiseerd als B88, B89 en B296.

Messier 8 is redelijk helder maar toch is een donkere hemel noodzakelijk. Aanwezigheid van storende verlichting of de Maan kan het lastig maken de nevel te vinden. De nevel bevindt zich in het sterrenbeeld Boogschutter. Een deel van de sterren van dit sterrenbeeld vormen het overbekende theepotje. Met behulp van een verrekijker en het theepotje kan de nevel onder donkere omstandigheden gemakkelijk gevonden worden. Lokaliseer het tuitje van de theepot en beweeg noordwaarts tot je de nevel in beeld krijgt. Bij storend licht kan gebruik gemaakt worden van de ster lambda Sagittarii (de deksel van de theepot) en Antares (Alpha Scorpii). De nevel bevindt zich op ongeveer ¼ tussen λ Sagittarii en Antares. Vanwege de schijnbare grootte is het aan te bevelen om met een kleine vergroting te beginnen.

De Lagune-nevel is in 1654 ontdekt door Hodierna en herontdekt door Guillaume Le Gentil in 1747 en in 1680 door Flamsteed als nummer 2446 gecatalogiseerd. In 1746 keek ook Philippe Loys de Chéseaux naar dit gebied. Hij miste de nevel maar zag wel de open sterrenhoop staan. In 1747 zag Le Gentil beide objecten. Nicolas Louis de Lacaille noteerde in 1751-52 de Lagune-nevel als Lacaille III.14 in zijn catalogus. Messier bekeek de Lagune-nevel op 24 mei 1764.

Messier 17

M17 in het sterrenbeeld Sagittarius

Andere benamingen: M17, NGC 6618, Omega-nevel
Type Object: open sterrenhoop en emissie nevel
Afstand: 5000 lichtjaar
Visuele helderheid: 6.0
Schijnbare grootte: 11 boogminuten

De Omega-nevel bevindt zich op een afstand van ongeveer 5000 lichtjaar en heeft een doorsnede van rond de 40 lichtjaar. Het helderste deel van de nevel is 15 lichtjaar groot. De nevel bestaat uit een gigantisch groot complex van interstellaire materie en stervormingsgebieden. De nevel bevindt zich in de Sagittarius-Carina-arm van ons melkwegstelsel. In de nevel wordt heet waterstofgas tot emissie aangezet door jonge hete sterren die net in het binnenste van de nevel zijn gevormd. Een gedeelte van het licht dat we zien is afkomstig van gas dat licht van net gevormde sterren reflecteert. Die sterren zelf zijn nog niet zichtbaar omdat ze nog omringd worden door materiaal echter ze verraden hun aanwezigheid in het infrarode licht. M17 is uitgebreid onderzocht door de Spitzer telescoop die zich in een baan om de Aarde bevindt.

Hoeveel sterren er zich verborgen houden in M17? Veel meer dan de beroemde Orion-nevel er kan bevatten. Tot nu toe is een cluster van meer dan 100 sterren gevonden dankzij infrarood waarnemingen en dan heeft men nog niet eens het gehele gebied van M17 onderzocht.

Omdat M17 en groot en helder is, is de nevel gemakkelijk te vinden. Zoek met behulp van een verrekijker het sterrenbeeld Aquila op en volg de sterren naar de ster Lambda toe. Verleng van hieruit de lijn door naar Alpha Scuti en ga dan naar beneden naar de ster Gamma Scuti. M16 bevindt zich ongeveer 2 graden (ongeveer 1 vingerbreedte) ten zuidwesten van deze ster.

M17 is voor het eerst door Philippe Loys de Chéseaux onderzocht. Het is één van de zes nevels die in zijn aantekeningen werden opgenomen. Hij omschreef de nevel als hebbende de vorm van de staart van een komeet. Het werk van de Chéseaux was niet wijd verspreid onder astronomen. Messier herontdekte de Omega-nevel op 3 juni 1764.

William Herschel bekeek de nevel op 31 juli 1783 en hij legde als eerste de link met de Orion-nevel. Maar hoe komt de Omega-nevel nu aan zijn naam? Dat hebben we te danken aan Herschel’s zoon John. Hij beschreef de nevel als de vorm hebbende van de Griekse hoofdletter omega. Een beetje onregelmatig van vorm en niet overal even helder verlicht.

Messier 18

M18 in het sterrenbeeld Sagittarius

Andere benamingen: M18, NGC 6613
Type Object: open sterrenhoop
Sterrenbeeld: Sagittarius
Afstand: 4900 lichtjaar
Visuele helderheid: 7.5
Schijnbare grootte: 9 boogminuten

Messier 18 bevindt zich op een afstand van ongeveer 4900 lichtjaar, de open sterrenhoop heeft een doorsnede van 17 lichtjaar. De sterrenhoop bestaat uit een twintigtal sterren die slechts 32 miljoen jaar oud zijn. De heetste sterren zijn van spectraalklasse B3 maar er komen ook gele en oranje sterren in voor.

Astronomen denken dat M18 niet alleen door de ruimte reist maar is verbonden met NGC 6618, de open sterrenhoop in M17. Het zou dus kunnen gaan om een dubbele open sterrenhoop hetgeen niet ongewoon is in het melkwegstelsel.

M18 is in een verrekijker of zoeker moeilijk te herkennen, de sterren zijn niet veel helderder dan de achtergrondsterren van de melkweg en de sterrenhoop vormt geen opvallend patroon. Het gemakkelijkste is om uit te gaan van M17 en dan een paar graden richting zuiden te bewegen. Als je de sterrenhoop met een telescoop bekijkt dan doe je dit bij een lage vergroting. M18 is al in een kleine telescoop zichtbaar.

M18 is één van de originele ontdekkingen van Messier. Hij zag de sterrenhoop voor het eerst in de nacht van 3 op 4 juni 1764: hij zag een aantal sterren bij elkaar staan en ook een zwakke neveligheid. Messier geeft wel aan dat een goede telescoop noodzakelijk is om de afzonderlijke sterren te kunnen zien.

De neveligheid werd overigens alleen door Messier gezien, andere astronomen uit zijn tijd zagen die niet.

Messier 20

M20 – de Trifid-nevel – in het sterrenbeeld Sagittarius

Andere benamingen: M20, NGC 6514, Trifid-nevel
Type Object: emissie-nevel en reflectie-nevel en open sterrenhoop
Afstand: 5200 lichtjaar
Visuele helderheid: 9.0
Schijnbare grootte: 28 boogminuten

Iedereen die een beetje bekend is met deepsky foto’s heeft wel eens een foto gezien van deze kleurrijke emissie en reflectie-nevel. Als je door een telescoop naar de nevel kijkt dan komt de vorm overeen met de mooie foto’s maar de kleuren niet. Dat komt omdat je fotografisch dingen kan vastleggen die het blote oog niet kan zien. De emissienevel is rood van kleur terwijl de open sterrenhoop in het centrum heldere blauwe sterren bevat. Een gedeelte van het stof in de nevel ligt op door reflectie. De donkere stofbanen tussen de lobben van de nevel in zijn gecatalogiseerd door E. Barnard: B85.

In 1999 heeft de Hubble Space Telescope uitgebreid naar de Trifid-nevel gekeken. Met de Hubble is aangetoond dat er nog steeds stervorming plaatsvindt in de nevel.

Als je een beetje thuis bent in het sterrenbeeld Sagittarius dan is M20 gemakkelijk te vinden: 2 graden ten noorden van M8, de Lagune-nevel.

Messier ontdekte de Trifid-nevel op 5 juni 1764. Hij zag de open sterrenhoop en zag de nevel zelf. Twintig jaar later gaf William Herschel een veel uitgebreidere beschrijving van de Trifid-nevel. Hij deelde de nevel zelfs op in verschillende kleinere neveltjes. Zijn zoon John gaf M20 de naam die we nu nog steeds gebruiken: Trifid. John geeft ook aan dat een donkere nacht essentieel is voor een goede waarneming van de nevel.

Messier 21

M21 in het sterrenbeeld Sagittarius

Andere benamingen: M21, NGC 6531
Type Object: open sterrenhoop
Afstand: 4250 lichtjaar
Visuele helderheid: 6.5
Schijnbare grootte: 13 boogminuten

De open sterrenhoop bestaat uit 57 sterren van verschillende helderheden die ongeveer 4.6 miljoen jaar als groep samenleven en deel uitmaken van de Sagittarius OB1-associatie. De groep zelf is jong maar de sterren die er deel van uitmaken hebben verschillende leeftijden. M21 bevindt zich dicht bij M20 maar er is geen relatie tussen beiden aangetoond.

Ook M21 is gemakkelijk te vinden als je een beetje wegwijs bent in het sterrenbeeld Sagittarius. Zoek M21 2,5 graad noordwesten van M8, de Lagune-nevel. Onder goede omstandigheden is de open sterrenhoop goed herkenbaar in een verrekijker. Al met een kleine telescoop zijn alle leden van de sterrenhoop te zien.

Messier ontdekte deze open sterrenhoop op 5 juni 1764. Hij schreef: in dezelfde nacht ontdekte ik twee open sterrenhopen dicht bij elkaar, een beetje boven de ecliptica tussen de boog van Sagittarius en de rechtervoet van Ophiuchus. De sterren van deze cluster zijn van de achtste en negende magnitude. Hij zag er tevens wat neveligheid in terug iets wat niet vreemd is voor iemand die primair waarneemt om kometen te vinden.

Messier 22

M22 in het sterrenbeeld Sagittarius

Andere benamingen: M22, NGC 6656
Type Object: bolvormige sterrenhoop
Afstand: 10400 lichtjaar
Visuele helderheid: 5.1
Schijnbare grootte: 32 boogminuten

Messier 22 is een bolhoop die zich op een afstand van 10400 lichtjaar van ons bevindt. De bolhoop heeft een doorsnede van 200 lichtjaar en bevat tenminste 70.000 sterren. Van die 70.000 zijn er slechts 32 variabel. De bolhoop beweegt zich met een snelheid van 149 kilometer per seconde van ons vandaan. M22 is de op vier na helderste bolhoop die we kennen. Het is één van de vier bolhopen waarin een planetaire nevel is aangetroffen.

Messier 22 is uitgebreid onderzocht door de Hubble Telescope en die heeft er enkele bijzondere ontdekkingen in gedaan. Er zijn namelijk planeetachtige objecten in aangetroffen die een massa hebben van ongeveer 80 aardmassa’s. Ze zijn aangetoond door de manier waarop de zwaartekracht het licht afbuigt van achterliggende sterren. Het oplossend vermogen van de Hubble is te gering om de objecten rechtstreeks waar te nemen. Om de objecten te vinden hebben de astronomen m.b.v. de Hubble ongeveer 83.000 sterren iedere drie dagen gedurende vier uur waargenomen. Alleen op deze manier kan men met behulp van het zogenaamde micro-lensing-effect dergelijke objecten vinden. Nu is het niet meteen gezegd dat we hier te maken hebben met planeten. Mogelijk gaat het om bruine dwergen, maar misschien ook om een geheel nieuw type object. Omdat bolhopen hele oude objecten zijn opent dit wel mogelijkheden om de vorming van planeetachtige objecten in het vroege universum te bestuderen.

Messier 22 is met alle optische instrumenten redelijk eenvoudig te vinden. Zoek het theepotje in Sagittarius. Selecteer de deksel van het potje, de ster lambda (ook wel Kaus Borealis genoemd) en kijk een vingerbreedte (ongeveer 2 graden) richting noordoosten. Vanuit een hele donkere waarneemlocatie onder goede weersomstandigheden is het soms mogelijk M22 met het blote oog te zien. De structuur is al in een verrekijker te zien en hoe groter de telescopen hoe beter je de bolhoop in afzonderlijke sterren krijgt opgelost.

Messier 22 is waarschijnlijk de allereerste bolhoop die door astronomen werd waargenomen. Abraham Isle noemt in 1665 de bolhoop. Zo ook Edmond Halley in 1715 en De Chéseaux, Le Gentil en Nicolas de Lacaille die M22 als Lacaille I.12 opnam in zijn catalogus.

Messier nam de bolhoop voor het eerst waar op 5 juni 1764: ik heb een nevel waargenomen juist beneden de ecliptica tussen het hoofd en de boog van Sagittarius. Volgens mij bevat de nevel geen enkele ster want ik heb hem waargenomen met een goede telescoop bij een vergroting van 104 maal. Messier noemt ook de waarneming van Le Gentil uit 1747. Gentil omschrijft de nevel als onregelmatig van vorm met stralen van licht over de gehele diameter.

De geschiedenis leert ons verder dat M22 waarschijnlijk al door Hevelius is gezien. William Herschel was wederom de eerste die de nevel in sterren wist op te lossen.

Messier 23

M23 in het sterrenbeeld Sagittarius

Andere benamingen: M23, NGC 6494
Type Object: open sterrenhoop
Afstand: 2150 lichtjaar
Visuele helderheid: 6.9
Schijnbare grootte: 27 boogminuten

We kijken hier naar ongeveer 150 sterren die zich hebben verdeeld over 15 lichtjaar. De groep sterren is ergens tussen de 220 en 300 miljoen jaar oud. Voor wat dat betreft behoort M23 tot de oudere open sterrenhopen in ons melkwegstelsel. De heetste sterren zijn van spectraaltype B9.

M23 kan redelijk gemakkelijk met een verrekijker gevonden worden: één vingerbreedte noord en 2 vingerbreedtes ten westen van de ster mu Sagittarii. Een andere manier is door een denkbeeldige lijn te trekken van de deksel van de theepot naar de ster Xi Serpentis. Ongeveer halverwege deze lijn tref je een verdikking in het sterveld aan: M23. Bij een telescopische waarneming maak je gebruik van een lage vergroting om de open sterrenhoop los van het omringende sterveld te kunnen zien. M23 is geen spectaculaire verschijning. De open sterrenhoop kan nog het beste met een goede verrekijker bekeken worden.

Deze open sterrenhoop is één van de originele ontdekkingen van Messier. Hij zag de sterrenhoop voor het eerst in de nacht van 20 op 21 juni 1764 en hij noteerde: ik heb de positie gevonden van een kleine groep sterren in de buurt van een ster van de zesde magnitude. In een kleine refractor is het lastig om de afzonderlijke sterren te zien. De diameter is ongeveer 15 boogminuten.

Natuurlijk bekeek ook William Herschel de open sterrenhoop. Hij noteerde: Een cluster van mooi verspreide grote sterren die in mijn zoeker allemaal ongeveer even helder zijn. Het is groter dan het beeldveld van mijn telescoop.

Messier 24

M24 in het sterrenbeeld Sagittarius

Andere benamingen: M24, IC 4715, Sagittarius Wolk, Delle Caustiche
Type Object: wolk van sterren, bevat de open sterrenhopen NGC 6603 en NGC 6595, Barnard 92, Barnard 93, Collinder 469, IC 1283-1284, NGC 6589/90 en de planetaire nevel NGC 6567
Afstand: 10.000 lichtjaar
Visuele helderheid: 4.6
Schijnbare grootte: 90 boogminuten

M24 is een beetje een vreemde vermelding in de catalogus van Messier want we kijken hier niet naar een bolhoop, een open sterrenhoop of iets dergelijks maar we kijken naar een concentratie van duizenden sterren die deel uit maken van de Sagittarius-arm van het melkwegstelsel. M24 heeft een volume van 10.000 tot 16.000 lichtjaar. Het bevat de grootste concentratie individuele sterren die zichtbaar zijn met een verrekijker: ongeveer 1000 in één beeldveld.

In dit gebied komen verschillende andere zwakken objecten voor zoals de open sterrenhoop NGC 6603. E. Barnard heeft hier twee donkere nevels benoemd: B92 en B93 maar er bevinden zich ook minder bekende clusters zoals Collinder 469 en Markarian 38. In het zuidelijk deel staat de emissie-nevel IC1283-1284 en de twee reflectie-nevels NGC 6589 en NGC 6590 en de open sterrenhoop NGC 6595. In het westelijke deel staat de planetaire nevel NGC 6567 van de 12-de magnitude. In het zuiden ook de veranderlijke ster WZ Sagittarii. Dit is een Delta Cepheïde die in iets minder dan 22 dagen varieert in helderheid van magnitude 7.5 naar 8.5.

Vanuit een donkere locatie is M24 gemakkelijk met het blote oog te zien als een wazig vlekje in het noordelijke deel van Sagittarius. Ongeveer een handbreedte boven de theepot. Zelfs in lichtvervuilde gebieden zijn de sterren op te lossen met behulp van een verrekijker.

Messier was de eerste die de wolk sterren opnam in een catalogus. Hij zag de wolk in de nacht van 20 op 21 juni 1764 voor het eerst. Hij omschreef de grootte en merkte op dat de wolk in verschillende delen is op te splitsen.

Andere waarnemers keken natuurlijk ook maar M24 maar zij beseften naar alle waarschijnlijkheid dat ze te maken hadden met een deel van de melkweg en waren daarom minder enthousiast.

Messier 25

M25 in het sterrenbeeld Sagittarius

Andere benamingen: M25, IC 4725
Type Object: open sterrenhoop
Afstand: 2000 lichtjaar
Visuele helderheid: 4.6
Schijnbare grootte: 32 boogminuten

Messier 25 is een galactische sterrenhoop die origineel door Philippe Loys de Chéseaux in 745 werd ontdekt en in 1764 door Messier in zijn catalogus werd opgenomen. Het is één van de weinige objecten die om onbekende redenen nooit door William Herschel zijn gecatalogiseerd en dus ook nooit een NGC-nummer hebben gekregen. Messier 25 maakte wel deel uit van de catalogus die Johann Bode publiceerde in 1777, Herschel bekeek de sterrenhoop in 1783 naar deed er verder niks mee. Het heeft tot 1908 geduurd voordat M25 in en grote catalogus werd opgenomen. J. Dreyer vermeldde M25 als IC 4725 in de tweede Index Catalog.

De sterrenhoop bevindt zich op 2000 lichtjaar van de Aarde en meet ongeveer 19 lichtjaar in doorsnede. De groep wordt bij elkaar gehouden door vier grote zware sterren. Eentje daarvan is de variabele ster U Sagittarii, een Delta Cepheide-veranderlijke. Deze Cepheïde heeft ons ook geholpen om de leeftijd van de groep te bepalen: ongeveer 90 miljoen jaar.

Uit hoeveel sterren bestaat de groep? Dat is moeilijk vast te stellen. De sterrenhoop bevindt zich in het vlak van de melkweg vlak bij de kern in een overbevolkt gebied. Deze regio is voor ons moeilijk te bestuderen. Astronomen schatten het aantal sterren op meer dan 220.

Met een verrekijker is M25 relatief eenvoudig te vinden. Kijk een vuistbreedte ten noorden van lambda Sagittarii, de deksel van de theepot. Hier bevindt zich de veranderlijke ster U Sagittarii die deel uit maakt van de groep. De helderheid van U Sagittarii verandert in iets minder dan 7 dagen tussen magnitude 6.3 en 7.1. In een verrekijker is M25 zichtbaar als een heldere maar onsamenhangende groep sterren. In een telescoop zijn de afzonderlijke sterren op te lossen. De sterrenhoop bevat sterren van verschillende helderheden dus gebruik een niet al te sterke vergroting.

Messier bekeek M25 in de nacht van 20 op 21 juni 1764. Hij omschreef de sterrenhoop als klein en moeilijk zichtbaar in een kleine telescoop. Hij zag geen neveligheid in de sterrenhoop en de grootte schatte hij op 10 boogminuten. Herschel schreef: erg grote en heldere sterren en veel zwakke sterren. Hij telde er 70 maar gaf aan dat het er veel meer konden zijn die nog buiten het bereik van zijn telescoop lagen. Herschel nam M25 om onbekende redenen echter niet op in zijn catalogus.

Messier 28

M28 in het sterrenbeeld Sagittarius

Andere benamingen: M28, NGC 6626
Type Object: bolhoop
Afstand: 18300 lichtjaar
Visuele helderheid: 6.8
Schijnbare grootte: 11.2 boogminuten

M28 is een bolhoop met een doorsnede van ongeveer 60 lichtjaar die zich op een afstand van 18.300 lichtjaar van de Aarde bevindt. In de bolhoop zijn 18 RR Lyrae veranderlijke sterren aangetroffen en één W Virginis-veranderlijke. Deze laatste is een populatie II Cepheïde met een zeer nauwkeurige periodiciteit van 17 dagen. Er is een tweede lang-periodieke veranderlijke aangetroffen die vermoedelijk van het RV Tauri type is. M28 werd in 1986 echt beroemd toen in de bolhoop de allereerste milliseconde pulsar werd aangetroffen. De pulsar werd ontdekt met de Lovell Telescope van het Engelse Jodrell Bank Observatorium. Later is de Chandra-satelliet verder gegaan met onderzoek aan deze pulsar. Inmiddels hebben de eerste Chandra-metingen geresulteerd in 47 röntgen bronnen waarvan er 12 in het centrum van de bolhoop liggen. Bij een tweede onderzoek werden nog meer röntgen bronnen ontdekt. M28 is nu de bolhoop met de op drie na hoogste concentratie milliseconde pulsars. Alleen Terzan 5 en 47 Tucana bevatten er meer.

M28 is, als je de weg weet in het sterrenbeeld Sagittarius, redelijk eenvoudig te vinden. We gaan weer uit van de theepot en de ster Lambda die de deksel van de theepot vormt. Centreer Lambda in het centrum van je verrekijker. M28 bevindt zich op ongeveer 1 uur in je beeldveld. De bolhoop is helder genoeg om zichtbaar te zijn in kleine optiek echter je hebt een telescoop met een opening van minimaal 10 cm nodig om iets van de individuele sterren op te vangen. Telescopen met een opening van 25 cm en meer laten pas de ware pracht van M28 zien.

De bolhoop is één van de originele ontdekkingen van Messier. Hij nam hem voor het eerst waar in de nacht van 2 op 27 juli 1764: ik ontdekte een nevel in Sagittarius op ongeveer 1 graad van de ster Lambda. Ik heb de nevel bekeken bij en vergroting van 104 maal met een goede telescoop en ik zie geen sterren. De nevel is rond en heeft een doorsnede van ongeveer 2 boogminuten.

Ook William Herschel nam M28 waar. Hij noteerde dat de nevel te laag aan de horizon stond voor een goede waarneming. Hij geeft aan dat de nevel waarschijnlijk heel veel sterren bevat. Zijn zoon John gaf M28 zijn NGC-nummer: niet erg helder maar heel erg rijk aan sterren die zeer dicht op elkaar staan, sterren van de 14de en 15-de magnitude, een mooi object.

Messier 54

M54 in het sterrenbeeld Sagittarius

Andere benamingen: M54, NGC 6715
Type object: bolvormige sterrenhoop
Afstand: 87.400 lichtjaar
Visuele helderheid: 7.6
Schijnbare grootte: 12 boogminuten

Messier 54 is een compacte bolvormige sterrenhoop die een doorsnede heeft van 150 lichtjaar en die zich op een afstand bevindt van 87.400 lichtjaar. De bolhoop verwijdert zich van ons met een snelheid van 142 km/sec.

De afstand van bijna 90.000 lichtjaar zorgt er voor dat M54 helemaal geen deel uitmaakt van ons eigen Melkwegstelsel! Deze ontdekking werd gedaan in 1994. Destijds werd het Sagittarius dwergmelkwegstelsel ontdekt, een begeleider van ons Melkwegstelsel. M54 maakt deel uit van dit dwergmelkwegstelsel en niet van het onze. In M54 zijn inmiddels 82 veranderlijke sterren ontdekt waarvan er 55 tot de RR Lyrae-klasse behoren. In 1999 is er een zwart gat van gemiddelde grootte aangetroffen in M54, het eerst bekende zwarte gat in een bolvormige sterrenhoop. De massa van dit zwarte gat is berekend op ongeveer 9400 zonsmassa’s.

Charles Messier ontdekte de bolhoop op 24 juli 1778 en hij had helemaal geen idee dat hij keek naar een extra-galactische bolhoop. Hij noteerde: erg zwakke nevel ontdekt in Sagittarius. De kern is helder en het bevat geen sterren gezien door een telescoop van 2.5 voet. De plaats is bepaald uitgaande van de ster Zèta Sagittarii.

Jaren later noteerde William Herschel in zijn privé-aantekeningen: ronde, in sterren oplosbare nevel. Erg helder in het centrum. Er zijn ongeveer 240 grote sterren te zien in de uitlopers van de nevel maar ik vermoed dat ze niet in relatie staan met de nevel zelf.

M54 is niet zo heel erg moeilijk te vinden. Zoek de ster Zèta Sagittarii op, dit is de meest zuidwestelijke ster van het theepotje in de Boogschutter, en kijk een halve graad richting zuiden en een vingerbreedte richting westen. Het probleem met M54 is dat het in een verrekijker of zoeker heel erg op een ster lijkt echter als je zoekt op een zwakke ster die je niet goed krijgt scherp gesteld dan heb je M54 vermoedelijk gevonden.

In kleine telescopen is M54 niet op te lossen in afzonderlijke sterren. Met een grote telescoop lukt dit echter ook heel lastig, wellicht een enkele ster aan de rand van de bolhoop.

Messier 55

M55 in het sterrenbeeld Sagittarius

Andere benamingen: M55, NGC 6809
Type object: bolvormige sterrenhoop
Afstand: 17.300 lichtjaar
Visuele helderheid: 6.3
Schijnbare grootte: 19 boogminuten

Messier 55 staat op een afstand van 17.300 lichtjaar van de Aarde. De bolhoop heeft een doorsnede van ongeveer 100 lichtjaar. In dit gebied bevinden zich enkele tienduizenden sterren. M55 heeft geen duidelijke kern, de sterren lijken los verdeeld.

Messier 55 is ontdekt op 16 juni 1752 door Nicolas de Lacaille toen hij in Zuid-Afrika de sterrenhemel bestudeerde. Hij vergeleek de bolhoop met de kern van een komeet. Ook Messier heeft verschillende jaren gezocht naar deze bolhoop om hem toe te voegen aan zijn catalogus. Voor Messier’s waarnemingsplaats komt de bolhoop erg laag boven de horizon uit. Wellicht heeft het daarom zo lang geduurd voor hij hem zag. Messier nam M55 voor het eerst waar op 24 juli 1778: een nevel die er uitziet als een witte vlek, die geen enkele ster bevat. De positie bepaald uitgaande van Zèta Sagittarii. Messier noemt in zijn aantekeningen de ontdekking door Lacaille.

Ook Bode, Dunlop en Caroline Herschel bestudeerden de bolhoop maar het was William Herschel die voor het eerst de bolhoop in sterren wist op te lossen.

M55 is niet bepaald gemakkelijk te vinden. De beste manier is wellicht nog door te beginnen bij de sterren Theta1 en Theta2 Sagittarius. Deze beide sterren zijn met het blote oog net te zien, ze zijn van magnitude 4 en 5. De bolhoop bevindt zich ongeveer 2 vingerbreedtes ten noordwesten van deze twee sterren. In een verrekijker gezien, met de beide sterren in het centrum van het beeldveld, staat de bolhoop ongeveer 1 beeldveld richting noordwesten. De visuele helderheid van M55 is hoog maar de oppervlakte helderheid is erg laag en dat maakt de bolhoop ongeschikt voor een lichtvervuilde hemel. Onder donkere omstandigheden lijkt de bolhoop een beetje op een zwakke komeet. Een kleine telescoop kan al enkele sterren oplossen. In een grote telescoop komt de bolhoop pas goed tot zijn recht.

Messier 69

M69 in het sterrenbeeld Sagittarius

Andere benamingen: M69, NGC 6637
Type object: bolvormige sterrenhoop
Afstand: 29.700 lichtjaar
Visuele helderheid: 7.6
Schijnbare grootte: 9.8 boogminuten

De bolhoop bevindt zich op een afstand van ± 29.700 lichtjaar en heeft een doorsnede van 61 lichtjaar. Het is één van de zwakste Messier-objecten. De bolhoop bevindt zich in de buurt van het centrum van onze Melkweg en het is één van de oudste bolhopen en daardoor rijk aan metalen. Qua samenstelling lijkt de bolhoop erg veel op NGC 6624 en de bolhopen 47 Tuc en NGC 6352. Astronomen sluiten daarom niet uit dat al deze bolhopen een gezamenlijke oorsprong hebben.

Astronomen vinden het vreemd dat er erg weinig veranderlijke sterren voorkomen in M69. Er zijn enkel Mira-veranderlijke sterren gevonden met periodes van ± 200 dagen.

M69 is ontdekt door Messier. Hij voegde op 31 augustus 1870 dit object toe aan zijn catalogus. In dezelfde nacht ontdekte hij overigen ook M70. Zoals zo vaak noteerde hij in zijn logboek: nevel zonder ster ontdekt, ze staat in Sagittarius in de buurt van een ster van de negende magnitude. Ze is erg zwak en kan alleen gezien worden onder goede donkere omstandigheden. Ze nevel verdwijnt al als ik de verlichting van mijn micrometer gebruik. Messier noteerde verder dat de nevel ook door Nicolas de Lacaille is waargenomen en opgenomen in zijn catalogus maar dit blijkt achteraf niet te kloppen. Messier had een verkeerde positiebepaling uitgevoerd (hetgeen hem wel vaker overkwam).

William Herschel nam de nevel ook waar en hij kon M69 oplossen in afzonderlijke sterren. Zijn zoon John voegde M69 toe aan zijn catalogus.

Vanuit Nederland is het sterrenbeeld Sagittarius moeilijk waarneembaar. Het staat altijd laag boven de horizon in de zomerperiode als de nachten kort en niet erg donker zijn. M69 is het beste op te zoeken als het sterrenbeeld zijn hoogste positie aan de hemel heeft. Zoek naar de theepot-vorm in Sagittarius en trek een denkbeeldige lijn tussen de twee zuidelijkste sterren: Zèta en Epsilon. Op ongeveer een derde van de afstand tussen Zèta en Epsilon bevindt zich M69. Onder goede omstandigheden lukt dit met een verrekijker of een goede zoeker.

Messier 70

M70 in het sterrenbeeld Sagittarius

Andere benamingen: M70, NGC 6681
Type object: bolvormige sterrenhoop
Afstand: 29.300 lichtjaar
Visuele helderheid: 7.9
Schijnbare grootte: 8.0 boogminuten

Messier 70 bevindt zich op een afstand van 29.300 lichtjaar van de Aarde en verwijderd zich met een snelheid van 200 kilomter per sonde van ons vandaan. M70 heeft een doornsede van 68 lichtjaar en slechts een beetje helderder dan zijn “buurman” M69. Ook M70 bevindt zich dicht bij de kern van ons melkwegstelsel en wordt daarom ook door gravitatiekrachten uit elkaar gescheurd. M70 heeft nog steeds een copacte kern die wellicht door een botsing met een andere bolhoop in een ver verleden is ontstaan.

M70 werd door Charles Messier ontdekt en op 31 augustus 1780 aan zijn catalogus toegevoegd. Hij ontdekte M70 in dezelfde nacht als M69. William Herschel nam de bolhoop waar op 13 juli 1784 en hij noteerde: een erg zwakke rode ster zichtbaar in deze groep sterren. Die zwakke rode ster is nooit meer door anderen waargenomen. Ook zijn zoon John, die de bolhoop diverse malen waarnam heeft nooit gerept over een zwakke rode ster.

M70 bevindt zich in de buurt van M69 dus gebruik de methode om M69 om ook M70 te vinden.

Messier 75

M75 in het sterrenbeeld Sagittarius

Andere benamingen: M75, NGC 6864
Type object: bolhoop
Afstand: 67.500 lichtjaar
Visuele helderheid: 8.5
Schijnbare grootte: 6.8 boogminuten

M75 is één van de meest verafgelegen bolhopen op een afstand van 67.500 lichtjaar. Er zijn veel rode sterren waargenomen in de bolhoop dus men neemt aan dat de bolhoop al op leeftijd is.

De bolhoop werd voor het eerst waargenomen in de nacht van 27 op 28 augustus 1780 door Pierre Mechain en op 5 oktober 1780 door Messier toegevoegd aan zijn catalogus. Omdat op dat moment de Maan ook boven de horizon stond duurde het tot 18 oktober voor Messier een gedetailleerde waarneming kon doen.

In 1799 werd M75 waargenomen door William Herschel maar hij loste de bolhoop niet op in afzonderlijke sterren. Het duurde elf jaar voor Herschel wel in staat was de bolhoop in afzonderlijke sterren op te lossen. Twintig jaar later schreef zijn zoon John Herschel over M75: niet helder, klein, rond, een onbelangrijk object.

Vanwege de geringe grootte en lage oppervlakte helderheid is M75 heel moeilijk te zien in een verrekijker. Gebruik de ster Theta Aquilae, de zuidelijkste ster van de vleugels van de Arend, om de ster te vinden. Ga vanuit Theta Aquilae naar alpha Capricornii en verleng deze lijn denkbeeldig nog een keer richting zuiden en je hebt M75 te pakken.

In een verrekijker is M75 stervormig maar onder donkere en goede omstandigheden is er in een kleine telescoop al enig contrast zichtbaar. In een grotere telescoop begint het object op te lossen in afzonderlijke sterren. Omdat het een zwak object is heb je een donkere sterrenhemel nodig: geen storend maanlicht en graag ver uit de buurt van lichtvervuiling.

IAU-kaart van het sterrenbeeld Sagittarius – Boogschutter
IAU-kaart van het sterrenbeeld Sagittarius – Boogschutter

Download de kaart van het sterrenbeeld Sagittarius – Boogschutter.

Het Sagittarius Dwerg Elliptische Sterrenstelsel
Het Sagittarius Dwerg Elliptische Sterrenstelsel is een satelliet sterrenstelsel van ons eigen sterrenstelsel. Het ligt op ramkoers en zal over enkele miljoenen jaren in botsing komen met ons. Het sterrenstelsel is al vervormd.

Astronomen nemen aan dat het dwergsterrenstelsel de laatste miljarden jaren al zeker 10 keer om ons sterrenstelsel heen heeft gedraaid. Het stelsel heeft een visuele helderheid van magnitude 4,5 en bevindt zich op een afstand van ongeveer 65.000 lichtjaar van de Zon en ongeveer 50.000 lichtjaar afstand van het centrum van ons sterrenstelsel.

Het sterrenstelsel heeft een doorsnede van ongeveer 10.000 lichtjaar en bestaat uit vier bolvormige sterrenhopen waarvan de belangrijkste in 1994 werd ontdekt. Op dat moment was het het meest nabije bekende sterrenstelsel van ons eigen sterrenstelsel. In 2003 werd het Canis Majoris Dwergsterrenstelsel ontdekt dat dichterbij is.

Het Sagittarius Dwergsterrenstelsel is een oud sterrenstelsel dat voornamelijk populatie II-sterren bevat (oude, metaalarme sterren). De bolhoop Messier 54 bevindt zich in het centrum van dit stelsel.

NGC 6565
NGC 6565 is een planetaire nevel.

Sagittarius Onregelmatige Dwergsterrenstelsel
Het Sagittarius Onregelmatig Dwergsterrenstelsel heeft een visuele helderheid van magnitude 15,5 en het bevindt zich op een afstand van 3,4 miljoen lichtjaar. Het stelsel werd in 1977 ontdekt op fotografische platen van de ESO.

Het is één van de meest metaal arme sterrenstelsels die we kennen.

NGC 6578
NGC 6578 is een planetaire nevel.

NGC 6522
NGC 6255 is mogelijk de oudste bolhoop in ons sterrenstelsel. De leeftijd wordt geschat op 12 miljard jaar. De bolhoop is in 1784 ontdekt door William Herschel. De bolhoop bevindt zich in de richting van Baade’s Venster. Dit is een gebied aan de sterrenhemel dat relatief weinig stof bevat en ons een blik gunt richting het galactische centrum.

NGC 6822 – IC 4895 – Caldwell 57 – Barnard’s Sterrenstelsel
NGC 6822 is een onregelmatig balkspiraalvormig sterrenstelsel. Het maakt deel uit van de Lokale Groep. NGC 6822 lijkt qua structuur op de Kleine Magelhaanse Wolk.

NGC 6822 heeft een visuele helderheid van magnitude 9,3 en bevindt zich op een afstand van ongeveer 1,6 miljoen lichtjaar. Het stelsel is vernoemd naar de Amerikaanse astronoom E.E. Barnard die het, met behulp van een 15 cm refractor, in 1881 ontdekte.

Edwin Hubble vond 15 veranderlijke sterren in het stelsel waarvan er 11 Cepheïden waren. Cepheïden kunnen gebruikt worden voor afstandsbepalingen en Hubble bepaalde dan ook aan de hand van deze veranderlijke sterren de afstand tot het stelsel op 700.000 lichtjaar. Het was het eerste stelsel voorbij de Magelhaanse Wolken waarbij op deze manier de afstand werd bepaald.

NGC 6723
NGC 6723 is een bolhoop.

De Bubbel-nevel
De Bubbel-nevel is een emissie-nevel in NGC 6822. De nevel bevat grote hoeveelheden interstellair gas en er vindt nog steeds stervorming plaats in de nevel.

NGC 6818 – Little Gem-nevel
NGC 6818 is een planetaire nevel die in 1787 door William Herschel is ontdekt.

 

Eerste publicatie: 26 juli 2009
Laatste bewerking: 19 december 2016