Het sterrenbeeld Orion

Orion is een sterrenbeeld aan de noordelijke sterrenhemel. Het is één van de helderste en bekendste sterrenbeelden. Orion is een figuur uit de Griekse mythologie. Het sterrenbeeld wordt op oude sterrenkaarten afgebeeld als jagende op Taurus de Stier of Lepus de Haas. Hij wordt vergezeld door zijn twee jachthonden Canis Major – de Grote Hond en Canis Minor – de Kleine Hond.

Twee van de tien helderste sterren aan de sterrenhemel bevinden zich in Orion. Het zijn de sterren Rigel (Beta Orionis) en Betelgeuze (Alpha Orionis). Verder heeft het sterrenbeeld enkele bekende deep sky objecten.

Orion kent twee meteorenzwermen: de beroemde Orioniden die jaarlijks hun maximum rond 21 oktober hebben en de veel minder bekende Chi-Orioniden.

Orion maakt samen met de sterrenbeelden Canis Major, Canis Minor, Lepus en Monoceros deel uit van de Orion familie van sterrenbeelden.

Gegevens Sterrenbeeld

Nederlandse naam Latijnse naam Afkorting Genitief
Orion Orion.
Hindi: Mrig
Ori Orionis
Zichtbaarheid November – Maart (aangegeven zijn de maanden waarin het sterrenbeeld om 22 uur boven de horizon staat) voor waarnemers tussen de 85-ste en de -75-ste breedtegraad
Grootte In grootte is Orion het 26-ste sterrenbeeld. Het sterrenbeeld beslaat een oppervlakte van 594 (°)2 aan de sterrenhemel.
Omgeving Het sterrenbeeld wordt omringd door Gemini, Taurus, Eridanus, Lepus en Monoceros
Meteorenzwermen de Orioniden

Gegevens sterren

1) Deze namen zijn geautoriseerd door de Internationale Astronomische Unie. Alleen de sterren die een naam hebben zijn opgenomen in het overzicht.

Ster

Naam

Betekenis

Helderheid
(magnitude)

Afstand
(lichtjaar)

α Ori Betelgeuse 1)
Hindi: Ardra
Perzisch: Hanjha
Hawaiiaans: Kauluakoko
(Oksel van Orion) 0,43 643
β Ori Rigel. 1)
Hindi: Rajanya.
Maori: Puanga
(Voet van Orion) 0,18 858,3
γ Ori Bellatrix 1) Was een vrouwelijke krijger (westelijke schouder van Orion) 1,62 243,4
δ Ori Mintaka 1) Gordel (westelijk eind) 2,25 918,8
ε Ori Alnilam 1) Versiersel van parels (Midden van de Gordel) 1,68 1359,0
ζ Ori Alnitak 1) Gordel (oostelijk eind) 1,71 825,7
ι Ori Na’r al Saif Heldere van het Zwaard (de punt) 2,75 1331,3
κ Ori Saiph 1) Zwaard 2,06 725
λ Ori Heka of
Meissa 1) Hindi: Mrigashira. Perzisch: Hakau
Witte vlek of de schijnende (Orion’s Hoofd) 3,37 1069,4
υ Ori Thabit Volhouder 4,59 1553,2

Klik op de afbeelding voor een kaart met de namen van de sterren.

 

Mythologie

Orion – afbeelding

In de Griekse mythologie was de jager Orion één van de knapste mannen. Hij was de zoon van de zeegod Poseidon en Euryale, de dochter van koning Minos van Kreta. In de Odysseus van Homerus wordt Orion beschreven als een lange, slanke man gewapend met een onbreekbare bronzen stok.

Er doen verschillende mythologische verhalen over Orion de ronde.

In één van de mythes werd Orion verliefd op de Pleiaden, de zeven dochters van Atlas en Pleione. Hij begon ze te achtervolgen totdat Zeus ze oppakte en ze aan de sterrenhemel plaatste. De Pleiaden staan als sterrenhoop in het sterrenbeeld Stier – Taurus waar Orion ze nog steeds kan achtervolgen.

In een andere mythe wordt Orion verliefd op Merope, de knappe dochter van koning Oenopion. Merope beantwoordde zijn liefde echter niet. Op een nacht, Orion had stevig gedronken, drong hij zich op aan Merope. Oenopion ontstak in woede en stak Orion’s ogen uit waarna hij hem van zijn land, het eiland Chios, verbande. Hephaestus kreeg medelijden met de blinde, zwervende jager en bood aan zijn ogen te zijn. Orion kreeg op een gegeven moment van een orakel te horen dat hij oostwaarts richting de Zon moest reizen om zijn zicht terug te krijgen. Orion deed dit en kreeg inderdaad zijn gezichtsvermogen terug.

Het sterrenbeeld Orion heeft zijn oorsprong in de Sumerische mythologie en dan vooral in de mythe over Gilgamesh. De Sumeriërs associeerden het sterrenbeeld met hun held die de stier van de hemel bevocht. Ze noemden het sterrenbeeld URU AN-NA, dit betekent “het licht van de hemel”. Hun naam voor het sterrenbeeld Taurus was GUD N-NA, “de stier van de hemel”.

Orion wordt vaak afgebeeld alsof hij wordt aangevallen door een stier maar in de Griekse mythologie komen er geen verhalen over voor. Ptolemeus beschrijft het sterrenbeeld als een held met een stok en de pels van een leeuw maar beiden horen eigenlijk bij de held Heracles (het sterrenbeeld Hercules) maar er is in de mythologie geen bewijs voor een directe relatie tussen Heracles en Orion. Echter, Heracles is de beroemdste van alle Griekse helden en hij moet het doen met het veel minder opvallende sterrenbeeld Hercules en één van de taken van Heracles was het vangen en doden van de stier van Kreta dus misschien is er toch ergens een mogelijke verbinding tussen de twee helden.

De meeste mythes over de dood van Orion hebben betrekking op een schorpioen maar er zijn verschillen tussen de verhalen. In één versie schepte Orion tegen de godin Artemis en haar moeder Leto op dat hij ieder dier op Aarde zou kunnen doden. Gaia, de godin van de Aarde hoorde dit en stuurde een schorpioen op hem af en dat beest doodde hem. In een andere versie van het verhaal drong Orion zich op aan de godin Artemis en was zij het die de schorpioen op hem afstuurde. In weer een andere versie over zijn dood werd Orion door de schorpioen gedood toen hij Leto probeerde te redden die door de schorpioen werd bedreigd.

Maar hoe je het wendt of keert, alle verhalen hebben dezelfde uitkomst: Orion en de schorpioen werden beiden aan een kant van de sterrenhemel geplaatst zodat als het sterrenbeeld Schorpioen opkomt Orion aan de andere kant onder de horizon verdwijnt. Nog steeds vluchtende voor de schorpioen.

Echter, er is ook een mythe waar geen schorpioen aan te pas komt. Artemis, de godin van de jacht werd verliefd op de knappe jager maar haar broer Apollo was het daar niet helemaal mee eens. Hij daagde Artemis uit om met pijl en boog van grote afstand een klein object te raken. Niet wetende dat ze op Orion mikte die in de rivier zwom raakte ze met een enkel schot haar doel en doodde zo haar geliefde. Vol berouw plaatste ze Orion tussen de sterren.

Orion is bekend in vele andere culturen. In Australië worden de drie sterren die de gordel en het zwaard van Orion vormen ook wel de pan of de steelpan genoemd. In Zuid-Afrika zijn de drie sterren van de gordel bekend als de Drie Koningen of de Drie Zussen. In Spanje en Latijns Amerika zijn deze drie sterren bekend als Las Tres Marias, de Drie Maria’s.

De Babyloniërs kenden in de late bronstijd Orion als MUL.SIPA.ZI.AN.NA, de “hemelse herder” en associeerden het sterrenbeeld met Anu, de god van het hemelse rijk. De Egyptenaren associeerden het sterrenbeeld met Osiris, de god van de dood, het hiernamaals en de wedergeboorte. Orion werd ook geassocieerd met Unas, de laatste farao van de vijfde dynastie waarvan werd gezegd dat hij het vlees van zijn vijanden at en de goden verslond om zo oppermachtig te worden. Volgens de mythe reisde Unas naar de sterrenhemel om de ster Sabu, Orion te worden.

Men geloofde dat de farao’s na hun dood allemaal transformeerden in Osiris en daarom zijn enkele van de grootste piramides, de piramides van Gizeh, gebouwd in het patroon van Orion. Om de transformatie gemakkelijker te maken was de luchtschacht in de Koningskamer in de Grote Piramide gericht op de ster Alnitak, Zeta Orionis. Alnitak is de meest oostelijke ster van de gordel van Orion.

De Azteken noemden de drie gordelsterren en het zwaard van Orion de “brandoefening”, hun opkomst aan de sterrenhemel was het signaal om de Nieuwe Vuur-ceremonie te starten. Dit is een Azteeks ritueel dat werd opgevoerd om het einde van de wereld uit te stellen.

In de Hongaarse mythologie wordt Orion geïdentificeerd met Nimrod, een beroemde jager en vader van Hunor en Magor. In de Scandinavische mythologie wordt Orion geassocieerd met de godin Freya en Friggerock genoemd naar het gereedschap dat ze gebuikte om te spinnen.

In de Chinese mythologie is het sterrenbeeld bekend als Shen, een beroemde jager en krijger. In het oude China is Orion één van de 28 zodiakale Xiu en is het bekend als Shen. Letterlijk vertaald betekent dit drie waarschijnlijk naar de drie gordelsterren. In het oude Egypte werden de sterren opgedragen aan de god Osiris.

Ook de Hittieten kenden het sterrenbeeld. Ongeveer 2000 jaar voor Christus bevolkten zij grote delen van het huidige Turkije. Ze associeerden het sterrenbeeld met Aqhat, een beroemde mythische jager. Anat, de godin van de oorlog, werd verliefd op Aqhat maar nadat hij weigerde om zijn boog aan haar uit te lenen probeerde ze de boog te stelen, Echter de man die ze er op uitstuurde om de boog te stelen verknoeide het behoorlijk door Aqhat te doden en de boog in de zee te gooien. Volgens de mythe duikt het sterrenbeeld daarom gedurende twee maanden in de lente onder de horizon.

In het Maori wordt de Gordel van Orion Tautoru genoemd.

Orion is de heerser van de winterhemel. Hij domineert de sterrenhemel vanaf het einde van de herfst tot begin lente. Hij wordt begeleid door zijn jachthond Sirius.

Orion is erg gemakkelijk aan de sterrenhemel te herkennen.
α Orionis heet ook wel Betelgeuze wat rechterarm van Orion betekent. Betelgeuze is een dieprode superreus.

β Orionis heet in het Arabisch Rigel. Rigel is de op zeven na helderste ster aan de hemel. Het is een visuele dubbelster. De begeleider is een stuk zwakker maar toch nog zichtbaar voor goede waarnemers. Aan de andere kant van het sterrenbeeld vinden we de sterren Bellatrix (γ Orionis) en Saiph (κ Orionis). Vroeger geloofde men dat alle vrouwen die onder het gesternte van Bellatrix geboren werden rijk en welbespraakt zouden zijn.

In het midden van Orion vinden we de drie gordelsterren: Mintake, Alnilam en Alnitak. Deze drie sterren worden zelfs in de Bijbel genoemd (Job 38.31).

Alnitak (ζ Orionis) is een drievoudige dubbelster. Vlak bij deze ster kunnen we de overbekende Paardenkopnevel vinden. Deze donkere nevel is niet zichtbaar in een telescoop maar alleen op langbelichte foto’s terug te vinden.

Orion op oude sterrenkaarten

Orion – uit de Uranometrica van Johann Bayer uit 1603

Orion – uit de Atlas Celeste van John Bevis (ca. 1750)

Orion – uit de Uranographia van Hevelius (ca. 1690)

Orion – uit Urania’s Mirror (ca. 1825)

De Sterren van Orion

Beta Orionis – β Orionis – 19 Orionis – Rigel

Rigel is de helderste ster in het sterrenbeeld. De ster heeft een visuele helderheid van magnitude 0,18 en het is daarmee in helderheid ook de zevende ster aan de sterrenhemel. Rigel is een drievoudig stersysteem. Dat het een dubbelster is weten we al sinds 1831 toen de astronoom Struve de begeleider ontdekte. Rigel wordt omringd door een schil van uitgestoten gas.

De naam Rigel is afkomstig van het Arabische Rigl Gawza al-Yusra, “de linkervoet van de centrale”. Rigel markeert inderdaad de linkervoet van Orion. Een andere Arabische naam voor Rigel is igl al-gabbar, “de voet van de grote”. De ster heeft nog twee andere, nauwelijks gebruikte namen: Algebar en Elgebar. Deze twee namen zijn van de laatste Arabische uitdrukking afkomstig.

Rigel is een blauwe superreus die zich op een afstand van 772,5 lichtjaar van de Zon bevindt. De ster heeft een lichtsterkte van 85.000 * de lichtsterkte van de Zon en een massa van 17 zonsmassa’s. Het is een veranderlijke ster waarvan de helderheid varieert met 0,03 tot 0,05 magnitude binnen een periode van 22-25 dagen.

De hoofdster, Rigel A, is 500 * helderder dan Rigel B die zelf weer een spectroscopische dubbelster is. Rigel B heeft een helderheid van magnitude 6,7 en bestaat uit twee sterren die met een periode van 9,8 dagen om een gemeenschappelijk zwaartepunt draaien.

Rigel wordt geassocieerd met verschillende stofwolken in de nabijheid die door de ster worden opgelicht. De bekendste is IC 2118, de Heksenkop-nevel. Dit is een zwakke reflectienevel in het sterrenbeeld Eridanus, ongeveer 2,5° ten noordwesten van Rigel.

Rigel is ook lid van de Taurus-Orion R1 Associatie. Een tijd lang werd aangenomen dat Rigel ook deel uitmaakte van de Orion OB1 Associatie, een groep van enkele tientallen hete sterren die allemaal van spectraalklasse O en B zijn en die deel uitmaken van de Orion Moleculaire Wolk echter Rigel bevindt zich te dichtbij om deel uit te maken van deze laatste associatie.

Rigel is ongeveer 10 miljoen jaar oud en zal uiteindelijk uitgroeien naar een rode superreus, net zoals de ster Betelgeuze in het sterrenbeeld.

Alpha Orionis – α Orionis – 58 Orionis – Betelgeuze
Betelgeuze is de op één na helderste ster in Orion en de achtste aan de sterrenhemel. Het is een rode superreus met een visuele helderheid van magnitude 0,42. De ster bevindt zich ongeveer 643 lichtjaar van de Zon. Betelgeuze is qua lichtsterkte één van de helderste sterren die we kennen. De lichtsterkte is ongeveer 100.000 * de lichtsterkte van de Zon en dit vertaalt zich in een absolute helderheid van magnitude 6,05.

Het is ook één van de grootste sterren die we kennen met een grootte tussen 0,043 en 0,056 boogseconden. Een precieze meting is lastig te doen omdat de ster van tijd tot tijd van vorm veranderd doordat er grote hoeveelheden materie de ruimte in worden geslingerd die als een enorme schil om de ster heen blijven draaien.

Betelgeuze is ook semi-regelmatige veranderlijke ster. De helderheid varieert tussen 0,2 en 1,2 en dat betekent dat de ster soms helderder is dan Beta Orionis – Rigel. De helderheidsvariatie werd voor het eerst in 1836 opgemerkt door John Herschel in zijn “Outlines of Astronomy”.

De leeftijd van Betelgeuze wordt geschat op 10 miljoen jaar en dat is erg jong voor een rode superreus. Door de enorme massa is de ster heel snel geëvolueerd en men denkt dat Betelgeuze ergens in de komende miljoenen jaren als een supernova zal exploderen. Als dit gebeurd zal de ster zo helder worden dat ze zelfs overdag zichtbaar is. De supernova zal helderder zijn dan de Volle Maan en de helderste supernova zijn die ooit door mensen is waargenomen.

De herkomst van de naam Betelgeuze is niet helemaal duidelijk. Het laatste gedeelte van de naam, -etelgeuze, komt van de Arabische naam voor het sterrenbeeld, al-Jauza. Dit was een vrouwelijke naam uit oude Arabische legendes en kan ruwweg vertaald worden als “de middelste”. De meest geaccepteerde verklaring is dat de naam een verbastering is van het Arabische Yad al-Jauza, de “hand van al-Jauza”, de hand van Orion” en dat werd in middeleeuws Latijn verkeerd vertaald waarbij de eerste Arabische letter y werd aangezien voor een b. Dit leidde tijdens de Renaissance tot de naam Bait al-Jauza, het “huis van Orion”.

Betelgeuze maakt ook deel uit van twee bekende winterasterismen: de Winterdriehoek en de Winterzeshoek. Sirius en Proycon zijn de andere twee sterren van de Winterdriehoek en samen met Rigel, Aldebaran, Capella en Castor en Pollux vormen ze de Winterzeshoek.

Gamma Orionis – γ Orionis – 24 Orionis – Bellatrix
In helderheid is Bellatrix de derde ster in het sterrenbeeld en de 27-ste aan de sterrenhemel. Bellatrix is een beetje lichtzwakker dan Castor en Pollux in het sterrenbeeld Gemini – Tweelingen. De naam Bellatrix komt van het Latijnse woord voor “vrouwelijke krijger”. De ster heeft een visuele helderheid van magnitude 1,6 en bevindt zich op een afstand van ongeveer 240 lichtjaar.

Bellatrix is een hete ster die als een eruptieve veranderlijke is geclassificeerd. De helderheid varieert tussen magnitude 1,59 en 1,64. Het is één van de hetere sterren die met het blote oog zichtbaar zijn. De ster zendt 6400 * meer licht uit dan onze Zon en heeft een massa van 8 tot 9 zonsmassa. Binnen een paar miljoen jaar zal Bellatrix zijn geëvolueerd tot een oranje reus. De ster zal zijn leven eindigen als een witte dwerg. Voordat bekend was dat Bellatrix een veranderlijke ster was, werd de ster als een standaard gebruikt voor het bepalen van de lichtsterkte van sterren.

De gordel van Orion – Mintaka, Alnilam en Alnitak

De gordel van Orion is één van de bekendste asterismes aan de sterrenhemel. De gordel wordt gevormd door Delta Orionis (Mintaka), Epsilon Orionis (Alnilam) en Zeta Orionis (Alnitak).

Delta Orionis – δ Orionis – 34 Orionis – Mintaka
Mintaka is, vanaf het noordelijk halfrond gezien, de meest westelijke van de drie gordelsterren. De naam Mintaka komt van het Arabische “mantaqah”, “gebied” of “regio”. Het is een meervoudige ster die ook als een eclipserende veranderlijke ster is geclassificeerd. De hoofdcomponent bestaat uit twee sterren die met een periode van 5,63 dagen om elkaar heen draaien en elkaar daarbij bedekken waardoor de helderheid ongeveer 0,2 magnitude daalt. Op een afstand van 52 boogseconden staat een begeleider van de 7-de magnitude en tussen deze twee in een zwakke begeleider van de 14-de magnitude.

Mintaka bevindt zich op een afstand van 900 lichtjaar van de Zon en heeft een gecombineerde lichtsterkte van 90.000 * de lichtsterkte van de Zon. Het systeem heeft een massa van meer dan 20 zonsmassa. De hoofdsterren zullen als supernova-explosies eindigen.

Mintaka is de zwakste van de drie gordelsterren maar het is wel de helderste ster in de buurt van de hemelequator. De ster komt bijna exact in het oosten op en gaat bijna exact in het westen onder.

Epsilon Orionis – ε Orionis – 46 Orionis – Alnilam
Alnilam bevindt zich op een afstand van 1300 lichtjaar van de Zon. De ster heeft een visuele helderheid van magnitude 1,7. Alnilam is de middelste van de drie gordelsterren en in helderheid de vierde ster van het sterrenbeeld en de 30-ste aan de sterrenhemel. De ster straalt 75.000 * meer licht uit dan de Zon.

Alnilam wordt omringd door de reflectienevel NGC 1990. Dit is een wolk moleculair gas die door de ster wordt verlicht. Alnilam kent sterwinden die snelheden tot 2000 kilometer per seconde halen. De leeftijd van de ster wordt geschat op 4 miljoen jaar. De ster verliest veel materie en de interne waterstoffusie begint te stoppen. De ster zal op relatief korte termijn evolueren naar een rode superreus en uiteindelijk als een supernova exploderen.

De naam Alnilam komt van het Arabische “an-nizam” dat weer gerelateerd is aan het woord “nazm”, “keten van parels”.

Zeta Orionis – ζ Orionis – 50 Orionis – Alnitak
Alnitak bevindt zich op een afstand van 700 lichtjaar van de Zon. De ster heeft een visuele helderheid van magnitude 1,7. Het is een meervoudige ster. De helderste component heeft een visuele helderheid van magnitude 2,04 en een absolute helderheid van magnitude -5,25. In feite is het een nauwe dubbelster waarvan de begeleider een helderheid heeft van magnitude 4. Deze begeleider is pas in 1998 ontdekt.

Alnitak is de meest oostelijke van de drie gordelsterren. In de buurt van Alnitak bevindt zich de heldere emissie-nevel IC 434. Deze emissie-nevel werd op 1 februari 1786 ontdekt door William Herschel.

De naam Alnitak komt van het Arabische an-nitaq, de gordel.

Kappa Orionis – κ Orionis – 53 Orionis – Saiph
Saiph bevindt zich op een afstand van 720 lichtjaar. De ster heeft een visuele helderheid van magnitude 2,1. Saiph is de zuidoostelijke ster van de grote vierhoek van Orion.

De naam Saiph komt van het Arabische “saif al jabbar”, het zwaard van de reus. Net zoals verschillende andere heldere sterren in Orion zal Saiph als een supernova eindigen.

Iota Orionis – ι Orionis – Hatsya
Hatsya is de helderste ster van het zwaard van Orion en het is de punt van het zwaard. De naam Hatsya komt van het Arabische Ma’ir al Saif, de heldere van het zwaard.

Hatsya is een viervoudige ster. De hoofdcomponent is een spectroscopische dubbelster die met een periode van 29 dagen om elkaar heen draaien. Het is een sterke röntgenbron. De röntgentraling wordt opgewekt doordat de sterwinden van de beide sterren met hoge snelheden tegen elkaar botsen.

Hatsya heeft een helderheid van magnitude 2,8 en bevindt zich op een afstand van 1300 lichtjaar van de Zon.

Lambda Orionis – λ Orionis – Meissa
Meissa heeft een visuele helderheid van magnitude 3,4. De ster bevindt zich op een afstand van 1100 lichtjaar. Het is een dubbelster, de begeleider heeft een helderheid van magnitude 5,6 en bevindt zich op een afstand van 4,4 boogseconden van de hoofdster.

De traditionele naam Meissa komt van het Arabische Al-Maisan, “de heldere”. De ster wordt soms ook Heka genoemd, van het Arabische Al Hakah, de witte vlek en verwijst naar het Arabische Maan-huis waar ook Lambda en Phi Orionis deel van uitmaken.

Phi Orionis – φ Orionis
Pi Orionis verwijst naar twee verschillende stersystemen: Phi-1 Orionis en Phi-2 Orionis die 0,71° van elkaar af staan. Phi-1 Orionis is een dubbelster op een afstand van ongeveer 1000 lichtjaar van de Zon. De ster heeft en helderheid van magnitude 4,4. Phi-2 Orionis bevindt zich op een afstand van ongeveer 115 lichtjaar en heeft een helderheid van magnitude 4.1.

Pi Orionis – π Orionis
Pi Orionis een relatieve losse groep sterren die het schild van Orion vormen. Er is een grote afstand tussen de verschillende sterren. Tussen Pi-1 Orionis en Pi-6 Orionis zit 9° aan de sterrenhemel.

Pi-1 Orionis (7 Orionis) is de zwakste ster. Deze ster heeft een helderheid van magnitude 4,6 en bevindt zich op een afstand van ongeveer 120 lichtjaar van de Zon.

Pi-2 Orionis (2 Orionis) heeft een helderheid van magnitude 4,4 en bevindt zich op een afstand van 194 lichtjaar van de Zon.

Pi-3 Orionis (1 Orionis) is de helderste van de groep. De ster bevindt zich op een afstand van 26,3 lichtjaar van de Zon. De ster heeft een massa van 1,2 zonsmassa en een straal van 1,3 * de straal van de Zon en een lichtsterkte van 3 * de lichtsterkte van de Zon. Pi-3 Orionis is een mogelijke locatie voor Aardachtige planeten.

De traditionele naam van de ster is Thabit en deze naam komt van het Arabische Al-Thabit, de volhouder.

Pi-4 Orionis (3 Orionis) heeft een visuele helderheid van magnitude 3,7 en bevindt zich op een afstand van 1250 lichtjaar. Het is een spectroscopische dubbelster die zelfs met grote telescopen niet is te scheiden. Alleen aan het spectrum kunnen we zien dat we te maken hebben met een dubbelster. De sterren draaien met een periode van 9,5 dagen om elkaar heen. Beide sterren hebben een massa van ongeveer 10 zonsmassa en ze hebben een lichtsterkte van 16.200 respectievelijk 10.800 * de lichtsterkte van de Zon.

Pi-5 Orionis (8 Orionis) bevindt zich op een afstand van 1342 lichtjaar en heeft een helderheid van magnitude 3,7.

Pi-6 Orionis (10 Orionis) bevindt zich op een afstand van 954 lichtjaar van de Zon en heeft een helderheid van magnitude 4,5.

Eta Orionis – η Orionis
Eta Orionis bevindt zich op een afstand van ongeveer 900 lichtjaar van de Aarde. De ster heeft een gemiddelde helderheid van 3,4. Eta Orionis is een Beta Lyrae-veranderlijke ster, een nauwe dubbelster waarvan de helderheidsvariaties worden veroorzaakt doordat de sterren elkaar periodiek bedekken.

De ster bevindt zich ten westen van de gordel van Orion. Eta Orionis heeft verschillende traditionele namen. Zo heet de ster net als Kappa Orionis, Saiph maar ook wordt de ster Ensis en Algjebbah genoemd. Ensis betekent zwaard in het Latijn.

Sigma Orionis – σ Orionis
Sigma Orionis bevindt zich ten zuiden van Alnitak. Het zijn vijf sterren die in helderheid variëren van magnitude 4,2 tot 6,7. Sigma Orionis bevindt zich op een afstand van ongeveer 1150 lichtjaar.

De hoofdcomponent is een dubbelster waarvan beide sterren met een periode van 170 jaar om een gemeenschappelijk zwaartepunt draaien.

Tau Orionis – τ Orionis
Tau Orionis bevindt zich op een afstand van 555 lichtjaar. De ster heeft een helderheid van magnitude 3,6.

Chi-1 Orionis – χ-1 Orionis
Chi-1 Orionis bevindt zich op een afstand van slechts 28 lichtjaar van de Zon. De ster heeft een visuele helderheid van magnitude 4,4 en een rode dwerg als begeleider. Deze begeleider draait met een periode van 14,1 jaar om Chi-1 Orionis heen.

Gliese 208
Gliese 208 heeft een visuele helderheid van magnitude 8,9 en bevindt zich op een afstand van 37,1 lichtjaar. Men denkt dat deze ster 500.000 jaar geleden onze Zon op een afstand van 5 lichtjaar is gepasseerd.

V380 Orionis
V380 Orionis is een drievoudige ster die de reflectienevel NGC 1999 doet oplichten. Deze nevel bevindt zich in de buurt van de Orionnevel. V380 Orionis bevindt zich op een afstand van 1000 lichtjaar, NGC 1999 op een afstand van 1500 lichtjaar.

GJ 3379
GJ 3379 bevindt zich op een afstand van slechts 17,5 lichtjaar. Het is de meest nabije ster van het sterrenbeeld. GJ 3379 is een rode dwerg met een helderheid van magnitude 11,3. Astronomen denken dat de ster over ongeveer 163.000 jaar onze Zon op een afstand van 4,3 lichtjaar passeert.

Dubbelsterren

λ Orionis heeft een begeleider van magnitude 5,5.

θ Orionis is een viervoudig dubbelstersysteem.

σ Orionis heeft een begeleider die in 158 jaar rond de hoofdster draait. De baan is niet perfect cirkelvormig. Het is een erg nauwe dubbelster die lastig is te scheiden.

ζ Orionis is gemakkelijker te scheiden. De hoofdster heeft een helderheid van magnitude 1,9 terwijl de begeleider van magnitude 4,0 is en in 1509 jaar rond de hoofdster draait.

Variabele sterren

De enige interessante variabele ster is U Orionis, dit is een Mira-veranderlijke ster. De helderheid varieert tussen magnitude 4,8 en 13,0 met een periode van 368 dagen.

Betelgeuze

Betelgeuze is een ster aan het einde van zijn leven. De ster produceert steeds zwaardere elementen die straks als bouwstenen voor andere sterren gebruikt gaan worden.

De ster is onder amateurastronomen erg bekend, niet alleen voor de grootte en de helderheid maar ook omdat de ster deel uit maakt van het beroemde sterrenbeeld Orion. Ook professionele astronomen houden de ster nauwgezet in de gaten omdat het een beruchte dubbelster: de diameter varieert van 550 tot 920 maal die van onze Zon. Astronomen denken dat Betelgeuze binnen enkele duizenden jaren op een kosmische muur van interstellair stof zal botsen.

De ster is ook in de oudheid eenvoudig te vinden geweest. Betelgeuze is groot en bevindt zich relatief dicht bij de Aarde: 600 lichtjaar. De ster is variabel waarbij de helderheid varieert tussen 0.2 en 1.2. In helderheid is het de twaalfde ster aan de sterrenhemel.

De naam “Betelgeuze” komt vermoedelijk uit het Arabisch maar de ster heeft ook andere namen in het Sanskriet, Chinees en zelfs in het Hawaiiaans. In die laatste taal heet de ster “Kauluakoko”.

De aanstaande supernova
Als astronomen zeggen dat Betelgeuze binnenkort explodeert bedoelen ze kort in astronomische termen: binnen een miljoen jaar. Voorspelling wanneer dat precies gebeurd is heel erg lastig omdat dat afhangt van exacte berekeningen van de massa van de ster en een goed begrip van wat er zich in het binnenste van de ster afspeelt.

Betelgeuze is enorm groot. Als de ster de positie van onze Zon zou innemen dan zou de baan van Jupiter binnen de ster vallen. Met behulp van telescopen is zichtbaar dat de ster materie uitstoot. Vanaf 1993 is de straal met 15% afgenomen en dan is héél erg veel in die korte tijd. Astronomen weten niet precies waarom de ster aan het krimpen is. Misschien heeft het te maken met het feit dat de ster aan het eind van zijn leven is gekomen maar men weet het niet zeker omdat men nog te weinig kennis heeft over deze processen.

De ster bereidt zich dus voor op een enorme explosie maar er is nog een andere uitdaging: men verwacht dat de ster op een muur van interstellaire materie gaat botsen en wel binnen een paar duizend jaar.

Met behulp van de Herschel Space Telescope die in 2013 de ster en zijn omgeving in infrarood licht heeft bestudeerd, heeft men berekend dat de ster met een snelheid van 107.761 kilometer per uur op deze materie zal knallen. Over ongeveer 5000 jaar zal de zonnewind van de ster de materie raken terwijl het centrum van de ster zich over 12.500 jaar midden in de interstellaire materie zal bevinden.

Rigel

Rigel is een blauwe superreus die slechts 10 miljoen jaar oud is (onze Zon is ongeveer 4,5 miljard jaar oud) die uitgaande van zijn grootte en helderheid zijn leven als supernova zal eindigen. Rigel is een meervoudig stersysteem met twee begeleiders: Rigel B en Rigel C.

Rigel is naast dubbelster ook een veranderlijke ster en wel van het alpha Cygni-type. De lichtkracht is zo groot dat een aangrenzende nevel er door oplicht. Deze nevel heeft de naam “Heksenhoofd-nevel” en bevindt zich op ongeveer 40 lichtjaar van de ster.

In de science-fiction komt de naam van de ster terug in o.a. de serie Star Trek en in The Hitchhikers Guide to the Galaxy.

De naam Rigel komt van het Arabische “Rijl Jauzah al Yusrã”, dat “linkerbeen van de Jauzah” betekent. Dit wordt soms ook wel vertaald als “Linkerbeen van de reus” verwijzend naar Orion. De wetenschappelijke naam van Rigel is β Orionis.

In de Scandinavische folklore wordt gezegd dat Rigel een van de tenen van Orwindil is. De dondergod Thor brak de andere tenen af toen die door de vorst waren bevroren.

In de Japanse cultuur wordt Rigel ook wel Genji Boshi genoemd en de heldere rode ster van Orion, Betelgeuze is bekend als Heike Boshi. Deze namen gaan terug tot de Heian-periode (794-1192) in Japan.

De legendarische oorlog die het einde betekende van het artistieke en zachtaardige Heian-tijdperk werd uitgevochten tussen de Taira (Heike) en de Minamoto (Genji) families. De Tara-familie gebruikte rode kleuren en de kleuren van de Minamoto-familie was wit. Uiteindelijk won de Minamoto (Rigel) familie de oorlog en ze verplaatsten de hoofdstad naar Kamakura en er brak een tijdperk aan van Samurai krijgers en weinig vrede.

Rigel is een superreus van spectraalklasse B. De visuele helderheid is 0,18. Rigel straalt met een kracht van 85,000 maal die van onze Zon. De straal van Rigel is 73 keer die van de Zon.

Astronomen denken dat de ster ongeveer 10 miljoen jaar oud is en later in zijn leven zal veranderen in een rode superreus, net zoals Betelgeuze, en daarna zal exploderen in een supernova. Als dat gebeurt is de ster net zo helder als de half verlichte Maan.

Rigel heeft twee begeleiders, Rigel B en Rigel C. De sterren zijn van de negende magnitude. Het gecombineerde licht van beide sterren zou zichtbaar moeten zijn in een telescoop ware het niet dat de sterren erg dicht bij Rigel staan waardoor ze moeilijk zijn waar te nemen.

De deep sky objecten in Orion

De Orion Moleculaire Wolk bestaat uit een grote groep donkere wolken, heldere emissie- en reflectienevels, donkere nevels, H II-gebieden en jonge sterren in het sterrenbeeld Orion. Dit complex bevindt zich op een afstand van 1500 tot 1600 lichtjaar van de Zon. Enkele delen, zoals de Orion nevel, zijn onder zeer goede omstandigheden met het blote oog zichtbaar. Ook de Paardenkopnevel, de Vlamnevel, Barnard’s Loop en Messier 43 en Messier 78 maken deel uit van deze gigantische wolk.

Barnard’s Loop

Barnard’s Loop is een emissienevel die deel uit maakt van de Orion moleculaire wolk. De nevel is vernoemd naar de Amerikaanse astronoom EE Barnard die in 1894 een foto en een beschrijving van de nevel publiceerde.

Barnard’s Loop heeft een straal van ongeveer 150 lichtjaar en loopt ongeveer door het hele sterrenbeeld heen. De lus wordt door sterren in de Orion nevel geïoniseerd.

NGC 2024 – de Vlam nevel
NGC 2024 is een emissienevel in Orion. De nevel heeft een visuele helderheid van magnitude 2,0 en bevindt zich op een afstand tussen 900 en 1500 lichtjaar. De Vlamnevel licht op door de aanwezigheid van Alnitak. Alnitak zendt ultraviolet licht uit waardoor elektronen uit de wolken waterstofgas worden gestoten en het oplichten van de nevel komt doordat deze elektronen en het geïoniseerde waterstof zich weer binden.

NGC 2023
NGC 2013 is een reflectienevel die wordt verlicht door de ster HD 37903. NGC 2023 heeft een doorsnede van ongeveer 4 lichtjaar en kan gevonden worden op ongeveer 0,3° van de Paardenkopnevel. NGC 2023 bevindt zich op een afstand van 1468 lichtjaar.

NGC 2174 – de Apenkopnevel
NGC 2174 is een emissienevel die zich op een afstand van 6400 lichtjaar bevindt. De nevel wordt geassocieerd met de open sterrenhoop NGC 2175 die zich ook in Orion bevindt. De nevel heeft zijn naam te danken aan zijn vorm die vooral op groothoekopnames lijkt op die van een aap.

Messier 42

M42 in het sterrenbeeld Orion

Andere benamingen: M42, NGC 1976, Orion-nevel
Type Object: emissie en reflectie nevel met een open sterrenhoop
Afstand: 1300 lichtjaar
Visuele helderheid: 4.0
Schijnbare grootte: 85*60 boogminuten

De Orion-nevel is een enorme gaswolk die 20.000 maal groter is dan ons zonnestelsel. Volgens veel waarnemers heeft de nevel een enigszins groene gloed. Dit komt omdat naburige sterren elektronen van zuurstof afsnoepen en zo O-III maken. Het hart van de nevel is ook bekend als het Trapezium vanwege de vorm van de vier heetste sterren. Deze sterren maken deel uit van een nog jonge open sterrenhoop. In het gas rondom deze sterren vindt nu nog steeds stervorming plaats. Het gebied is uitgebreid onderzocht met de Hubble Space Telescope die in staat is geweest om veranderingen in dit gebied vast te leggen. In het stof zitten proto-sterren verstopt en sterren die net zijn ontbrandt maar nog niet de hoofdreeks hebben bereikt.

M42 is naar schatting ongeveer 23.000 jaar oud, er vindt nog steeds stervorming plaats maar er zijn ook al sterren die aan de zwaartekracht van de nevel hebben weten te ontsnappen. In de Orion-nevel zijn ondertussen 13 gas planeten ontdekt. Ook deze planeten zijn ontdekt met de Hubble Telescope toen men op zoek was naar zwakke sterren en bruine dwergen. Men vermoedt dat de objecten net zo groot of een beetje groter zijn dan Jupiter en voornamelijk uit waterstof en helium bestaan. Het zijn eigenlijk mislukte sterren die niet voldoende massa hebben om tot zelfontbranding over te gaan. Eigenlijk is de benaming planeet ook niet helemaal correct omdat deze objecten niet in een baan om een ster draaien maar zich zelfstandig door de nevel verplaatsen.

Onder donkere omstandigheden is de Orion-nevel eenvoudig te vinden omdat hij zich bij de middelste ster van het zwaard van Orion bevindt. Echter onder een lichtvervuilde hemel is het zwaard van Orion waarschijnlijk niet zichtbaar. Zoek daarom met een verrekijker de drie sterren op die de gordel van Orion vormen en kijk ongeveer een vuistbreedte ten zuiden van de middelste gordelster. De Orion-nevel is groot dus gebruik een kleine vergroting als je de hele nevel wilt zien of een sterkere vergroting als je details wilt bestuderen.

De Orion-nevel werd vermoedelijk ontdekt door Nicolas-Claude Fabri de Peiresc in 1610, ook Johann Baptist Cysatus, een Jezuïet, nam de nevel waar in 1611. Galileo was in 1617 de eerste die de vier Trapezium-sterren benoemde maar hij zag de nevel niet! Waarschijnlijk heeft Galileo een veel te sterke vergroting gebruikt. De oudst bekende tekening van de Orion-nevel is gemaakt door Giovanni Batista Hodierna maar zijn waarnemingen zijn lange tijd zoek geweest. Christian Huygens herontdekte de nevel in 1656, dit werd door Edmund Halley in 1716 nog eens genoteerd. Ook Philippe Loys de Chéseaux nam de nevel op in zijn catalogus en zo deed ook Guillaume Le Gentil. Tenslotte was het Charles Messier die op 4 maart 1769 de nevel als M42 opnam in zijn catalogus. Door de jaren heen maakte Messier diverse malen nauwkeurige tekeningen van de Orion-nevel in een poging eventuele veranderingen vast te leggen.

Messier 43

M43 in het sterrenbeeld Orion

Andere benamingen: M43, NGC 1982, De Mairan-nevel
Type Object: emissie en reflectie nevel met een open sterrenhoop
Afstand: 1300 lichtjaar
Visuele helderheid: 9.0
Schijnbare grootte: 20*15 boogminuten

M43 is een diffuse nevel om de ster N U Orionis (HD 37061), het is een redelijk koele en jonge ster die omgeven is door een gaswolk die veel H-II bevat. Echter het is niet de enige ster in dit gebied. Onderzoek met o.a. röntgentelescopen heeft laten zien dat het hele gebied rijk aan stervorming is. De gaswolk bevat het grootste aantal bekende proto-sterren. Minimaal 11 proto-sterren zijn al bevestigd. Van enkele andere bronnen is het nog onduidelijk of het hier gaat om en proto-ster maar de kans is groot.

M43 is heel gemakkelijk te vinden als je M42 weet te vinden. De gaswolk bevindt zich net boven de trapezium-sterren van M42. Vak wordt er van uitgegaan dat M43 een deel is van M42 maar als je goed kijkt dan zie je dat ze worden gescheiden door een donkere gaswolk.

De Franse astronoom Jean-Jacques Dortous de Mairan was in 1731 de eerste die M43 als afzonderlijke nevel opmerkte. Op 4 maart 1771 deed Charles Messier hetzelfde. Ook hij kwam tot de conclusie dat het hier gaat om twee verschillende nevels. Ook William Herschel was gefascineerd door M43. Hij nam de Messier-objecten niet op in zijn eigen catalogus maar uit zijn aantekeningen weten we dat hij door de jaren heen vaak naar dit gebied in Orion keek. Gedurende de 37 jaar dat hij regelmatig naar dit gebied keek, met steeds betere telescopen overigens, probeerde hij veranderingen in deze regio vast te leggen en te verklaren.

Messier 78

M78 in het sterrenbeeld Orion

Andere benamingen: M78, NGC 2068
Type object: reflectienevel met open sterrenhoop
Afstand: 1600 lichtjaar
Visuele helderheid: 8.3
Schijnbare grootte: 8 * 6 boogminuten

M78 is gemakkelijk te vinden als je uitgaat van de drie gordelsterren van het sterrenbeeld Orion. Ga naar de meest oostelijke van de drie: Zèta Orionis oftewel Alnitak. Richt je telescoop 2 graden ten noorden en 1.5 graad ten westen van de ster en je bent daar waar M78 zich bevindt. Klinkt gemakkelijk maar in de praktijk is het een stuk moeilijker want door de geringe oppervlakte helderheid en de kleine grootte is M78 een object dat alleen goed zichtbaar is bij goede omstandigheden: geen storend maanlicht en goede waarneemcondities.

Heb je de beschikking over een telescoop met een grote opening dan moet je zeker ook op zoek gaan naar NGC 2067 ten noordwesten van M78, NGC 2071 ten noordoosten en NGC 2064 ten zuidwesten.

M78 is een wolk interstellaire materie die zich op een afstand van 1600 lichtjaar van de Aarde bevindt. De wolk materie wordt verlicht door de aanwezigheid van ongeveer 45 sterren met een relatief lage massa waarvan er verschillende van het T Tauri-type zijn. Jonge sterren die aan het begin van hun stellaire loopbaan staan. Astronomen hebben ontdekt dat er stervorming plaatsvindt in M78 en dat die stervorming zich in groepen afspeelt.

M78 werd vroeg in 1780 ontdekt door Pierre Mechain maar het duurde tot 12 december 1780 voordat Charles Messier de nevel opnam in zijn catalogus. Hij noteerde: cluster van sterren met veel neveligheid in Orion op dezelfde parallel als de ster Delta van de gordel van Orion. Op 19 december 1783 richtte William Herschel zijn telescoop op M78 en hij noteerde: twee heldere sterren met een nevelgloed de lijkt op de gloed in het zwaard van Orion. Herschel nam enige structuur waar in M78.

NGC 2169 – Nummer 37

NGC2169 – nummer 37 – in het sterrenbeeld Orion

NGC 2169 is een jonge open sterrenhoop die de vorm heeft van het getal 37. De open sterrenhoop bevindt zich in de knuppel van Orion, boven de schouder van de jager die door de heldere oranje ster Betelgeuze wordt gemarkeerd.

Kijk ongeveer 5° noord-noordoosten van Betelgeuze, eerst naar de ster μ Orionis die een helderheid heeft van magnitude 5, daarna naar de sterren ξ en ν Orionis. De open sterrenhoop, die een helderheid heeft van magnitude 6 bevindt zich 1° westzuidwest van ξ Orionis.

Bij een vergroting van 60-70x zie je in NGC 2169 ongeveer 15-20 sterren van magnitude 7 en zwakker die in twee groepen lijken verdeeld. Eén groep bevat 6-7 sterren en de andere groep ongeveer 10-12 sterren. De open sterrenhoop wordt soms nummer 37 genoemd omdat de grootste groep het cijfer 3 vormt en de kleinere groep het cijfer 7. Het lijkt eenvoudig te herkennen maar het kan lastig zijn omdat, afhankelijk van de gebruikte optiek het beeld omgekeerd kan zijn waardoor de cijfers lastig te herkennen zijn.

NGC 2169 bevindt zich op een afstand van ongeveer 3400 lichtjaar en is slechts 8 miljoen jaar oud. NGC 2169 heeft een visuele helderheid van magnitude 5,9.

De sterrenhoop werd mstreeks 1654 ontdekt door de Italiaanse astronoom Giovanni Batista Hodierna en op 15 oktober 1784 onafhankelijk door William Herschel ontdekt.

NGC 2194

NGC 2194 in het sterrenbeeld Orion

Op veel grotere afstand, 12,000 lichtjaar van de Aarde, bevindt zich de zwakke open sterrenhoop NGC 2194. Deze sterrenhoop bevindt zich 1,6° zuidzuidoost van NGC 2169. In een 10-15 cm telescoop is er slechts een lichte gloed zichtbaar en enkele van de helderste sterren. In een 20 cm telescoop zijn er meer sterren zichtbaar met een zilver-kleurige achtergrond die niet in afzonderlijke sterren kan worden opgelost.

NGC 1999

NGC 1999 in het sterrenbeeld Orion

NGC 1999 gefotografeerd door de Hubble Space Telescope. Net ten zuiden van de Orion nevel bevindt zich een vaak over het hoofd gezien object: NGC 1999. Het is een kleine reflectienevel die oplicht door het licht van pasgeboren sterren die in zijn nabijheid staan. De nevel wordt omringd door wat lijkt een leeg gat in de ruimte.

NGC ligt 1° ten zuiden van ι Orionis. Bij een vergroting van 20-30x lijkt het op een wazige ster die niet scherp is te stellen. Vergroot je 50-75 maal dan lijkt het op een zwakke ster die door een ijsachtige wolk wordt omringd.

Bij een vergroting van 150 maal wordt de ware aard zichtbaar. Je ziet dan een sleutelgat-vormig leegte in het midden van de reflectie nevel zelf. Toen astronomen deze leegte ruim een eeuw geleden voor het eerst zagen dachten ze te maken te hebben met een leegte in de ruimte. Eenzelfde fenomeen doet zich voor bij de Paardenkop-nevel. In werkelijkheid hebben we te maken met een donkere stofwolk die zich in de voorgrond van de reflectie-nevel bevindt en er zo voor zicht dat licht van die nevel wordt tegen gehouden.

In 2010 heeft de Herschel Space Telescope de donkere “leegte” in NGC 1999 bestudeerd. De Herschel telescoop detecteert infrarode straling en kan zo sterren waarnemen die zich achter of in de nevel bevinden. Het vreemde deed zich voor dat de Herschel in het geval van NGC 1999 helemaal géén infrarood straling waarnam. Dat betekent dat die lege gat in de ruimte geen donkere stofwolk is maar een echt gat. Niemand weet precies hoe dit kan maar men vermoed dat de leegte is ontstaan doordat straling van nieuwe sterren een gat hebben geblazen in het omringende stof.

Barnard 33 – De Paardenkop-nevel

De Paardenkop-nevel in het sterrenbeeld Orion

De Paardenkopnevel is een donkere gasnevel gelegen tussen σ Orionis en ζ Orionis. Onder juiste condities is de nevel zichtbaar in grote telescopen. Het gebruik van een waterstof-beta filter kan helpen. de Paardenkopnevel maakt deel uit van de heldere emissienevel IC 434 en bevindt zich op een afstand van ongeveer 1500 lichtjaar. De nevel werd in 1888 ontdekt door de Amerikaanse astronome Williamina Fleming. De nevel heeft zijn naam te danken aan zijn vorm die lijkt op een paaardenkop.

 

IAU-kaart van het sterrenbeeld Orion

IAU-kaart van het sterrenbeeld Orion

Download de kaart van het sterrenbeeld Orion.

De Meteorenzwerm der Orioniden

Net zoals alle andere meteorenzwermen zijn de Orioniden stofdeeltjes die door een komeet zijn achter gelaten. In dit geval de beroemde komeet Halley. Als de Aarde zich door de stofbanen beweegt die deze komeet heeft achtergelaten dan zijn er deeltjes die verbranden in onze atmosfeer. Het lichtende spoor dat ze achterlaten noemen we een meteoor. De kleine deeltjes verbranden allemaal in de atmosfeer. Het is maar zelden dat een deeltje het aardoppervlak raakt. Er zijn ook stofdeeltjes die de Maan raken maar dit is nagenoeg niet te zien.

Voor de waarnemer op Aarde lijkt het erop alsof alle meteoren afkomstig zijn uit één punt aan de hemel. Dit vluchtpunt noemen we radiant. Je kan het effect vergelijken met sneeuwvlokken die op je afkomen als je door een sneeuwbui heenrijdt. De radiant van de Orioniden ligt in het sterrenbeeld Orion, vandaar hun naam. Zie je een meteoor waarvan je de richting niet kan herleiden naar dit vluchtpunt dan is het geen Orionide.

De Orioniden zijn actief in de periode tussen 17 en 25 oktober. De piek ligt rond 21 november. De meteoren zijn zichtbaar voor waarnemers op zowel het noordelijk half rond als het zuidelijk halfrond. Omdat de baan stof die de komeet van Halley heeft achter gelaten redelijk nauwkeurig bekend is, is de piek altijd goed voorspelbaar.

Tijdens het maximum van de Orioniden zijn er rond de 30 meteoren per uur zichtbaar. Veel minder dan gedurende een gemiddeld Perseïdenmaximum maar het zijn er nog steeds best veel. Er zijn aanwijzingen dat de Orioniden eens in de 12 jaar extra actief zijn.

Meteoren waarnemen is redelijk eenvoudig. Vermijdt omgevingslicht. Leg een deken op de grond of kies voor een gemakkelijke ligstoel. Je hebt geen telescoop of verrekijker nodig. Je hoeft niet richting Orion te kijken omdat de meteoren van alle kanten kunnen komen (zolang hun vluchtpunt maar herleidbaar is naar Orion is het een Orionide)

 

Eerste publicatie 25 juli 2009
Laatste bewerking: 7 januari 2017