Hoe lang heeft Jupiter nodig voor een rondje om de Zon?

Jupiter & de Aarde

Jupiter vergeleken met de Aarde

Als je de verschillende planeten in het zonnestelsel met elkaar vergelijkt dan zie je dat er links en rechts grote verschillen zijn in bijvoorbeeld hun grootte, samenstelling en atmosferen. Ook hun banen verschillen aanzienlijk. De planeten die het dichtste bij de Zon zijn draaien er het snelste om heen, hun jaar duurt relatief kort. De planeten verder weg hebben soms vele Aardse jaren nodig voor een omwenteling om de Zon.

Jupiter is de grootste en zwaarste planeet in ons zonnestelsel. De planeet bevindt zich op een aanzienlijke afstand van de Zon en heeft daarom ook bijna 12 jaar nodig voor één omwenteling om de Zon. Die grote afstand helpt Jupiter om gasvormig te blijven maar is ook verantwoordelijk voor zijn samenstelling en zijn ontstaan.

Baan en resonantie

De gemiddelde afstand van Jupiter tot de Zon bedraagt 778.299.000 kilometer (5,2 AE). In het perihelium is die afstand 740.550.000 kilometer (4,95 AE) en in het aphelium bevindt de planeet zich 816.040.000 kilometer van de Zon. Op deze afstand heeft Jupiter 11,8618 Aarse jaren nodig voor één complete omwenteling om de Zon. Eén jaar op Jupiter duurt dus 4332,59 Aardse dagen.

Echter Jupiter draait van alle planeten in het zonnestelsel het snelste om zijn as. Een dag op Jupiter duurt 9 uur, 55 minuten en 30seconden. Eén Jupiterjaar duurt dus 10.475,8 Jupiterdagen. De omlooptijd van Jupiter bedraagt 2/5-de van die van Saturnus en dat betekent dat de twee grootste planeten in een resonantie van 5:2 verkeren.

Seizoenen

De ashelling van Jupiter bedraagt slechts 3,13°. De planeet heeft hiermee één van de kleinste ashellingen in het zonnestelsel. Alleen Mercurius en Venus hebben een kleinere ashelling. Deze kleine helling zorgt er voor dat er geen seizoenen voorkomen zoals bijvoorbeeld de Aarde (23,44°), Mars (25,19°) en Saturnus (26,73°) kennen.

Er komen dus maar kleine temperatuurverschillen voor tussen het noordelijk half rond en het zuidelijk halfrond van de planeet. Metingen gedaan aan de toppen van de wolken (aannemende dat dit het oppervlak van de planeet is) laten zien dat de temperatuur varieert tussen -108 °C en -161 °C. De temperatuur neemt echter sterk toe naarmate je richting de kern van de planeet beweegt.

Er is een verband tussen de samenstelling van Jupiter en zijn plaats in het zonnestelsel. Uitgaande van de nevel-theorie zijn de Zon en de planeten ontstaan uit een grote wolk van moleculair gas en stof. Ongeveer 4,57 miljard jaar geleden is er iets gebeurd waardoor de wolk ineenstortte. Dit zou de passage van een ster kunnen zijn geweest of de schokgolven van een nabije supernova.

Tijdens het ineenstorten van de oerwolk zijn delen gas en stof gaan samenklonteren tot compactere gebieden. Deze gebiedjes trokken meer en meer materie aan waarbij ze op een gegeven moment zwaar genoeg waren dat ze begonnen te draaien. Ondertussen zorgde de toenemende druk voor een sterke stijging van de temperatuur. Omdat de temperaturen in deze protoplanetaire schijf niet gelijkmatig verdeeld waren condenseerden verschillende materialen bij verschillende temperaturen en dat leidde weer tot het ontstaan van verschillende planeten.

De scheidingslijn voor de verschillende planeten wordt wel de vorstlijn genoemd. Dit is het punt in ons zonnestelsel waar vluchtige bestanddelen (zoals water,ammoniak,methaan, koolstofmonoxide en koolstofdioxide) in een bevroren toestand kunnen bestaan. Dt heeft er voor gezorgd dat planeten zoals Jupiter, die zich voorbij de vorstlijn bevinden, eerst uit compacter materiaal (zoals silicaatgesteente en mineralen) condenseerden en daarna in staat waren om gassen in vloeibare vorm op te slaan.

Om de grote gasplaneet te worden die Jupiter nu is, is zijn grote afstand tot de Zon belangrijk en die leidt automatisch tot een grote omlooptijd.

Eerste publicatie: 29 mei 2016
Laatste wijziging: 29 mei 2016
Bron: UniverseToday