Mars is mogelijk in de asteroïdengordel ontstaan

Ons zonnestelsel
De planeten in ons zonnestelsel

Mars en de Aarde hebben een verschillende geschiedenis. Simpel voorbeeld: De Aarde is voornamelijk bedekt met water maar Mars heeft zijn water in een ver verleden verloren. Maar wetenschappers weten ook dat sommige elementen op Mars andere isotopen hebben, of atoommassa’s, dan op Aarde. Dit geldt in het bijzonder voor chroom, titaan en zuurstof.

In een onlangs gepubliceerd artikel beargumenteren wetenschappers deze verschillen door te stellen dat Mars in een ander deel van het zonnestelsel is ontstaan dan waar de planeet zich nu bevindt. In plaats van tussen de Zon en de asteroïdengordel te zijn ontstaan stellen enkele wetenschappers nu dat de planeet in de asteroïdengordel is ontstaan en pas later naar zijn huidige positie is verhuisd. Die verhuizing is mogelijk tot stand gekomen door interactie met planetesimalen – kleine objecten zoals asteroïden – in de gordel.

Omdat Mars veel zwaarder is dan de planetesimalen verliest de planeet energie tijdens de interacties met deze planetesimalen. Mars ketste de planetesimalen richting Jupiter die ze weer het zonnestelsel uitketste. Aldus de onderzoekers.

De leidende theorie over het ontstaan van het zonnestelsel zegt dat de Zon en zijn planeten is ontstaan nadat een grote wolk van gas en stof onder invloed van de zwaartekracht ineenstortte. Dit zou in gang gezet kunnen zijn door een passerende ster. In de loop van de tijd begonnen stof- en gasdeeltjes samen te klonteren en daaruit ontstonden de Zon en de planeten.

Er is nog steeds veel discussie of planeten tijdens dit proces migreerden naar andere posities. Voorheen stelden wetenschappers dat de rotsplaneten Mercurius, Venus en de Aarde omdat ze zich dichter bij de Zon bevonden, veel minder gas verzamelden dan de gasreuzen Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. De straling van de Zon blies het meeste gas weg naar de buitenste delen van het zonnestelsel Echter, recent hebben astronomen verschillende exoplaneten met de grootte van Jupiter ontdekt die erg dicht bij hun ster staan. Dit zou kunnen duiden op een heel ander ontstaansproces waarbij migratie van planeten een optie is.

In dit geval hebben de onderzoekers, om hun hypothese over het ontstaan van Mars te testen, computersimulaties uitgevoerd op het ontstaan van de aardse planeten en ze bestudeerden ook voorbeelden van de Aarde, Mars, de Maan en de asteroïde Vesta. Daar werd uit afgeleid dat Mars veel verder van de Zon, in de asteroïdengordel, moet zijn ontstaan

De computersimulaties lieten zien dat Mars snel moet zijn gegroeid, ongeveer binnen 5 – 10 miljoen jaar na het ontstaan van het zonnestelsel en dat Mars na die periode niet meer aan genoeg gas en stof kon komen om nog verder te groeien. Ongeveer 120 miljoen jaar na het ontstaan van het zonnestelsel zou Mars in zijn huidige baan terecht zijn gekomen en in die periode zou ook het vloeibare oppervlak zijn uitgehard in een korst.

In het verre verleden kwam er vermoedelijk vloeibaar water voor op de planeet maar in de loop van de tijd werd de atmosfeer steeds ijler waarbij het onmogelijk werd dat water in vloeibare vorm aan het oppervlak aanwezig bleef. Echter, de herkomst van Mars heeft op dit proces geen invloed gehad, aldus de onderzoekers. Mars is ontstaan is een veel koudere omgeving maar verbleef daar maar een paar miljoen jaar voor de migratie naar de huidige positie begon. Het verlies van de atmosfeer is begonnen door effecten die op de huidige locatie optraden als het helderder worden van de Zon en het verliezen van zijn magneetveld.

De onderzoekers willen hun hypothese nog verder testen door verschillende modellen te gebruiken voor het ontstaan van de aardse planeten om te zien of ze betere of vergelijkbare resultaten geven als het huidige model. Volgens de onderzoekers kan dit onderzoek een nieuwe impuls geven over onze kennis over hoe zonnestelsels kunnen ontstaan.

Eerste publicatie: 15 mei 2017
Bron: diverse persberichten